Gesprek

Ik praat veel en vaak. Op mijn werk voer ik gesprekken over zaken. Moeilijke problemen die opgelost moeten worden. Thuis praat ik over de opvoeding van de kinderen, de dagelijkse gang van het huishouden (vooral over wat manlief gaat koken en wanneer hij gaat stofzuigen) en over wat we op tv gaan kijken en wat we gaan doen aan de problemen in de wereld. De uitkomst van dat laatste is meestal dat we een zak chips open trekken en er nog eens goed over gaan denken. We praten over onze familie, vrienden en over ontelbaar andere zaken. Op het schoolplein praat ik over de school, de juffen en de hoeveelheid snot kinderen kunnen produceren. Met vriendinnen praat ik -afhankelijk van de vriendin- over kunst, mindfullness, anderen, boeken etc. Met mijn zus heb ik gesprekken over het leven, opgroeien, zelfontwikkeling, boeken en waar je de lekkerste worteltjestaart kunt eten.

Er wordt in mijn leven dus heel wat afgekletst. Ook met mijn kinderen voer ik hele gesprekken. Rika vertelt tijdens het avondeten uitvoerig over haar dag. Dat gaat dan over de lesjes die ze heeft geleerd, de liefdes die zijn ontwikkeld op het schoolplein en de grapjes die zijn gemaakt. Ik smul ervan als ik zie hoe zij een verhaal vertelt. Heel uitbundig met haar hele lijf. Een verhaal vertellen wij namelijk niet alleen maar met onze stem, maar met alles wat we hebben.

Cato heeft ook redelijk wat gespreksstof, maar zit op dit moment in een wat eentonige fase. Ik geef een korte weergave van een ochtend, middag en avond gesprek:
– Ik: Goedemorgen Cato, lekker geslapen?
– Cato: Ja hoor
– Ik: heb je nog gedroomd?
– Cato: Ja, over mammie die aan het poepen was in haar broek op de stoep.
– Ik: Oké

Middag:
– Ik: Hoi Cato, hoe gaat het?
– Cato: ghoed heeeee (ze heeft Thoolse les van oma)
– Ik: Wat ben je aan het doen?
– Cato: Poepie kak. Ik ga zo in de gang poepen in mijn broek.
– Ik: Oké, klinkt leuk.

Bedtijd:
– Ik: Ga maar lekker slapen Cato. Ik zie je morgen weer en dan gaan we iets leuks doen. Wat wil je dan doen?
– Cato: Ik ga nu dromen over poepie kak en poepen in mijn broek en over poep. En morgen ga ik met mijn fiets poepen in mijn broek.
– Ik: Oké, welterusten lieverd, slaap lekker. Ik houd van jou.
– Cato: ik ook van jou poepie kak mammie.

Wat een heerlijke gesprekken. Het leven is soms zo eenvoudig.

 

 

_

 

 

Inspiratie

Binnenkort ga ik samen met twee vriendinnen M en M meedoen aan de Kunstroute. Dat is een tweedaags evenement dat dit jaar voor de twintigste keer wordt georganiseerd. Ik heb al eens eerder meegedaan met stapelgedichten. Dat vond ik reuze spannend. Voor mij is het delen van mijn gedichten net zoiets als in mijn blootje een presentatie geven voor dertig collega’s of in mijn nakie op een volle markt in Rotterdam Blaak hardop de krant voorlezen op zaterdagmiddag. Doodeng dus.

Het schrijven van gedichten is een uiting van mijn emoties. Diepe gevoelens vertrouw ik toe aan het papier. Het lukt mij niet om met een schriftje voor me en pen in de hand te gaan zitten om doelbewust een gedicht op papier te zetten. Gedichten komen altijd spontaan op. Noem het inspiratie. Vaak voel ik een paar dagen van te voren dat er iets aan het borrelen is. Ik kan minder makkelijk in slaap vallen omdat woorden door mijn hoofd vliegen. Ze gaan in een razen tempo en na een tijdje raken ze wat vermoeid of taaien af. Degenen die blijven gaan wat ronddwalen en klitten bij elkaar en dan na een tijdje ontstaat er iets. Ik krijg de enorme drang om mijn pen te pakken. Binnen tien minuten staat er dan een gedicht op papier dat soms gedeeld wordt, soms de prullenbak in verdwijnt en soms nog weggelegd wordt in een braadpan om door te sudderen.

Toch voelt het nu wel anders. De data van de Kunstroute zijn bekend en ik kan niet te lang wachten met het maken van mijn werk. Het samen organiseren van een expositie geeft een extra dimensie. Het brengt druk met zich mee. Ik kan niet achter blijven. Het maakt ook heel wat bij me los. Vriendin M is een begenadigd fotografe en gaat heel mooie foto’s laten zien. Vriendin M maakt daarbij passende schilderijen. De expositie wordt drie dimensionaal. De gedichten complementeren de foto’s en schilderijen en vice versa. De expositie wordt groots en krachtig. Emoties staan centraal. Laat ik maar beginnen met voelen dan komt de inspiratie vanzelf en hebben de woorden nog genoeg tijd om te sudderen net zolang tot ik ze kan serveren. Wat zal dat heerlijk smaken.

 

Geluk

Ik vind de uitdrukking “een ongeluk zit in een klein hoekje” mooi. Niet omdat ik van ongeluk houd, maar omdat deze uitdrukking aangeeft dat het geluk dus, behoudens dat kleine hoekje, overal om ons heen is. Je kunt een klein hoekje niet altijd vermijden, maar het geluk is dus verder overal te vinden. Voor je, boven je, achter je, onder je en in je.

