Zwembad

Het hebben van kinderen is over het algemeen niet echt verschrikkelijk. Er zijn regelmatig momenten dat ik ontroerd raak of in de lach schiet door het kleine grut. Soms vraag ik me wel af waarom ik opeens, BAM 30 stond in de jaarteller, in mijn leven de wens om voort te planten had. Nu vind ik het al vaak vermoeiend om mezelf gezelschap te moeten houden, laat staan de factor twee in het kwadraat vermenigvuldigd met een energie van 688 erbij. Wiskunde was niet mijn sterkste punt. Wat ik probeer te zeggen is dat kinderen af en toe hinderlijke spiegel voorhouders zijn.

Dat is dan nog tot daar aan toe (wat een gekke zin is dat eigenlijk, tot daar aan toe), maar bij het hebben van kinderen hoort natuurlijk ook pedagogisch verantwoord gedrag van de ouders. Ik heb zelf nooit een handboek pedagogiek vast gehad, dus ik doe maar wat. Vaak voel ik wel aan wat goed werkt en wat uitmondt in drama. Alle ouders zijn toch ervaringsdeskundigen.

Wat ze mij nooit vertelt hebben bij de puf-cursus is dat als dat grut groot genoeg is, ze naar zwemles moeten. Ja, logisch natuurlijk in een land dat ver beneden zeespiegel zijn kop boven water probeert te houden. Maar toch, ik had er nooit zo bij stil gestaan dat dat erbij hoort en hoe dat dan zou zijn. In één woord: Hel. Als kind vond ik zwembaden fantastisch. Let wel, mijn ervaring had ik opgedaan in een klein en overzichtelijk buitenbad waar iedereen elkaar kent en er sociale controle heel normaal was. Het woord “bemoeizucht” kenden we toen nog niet. In dat buitenbad heb ik leren zwemmen. De enige mogelijkheid om te zwemmen was van april tot eind september en dus zwom ik elke dag van april tot eind september. Dan leer je het snel genoeg.

Nu heb je allerlei verschillende zwemles-concepten en theorieën. Wat werkt het beste, weet natuurlijk niemand want elk kind is verschillend. Mijn oudste vindt zwemmen leuk en wilde vorig jaar na de zomervakantie op les. Prima. Regel ik, dacht ik. ‘Nee mevrouw, na de zomer wil iedereen op les dus u kunt op de wachtlijst voor woensdagmiddag of, oh ik zie het nu net voorbij komen, er is nog 1 plaatsje op vrijdagmiddag om 18.00 uur’. Manlief riep door de telefoon ‘verkocht.’ Grapjas. Manlief had niet door dat drie kwartier zwemmen voor een kind van 5 jaar op een tijdstip dat ze al bijna naar bed gaat aan het eind van de week misschien een beetje te veel van het goede zou zijn. Dus nee, we gingen op de wachtlijst. Na twee maanden konden we terecht in een plaats (20 km van huis) op vrijdagmiddag om 15.45 uur. Mooi, geregeld dacht ik weer. Het kind vindt zwemmen geweldig. Ik vind het een hel. Het is er warm, hysterisch druk en er heerst een uiterst besmettelijke ik-leg-mijn-handdoek-het-dichtst-bij-het-raam-zodat-ik-MIJN-kind-het-beste-kan-zien-mentaliteit. Verschrikkelijk. Het omkleden gebeurt in veel te krappe en warme ruimtes, dan moet je vijf minuten vooraan dat bad, waar ze de thermostaat op standje tropisch hebben gezet, staan wachten en dan snel terug om nog een stoel op de zesde rang te kunnen bemachtigen om een glimp van mijn kind te zien. Daar zit ik dan tussen de ouders die allemaal een zeer dierbare relatie onderhouden met hun mobiele telefoon. Blikken strak op het scherm gericht, vingertje gaat heen en weer. Laten we vooral geen contact maken met elkaar. En dan het grut dat die ouders nog mee nemen. Die jong rennen hysterisch rond. Ze gillen, gooien prullenbakken omver en stompen de kleinste vakkundig in mekaar. Ouders zien niets want zijn bezig hun perfecte leven te delen op Facebook of andere zaken van levensbelang te delen via WhatsApp.

