Geland

Vanmiddag lag ik op bed wat te piekeren. Dat doe ik regelmatig. De onderwerpen zijn meestal: werk, lichaam, vriendschappen, de wereld in het algemeen, honger en oorlog in het bijzonder, gezin, kinderen en terroristen. Nou ja, dat gepieker leidt tot niets totdat ik leerde mijn innerlijke stem te gebruiken. Ik pieker over een onderwerp, stel een vraag en wacht rustig af op het antwoord. Gek genoeg komt er altijd een antwoord en dat antwoord kan ik vertrouwen. Dat voelt goed.

Ik lag daar zo een beetje te denken aan mijn werk en de toekomst en het schrijven. Een stem zei met een rustige stem: ‘jij vlucht altijd.’ Oké, heftig, maar wel waar. Ik vertoon snel vluchtgedrag. Niet in mijn relatie, maar wel in mijn werk, vriendschappen, wensen, passies. Zodra iets te moeilijk wordt of juist routine dan ben ik weg. Ik heb nog nooit ergens langer dan vijf jaar gewerkt. Ik zit nooit langer op yoga dan een tien-rittenkaart. Ik schilder nooit meer dan 1 schilderij. Ook als ik teleurgesteld raak in een vriendschap verlies ik de moed en durf om door te zetten, de pijn te doorleven en nieuw leven in die vriendschap te blazen. Ik vertrek dan op hoge snelheid met een enkeltje in mijn broekzak.

Het schrijven lukt me tot nu toe nog steeds elke dag, maar ik vind dat de schrijfsels diepgang missen. Of misschien niet per definitie diepgang, maar kwaliteit. Ik weet niet goed hoe ik het moet omschrijven. Het gaat er om dat ik vaak snel een stukje wegzet en vlucht. Ik ga niet door, terwijl als ik door zou gaan ik beter werk kan afleveren. Dat gebeurt in mijn betaalde baan ook. Ik weet veel over verschillende onderwerpen, maar verdiep me niet tot het gaatje, terwijl dat soms juist nodig is om van een allesweter een gerespecteerde alleskunner te worden.

Waar komt dit vluchtgedrag vandaan? vroeg ik de stem. Het antwoord: ‘door de dood van je vader leef je met het besef dat het elk moment voorbij kan zijn en dus doe je alles snel en oppervlakkig.’ Wauw, in de roos. Dat klopt. Mijn vader stierf geheel onverwacht. Ik was 13. Hij was 35 jaar jong. Geen afscheid is me gegund, geen wijze levenslessen en geen vertraging. Alles of niets. Het begint me te dagen. Alles wat er in mijn leven van de spoorrails is ontspoort is terug te herleiden naar de dood van mijn vader. Nu zijn we 26 jaar verder en is het tijd die trein netjes te laten sporen. Ik wil ook graag sporen en niet langer vluchten.

Bruut word ik uit mijn overpeinzingen geschud door een hard geschreeuw beneden. Ik ren naar beneden, storm de woonkamer in en tref daar een hysterische man aan. Wat is er aan de hand, roep ik. Hij kijkt verdwaasd naar me op met een blik in zijn ogen “Oh, je bent er ook nog.” Hij springt heen en weer, trekt zijn shirt uit en begint keihard te roepen: ‘Jaaaahaaaa, boeren, boeren. Het is stil in Amsterdam. We zijn kampioen. Kampioenen, kampi kampioenen.’

Wat is het toch fijn om weer met beide benen op de grond te belanden en te beseffen dat al dat gepieker en gevlucht nergens toe leidt. Dit is waar ik moet zijn. Dit is het moment. Nu leef ik. Nu schrijf ik en nu ga ik een patatje eten met mijn lief die inmiddels ook weer geland is.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s