Lesgeven

Ik zit hier achter mijn laptop moe en voldaan. Vandaag heb ik de hele dag les gegeven aan niet-juristen over juridische onderwerpen. De dag was verdeeld in vier blokken en in totaal heb ik dus vier keer een verhaal van 1 1/2 uur verteld aan in totaal 130 mensen. Best wel vermoeiend, maar ook leerzaam en inspirerend. Vooral ook leerzaam voor mezelf.

De laatste groep kwam om half vier binnen en wat schetst mijn verbazing: een schoolvriendin van de basisschool kwam binnen lopen. Ze was geen spat veranderd, ook al had ik haar al jaren niet gezien. Ik herkende haar gelijk. Ze had nog steeds dezelfde twinkeling in haar ogen en af en toe moest ik gewoon weg kijken en een ander aankijken anders zou ik in de lach schieten. We hadden als kinderen veel plezier en zij is – daar kwam ik veel later pas achter- onbewust een reden voor mij geweest om rechten te gaan studeren. Zij was niet populair, had een vader uit een ander land en droeg een bril. Voor sommigen reden genoeg om haar te pesten. Dat beviel me niet. Hoe jong ik ook was, ik zocht altijd naar rechtvaardigheid. Ik vond haar lief en grappig en kwam voor haar op.

Nu stond ik daar en zat zij voor me, aandachtig luisterend en voelde ik trots. Trots voor haar dat zij haar leven zo goed op de rit heeft, gelukkig is, goed in haar vel zit en nog steeds die sprankeling heeft in haar ogen. Ook voelde ik trots voor mezelf. Daar stond ik dan maar voor een groep mensen te spreken en dat voelde goed. Wie weet zit er een carrière move voor me in. Wie weet.

Glimlach

Vriend P wordt eind van de maand 60. Hij is zijn verjaardag al maanden aan het plannen. Hij geeft over twee weken een feest. Thuis, maar verder is alles geheim. Hij heeft het tot in de puntjes verzorgd en houdt zijn lippen stijf op elkaar als ik hem probeer te ontfutselen wat we gaan eten. Elke tactiek die ik ken heb ik uitgeprobeerd, tevergeefs.

Vandaag hadden wij een verrassing voor hem voorbereid. Buggy rijden met de mannen en daarna een BBQ bij hem thuis met alle partners erbij. Hij had het totaal niet verwacht en dat is echt heel tof. Een glimlach op zijn gezicht van oor tot oor die de hele middag en avond bleef staan. Een man van bijna 60 die dol is op feestjes en dan zelf zo geheel onverwacht in het zonnetje gezet wordt, is mooi om te zien.

Mensen die ik spreek over verjaardagen vinden het voornamelijk een gedoe. Ze zien tegen de visite op. Ze balen van hun leeftijd. De reflectie in de spiegel komt niet overeen met het innerlijk. En ze zijn vaak teleurgesteld in familie en vrienden.

Vriend P niet. Die is als een kind zo blij dat hij 60 wordt. Elke vijf jaar die hij erbij krijgt wordt groots gevierd. De alcohol vloeit rijkelijk en met gepaste achting naar het leven is hij dankbaar. Cadeaus hoeven voor hem niet. Als hij alle mensen om zich heen heeft waar hij van houdt en als hij met een biertje in de hand kan rondkijken en de meute in hard gelach voor zich ziet staan, dan droomt hij al over de volgende vijf jaar. Ik kan niet wachten tot over twee weken. Dan vieren we het leven van een bijzonder mens. Een mens dat letterlijk geniet van de dag en elke dag plukt als een verse roos. Hij snuift de heerlijke geur op en straalt, van oor tot oor.

O

Als mijn inspiratie me tijdelijk heeft verlaten, even met de bus naar de stad is om nieuwe gedachten op te doen, dan zoek ik hulp en steun bij mijn boeken en dan in het bijzonder mijn gedichtenbundels. In de jaren heb ik er vele verzameld. Een zeer divers poëzie landschap binnen handbereik. Dan pak ik een bundel, zo maar willekeurig, blader er door heen en laat me mee sleuren in een wereld.