Ik zit en wacht tot de 45 minuten voorbij zijn. Op de klok kijken heeft geen zin, want hij gaat er echt niet sneller door werken.Maar als ik dan mijn schatje uit het water zie komen, met verkleurde teentjes en de bibbers over haar hele lichaam en zij mij aankijkt, haar ogen gevuld met trots dan denk ik maar weer ‘alles voor het jong’.

Erken

Wat als ik nu eens alles erken?
Dat ik accepteer dat alles voorbijgaand is,
dat niets de bedoeling heeft aan me te kleven,
dat alles eens bedacht en overdacht is,
dat emoties hun gang mogen gaan,
dat verzet zinloos is,
dat ik niet mijn gedachten ben,
evenmin mijn gedrag en emoties.

Wat als ik nu eens alles erken?
Dat frustraties, verdriet en boosheid
zich als een klein kind aan me gehecht hebben,
dat zij allen zorgen voor vertroebeling
van mijn blik,
dat ze zorgen voor hoofdpijn, rugpijn en
zielenpijn,
dat ze zorgen voor blokkades en schaduw.

Wat als ik nu eens alles erken?
Dat ik omarm wat komt,
verwelkom het leven zoals het zich aandient,
mooi, aftands, bruut, puur,
gebekt met bijtgrage tanden,
klaar om te verscheuren,
te graaien, te verkrachten,
op een kwetsbaar moment.

Wat als ik nu eens alles erken?
Dat mooie kleurige en fijn zoetgeurende kanten,
uitgespuugd worden,
de donkere bittere vruchten,
met smaak genuttigd worden,
gooi het in de pot en roer,
machteloos,
zonder verwachtingen

Wat als ik nu eens alles erken?
Dat pijn een gast is,
die ook weer vertrekt,
dat vreugde gevierd mag worden en
weer vertrekt,
dat angst, plezier, euforie, boosheid,
allemaal gasten zijn, komend en gaand,
dat de liefde doorvoeld mag worden en
een plaats krijgt aan tafel,
vaste gast in dit huis.

Wat als ik nu eens alles erken?

 

 

 

 

 

 

 

Energie

Er zijn van die dagen. Dan zit ik vol met energie. Het kan niet op. Dan spring ik uit bed en kleed me vliegensvlug aan. De ‘wat-doe-ik-aan-stress’ is nergens te bekennen. Ik zorg er tegelijk voor dat twee kinderen ook aangekleed zijn. Verzamel alle was en prop het beneden in de machine. Machine aanzetten. Klaar. Hop, boterhammetjes smeren, broodtrommeltjes vullen, appeltje erbij en wat te drinken. Rugzak zoeken. Geen paniek. Binnen een mum van tijd is de rugzak vanuit zijn schuilplek naar boven getoverd. Nu zelf nog een ontbijtje eten en kinderen naar school brengen.

Dan met moeder naar de stad. Wat al best een opgave is, kan ik uit ervaring vertellen. Maar niets kan mijn energie naar beneden krijgen zelfs een slurper niet. Nieuwe bril uitgezocht en ach, doe er ook maar een zonnebril bij. Verder nog inkopen doen voor de lunch en het diner. We geven een klein dinerpartij voor de oudste dochter en haar lief (zij 5 jaar en hij 6). Ze hebben een tafeltje voor twee in de huiskamer gereserveerd. Op het menu staat: friet, knakworstjes en appelmoes. Voor het pedagogisch verantwoord effect heb ik er een schaaltje komkommer en mini tomaatjes bij gedaan.

Dan in de middag nog even stofzuigen, was in droger stoppen en een wc onder handen nemen. Hop naar een overleg met de gemeente. De gemeente had twee jaar geleden een gedachte. Er moest een megalomaan project uitgevoerd worden in het park waar ons huis aan grenst. Voor het project waren een paar miljoentjes (die de gemeente niet had)gereserveerd en een slachting van het halve park zou het resultaat moeten zijn van een prestige project. Daar hebben de bewoners een stokje voor gestoken en sindsdien ben ik redder van bomen in de buurt.

