Storm (2)

Foto Hysterie                                                                                    Foto: Maaike Dekkers

Soms is het onbegonnen werk
de geest te sussen met positieve gedachten

Waarom niet zwelgen in je ellende
wentelen in de schaduw?

Schijnt de zon niet feller
na een hevige alles vernietigende storm?

Mijn storm woedt over de open vlakte
zichtbaar, kwetsbaar, ongenaakbaar,
ik kleed me uit
voel de regen op mijn naakte lijf

Laat de aarde mij opzwelgen
opzuigen, verstrengeld door
de mosgroene modder
mijn huid besmeurd

Morgen droog ik me
laat me branden door de zon
getekend door de ervaring
met een harnas trek ik ten strijde.

Victorie

Verstilling                                                                                       Foto: Maaike Dekkers

Je steekt je armen uit, ik wil bij je schuilen
niet alleen voor de brandende zon
meer nog voor de neerslachtigheid

die op de loer ligt om me van achteren te
grijpen, net zoals een leeuw zijn
prooi als bij verrassing bespringt en verscheurt.

Wat ik nodig heb kan jij me bieden
niet alleen door je formaat, je grootsheid,
je aanwezigheid geeft me de mogelijkheid
te vluchten voor de drang de schaduw
op te zoeken, het licht bij donker uit te sluiten.

In jouw armen ruik ik de zoete geur van
veiligheid, zoals de appeltaart de keuken geurt om
de potentie van gezelligheid aan te geven
zo draag jij de geur bij je van de bescherming
die je me zal bieden voor welke storm dan ook.

De stormen die gaan komen… dat weet ik
de wind zal zijn best doen het riet te laten barsten
de regen dringt als een onwelkome gast binnen
de bliksem slaat op het juiste moment toe.

Dit alles kan mij niet deren,
kijk ik uit het raam, zie de storm op zijn
zwarte hengst door het hek binnen
marcheren.

Die strijd gaat hij verliezen,
jouw armen zijn sterker dan alle rossen,
stalen of van vlees tezamen, en met
jouw geur breng je de laatste vernietigende slag toe.

Later

Hoop foto                                                                                         foto: Maaike Dekkers

Als ik later groot ben

Als ik later groot ben, word ik schrijver en dichter,
ik schrijf dan over de liefde,
dicht de mensen dichter naar elkaar.

Als ik later groot ben, word ik astronaut en tovenaar,
ik vlieg dan naar de sterren, verzamel sterrenstof,
vermeng deze met liefde en strooi wat in de ogen van alle mensen.

Als ik later groot ben, word ik president van de wereld,
ik zorg er dan voor dat alle mensen dezelfde taal spreken,
die van de liefde.

Als ik later groot ben, word ik dirigent,
ik dirigeer het wereldorkest en breng
het lied van de liefde ten gehore.

Als ik later groot ben, word ik uitvinder,
ik ontdek een onzichtbaar touwtje en verbind
alle mensen in de wereld aan elkaar.

Als ik later groot ben, word ik opticien
ik maak een bril waardoor alle mensen gelijk zijn,
verschil in huidskleur bestaat niet meer.

Als ik later groot ben, word ik dokter en geluksprofessor,
ik zorg ervoor dat alle mensen in de wereld worden
ingeënt met liefde en een gelijke dosis geluk.

Als ik later groot ben word ik wapenmaker, ik zet een wapen in elkaar zonder kogels, maar met pijlen, recht in het hart
waardoor liefde in de wonden sijpelt.

Als ik later groot ben dan houd ik van jou, en van jou en
van jou en van jou en van jou en van jou en
van jou en van jou en van jou en
van jou en
van jou

en het meest houd ik van jou.
 

Verstikking

In mijn droom sta ik op een open veld,
op mijn blote voeten
in een hemd zonder mouwen

donkere wolken grijpen om zich heen
z
e dreigen
z
e komen steeds dichter bij

dreigend boven me, onder me, naast me
k
laar om toe te slaan
o
m me te grijpen

de wind blaast mijn haren omhoog
m
et een rotgang
m
aakt mijn gezicht ruw
l
aat striemen achter
a
ls oorlogswonden
b
loedend

de kou grijpt me
b
ij mijn strot
t
wee handen omklemmen haar
k
nijpen, dichter en dichter
a
lle lucht verlaat
m
ijn lichaam

mijn lijf komt in opstand
m
ijn hart beukt
s
chreeuwt om verlossing
m
ijn tenen schieten in een kramp
b
enen verlammen
i
k stort op de grond
b
loed druipt uit mijn oor
b
ewustzijn wordt helder

dit is het moment

nu ga ik
Ik wil niet
Ik ga

doodstil lig ik in het gras
i
k wil gillen,
vloeken
t
ieren

roepen om hulp,
m
aar mijn mond is er niet meer
s
tembanden zijn verdwenen
l
angzaam los ik op
v
erlaat mijn lijf
s
tijg uit mezelf

smak terug op de grond
e
n schrik van een schreeuw
e
en oerkreet
o
pen mijn ogen

luister
i
k herken die stem
s
chor roept die stem

stop, stop
p
ijn voel ik in mijn keel
i
k adem onrustig en snel

voel mijn benen
k
eer mijn rug toe en
v
erlaat het veld.

