Berichten

Vandaag heb ik twee berichten ontvangen. De eerste was vroeg in de ochtend en kwam van mijn zwager. Ik lag nog in bed een beetje te soezen. Opeens ging de telefoon. Het komt zelden voor dat mijn zwager me om 7.11 uur belt. Dat kon maar één ding betekenen. Zijn vriendin was bevallen van een zoontje. In de nacht ben ik van schoonzus gepromoveerd tot tante. Dat deed me meer dan ik in eerste instantie dacht. Na het bezoek aan het nieuwste lid van de familie, die ik ook even in mijn armen mocht sluiten, was ik er weer van overtuigd dat de wereld wonderlijk in elkaar zit en dat alles gebeurt zoals het gebeurt. Mijn zwager en zijn vriendin wilden heel graag een kindje. De eerste zwangerschap eindigde helaas in tranen en dat voelde ik met hun mee. Tijdens mijn verjaardag nodigde ik mijn schoonzus uit om samen met een paar vriendinnen een les Chi Neng Chi Qong te volgen. Op het einde, toen de energie rijkelijk aanwezig was in de huiskamer en positief gestemd, werd ons gevraagd een wens voor een ander te doen. Ik schreef op een kaart dat ik wenste dat mijn schoonzus en zwager verblijd zouden worden met een gezond kindje. Nog geen jaar later is de wens in vervulling geraakt en dat ontroerd me.

Het andere bericht was van een schrijversforum waar ik een blog naar toe had gestuurd omdat ze gastbloggers zochten. Ik voelde dat dit mijn kans kon zijn om mijn blog met een groter publiek te delen. Helaas was de reactie dat mijn blog niet was wat ze zochten. De twijfel sloeg hard toe, mevrouw Kritiek kwam uit de hoek en stormde naar voren. ‘Zie je nu wel. Ik heb het altijd al gezegd, dat wordt helemaal niets met jou en dat schrijven van je. Niemand wil het lezen. Niemand vindt het iets. Stop er nu maar mee.’ Ze bleef maar door gaan. En ik dacht aan mijn neefje. Ik dacht aan mijn kinderen en ik dacht aan dat alles gebeurt zoals het gebeurt. Ik kan ervoor kiezen om mijzelf naar beneden te halen door dit bericht of ik kan doorgaan en mezelf uitdagen. Dat laatste ga ik dan ook doen. Ik daag mezelf uit om een verhaal te schrijven en dit te delen via mijn blog. Niet zodat ik door anderen de waardering krijg die ik zoek. Ook niet omdat ik afhankelijk ben van de mening van een ander. Ik doe het omdat ik dit wil en kan.

Twee berichten op een dag die van alles in me losmaken. Wat een geschenk is dat. Het is niet iedereen gegeven. Wat fijn dat alles gebeurt zoals het gebeurt.

Justice

De boosheid van gisteren na het kijken van de eerste 8 afleveringen van “Making a murderer” is niet gezakt. In tegenstelling. De laatste twee afleveringen hebben het vuur opgelaaid. Daarin werd ook nog eens duidelijk hoe een zestien jarige jongen (de neef van Steven Avery) met beperkte verstandelijke vermogens tot het bekennen van afschuwelijke misdrijven werd gedwongen door politieagenten, met behulp van zijn eigen advocaat nota bene, en de rechters het allemaal prima bewijs vonden om de jongen te veroordelen tot sint juttemis.

Het onrecht druipt van het scherm. De hele wereld is getuige en wat maakt het uit. Geen bal, want Steven Avery zit in zijn cel zijn eigen zaak te bepleiten omdat hij in de tussentijd geen advocaat meer kan betalen. Elk beroep dat gedaan kan worden is afgewezen en inmiddels zit hij alweer 10 jaar vast voor een moord die hij overduidelijk niet gepleegd heeft. Hij zit al meer dan de helft van zijn leven in het gevang terwijl in die grote boze buitenwereld er een moordenaar rondloopt en een stel hele vieze agenten, officieren van justitie en rechters. Ongelooflijk schokkend vind ik dit allemaal. Dat zo een zaak zich afspeelt op zo een grote schaal in het land dat zich pretendeert beschaving te brengen naar de landen met bijvoorbeeld een ander geloof. Zij zijn de brengers van de democratie, terwijl hun eigen rechtssysteem zo rot is als een mand overjarige gekneusde appels.