Na dit overleg tijd voor iets leuks. Met de meiden van de komende expositie elkaars werk bekijken. Wat ontzettend gaaf wordt onze expositie tijdens de Kunstroute. De energie die een beetje was ingekakt door het gesprek in de kou met de ambtenaren van de gemeente is door de meiden weer tot volle hoogte gepompt.

Dan tijd voor het romantisch diner voor twee. Na afloop een grandioze afsluiting met een spel waar de jongste nog niet helemaal klaar voor was. ‘Het is een beest en begint met de letter s.’ Cato roept dan volmondig en enthousiast: ‘KIP’. Hahaha, nee geen kip. Nieuwe poging. ‘Het staat op de schouw en begint met de letter b.’ Cato weer: ‘KIP’. Dit spel kan zo heel lang doorgaan en iedereen heeft lol.

Opeens is het avond en bedtijd. Het leen-zoontje wordt terug naar huis gebracht en mijn meiden krijgen een kus voor het slapen gaan. Tijd voor mijn blog. De adrenaline en energie van de dag stromen nog door me heen. Het is nu tijd voor ontspanning. Bij manlief kan ik niet terecht, want die staat zo strak als een stuiterbal. PSV voetbalt vanavond een wedstrijd. Ik geloof dat het best belangrijk is, want manlief wil niet gestoord worden. Hoogstens voor een nootje en een biertje. De signalen zijn duidelijk. ‘Stoor mij niet’, staat op zijn voorhoofd geschreven en in zijn blik te lezen. Dat komt mij goed uit. Hij is stil, op een ‘tjonge jonge schiet die bal er nou eens in’ na, zodat ik fijn verder kan met mijn schrijfsels. Zolang de energie vloeit moet je haar gebruiken. Vannacht maak ik weer een nieuwe dosis aan. Ik hoop dat deze morgen weer zo vloeiend vloeit.

Eindbestemming

Het is vandaag een heuglijke dag. Een echte feestdag, maar dan wel eentje die ingetogen wordt gevierd en waar niemand in mijn omgeving van bewust is. Het is de dag dat ik voor de 55ste keer achter deze laptop zit om een blog te schrijven.

Op oudejaarsdag begon het te gloeien in me. Er moet geschreven gaan worden. Het beest dat “angst” heet moet in de bek gekeken worden. Recht in zijn ogen en met een vertrouwen en zelfverzekerdheid zou ik hem aankijken en roepen dat hij geen macht meer over mij heeft. Ik besloot vriendschap te sluiten met mijn laptop, mijn vingers in beweging te laten komen en gewoon te beginnen. Nou ja, gewoon. In het begin vond ik het soms moeilijk. Dan zat ik te worstelen met een onderwerp. Is dat wel boeiend genoeg, vroeg ik me dan af. Zit men daar nu op te wachten? Alsof er horde lezers mijn blog lezen. Ik las dan interviews van schrijvers die verklaarden dan hun pen het werk deed. Ze wisten niet van te voren waar het boek over zou gaan, soms wel globaal, maar nee, het boek schreef zichzelf. Natuurlijk, dacht ik dan. Wat een onzin. Maar na een blog of tien raakte ik in de ban van de woorden en de zinnen. De inspiratie kwam uit alle hoeken van mijn lijf. Niet alleen uit de kamers van mijn hersenpan, maar meer nog uit de krochten van mijn ziel. Deuren vlogen open, winden waaiden de woorden op het scherm. Soms bruut, soms met humor, maar heel vaak met diepe emoties. Ik schrijf niet voor de lezer. Ik schrijf voor mezelf. Ik leer mezelf kennen en leer de schrijver in mezelf kennen. Het gaat om de oefening. Het resultaat is veel minder boeiend. Zoals de almachtige Boeddha ook al zei ‘het gaat om de weg en niet om de eindbestemming.’