Zon

Warme stralen verlammen mijn benen
ik kijk naar beneden
het zicht is te fel
het leven te confronterend om aan te kijken
recht in haar smoel

De warmte maakt me apathisch
ik vertrek, maar blijf ook hier
ik hoor, maar luister niet
ik zweef zo een beetje boven mezelf
overschatting van het moment

Nu de kou zijn intrek weer neemt
keer ik terug en zet mijn voeten
aan de grond, geaard
hoor, zie en luister ik
de avond brengt me terug

Mag ik morgen
misschien weer zijn
helemaal, zonder hindernissen
ook al is het warm, dan wel koud
mag het niet uitmaken?

Gebonden

Gedicht voor iemand.

Zoekend naar het licht.
tastend in het donker.
Een gezicht, een blik in de ogen,
een gebaar,
troostend en soms
slopend.

Goedbedoeld,
maar vaak verwarrend.
Twijfels bij die ander.
Doe ik het goed?
Begrijp ik je goed?
Kan ik je helpen?

Boosheid uit pure frustratie,
onbegrip
zoekend naar antwoorden
op vragen,
te veel vragen.

Terugkijkend op het leven,
respect voor dit kostbare geschenk,
volgemaakt op je eigen manier,
maar niet met veel overtuiging of geluk,
wars van kritiek.

Rest niets anders dan bewondering,
Voor jouw gevecht in het donker.
Graag zou ik je verlichting geven,
Mijn handen gebonden
Rustend in de schaduw.

Geluk

Vele lentes later zit ik hier
verlaten achter een raam
een raam dat uitkijkt over
alle mogelijkheden die onbenut blijven
een venster naar de toekomst
maar ook een spiegel naar het verleden
ik kijk er niet door heen
staar in de diepte en zie niets
niets van wat komen gaat
niets van voorbijgaande aard
maar wat is het nu
een blanco scherm
een onbeschreven blad
een niet opgetikt verhaal
een fantasieloos gedicht
het is eigenlijk niets anders dan
geluk
verlammend geluk
dat zorgt voor het stilleggen
van de creatieve stroom
want in het donker leeft er meer
want in de schaduw zwerven de emoties
slaan ze op hol en creëren het lot
maar wat is er nu
een onbestemde rust die woelig woest woedt
een bestendigheid die onbestemd is
een passiviteit die verlamd
altijd weer dat verdomde
geluk

 

Strand

Ga je mee naar het strand?
schelpen zoeken, korrels rapen, golven breken,
luisteren naar het ruisen van de ruige wind.

Ga je mee naar het strand?
tenen onderdompelen in de zompige blubber, kwallen
oppotten, zand tussen je tanden laten knarsen.

Ga je mee naar het strand?
de zonnestralen laten branden op je neus, je plas laten gaan in de zee, ijsjes eten met gekleurde spikkels in hoorntjes.

Ga je mee naar het strand?
gooien met een gevonden deksel, jutten van flessen, takken en andere bruikbare materialen die toch ongebruikt blijven.

Ga je mee naar het strand
of blijf je liever zappen op de bank
of staren naar je nepleven op Facebook?

Ga toch mee!

Prutselen

Vandaag stond in het teken van knutselen en prutselen met kleuters. Ontzettend leuk om die kleine mensjes met hun tongetjes uit hun mond en hun kleine vingertjes vol verf en lijm de leukste paascreaties te zien maken.
Ze voelen zich compleet op hun gemak, geven alles in het moment en zijn een lichtend voorbeeld voor alle grote mensen die erbij waren.

De volgende gedachte kwam op en het gedicht, dat al eerder op mijn papier was neergestreken, vroeg me vandaag om aandacht. Zo heb ik zelf toch ook nog wat geknutseld en prutseld.

Was ik maar verlicht,
dan maakte ik de wereld lichter.

Ga

Geen moment uit mijn gedachten
altijd klaar om op te staan
in beeld en geluid
probeer ik je te vatten
maar telkens glip je
uit mijn handen.

Wat kan ik nog meer
doen, dan mijn armen
naar je uitsteken
mijn vingers door
je haren laten glijden.

In de zee van je ogen
lees ik je verhaal
ik beloof je dat ik
zal horen.

Nooit uit mijn gedachten,
laat ik je gaan

Kunst

Nooit bewust van schoonheid om me heen.
Nooit bewust van woorden die ik sprak.
Nooit bewust van geluid dat me omringt.

Lopend over straat nam ik alles voor lief
doelloos
struinend met een leegte om me heen.

De leegte die wanhopig probeerde
overeind te blijven
niet laten merken dat je aan de kant wordt geduwd.

Langzaam plaats maken voor kleur,
compositie, contrast.
De verbazing en verwarring meester worden.

Diep kruipt de schoonheid onder mijn huid,
bevangen door de letteren, overvallen door het bestaan
loop ik nu door de straten, zie ik de wereld.

Nooit meer onbewust.
Nooit meer doelloos.
Nooit meer leeg.