Wat fijn dat deze mensen, Steven Avery en Brandon Dassey, niet vergeten worden. Dat zij onderwerp zijn van een documentaire die niet alleen het onrecht dat hen is aangedaan verbeeld, maar ook eens het systeem tegen het licht houdt. Een systeem dat door machtige mensen met veel invloed in stand gehouden wordt. Een systeem waar je als je arm bent niet met 1-0 achterstaat, maar met 10-0. Mijn ergernis zit m in die onrechtvaardigheid. In het idee dat mensen zoals Steven Avery niet passend zijn binnen een gemeenschap en dat dit soort mensen vakkundig geëlimineerd moeten worden uit diezelfde gemeenschap. Hup, weg ermee. Laat ze maar rotten in de cel, want het is zedeloos volk. Ze houden zich niet aan onze normen. Ze zien er niet uit zoals wij willen. Ze praten niet zoals wij willen. Ze gedragen zich niet zoals wij willen. Dus weg ermee.

Wat heeft de mensheid geleerd van al die oorlogen? Wat hebben we geleerd over uitsluiting? Discriminatie? Antisemitisme? Apartheid? Niets. Gewoonweg niets. Zolang wij elkaar bekijken vanuit status, zolang wij elkaar bekijken vanuit autoritaire gedachte “wij tegen zij” verandert er nooit iets. Zolang we elkaar niet zien als mensen, met eigen gevoelens, eigen gedachten, eigen wensen, dromen, zien we niet. We zien gewoon de ander niet. Erkennen hem niet. We zien dan niet dat aan de andere kant van de tafel een man zit van vlees en bloed die alle kansen van de wereld en al het geluk en liefde verdient.

Hulde aan de makers van de documentaire. Mijn hart is nu bij Steven Avery en Brandon Dassey. May justice be served.

Record

Vandaag heb ik samen met mijn lief een nieuw record behaald. Een record dat al lang in de planning zat, maar met kinderen in de buurt zelden haalbaar is. Na een paar pogingen kwam er een mogelijkheid. Opa en oma vroegen de kinderen te logeren. Gretig riepen we allemaal: ‘Ja, leuk’. Manlief en ik roken onze kans en grepen hem met beide handen vast. Dit was het moment, nu kon het eindelijk. We hadden alles in huis gehaald voor het record. Chips, nootjes, stuk kaas en worstjes. Voor het avond eten zouden we wat bestellen. Er lag voldoende hout voor de kachel klaar. Makkelijke kleding aan. Drinken stond binnen handbereik. De enige momenten dat we mochten pauzeren waren de sanitaire stops, want anders gaat het ruiken en dat moet je niet willen bij een recordpoging van deze omvang. Alles was dan ook piekfijn in orde. We waren er klaar voor. De recordpoging kon beginnen.

Om 14.00 uur zijn we begonnen en helaas moest manlief om 21.00 uur gaan werken en zijn we gestopt. Gestopt met non-stop naar één serie op Netflix kijken. Nou ja, het is niet echt een serie. Het is meer een documentaire. Alles wat je ziet is namelijk echt gebeurd en, om een understatement te gebruiken, schokkend. Ik wist van te voren waar het verhaal over zou gaan en heb de tip mee gekregen om rustig te blijven en aan deze 10 aflevering rijk zijnde documentaire te beginnen op een moment dat ik deze ook echt af zou kunnen kijken. Nou is het niet mogelijk de documentaire in 1 keer af te kijken, maar we zijn bijna bij het einde.

De documentaire heet “Making a murderer”. Het gaat over een man in de Verenigde Staten die beschuldigd wordt van verkrachting en mishandeling van een vrouw, een vooraanstaand lid van de gemeenschap. Alle bewijs wordt zo samengesteld dat de man in kwestie, Steven Avery, als schuldige wordt aangewezen. Hij wordt dan ook veroordeeld en na 18 jaar gevangenisstraf, ja 18 jaar, wordt hij vrijgesproken. Terwijl alle politieagenten ten tijde van zijn proces wisten, dan wel moesten weten dat hij onschuldig was. Dus 18 jaar heeft deze man onschuldig vast gezeten. Ik herhaal: 18 jaar heeft deze man onschuldig vast gezeten. Zijn leven is met zijn vrijheid van hem afgepakt. Zijn huwelijk is naar de klote gegaan en hij heeft zijn kinderen niet zien opgroeien. Gedurende 18 jaar heeft hij in een piepklein celletje zitten wachten tot iemand zijn onschuld zou aantonen. Al die jaren is zijn moeder hem elke dag komen opzoeken. 18 jaar lang.

