Donker

woensdagochtend
ontbijt
glas water
auto in

de snelle weg op
radio op tien
luidkeels zingen
parkeerplaats op

handrem aangetrokken
sleutels in mijn zak
pas aan mijn broek
goedemorgen

de lift blinkt
even mijn haar
checken in de spiegel
deur door

collega staat daar
kijkt me aan
bruine ogen
ze staan droef

haar lippen zeggen
de woorden
een omhelzing
dan loopt ze weg

ik loop de donkere
kamer in en zit
zie jou tegenover me
maar je bent er niet

weggerukt uit het leven
en ik zit in het donker
ik zit
alleen