Met schrijven bereik je nooit een eindbestemming. Dat is een illusie. Een boek kan wel afgerond zijn door het te drukken en een mooie kaft om heen te slaan. Een gedicht kan voltooid zijn om voor gedragen te worden en de luisteraar te beroeren, maar een eindbestemming bereikt een schrijver nooit. Zo lang er leven is, zijn er gedachten. Zo lang er gedachten zijn, wil de schrijver ze vatten. Verhalen maken, emoties delen, zichzelf begrijpen, de wereld duiden. Het kan niet anders. De schrijver schrijft en ik schrijf mijn 55ste blog. Lang leve de woorden. Ze hebben me al veel gebracht. De zoektocht gaat voort.

Ruggetje

Ik kom uit een positieve bubbel. Dit weekend was ik tot rust gekomen, had positieve mensen om me heen en voelde me goed. Gelukkig voel ik me nog steeds goed, maar eenmaal op het werk gekomen werd onmiddellijk mijn positieve bubbel doorgeprikt. Niet zachtjes met een klein prikkertje. Nee, bruut met een zwaard.

Ik zit goed in mijn vel en ben, dat staat daar los van, sensitief. Dat betekent dat ik de prikkels in mijn omgeving fijn allemaal mee pak. Dit is licht cynisch bedoeld, want het is allerminst altijd fijn om de gevoelens van mijn omgeving ook te voelen. Op het werk aangekomen voelde ik dat de glimlach op mijn gezicht langzaam veranderde in een strakke grimas. Ik deel een kamer met drie andere collega’s. Dat is voor mij echt veel. Vier verschillende mensen met vier verschillende energieën. Nu zitten daar twee collega’s bij die een energie bij zich hebben die niet storend is, althans meestal niet. Maar nummertje drie dat is een ander verhaal. Hij is een energieslurper. Hij kan via zijn rug communiceren. Zijn non-verbale houding, dat is trouwens de enige vorm van communicatie, non-verbaal, aangezien hij weigert te spreken tegen ons, is zo negatief dat het arme ruggetje er strak van staat. Licht gebogen wandelt dit ruggetje door de kamer en stoot in een dag een hoeveelheid negatieve energie af, dat als je dat zou kunnen omzetten in elektriciteit je er een arm weeshuis in Roemenië voor drie jaar mee zou kunnen verwarmen. Ongelooflijk. Dat arme ruggetje zit niet lekker in zijn vel. Al heel lang niet. Het ruggetje heeft het moeilijk.

Ik heb lang last gehad van deze energieslurper, maar vandaag niet. Vandaag dacht ik aan het vasthouden van de liefde die ik voel. Ook dit ruggetje heeft liefde nodig. Heel veel, zodat het ruggetje zich kan ontspannen en kan inzien dat het leven niet voortdurend een gevecht hoeft te zijn tegen wie dan ook. Dat het ruggetje het ook verdient om eens breeduit te lachen en gelukkig te zijn. Misschien moet dit ruggetje eens een wekend op stilte retraite of een paar maanden. Ik daarentegen ben thuis gekomen, letterlijk en figuurlijk en heb helemaal geen bubbel nodig.

Terug

En dan opeens ben ik weer thuis. Een weekend weg is kort, maar het voelde voor mij wel alsof ik even helemaal uit was. Ik stond op standje “uit”. Ik hoefde even geen moeder te zijn of echtgenoot, dochter, vriendin, zus, werknemer. Alleen met mezelf, omringd door mensen die allemaal zoekende zijn en hun eigen weg volgen. Het was een weekend vol nieuwe ervaringen en inzichten. Ook een weekend van stilte en thuis komen bij mezelf. De ervaring dat rust in mezelf zit en dat ik dat kan vinden is prachtig. Een weekend van eigen ritme, van slapen tot actief. Ik heb alleen maar thee gedronken en water. Een weekend van zuiver bezig zijn.

Het eten was inbegrepen. De hele dag werden we verwend. De dag begon met yoghurt, bietensap, muesli, noten, eerlijk brood en kaas. De lunch werd gevierd met pasta en salades en ’s avond werd biologisch en veganistisch gekookt. Met veel kruiden werd alles op smaak gebracht en door de aandacht die we aan het eten besteedden (door in stilte te eten) genoot ik ook echt van het eten.