Nadat blijkt dat hij er in geluisd is door de politie spant hij een civiele rechtszaak aan om de 18 verloren jaren en 18 jaren leed gecompenseerd te zien in dollars. Op het moment dat de rechter bijna klaar is om uitspraak te doen wordt hij opgepakt voor moord. Ongelooflijk. De kijker krijgt het hele proces te zien. Alles is gefilmd, dus het is net alsof je daar in de rechtszaal bent. Elk bewijsstuk, elke getuigenverklaring. En weer klopt er niets van. Steven Avery heeft geen alibi. Geen motief voor de moord. Er zijn geen getuigen. Verklaringen kloppen niet. De politie liegt. Er is gerommeld met bewijs. Nu heb ik zelf strafrecht gestudeerd en jaren bij een Nederlandse rechtbank gewerkt zodat ik ervaring heb met moordzaken. Het stelsel in de VS is anders, maar bewijs blijft bewijs en een man/vrouw wordt pas veroordeeld als schuld bewezen is. Met fascinatie kijk ik dan ook naar de advocaten die alles uit de kast halen om zijn onschuld overtuigend over te brengen op de jury.

Na maanden vertoefd te hebben in de rechtszaal komt er een einde aan de zaak en gaat de jury, want ja zo werkt dat in de VS -een jury van gelijken beslist of je levenslang weg rot in de gevangenis of dat je als vrij man naar buiten mag lopen- beslissen wat de uitspraak zal zijn. Na dagen beraad is de jury eruit: schuldig.

Ik ben woest. Manlief laat me achter in mijn razernij en nu moet ik maar proberen de woede te koelen op mijn toetsenbord. We hebben nog twee afleveringen te gaan, maar de hoop dat dit nog goed komt is vervlogen. Ook de twijfel slaat dan weer toe, misschien heeft hij het toch gedaan. Nee, dat kan niet, of….Morgen zullen we het weten. In ieder geval hebben mijn lief en ik wel ons record gehaald. Zeven uur, bijna non-stop, tv kijken in vrijheid is ook wat. Helaas heeft Steven Avery daar geen bal aan.

Zwembad

Het hebben van kinderen is over het algemeen niet echt verschrikkelijk. Er zijn regelmatig momenten dat ik ontroerd raak of in de lach schiet door het kleine grut. Soms vraag ik me wel af waarom ik opeens, BAM 30 stond in de jaarteller, in mijn leven de wens om voort te planten had. Nu vind ik het al vaak vermoeiend om mezelf gezelschap te moeten houden, laat staan de factor twee in het kwadraat vermenigvuldigd met een energie van 688 erbij. Wiskunde was niet mijn sterkste punt. Wat ik probeer te zeggen is dat kinderen af en toe hinderlijke spiegel voorhouders zijn.

Dat is dan nog tot daar aan toe (wat een gekke zin is dat eigenlijk, tot daar aan toe), maar bij het hebben van kinderen hoort natuurlijk ook pedagogisch verantwoord gedrag van de ouders. Ik heb zelf nooit een handboek pedagogiek vast gehad, dus ik doe maar wat. Vaak voel ik wel aan wat goed werkt en wat uitmondt in drama. Alle ouders zijn toch ervaringsdeskundigen.

Wat ze mij nooit vertelt hebben bij de puf-cursus is dat als dat grut groot genoeg is, ze naar zwemles moeten. Ja, logisch natuurlijk in een land dat ver beneden zeespiegel zijn kop boven water probeert te houden. Maar toch, ik had er nooit zo bij stil gestaan dat dat erbij hoort en hoe dat dan zou zijn. In één woord: Hel. Als kind vond ik zwembaden fantastisch. Let wel, mijn ervaring had ik opgedaan in een klein en overzichtelijk buitenbad waar iedereen elkaar kent en er sociale controle heel normaal was. Het woord “bemoeizucht” kenden we toen nog niet. In dat buitenbad heb ik leren zwemmen. De enige mogelijkheid om te zwemmen was van april tot eind september en dus zwom ik elke dag van april tot eind september. Dan leer je het snel genoeg.

