Zakdoekjes

Langzaam wordt de blank houten kist
naar binnen gerold door de kinderen
grote stevige mannen houden
zich vast aan de ronde knopen

Twee grote boeketten sieren de top
rode en witte rozen omstrengeld
een wit lint houdt ze samen
vasthouden aan wat er niet meer is

Zakdoeken spelen de hoofdrol
sommigen van papier
een enkele van stof, rood wit geruit
verfrommeld in de broekzak
van het gekreukelde pak, jasje, dasje, bewegen zich ongemakkelijk

De dood staat centraal ook al wordt
het tegendeel beweert en niet alleen
jouw dood, iedereen die vertrokken is
passeert opnieuw en de tranen
vermengen zich met het nu en wat was
en zelfs met het onvermijdelijke

Foto’s worden getoond en muziek
galmt door de arena van de dood
iedere hoge toon gevolgd door een snik
gevolgd door het ophalen van neuzen

De koffie en thee geven de dood
de laatste kans om zijn aanwezigheid
te benadrukken, na de koude kop
rooibosthee stap ik de winterlucht
in en haal drie keer diep adem
mijn papieren zakdoeken achterlatend.

Dromen

witte paardenkak en paarse kattenslijm
in mijn dromen kan het allemaal waar zijn
omgeven door bergen met chocola
laven aan limonade met aardbeiensmaak

de muren die turen en naar me lachen
wolken die voorbij vliegen en me willen pakken
om me heen vliegen fietsen en fietsen vliegen
een circus in mijn hoofd

een lach wordt een traan van puur goud
ik was me in stralen van de regenboog
mijn haren geel blauw en rood
vingers zijn harken en ogen staan uit elkaar

maar alles kan als je van potlood bent
benen zonder tenen, huppelend er op uit
fluitend buiten naast bloemen en vlinders
de tomeloze fantasie stroomt in de ruimte

alles kan waar zijn

 

 

Schijn

Ga ik op zoek
naar de schuchtere schaduwen
die me omringen

Val ik in de diepe donkere
kuilen van teleurstelling
zuchtend gooi ik mijn
frustraties in de lucht

Adem ontsnapt met gegrom
diepe teugen inhaleer ik
en verleer telkens los te laten

Met gesloten ogen bedenk
ik maar weer alles wat anders kan
en zie voortdurend het groenere gras

Licht dringt naar binnen
ogen gaan open, wimpers wijken
schaduwen verdwijnen
maar dat, dat is maar schijn

 

Ben Ali Libi

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In ’t concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Willem Wilmink

Lang geleden
te lang geleden
de woorden
verdwenen

Te lang geleden
niet gebleven

Vertrokken
achter schermen
verstopt
in gedachten verpakt

Te lang geleden
verse zinnen

Niet meer bedacht
of misschien
geparkeerd
in sluimerstand

Veel te lang geleden

 

Renku

Tijdens het schrijfweekend Japanse Versvormen heb ik geleerd wat een Renku is. Dat is een kettinggedicht. Dichters komen bij elkaar en maken afzonderlijk van elkaar verzen die in totaliteit een geheel vormen. De verzen worden dan wel afzonderlijk van elkaar geschreven, maar borduren voort op elkaar. Dat is een hele spannende manier van samenwerken en het eindresultaat is altijd uitzonderlijk.

Hieronder staat de Renku die we hebben gemaakt waarvan ik het eerste vers heb geschreven.

schrijfopdrachten volgen elkaar op
potloden krassen op papier
het licht schijnt in het midden

hersens kraken hoorbaar
woorden worden gewikt en gewogen

niet zo dralen maar
laat het gebeuren zonder
angst om te falen

spontaan zegt Cootje
maar wat is dit moeilijk

woorden en zinnen
vinden hun plek op papier
als bloesem in mei

in deze maanloze nacht
zijn zij het die licht geven

en betekenis aan wat geschreven wordt
om wat zal blijven
en wat weer weg zal gaan

deze dagen opgeslagen
in het ruisen van de lindeboom