Manlief vindt alles prima. Steunt me in elke zoektocht en houdt mijn hand vast gedurende de weg. Maar er zijn grenzen. Zo vertelde hij me heel duidelijk dat ik echt niet terug hoefde te keren met het idee dat we vanaf nu volledig biologisch en (al helemaal niet) veganistisch zouden moeten gaan eten. Dat gaat bij ons thuis niet gebeuren. Manlief is niet macho, maar houdt van een stukje vlees. Hij is daarin best bescheiden. Het hoeft niet groot te zijn en niet veel, maar er moet vlees op tafel staan. Aangezien hij altijd kookt heb ik daar dan ook weinig over te zeggen. Dat wil ik trouwens ook niet, want ik houd ook van een bescheiden stukje vlees op zijn tijd. Een heel weekend gezond eten sluit ik dan ook af met een heerlijk patatje oorlog en een bereklauw met satésaus erbij. Om de balans weer wat te herstellen.

Voelen

Ik zit nu hier in een afgelegen plaats stilte te ervaren. Dat valt op momenten erg mee. De gedachten zijn al redelijk koest en het gevoel dat ik eerlijk ben naar mezelf is sterk aanwezig. Toch blijft het aan de andere kant lastig. Ik zit in een groep met andere mensen, mensen met hun eigen gedachten en emoties en verhalen. Soms is het fijn om met anderen van alles te delen en soms wil ik gewoon stil zijn.

Vandaag merkte ik aan een van de deelnemers dat zij totaal geen rust kon vinden. Dat vond ik erg vervelend en het raakte me. Ik zag de frustratie, boosheid en radeloosheid. ‘Ik kom hier voor rust en iedereen zit maar te kakelen, overal. Zelfs in de sauna.’ Haar zoektocht naar rust is geen zoektocht die buiten haar ligt. Rust ervaar je niet doordat de rest van de wereld stil is. Rust ervaar je in jezelf. Het mooiste is dat als het buiten stormt jij in het middelpunt van de storm je ogen sluit en de rust ervaart. Dat punt is haalbaar. Dat ervaar ik zelf. Het blijft wisselvallig, want elke dag, elk uur, elke minuut is anders. Wat ik hier veel terugkrijg is dat het goed is. Het is allemaal goed. Ben je boos, wees boos. Ben je blij, wees blij. Ben je verdrietig, huil. Alles is goed.

Ik merk aan mezelf een fysieke verandering. Gisteren kwam ik aan met enorme rugpijn. Kon bijna niet uit de auto stappen van de steken in mijn onderrug. Dat werd steeds erger. Vanochtend kon ik bijna niet uit bed komen. De tranen sprongen in mijn ogen van de pijn. Na eerst een yogales, daarna een voedzaam ontbijt had ik een intense sessie. Dat ging over voelen. En ja, als je echt voelt en dat gevoel er helemaal laat zijn dan lost het zich op. In plaats van weglopen, de strijd aangaan en als verliezer uit de bus komen -want je verliest namelijk altijd- is het gewoon beter om mee te gaan. Erken het gevoel. Wees eerlijk naar jezelf en laat het maar gebeuren. Een storm gaat vanzelf liggen, na de winter wordt het vanzelf lente, na een dag vol regen komt vanzelf de zon, na een huilbui komt ook weer een lach. Laat het maar gebeuren. Dat is de les die ik mee terugneem.  Terug naar het leven, mijn mooie leven met al mijn schatten om me heen.

Stil

Het is stil in huis. Dat is een bijzonderheid bij ons. Het is vrijdagmiddag half drie en het is, op de tikkende klok na en het zachte zoemen van mijn computer, stil. Kinderen zijn naar een verjaardagsfeest en manlief maakt zich mooi bij de kapper. Alle tijd voor mij alleen. Nu kan ik eens heerlijk lezen of eindeloos schrijven. Ik kan in mijn eentje gaan winkelen of in bad gaan. Oh ja, dat heb ik al maanden, misschien wel jaren niet meer gedaan. Heerlijk alleen in bad met een mix van verschillende geurtjes en bubbeltjes en een muziekje op. Beetje wegdromen of een tijdschrift lezen. De tijd nemen om alles grondig te schrobben in plaats van een vluchtige douche.