Nu heb je allerlei verschillende zwemles-concepten en theorieën. Wat werkt het beste, weet natuurlijk niemand want elk kind is verschillend. Mijn oudste vindt zwemmen leuk en wilde vorig jaar na de zomervakantie op les. Prima. Regel ik, dacht ik. ‘Nee mevrouw, na de zomer wil iedereen op les dus u kunt op de wachtlijst voor woensdagmiddag of, oh ik zie het nu net voorbij komen, er is nog 1 plaatsje op vrijdagmiddag om 18.00 uur’. Manlief riep door de telefoon ‘verkocht.’ Grapjas. Manlief had niet door dat drie kwartier zwemmen voor een kind van 5 jaar op een tijdstip dat ze al bijna naar bed gaat aan het eind van de week misschien een beetje te veel van het goede zou zijn. Dus nee, we gingen op de wachtlijst. Na twee maanden konden we terecht in een plaats (20 km van huis) op vrijdagmiddag om 15.45 uur. Mooi, geregeld dacht ik weer. Het kind vindt zwemmen geweldig. Ik vind het een hel. Het is er warm, hysterisch druk en er heerst een uiterst besmettelijke ik-leg-mijn-handdoek-het-dichtst-bij-het-raam-zodat-ik-MIJN-kind-het-beste-kan-zien-mentaliteit. Verschrikkelijk. Het omkleden gebeurt in veel te krappe en warme ruimtes, dan moet je vijf minuten vooraan dat bad, waar ze de thermostaat op standje tropisch hebben gezet, staan wachten en dan snel terug om nog een stoel op de zesde rang te kunnen bemachtigen om een glimp van mijn kind te zien. Daar zit ik dan tussen de ouders die allemaal een zeer dierbare relatie onderhouden met hun mobiele telefoon. Blikken strak op het scherm gericht, vingertje gaat heen en weer. Laten we vooral geen contact maken met elkaar. En dan het grut dat die ouders nog mee nemen. Die jong rennen hysterisch rond. Ze gillen, gooien prullenbakken omver en stompen de kleinste vakkundig in mekaar. Ouders zien niets want zijn bezig hun perfecte leven te delen op Facebook of andere zaken van levensbelang te delen via WhatsApp.

Ik zit en wacht tot de 45 minuten voorbij zijn. Op de klok kijken heeft geen zin, want hij gaat er echt niet sneller door werken.Maar als ik dan mijn schatje uit het water zie komen, met verkleurde teentjes en de bibbers over haar hele lichaam en zij mij aankijkt, haar ogen gevuld met trots dan denk ik maar weer ‘alles voor het jong’.

Erken

Wat als ik nu eens alles erken?
Dat ik accepteer dat alles voorbijgaand is,
dat niets de bedoeling heeft aan me te kleven,
dat alles eens bedacht en overdacht is,
dat emoties hun gang mogen gaan,
dat verzet zinloos is,
dat ik niet mijn gedachten ben,
evenmin mijn gedrag en emoties.

Wat als ik nu eens alles erken?
Dat frustraties, verdriet en boosheid
zich als een klein kind aan me gehecht hebben,
dat zij allen zorgen voor vertroebeling
van mijn blik,
dat ze zorgen voor hoofdpijn, rugpijn en
zielenpijn,
dat ze zorgen voor blokkades en schaduw.

Wat als ik nu eens alles erken?
Dat ik omarm wat komt,
verwelkom het leven zoals het zich aandient,
mooi, aftands, bruut, puur,
gebekt met bijtgrage tanden,
klaar om te verscheuren,
te graaien, te verkrachten,
op een kwetsbaar moment.

Wat als ik nu eens alles erken?
Dat mooie kleurige en fijn zoetgeurende kanten,
uitgespuugd worden,
de donkere bittere vruchten,
met smaak genuttigd worden,
gooi het in de pot en roer,
machteloos,
zonder verwachtingen

Wat als ik nu eens alles erken?
Dat pijn een gast is,
die ook weer vertrekt,
dat vreugde gevierd mag worden en
weer vertrekt,
dat angst, plezier, euforie, boosheid,
allemaal gasten zijn, komend en gaand,
dat de liefde doorvoeld mag worden en
een plaats krijgt aan tafel,
vaste gast in dit huis.

Wat als ik nu eens alles erken?