Vanavond kwam Jan Eijkelboom langs en greep mij door de titel van zijn bundel “wie niet vlucht raakt ingedut”. Mooi.

Mijn oog valt gelijk op het volgende gedicht, genaamd O.

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
of wel een warmlief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als wat het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

O, klonk het nog eens ongehinderd.

Een ode aan de O. Fantastisch. Elk woord hierna dreigt afbreuk te doen aan het gedicht. Dus verzucht ik: Ooooooo.

 

 

 

 

 

Vriendin

In het maanlicht reed ik vanavond naar huis. Ik had mijn vriendin thuis gebracht en overdacht de avond en de dag. De dag was in het ochtendgloren wat moeizaam begonnen, maar kwam in de middag na een goed gesprek met mijn baas lekker op gang. Het slotstuk moest toen nog komen. De avond.

Met een vriendin een avondje uit. Een avond om bij te kletsen. Dat is voor de helft gelukt. De andere helft pakken we binnenkort op tijdens een speciale wandeling die ik nog tegoed heb voor mijn verjaardag. Na een fijn, puur en zeer smaakvol hoofdgerecht zijn we los gegaan op het toetje. Vriendin zag te veel lekkers en nam de tijd om de kaart te bestuderen. Ik had bij binnenkomst op het bord al de magische woorden “cheesecake” zien staan en was onmiddellijk verkocht. Een taartje werd genuttigd met daarbij een verse munt thee voor mij en een cappuccino voor mijn vriendin.

De avond werd voortgezet in het nabij gelegen theater. Tot onze niet-geheel-welkome-verrassing werd er in het theater een ladies night georganiseerd. Een aantal “kraampjes” moest de vertaling geven van wat de vrouw heden ten dage pleziert. Wij zijn ook vrouwen, maar van onze gading was er niets bij. Ach, misschien die ene tas. Maar zo een kan vriendin beter en mooier maken. Stellig verlieten we de ruimte met dames en wanhopig zochten we een rustig plekje, maar tevergeefs. Overal werden we achter na gezeten door de stem die sieraden, fitness en tapas op een luide en vrij ergerlijke wijze aan de vrouw probeerde te brengen.

De voorstelling begon en we zaten tweede rij. Goed zicht op de acteur en vier actrices. Ik kan nu een lang epistel schrijven over de voorstelling. Ik kan vernietigend zijn. Ik kan hard en bruut zijn. Laten we het er maar bij houden dat we heerlijk gegeten hebben en met elkaar een fijne avond hebben gehad. Zo een avond die in mijn gedachtenboekje en nu dan ook in deze blog een plaats krijgt. Die volle maan lacht me tegemoet en ik sluit mijn ogen en zie die acteur in dat verschrikkelijke pak onwijs slecht zingen en denk: wat heb ik toch een fijne vriendin.

Verkeer

Voor mijn werk volg ik een training. Het gaat over leidinggeven en de training wordt gegeven in Den Bosch. Eén keer per maand rijd ik daar naar toe, in totaal 202 kilometer. In de tussentijd denk ik wat na, eet ik een boterham en verbaas me. Die verbazing gaat van positief naar negatief. Ik zie om me heen de schoonheid van ons platte landje. Ik zie aan de kant van de weg, in de berm, het mooiste fluitenkruid. Ik zie ruimte en op sommige delen van wegen zelfs rust. Ook zie ik respect: opzij gaan voor een invoegende vrachtwagen. Maar helaas bestaat er ook ronduit asociaal gedrag op de weg. Bestuurders die aan je bumper blijven hangen, bestuurders die toeteren als het licht net een fractie van een seconde van rood op groen is gesprongen en die mensen die heeeeeel lang en langzaam aan de linkerkant van de weg blijven rijden.

