schrijf

schrijf een brief aan je dochters
over het leven
over wat je weet
over wat je niet weet

schrijf je dochters over de liefde
over muziek, kunst, poëzie
over dat angst erbij hoort
over pijn en verdriet

schrijf een brief aan je dochters
laat ze lezen alle woorden
die je kunt vinden
die zeggen dat je van ze houdt

 

 

Men kan zich

Men kan zich zo vermoeien met zichzelf
over bijvoorbeeld de vrees voor de vrije val van de woorden
de ingewikkelde vermomde brieven aan zichzelf die verhalen heten
maar eerder gaan mijn gedachten uit
naar een man met cowboylaarzen en een hoed op
die zo uit een film is gestapt
en naar een vrouw met kersenrode lippen
en borsten die uit haar jurk willen ontsnappen

Wulps is zo een mooi woord.

Opkomst

Ik zag je opkomen
glorieus
is dat het goede woord?

Ik kon niet slapen
gedachten werden vermengd met
zachte voetstappen
van een vogel
boven op mijn tent
mijn kind lag aan mijn voeten
zacht snuivend
dino stevig omklemd
in haar armen

Buiten waaide het
en mijn blaas riep
om aandacht

Ik zag je opkomen
majestueus
is dat het goede woord?

Het was donker
de dauw kleefde aan
mijn voeten
op het water witte
verschijningen
deinend heen en weer
het wiegen van de opkomst
van de nieuwe dag
vol mogelijkheden

Ik zag je opkomen
goddelijk
is dat het goede woord?

Het bankje was vochtig
ik voelde rillingen
langs mijn rug

Langzaam naderde
een man in een boot
behoedzaam varend
niet zoals mijn gedachten
die komen en gaan
behoeden mij niet
van pijn, verdriet, lijden
maar nu zag ik het water
ik verstilde

Ik zag je opkomen,
wonderlijk,
dat is het beste woord

Ik zag je opkomen.

 

 

 

 

 

 

 

Ik ben verloren
loop de straat uit
hoek om
kijk om me heen
herken de gebogen
lantaarnpaal
met die groene kap
geknakt na contact
met de zwarte volvo

Net als die paal
ben ik gedeukt
de bomen vangen
mijn wind
en in de ruiten
van de winkels
zie ik de ogen
van een kind
capuchon op

Als ik verder loop
verlies ik nog meer
gedachten aan jou
en meer nog aan mezelf
wie ik was
wie ik ben
wat ik wil
teveel om te verliezen
teveel om te bedenken

Groen mos zie ik
tegen de boom opklimmen
een bestaan opeisend
zonder concessie
maar wel met compassie
grote woorden uit
dikke boeken
wat betekent het
als ik ze denk

Achter het licht aan
wandel ik verder
liggend in bed
want alles wat ik denk
denk ik niet alleen
op straat of in het park
in elk verloren moment
schuilt de mogelijkheid
om hier te zijn.

Zakdoekjes

Langzaam wordt de blank houten kist
naar binnen gerold door de kinderen
grote stevige mannen houden
zich vast aan de ronde knopen

Twee grote boeketten sieren de top
rode en witte rozen omstrengeld
een wit lint houdt ze samen
vasthouden aan wat er niet meer is

Zakdoeken spelen de hoofdrol
sommigen van papier
een enkele van stof, rood wit geruit
verfrommeld in de broekzak
van het gekreukelde pak, jasje, dasje, bewegen zich ongemakkelijk

De dood staat centraal ook al wordt
het tegendeel beweert en niet alleen
jouw dood, iedereen die vertrokken is
passeert opnieuw en de tranen
vermengen zich met het nu en wat was
en zelfs met het onvermijdelijke

Foto’s worden getoond en muziek
galmt door de arena van de dood
iedere hoge toon gevolgd door een snik
gevolgd door het ophalen van neuzen

De koffie en thee geven de dood
de laatste kans om zijn aanwezigheid
te benadrukken, na de koude kop
rooibosthee stap ik de winterlucht
in en haal drie keer diep adem
mijn papieren zakdoeken achterlatend.

Dromen

witte paardenkak en paarse kattenslijm
in mijn dromen kan het allemaal waar zijn
omgeven door bergen met chocola
laven aan limonade met aardbeiensmaak

de muren die turen en naar me lachen
wolken die voorbij vliegen en me willen pakken
om me heen vliegen fietsen en fietsen vliegen
een circus in mijn hoofd

een lach wordt een traan van puur goud
ik was me in stralen van de regenboog
mijn haren geel blauw en rood
vingers zijn harken en ogen staan uit elkaar

maar alles kan als je van potlood bent
benen zonder tenen, huppelend er op uit
fluitend buiten naast bloemen en vlinders
de tomeloze fantasie stroomt in de ruimte

alles kan waar zijn

 

 

Schijn

Ga ik op zoek
naar de schuchtere schaduwen
die me omringen

Val ik in de diepe donkere
kuilen van teleurstelling
zuchtend gooi ik mijn
frustraties in de lucht

Adem ontsnapt met gegrom
diepe teugen inhaleer ik
en verleer telkens los te laten

Met gesloten ogen bedenk
ik maar weer alles wat anders kan
en zie voortdurend het groenere gras

Licht dringt naar binnen
ogen gaan open, wimpers wijken
schaduwen verdwijnen
maar dat, dat is maar schijn

 

Ben Ali Libi

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In ’t concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Willem Wilmink

Lang geleden
te lang geleden
de woorden
verdwenen

Te lang geleden
niet gebleven

Vertrokken
achter schermen
verstopt
in gedachten verpakt

Te lang geleden
verse zinnen

Niet meer bedacht
of misschien
geparkeerd
in sluimerstand

Veel te lang geleden