 

 

 

 

 

 

 

Energie

Er zijn van die dagen. Dan zit ik vol met energie. Het kan niet op. Dan spring ik uit bed en kleed me vliegensvlug aan. De ‘wat-doe-ik-aan-stress’ is nergens te bekennen. Ik zorg er tegelijk voor dat twee kinderen ook aangekleed zijn. Verzamel alle was en prop het beneden in de machine. Machine aanzetten. Klaar. Hop, boterhammetjes smeren, broodtrommeltjes vullen, appeltje erbij en wat te drinken. Rugzak zoeken. Geen paniek. Binnen een mum van tijd is de rugzak vanuit zijn schuilplek naar boven getoverd. Nu zelf nog een ontbijtje eten en kinderen naar school brengen.

Dan met moeder naar de stad. Wat al best een opgave is, kan ik uit ervaring vertellen. Maar niets kan mijn energie naar beneden krijgen zelfs een slurper niet. Nieuwe bril uitgezocht en ach, doe er ook maar een zonnebril bij. Verder nog inkopen doen voor de lunch en het diner. We geven een klein dinerpartij voor de oudste dochter en haar lief (zij 5 jaar en hij 6). Ze hebben een tafeltje voor twee in de huiskamer gereserveerd. Op het menu staat: friet, knakworstjes en appelmoes. Voor het pedagogisch verantwoord effect heb ik er een schaaltje komkommer en mini tomaatjes bij gedaan.

Dan in de middag nog even stofzuigen, was in droger stoppen en een wc onder handen nemen. Hop naar een overleg met de gemeente. De gemeente had twee jaar geleden een gedachte. Er moest een megalomaan project uitgevoerd worden in het park waar ons huis aan grenst. Voor het project waren een paar miljoentjes (die de gemeente niet had)gereserveerd en een slachting van het halve park zou het resultaat moeten zijn van een prestige project. Daar hebben de bewoners een stokje voor gestoken en sindsdien ben ik redder van bomen in de buurt.

Na dit overleg tijd voor iets leuks. Met de meiden van de komende expositie elkaars werk bekijken. Wat ontzettend gaaf wordt onze expositie tijdens de Kunstroute. De energie die een beetje was ingekakt door het gesprek in de kou met de ambtenaren van de gemeente is door de meiden weer tot volle hoogte gepompt.

Dan tijd voor het romantisch diner voor twee. Na afloop een grandioze afsluiting met een spel waar de jongste nog niet helemaal klaar voor was. ‘Het is een beest en begint met de letter s.’ Cato roept dan volmondig en enthousiast: ‘KIP’. Hahaha, nee geen kip. Nieuwe poging. ‘Het staat op de schouw en begint met de letter b.’ Cato weer: ‘KIP’. Dit spel kan zo heel lang doorgaan en iedereen heeft lol.

Opeens is het avond en bedtijd. Het leen-zoontje wordt terug naar huis gebracht en mijn meiden krijgen een kus voor het slapen gaan. Tijd voor mijn blog. De adrenaline en energie van de dag stromen nog door me heen. Het is nu tijd voor ontspanning. Bij manlief kan ik niet terecht, want die staat zo strak als een stuiterbal. PSV voetbalt vanavond een wedstrijd. Ik geloof dat het best belangrijk is, want manlief wil niet gestoord worden. Hoogstens voor een nootje en een biertje. De signalen zijn duidelijk. ‘Stoor mij niet’, staat op zijn voorhoofd geschreven en in zijn blik te lezen. Dat komt mij goed uit. Hij is stil, op een ‘tjonge jonge schiet die bal er nou eens in’ na, zodat ik fijn verder kan met mijn schrijfsels. Zolang de energie vloeit moet je haar gebruiken. Vannacht maak ik weer een nieuwe dosis aan. Ik hoop dat deze morgen weer zo vloeiend vloeit.

Eindbestemming

Het is vandaag een heuglijke dag. Een echte feestdag, maar dan wel eentje die ingetogen wordt gevierd en waar niemand in mijn omgeving van bewust is. Het is de dag dat ik voor de 55ste keer achter deze laptop zit om een blog te schrijven.