Nu heb ik inmiddels genoeg rij ervaring om niet uit mijn slof te schieten en houd ik gepaste afstand van iedereen zodat ik vooral mijn eigen lijf in veiligheid houd. Vanavond op de terugweg stond ik in de file. Jammer, want na een intensieve sessie en een honger gevoel, was ik moe en wilde ik snel naar huis. Het was niet anders, dus berustte ik in de situatie. Maar na een tijdje rond de 6 kilometer per uur vooruit te komen begonnen we weer vaart te maken. Ik reed achter een vrachtwagen en wilde best graag ook door kunnen rijden. Het lukte maar niet om op de linkerbaan te komen. En toen, uit het niets remde een bestuurder aan de linkerkant, gaf een teken en liet mij voor gaan. Even voor de duidelijkheid: de bestuurder kende ik niet. Mijn hart maakte een sprongetje. Na 202 kilometer concludeer ik vandaag dat het goede toch nog altijd de overhand heeft. Er zijn nog steeds aardige, begripvolle mensen die iets over hebben voor een ander. Hoopvol gestemd kwam ik thuis en werd me een heerlijk bord nasi voorgeschoteld en kreeg ik een lach en een kus. Wat is eenvoud toch bijzonder.

Enthousiasme

Wat is er mooier dan kinderlijke enthousiasme. Kinderen kunnen zich intens verheugen op een gebeurtenis die binnenkort gaat plaatsvinden en als die gebeurtenis dan eindelijk realiteit wordt genieten ze van elk moment. Vandaag hebben we de verjaardag van Cato voor de tweede keer gevierd. De eerste keer viel het kinderfeestje in het water, want de twee genodigden waren op de feestdag ziek. Licht teleurgesteld hebben mijn lief en ik geprobeerd het feest toch door te laten gaan, waarbij wij misschien iets te hysterisch uit de hoek zijn gekomen en ietsiepietsie te veel ons best hebben gedaan om de teleurstelling weg te moffelen.

Maar vanmiddag was de herkansing en in één woord: geweldig. Vier van die hummeltjes die helemaal in hun nopjes waren. Zo schattig. Manlief en ik hadden spelletjes voorbereid:  het oud Hollandse ei lopen, een voelspel, een proefspel, een voetbalspel, een kleur wedstrijd en het versieren van een cakeje en die dan zelf opeten. Bij elk spel vielen er stempels te  verdienen en uiteraard waren er exact vier winnaars. De kinderen hebben gerend, gelachen, gezongen en na de pannenkoek werden ze weer vol enthousiasme thuis gebracht.

De kinderen kunnen genieten van ogenschijnlijk eenvoudige dingen, maar zo eenvoudig zijn ze niet. Ja, in de ogen van de veertigers wel. Maar niet in de ogen van de starters op deze planeet. Zij ervaren alles nog voor het eerst.  Dus het was reuze spannend om met een ei op een lepel een parcours af te lopen, tongetjes hingen uit de mond en de trots in de ogen als ze bij de finish kwamen is niet te beschrijven.

Het doet me goed om dit plezier mee te beleven. Als je dan zelf ook zo in het moment zit dan trilt dat enthousiasme door. Dus zelf vloog ik ook over dat parcours, lepel in de mond, ei erop en blik op oneindig. En, net zoals de kleintjes heb ik vanmiddag alles gegeven en ben nu doodop. Wat een dag en wat een ervaring. Fantastisch, op naar het volgende feestje.

Groen

Een ode aan groen. Niet alleen aan de kleur, maar ook aan waar groen voor staat en de letterlijke vertaling van groen. Ik heb ooit eens een avond met allerlei dames doorgebracht bij de wereldwinkel. Daar hadden ze een ladies night georganiseerd. Er kwam een mevrouw die aan de kleur van je huid, haar en ogen kon vertellen wat voor een “kleuren type” je bent. Ik ben een koel en helder type. De woorden kwamen en resoluut en kordaat uit en ik geef de vrouw geen ongelijk. De kleuren blauw en groen staan het beste bij me. In mijn persoonlijkheid herken ik ook wel koel en helder. Verbaal ben ik vaak helder en naar mensen die ik niet zo goed ken koel en in crisissituaties ben ik koelbloedig.

