Cato

Haar ogen zijn amandelvormig,
helder blauw,
ondeugende blik,
rode lippen,
blinkend donker blond haar,
ze is mooi,
klein,
krachtig en dapper,
met een stevig rechterbeen,
die ballen de kelder in schiet,
een lach om haar lippen,
van de grapjes in haar hoofd,
de billen die zwieren op “Fireball”,
altijd dat hemd omhoog,
rug hol,
tong uit haar mond,
bulderende lach,
vult de ruimte,
haar knuffels zijn stevig,
beklemmend,
af en toe onzeker,
je gaat toch niet weg vragen haar ogen,
ze zegt,
ik hou zo veel van je dat ik ervan moet huilen,
een gedeelde traan,
recht in mijn hart,

mijn cadeau,
mijn Cato

 

 

 

 

 

 

Zoektocht

Wanhopig op zoek naar het woord, de zin,
het verhaal, de titel,
zoals een blanco canvas gevuld wordt met
de compositie, de kleuren, de diepte, de idee

laag voor laag
structuur over structuur.

Mooie zinnen vloeien voort
als druipend nectar uit een bloem,
soms moeiteloos, soms onder dwang

maar wat is mooi,
wat is schoon, wat is kunst?

Woorden lukraak achter elkaar plaatsen maakt nog
geen zin, zinnen die op elkaar voortborduren
maken nog geen verhaal, gedicht, lied.

Mooie woorden vind ik overal, op straat,
op een muur, in een folder, op zolder.

Woorden als contemplatie, extase, klavecimbel, inquisitie, parasiteren,
niet altijd bruikbaar, doch wel schoon,
die klank, die samenstelling,
als een symfonie die je voert naar andere
werelden, verre oorden.

Dat is het doel, dat is de wens,
tot die tijd blijf ik zoeken.

Storm

De storm in mijn hoofd
wakkert alle gevoelens aan
zenuwen kriebelen
haartjes vliegen met een rotgang overeind
gedachten beuken als golven tegen de kustlijn
in mijn hoofd.

De zon poogt binnen te dringen
een ongenode gast
niet toestaan, wordt uit de
krochten van mijn ziel geroepen
laat maar buiten staan
schaduw is waar behoefte aan is.

De storm raast verder
zwaar moet de lucht zijn
zeker niet geklaard
dat verklaart alles
of toch niets
of als het alles is, is het dan ook niets.

In het niets schuilt het iets en
het iets is dan toch altijd meer dan niets.

Laat maar stormen
laat maar gaan
moeten voelen en
voelen wat moet
te weten dat ik leef in het oog van de storm
dat is wat het is.

Een stormachtig leven
is altijd meer dan niets.