Op oudejaarsdag begon het te gloeien in me. Er moet geschreven gaan worden. Het beest dat “angst” heet moet in de bek gekeken worden. Recht in zijn ogen en met een vertrouwen en zelfverzekerdheid zou ik hem aankijken en roepen dat hij geen macht meer over mij heeft. Ik besloot vriendschap te sluiten met mijn laptop, mijn vingers in beweging te laten komen en gewoon te beginnen. Nou ja, gewoon. In het begin vond ik het soms moeilijk. Dan zat ik te worstelen met een onderwerp. Is dat wel boeiend genoeg, vroeg ik me dan af. Zit men daar nu op te wachten? Alsof er horde lezers mijn blog lezen. Ik las dan interviews van schrijvers die verklaarden dan hun pen het werk deed. Ze wisten niet van te voren waar het boek over zou gaan, soms wel globaal, maar nee, het boek schreef zichzelf. Natuurlijk, dacht ik dan. Wat een onzin. Maar na een blog of tien raakte ik in de ban van de woorden en de zinnen. De inspiratie kwam uit alle hoeken van mijn lijf. Niet alleen uit de kamers van mijn hersenpan, maar meer nog uit de krochten van mijn ziel. Deuren vlogen open, winden waaiden de woorden op het scherm. Soms bruut, soms met humor, maar heel vaak met diepe emoties. Ik schrijf niet voor de lezer. Ik schrijf voor mezelf. Ik leer mezelf kennen en leer de schrijver in mezelf kennen. Het gaat om de oefening. Het resultaat is veel minder boeiend. Zoals de almachtige Boeddha ook al zei ‘het gaat om de weg en niet om de eindbestemming.’

Met schrijven bereik je nooit een eindbestemming. Dat is een illusie. Een boek kan wel afgerond zijn door het te drukken en een mooie kaft om heen te slaan. Een gedicht kan voltooid zijn om voor gedragen te worden en de luisteraar te beroeren, maar een eindbestemming bereikt een schrijver nooit. Zo lang er leven is, zijn er gedachten. Zo lang er gedachten zijn, wil de schrijver ze vatten. Verhalen maken, emoties delen, zichzelf begrijpen, de wereld duiden. Het kan niet anders. De schrijver schrijft en ik schrijf mijn 55ste blog. Lang leve de woorden. Ze hebben me al veel gebracht. De zoektocht gaat voort.

Ruggetje

Ik kom uit een positieve bubbel. Dit weekend was ik tot rust gekomen, had positieve mensen om me heen en voelde me goed. Gelukkig voel ik me nog steeds goed, maar eenmaal op het werk gekomen werd onmiddellijk mijn positieve bubbel doorgeprikt. Niet zachtjes met een klein prikkertje. Nee, bruut met een zwaard.

Ik zit goed in mijn vel en ben, dat staat daar los van, sensitief. Dat betekent dat ik de prikkels in mijn omgeving fijn allemaal mee pak. Dit is licht cynisch bedoeld, want het is allerminst altijd fijn om de gevoelens van mijn omgeving ook te voelen. Op het werk aangekomen voelde ik dat de glimlach op mijn gezicht langzaam veranderde in een strakke grimas. Ik deel een kamer met drie andere collega’s. Dat is voor mij echt veel. Vier verschillende mensen met vier verschillende energieën. Nu zitten daar twee collega’s bij die een energie bij zich hebben die niet storend is, althans meestal niet. Maar nummertje drie dat is een ander verhaal. Hij is een energieslurper. Hij kan via zijn rug communiceren. Zijn non-verbale houding, dat is trouwens de enige vorm van communicatie, non-verbaal, aangezien hij weigert te spreken tegen ons, is zo negatief dat het arme ruggetje er strak van staat. Licht gebogen wandelt dit ruggetje door de kamer en stoot in een dag een hoeveelheid negatieve energie af, dat als je dat zou kunnen omzetten in elektriciteit je er een arm weeshuis in Roemenië voor drie jaar mee zou kunnen verwarmen. Ongelooflijk. Dat arme ruggetje zit niet lekker in zijn vel. Al heel lang niet. Het ruggetje heeft het moeilijk.

Ik heb lang last gehad van deze energieslurper, maar vandaag niet. Vandaag dacht ik aan het vasthouden van de liefde die ik voel. Ook dit ruggetje heeft liefde nodig. Heel veel, zodat het ruggetje zich kan ontspannen en kan inzien dat het leven niet voortdurend een gevecht hoeft te zijn tegen wie dan ook. Dat het ruggetje het ook verdient om eens breeduit te lachen en gelukkig te zijn. Misschien moet dit ruggetje eens een wekend op stilte retraite of een paar maanden. Ik daarentegen ben thuis gekomen, letterlijk en figuurlijk en heb helemaal geen bubbel nodig.