Groen geeft rust. Uit diverse wetenschappelijke studies blijkt dat alleen al kijken naar een plaatje van een boom of iets anders met de kleur groen dat de stresshormonen in je lichaam dalen. Dat is toch fantastisch. Ik zit graag in het park of wandel in het bos. De extra zuurstof geeft me kracht. Al die kleuren groen, een werelds palet. Schitterend. Ik raak nooit verveeld. Groen geeft mij vertrouwen.

Groen is overal te vinden in mijn huis en (oh nee daar komt de leeftijd) nu ik ouder begin te worden en meer behoefte heb aan rust, wil ik me ook steeds meer omringen met groen. Mijn slaapkamer heeft een groen plafond, de schouw heeft de kleur “drakengroen” en mijn dopper (steun en toeverlaat) is ook groen. Verder heb ik veel groene kleren, een groene koekjestrommel en drink ik hele dagen groene thee.

Het fysieke groen is een ander verhaal. Ik heb graag bloemen in huis, maar met hooikoorts blijven ze in de lente- en zomermaanden vaak niet langer dan twee dagen in huis staan. Dus ik heb besloten meer planten te adopteren. Dat lijkt aardig, maar meestal draait het uit op een kortdurende adoptie waarbij het kind vroegtijdig te grave wordt gedragen. Ah wat cru.

Ik ben dus dol op groen, baad me in groen, ben zelfs een groen type, maar het ontbeert aan groene vingers. Telkens doe ik weer een poging, koop het meest onderhoudsarme plantje dat er te krijgen is en blijf na een paar maanden vaak moederziel alleen achter. Hoe komt dat toch? Geef ik ze te veel water? Of te weinig? Praat ik niet genoeg? Dat kan ik me niet voorstellen, gelet op mijn bijnaam die ik van mijn huisgenoten heb gekregen, namelijk “praatmonster”. Vandaag heb ik besloten opnieuw een poging te wagen. Ik was met de kinderen bij Intratuin en zag een super mooi plantje met een soort pioenroos-achtige bloemen er in. Ik was op slag verliefd. Hup in het mandje. Verderop zag ik van die ieniemienie vetplantjes staan en die mochten ook mee.
Thuis aangekomen heb ik eerst de hele inrichting op zijn kop gegooid. Jawel, voor drie mini plantjes en een plant waarvan ik niet eens de naam weet, moet alles anders. Heb alles stylish verantwoord weggezet en voelde me volmaakt gelukkig. Ik zweefde zowat.

Nadat ik weer was geland, kwam ik tot mijn positieven en begon mijn brein mij vragen voor te schotelen. Kan die plant wel voor het raam? Geen idee, op het etiket staat een halve zon. Wat betekent dat eigenlijk? Ach, dat zal vast wel goed komen. Zo voor het raam (in de felle zon)  kan iedereen er van genieten. En die ieniemienie plantjes, willen die eigenlijk ver van het licht af staan? Of juist voor het raam. Maar dat kan nu echt niet meer, want dat zou de compositie verpesten. Ze staan namelijk gedrieën op een houten robuuste plank op de eettafel. De een in een frame van koper staal, de ander in een theekopje van oma en de derde in een klein chinees blauw met wit vaasje. Ik geloof dat ik begin in te zien waar het mis gaat. Kennis. Ik weet gewoon niets over planten. Ook niet over bomen. Ik aanschouw al het prachtig zonder enig besef waarnaar ik kijk. In de verzorging van mijn planten doe ik maar wat. In de naïeve gedachte dat als je het goed bedoelt het ook wel goed zal uitpakken. Misschien toch eens een boekje aanschaffen met de titel “verzorging van planten voor dummies”. Zolang dat boekje maar groen is.

 

 

Bruidsjurken

Het is vandaag voor het eerst dat ik een halve geschreven blog niet publiceer maar met één druk op de knop de digitale prullenbak in flikker. Excuseer mijn taalgebruik. Ik wilde schrijven over regels, maar vond het na de helft genoeg gezeur en het minst boeiende dat ik ooit had neergelegd in woorden op dit forum. Dan iets over opvoeden misschien? Nee, ook niet. Ik heb geen zin in een klaagzang. Natuurlijk zou ik kunnen schrijven dat ik na het woord “mamma” vandaag in twee uur tijd minstens vierenvijftig keer voorbij heb horen komen, te moe ben om nog een reactie te geven aan mijn kinderen, maar dat doe ik niet. Ik wil niet zeuren over mijn kinderen of klagen over het weer, mijn vermoeidheid en de poep die al dagen aan het roeren is in mijn darmen en het eindstation maar niet kan vinden.