Ik kan alles doen waar ik zin in heb. In mijn bed liggen om een tukkie te doen of een masker nemen zodat mijn huid weer een beetje zin in het leven krijgt. Ik kan thee drinken of uit gaan om thee te gaan drinken in een gezellig klein thee huisje met een scone of beter nog, een stuk worteltjestaart.
Maar in plaats van al die dingen te gaan doen en gebruik te maken van alle mogelijkheden die ik met mijn verworven tijdelijke vrije tijd heb, zit ik een beetje alleen te kniezen. Hard te fluiten, muziek op, want het is zo stil in huis. Ik mis de geluiden van de  kinderen, het gemammmm en gezeur. Maar ook het gelach en geklets. Ik mis de flauwe grapjes van manlief. Het is gewoon te stil.  Zo stil dat ik bijna huishoudelijke klusjes op wil pakken. Bijna. Ik kan me inhouden, want ja, zeg nou zelf, dan heb je eens tijd voor jezelf dan ga je toch niet stofzuigen?

En straks komt iedereen weer thuis met alle verhalen en ervaringen. Is er weer overal geluid en dan ben ik weg. Ik heb mezelf een mini retraite cadeau gegeven. Ik ga op zoek naar een stukje rust. Die ik dus overduidelijk nu al thuis heb. Nee, dat is een ander soort rust. Ik zoek naar een stuk rust in mezelf en waardering voor alles wat er in mijn leven is. Ik wil voelen en ervaren. Ik ga me bezig houden met yoga, stilte en goed voor mijn lijf zorgen. Ben nieuwsgierig naar dit weekend, naar deze reis alleen. De hele dag zit Joni Mitchell in mijn hoofd. Ze blijft een zinnetje in mijn hoofd herhalen: “You ain’t know what you’ve got till it’s gone.” Na deze reis ga ik toegeven dat ze gelijk heeft.

Boos

Vandaag was ik op mijn werk kortstondig, maar hevig boos. Ik zal de details besparen en ga al helemaal niet op dit open wereldwijde netwerk verkondigen over wie het ging, maar ik was echt boos. Zo boos dat ik iets kapot wilde maken, maar ja. Ik zat dus op mijn werk en ik zag eigenlijk niets geschikts om te vermorzelen, dus wendde ik mij tot mijn collega. Van te voren vroeg ik netjes of ze zin had in een razernij. Ze legde haar pen neer, wendde haar blik af van de computer en, zoals een goed collega betaamt, liet me mijn gang gaan met de nodige hummetjes en jaatjes ter stimulering om alles er uit te gooien.

Dat luchtte enorm op. De persoon op wie ik boos was had me geraakt en na het razen en de nodige frisse lucht zag ik in hoe dat kwam. Mijn ego was aangevallen. Ik was in het bijzijn van twee andere collega’s belachelijk gemaakt. Ik werd denigrerend behandeld en daar kan mijn ego niet tegen. Dat ego dat bij deze werkgever zo hard heeft moeten vechten voor haar positie. Datzelfde ego dat bevestiging nodig heeft en het niet kan hebben dat ze gekleineerd of gepest wordt. Wat er verder gebeurde was dat ik ook inzag dat die collega hetzelfde probleem had. Zijn ego was op een of andere manier door mij gekrenkt. Ik had  in het bijzijn van anderen bloot gelegd dat hij niet goed heeft gehandeld in een situatie. Dat hij misschien helemaal niet goed in de materie zat als hij dacht dat hij zat. Dat hij misschien wel grote fouten heeft gemaakt. Daar kon uiteraard zijn ego helemaal niet tegen. Uit angst, boosheid of frustratie -geef het maar een naam-  reageerde hij.