Terug

En dan opeens ben ik weer thuis. Een weekend weg is kort, maar het voelde voor mij wel alsof ik even helemaal uit was. Ik stond op standje “uit”. Ik hoefde even geen moeder te zijn of echtgenoot, dochter, vriendin, zus, werknemer. Alleen met mezelf, omringd door mensen die allemaal zoekende zijn en hun eigen weg volgen. Het was een weekend vol nieuwe ervaringen en inzichten. Ook een weekend van stilte en thuis komen bij mezelf. De ervaring dat rust in mezelf zit en dat ik dat kan vinden is prachtig. Een weekend van eigen ritme, van slapen tot actief. Ik heb alleen maar thee gedronken en water. Een weekend van zuiver bezig zijn.

Het eten was inbegrepen. De hele dag werden we verwend. De dag begon met yoghurt, bietensap, muesli, noten, eerlijk brood en kaas. De lunch werd gevierd met pasta en salades en ’s avond werd biologisch en veganistisch gekookt. Met veel kruiden werd alles op smaak gebracht en door de aandacht die we aan het eten besteedden (door in stilte te eten) genoot ik ook echt van het eten.

Manlief vindt alles prima. Steunt me in elke zoektocht en houdt mijn hand vast gedurende de weg. Maar er zijn grenzen. Zo vertelde hij me heel duidelijk dat ik echt niet terug hoefde te keren met het idee dat we vanaf nu volledig biologisch en (al helemaal niet) veganistisch zouden moeten gaan eten. Dat gaat bij ons thuis niet gebeuren. Manlief is niet macho, maar houdt van een stukje vlees. Hij is daarin best bescheiden. Het hoeft niet groot te zijn en niet veel, maar er moet vlees op tafel staan. Aangezien hij altijd kookt heb ik daar dan ook weinig over te zeggen. Dat wil ik trouwens ook niet, want ik houd ook van een bescheiden stukje vlees op zijn tijd. Een heel weekend gezond eten sluit ik dan ook af met een heerlijk patatje oorlog en een bereklauw met satésaus erbij. Om de balans weer wat te herstellen.

Voelen

Ik zit nu hier in een afgelegen plaats stilte te ervaren. Dat valt op momenten erg mee. De gedachten zijn al redelijk koest en het gevoel dat ik eerlijk ben naar mezelf is sterk aanwezig. Toch blijft het aan de andere kant lastig. Ik zit in een groep met andere mensen, mensen met hun eigen gedachten en emoties en verhalen. Soms is het fijn om met anderen van alles te delen en soms wil ik gewoon stil zijn.

Vandaag merkte ik aan een van de deelnemers dat zij totaal geen rust kon vinden. Dat vond ik erg vervelend en het raakte me. Ik zag de frustratie, boosheid en radeloosheid. ‘Ik kom hier voor rust en iedereen zit maar te kakelen, overal. Zelfs in de sauna.’ Haar zoektocht naar rust is geen zoektocht die buiten haar ligt. Rust ervaar je niet doordat de rest van de wereld stil is. Rust ervaar je in jezelf. Het mooiste is dat als het buiten stormt jij in het middelpunt van de storm je ogen sluit en de rust ervaart. Dat punt is haalbaar. Dat ervaar ik zelf. Het blijft wisselvallig, want elke dag, elk uur, elke minuut is anders. Wat ik hier veel terugkrijg is dat het goed is. Het is allemaal goed. Ben je boos, wees boos. Ben je blij, wees blij. Ben je verdrietig, huil. Alles is goed.

Ik merk aan mezelf een fysieke verandering. Gisteren kwam ik aan met enorme rugpijn. Kon bijna niet uit de auto stappen van de steken in mijn onderrug. Dat werd steeds erger. Vanochtend kon ik bijna niet uit bed komen. De tranen sprongen in mijn ogen van de pijn. Na eerst een yogales, daarna een voedzaam ontbijt had ik een intense sessie. Dat ging over voelen. En ja, als je echt voelt en dat gevoel er helemaal laat zijn dan lost het zich op. In plaats van weglopen, de strijd aangaan en als verliezer uit de bus komen -want je verliest namelijk altijd- is het gewoon beter om mee te gaan. Erken het gevoel. Wees eerlijk naar jezelf en laat het maar gebeuren. Een storm gaat vanzelf liggen, na de winter wordt het vanzelf lente, na een dag vol regen komt vanzelf de zon, na een huilbui komt ook weer een lach. Laat het maar gebeuren. Dat is de les die ik mee terugneem.  Terug naar het leven, mijn mooie leven met al mijn schatten om me heen.