Puf. Nee zeg, kom op. Het leven moet gevierd worden. Leuk en aardig allemaal, maar vanavond kan ik gewoon mijn slingers niet vinden en heb ik geen zin om een ander daarmee te belasten.

Als ik een dergelijke mentale staat bereik zoals hierboven dan helpen altijd een paar dingen: thee drinken, chocolade eten (maar gelet op de lijn en vooral die ik graag zou willen bereiken -een iets minder ronde- is dat niet voor handen) naar een schilderij van Modigliani kijken, Janis luisteren en TLC kijken. Echt waar, hoe zwaarder mijn gemoed hoe luchtiger de programma’s die ik kijk. Ergens komt er dan weer een balans. Mijn voorkeur gaat uit naar programma’s over bruidsjurken. Ik vind ze allemaal even lelijk en alle dames even hysterisch, maar ik smul er zo van. De budgeten die de dames spenderen aan een stuk stof is buiten proportioneel. Afrikaanse landen kunnen met dat geld uit de armoede komen. En dan te bedenken dat de dames de jurk één dag aan hebben en dan vervolgens na gemiddeld 26 maanden weer gaan scheiden. Het bekijken van dermate infantiel, kinderachtig en diva-gedrag zorgt ervoor dat ik weer helemaal opbeur.

Dus wat ik nu ga doen is de laptop rust gunnen, een kop thee zetten en TLC aanzetten. Op naar de andere kant van de wereld.

 

Geland

Vanmiddag lag ik op bed wat te piekeren. Dat doe ik regelmatig. De onderwerpen zijn meestal: werk, lichaam, vriendschappen, de wereld in het algemeen, honger en oorlog in het bijzonder, gezin, kinderen en terroristen. Nou ja, dat gepieker leidt tot niets totdat ik leerde mijn innerlijke stem te gebruiken. Ik pieker over een onderwerp, stel een vraag en wacht rustig af op het antwoord. Gek genoeg komt er altijd een antwoord en dat antwoord kan ik vertrouwen. Dat voelt goed.

Ik lag daar zo een beetje te denken aan mijn werk en de toekomst en het schrijven. Een stem zei met een rustige stem: ‘jij vlucht altijd.’ Oké, heftig, maar wel waar. Ik vertoon snel vluchtgedrag. Niet in mijn relatie, maar wel in mijn werk, vriendschappen, wensen, passies. Zodra iets te moeilijk wordt of juist routine dan ben ik weg. Ik heb nog nooit ergens langer dan vijf jaar gewerkt. Ik zit nooit langer op yoga dan een tien-rittenkaart. Ik schilder nooit meer dan 1 schilderij. Ook als ik teleurgesteld raak in een vriendschap verlies ik de moed en durf om door te zetten, de pijn te doorleven en nieuw leven in die vriendschap te blazen. Ik vertrek dan op hoge snelheid met een enkeltje in mijn broekzak.

Het schrijven lukt me tot nu toe nog steeds elke dag, maar ik vind dat de schrijfsels diepgang missen. Of misschien niet per definitie diepgang, maar kwaliteit. Ik weet niet goed hoe ik het moet omschrijven. Het gaat er om dat ik vaak snel een stukje wegzet en vlucht. Ik ga niet door, terwijl als ik door zou gaan ik beter werk kan afleveren. Dat gebeurt in mijn betaalde baan ook. Ik weet veel over verschillende onderwerpen, maar verdiep me niet tot het gaatje, terwijl dat soms juist nodig is om van een allesweter een gerespecteerde alleskunner te worden.