Dus een geschil tussen twee ego’s met daarbij gepaard gaande emoties. Lastig. Ik hoef alleen mijn eigen aandeel eerlijk te bekijken en zie dan dat ik nog werk heb om dat ego tot stilte te manen of te mennen als een wilde merrie. Met een beetje ego is niets mis, maar zij moet haar plaats kennen. Het mag niet belemmerend gaan werken. Anders komen we nooit toe aan de revolutie. De revolutie van liefde, ook voor die collega die ook een mens is met angsten, overtuigingen, emoties en wat dies meer zij. Ik heb nog een weg te gaan, maar ik boek steeds een stukje vooruitgang in bewustwording. Wie weet raak ik aan het einde van de weg nog verlicht.

Revolutie

Ik voel het al een tijdje, er komt een verandering. Beter gezegd, de verandering is al in gang gezet. Het is aan het broeien en aan het groeien. Welke verandering? Met één woord: alles. Het is ook tijd om alles op de schop te gooien. Dan doel ik voornamelijk op de wijze waarop wij mensen problemen aanpakken en onze levens inrichten. We leven  samen op deze aardkloot, die we ook samen kapot maken. We kappen te veel bomen, we vervuilen onszelf, gebruiken te veel ruimte, kopen te veel plastic zooi die we daarna in de oceaan dumpen zodat we nu met een plastic soep zitten die niemand wil vreten, we gebruiken geweld tegen elkaar omdat we onze eigen waarden boven die van een ander stellen, we moorden er lustig op los in naam van een of andere religie, we verspreiden ziekten die we vervolgens bestrijden met veel te dure medicatie die alleen maar beschikbaar is voor een groot, voornamelijk wit gedeelte van de wereldbevolking, we over consumeren aan de ene kant van de wereld terwijl men aan de andere kant sterft van de honger. We zitten massaal aan de antidepressiva en lopen van de ene naar de andere praatgroep. Er gaan meer mensen dood door zelfmoord dan door de huis-tuin-en keuken-moord (inclusief oorlogen). We scheiden massaal of gaan vreemd. Leven in een schijnwereld die Facebook heet, braken onze mening op Twitter en maken mensen met een andere mening verbaal af. Stress is volksziekte nummer 1. Politici weten niet meer wat het woord “dienstbaar” betekent en banken begrijpen de inhoud van het woord “klantvriendelijkheid” niet meer. We graaien, meer en meer. Het kapitalisme draait overuren. Meer omzet moet gedraaid worden, meer olie geboord worden, meer wapens gemaakt worden, meer en meer. We kijken elkaar niet meer aan, kleur is beangstigend, religie is gevaarlijk. We vertrouwen elkaar niet.

Wauw, waar zijn we mee bezig? Het is tijd voor een revolutie. Een revolutie van de mens om de volgende stap te zetten in onze evolutie. Waartoe zijn wij op aarde? Niet om stress te hebben, niet om elkaar kapot te maken, niet om steeds meer en meer geld te verdienen, niet om het milieu te vernietigen, niet om de dieren te laten lijden. Volgens mij heeft alles een betekenis. Alles in deze wereld heeft een betekenis, een functie. Een koe geeft melk, een kip legt een ei, de zon verwarmt, de maan zorgt voor het getij. Zo hebben we allemaal een betekenis en zijn we allemaal aan elkaar verbonden. Wat is de functie van de mens? In ieder geval niet om alles wat in een natuurlijk balans leeft, kapot te maken.

De mens heeft een geweten en een ego. Dat ego is geëvolueerd tot een naar kreng die alleen maar aan het eigen belang denkt, terwijl mensen met elkaar een gemeenschap vormen. Met elkaar ervoor zorgen dat we allemaal ons leven kunnen leiden dat goed is. Ik voel dat steeds meer mensen inzien dat we oude gedachten, patronen, regels, denkwijzen, conventies overboord moeten gooien. Dat het nu tijd is voor verdieping en verbinding. Door elkaar en onszelf met mededogen te behandelen. Door onze gezamenlijke waarden (liefde, veiligheid, gezondheid) na te streven voor iedereen waar ook ter wereld. Ik ben er klaar voor. Klaar voor de revolutie. Hoe? Door te beginnen met lief te hebben en mijn ego een halt toe te roepen. Ik hoop dat mijn kinderen daar de vruchten van gaan plukken. Wie doet er mee?