Waar komt dit vluchtgedrag vandaan? vroeg ik de stem. Het antwoord: ‘door de dood van je vader leef je met het besef dat het elk moment voorbij kan zijn en dus doe je alles snel en oppervlakkig.’ Wauw, in de roos. Dat klopt. Mijn vader stierf geheel onverwacht. Ik was 13. Hij was 35 jaar jong. Geen afscheid is me gegund, geen wijze levenslessen en geen vertraging. Alles of niets. Het begint me te dagen. Alles wat er in mijn leven van de spoorrails is ontspoort is terug te herleiden naar de dood van mijn vader. Nu zijn we 26 jaar verder en is het tijd die trein netjes te laten sporen. Ik wil ook graag sporen en niet langer vluchten.

Bruut word ik uit mijn overpeinzingen geschud door een hard geschreeuw beneden. Ik ren naar beneden, storm de woonkamer in en tref daar een hysterische man aan. Wat is er aan de hand, roep ik. Hij kijkt verdwaasd naar me op met een blik in zijn ogen “Oh, je bent er ook nog.” Hij springt heen en weer, trekt zijn shirt uit en begint keihard te roepen: ‘Jaaaahaaaa, boeren, boeren. Het is stil in Amsterdam. We zijn kampioen. Kampioenen, kampi kampioenen.’

Wat is het toch fijn om weer met beide benen op de grond te belanden en te beseffen dat al dat gepieker en gevlucht nergens toe leidt. Dit is waar ik moet zijn. Dit is het moment. Nu leef ik. Nu schrijf ik en nu ga ik een patatje eten met mijn lief die inmiddels ook weer geland is.

Meedogenloos

Een blog over eerlijkheid is voor mij net zoals een gedicht voordragen naakt op de Markt met om me heen honderd mensen. Ik stel mezelf regelmatig de vraag of ik eerlijk ben. Eerlijk naar mezelf, naar mijn omgeving.

Het antwoord is volmondig ‘Nee’, want als ik eerlijk zou zijn dan zou ik geen omgeving meer over houden. Toch hoort een schrijver meedogenloos te zijn. Ik las in een interview met Karl Ove Knausgard (Noorse schrijver) dat er een gouden regel is: hoe meedogenlozer je durft te zijn, hoe beter de roman wordt. Dus moet je jezelf de vraag stellen ‘Hoe nietsontziend wil je zijn?’ Dat betekent dat je als schrijver niet aan de consequenties moet denken. Je moet dus schrijven alsof je niets en niemand te verliezen hebt. En dat, dat precies vind ik doodeng. Ik durf niet aan het papier toe te vertrouwen hoe ik echt over mijn baas denk of over mijn buurvrouw of over mijn moeder. Want stel je voor dat ze het lezen en? Ja, en wat? Dat ze boos worden. Durven leven met een mogelijke confrontatie vind ik, in tegenstelling tot het beeld dat veel mensen van me hebben en het beroep dat ik uitoefen, doodeng. Ben ik dan toch een watje? Een pleaser (vergeef me het Engelse woord)? Of durf ik de angst in de ogen te kijken en meedogenloos te zijn. Alles voor het verhaal. Is het dan nodig dat ik ter biecht ga of is het voldoende om mijn openbaringen in een verhaal te verpakken?

Lastige vragen allemaal en als ik eerlijk ben weet ik gewoonweg niet de antwoorden. Misschien wordt het tijd voor een experiment. Ik ben al begonnen aan een nieuw verhaal. Dat ik als werktitel de enorme inspiratieloze titel heb gegeven: Verhaal 2. Wauw, wat een trekker. Het speelt zich af in 1988. Een meisje vertelt het verhaal. Misschien ben ik dat, maar misschien ook niet. Dit meisje krijgt van mij een stem en die stem is eerlijk en meedogenloos. Haar moeder verwaarloost dit meisje en haar stiefvader zit met haar opgezadeld. Ze heeft een plan, maar hoe pakt dit uit? Gaat ze het redden?

Dat weet ik nog niet, maar wat ik wel weet is dat dit meisje probeert op een verdomd eerlijke manier elke dag haar kop boven water te houden, haar demonen te verjagen en het beest van angst in de bek te kijken. Dat is op zijn zachts gezegd behoorlijk meedogenloos.