De uitdrukking “het zijn de kleine dingen die tellen” past daar perfect bij. Geluk is overal en dat hoef je dus niet na te streven, want dat wat je nastreeft is er niet. Het is een wens voor de toekomst, iets wat behaald moet worden. Het gaat toch om het nu. Soms zie ik het geluk niet. In mijn jongere jaren moest ik veel moeite doen om het te zien en was ik vaak overtuigd dat ik degene was die werd overgeslagen op het geluksgebied. Er zijn tijden geweest dat ik alles en iedereen stom vond inclusief mezelf. De wereld was maar een zwarte wolk die alleen maar boven mijn hoofd hing en de ouders die ik had waren er alleen maar om mijn leven te vergallen. De dood kwam regelmatig over de vloer en angst en boosheid waren mijn beste vrienden. Het hoekje werd mijn universum. Maar diep van binnen was er toch altijd wel iets dat licht gaf. Dat was voor mij muziek, vriendin M, de ontluikende verliefdheden (die vaak ook wel weer in zwarte donderwolken veranderden, maar oh dat gevoel van verliefdheid is toch wel heel fantastisch) en films (vooral oude zwart-wit films waarin Fred Astaire de sterren van de hemel danste).

Nu heb ik het talent ontwikkeld om het geluk heel vaak te zien. In de ogen van mijn kinderen als ze hun tekening laten zien of een voorstelling voor me geven. In een mooi verhaal, een gesprek met een vriendin, een kop thee, chocolade, een wandeling met manlief, een bloem, de geur van de lente, de eerste lente zonnestralen, de volle maan, vakanties, luieren, met zus naar een film gaan, de waterstralen op mijn huid voelen onder de douche, onder mijn heerlijke warme dekbed liggen, gieren van de lach om niets en dan in je broek piesen, een schilderij bekijken, voor me uit staren, een onmogelijke yogapose volhouden.

Vandaag is het mistig en miezert het kleine traantjes van boven en ik kan maar niet stoppen met het zien van al dat geluk. Het hoekje is vandaag heel klein.

 

Krankzinnig

Soms denk ik wel eens dat we met zijn allen hier in het Westen krankzinnig zijn geworden. We weten niet meer wat we met al ons geld moeten doen en slaan door in de gedachte dat alles maakbaar is. Ik lees regelmatig de Volkskrant. Vooral de zaterdageditie krijgt de volle aandacht. Doordeweeks neem ik vaak onvoldoende tijd om rustig de krant te lezen en dat probeer ik dan in het weekend goed te maken. Een vriendin had een tip. Ze gaf aan dat ze in het weekend de krant van voor naar achter leest en de rest van de week de bijlagen uitpluist. Nu was het er van de week ook niet van gekomen om de bijlagen te lezen dus ben ik vandaag onder het genot van een kop thee en een gevulde bolus -wat een uitvinding-gedoken in Sir Edmund van vorige week.

Door Sir Edmund ben ik op de hoogte van de boeken die ik moet lezen en krijg ik elke week een mini college. Ik doe elke keer een poging om de column van Ionica -toffe naam- te begrijpen. Wiskunde was altijd een drama op de middelbare school, maar deze wiskundige lukt het bijna om mij een wiskundig vraagstuk te laten begrijpen.

Er is ook een gadgetdesk. Om eerlijk te zijn sla ik die informatie altijd over. Ik heb niets met gadgets, raak er niet warm van en de test van deze week onderstreept dit allemaal nog eens met een dikke vette streep. Waar gaat het over? De Babypod. Nu hoop ik dat u net zo verwonderd bent als ik. Een babypod? Is dat een soort iPad met nuttige informatie over de ontwikkeling en groei van een baby? Een soort dokter Spock 2.0? Nee, niet van dat alles. Het is een apparaat dat oogt als een gigantisch roze zaadcel, aldus de onderzoekers. Een foto bevestigd deze beschrijving. Boven in de knop zitten gaatjes en van binnen is een speakertje gemonteerd. De staart is een draad met een plug voor een koptelefoon. Niets van deze informatie heb ik zelf verzonnen. De gadgetdesk heeft het ding uitvoerig bestudeerd en wat blijkt, het is een muziekspeler.

Oh, niets bijzonders hoor ik u verzuchten, want tot nu toe kent deze blog nog geen boeiende wending. Nou, houdt u vast daar komt tie. De muziekspeler wordt bij een zwangere vrouw vaginaal ingebracht zodat de foetus van zeer nabij kan kennismaken met muziek. Ik laat nu even een pauze zodat deze informatie kan indalen zoals dat door hippe mensen wordt genoemd.

Bent u er weer? De gedachte is dat baby’s in de buik behoefte hebben aan muziek zodat ze er rustiger van worden, intelligenter, taliger, motorisch beter en ze zich prettiger voelen in hun verblijf gedurende negen maanden. Er wordt veel beweerd over de invloed van muziek op foetussen, maar ondertussen is er geen wetenschappelijk bewijs dat de voornoemde voordelen echt bereikt worden. Maar los daarvan. Ik ben zelf een paar keer zwanger geweest en weet dus uit ervaring dat er een moment in de zwangerschap komt dat je verfoeid dat er ooit iets in je vagina is geweest. Laat staan dat je met een baby van tig kilo en banden die rekken waardoor je helse pijnen ervaart, nog iets nieuws daaronder naar binnen wil schuiven. De gadgetdesk heeft een proefpersoon bereid gevonden om het apparaat in te brengen en te testen. Ze constateert dat de speaker best groot is en dat er niets gebeurt. De baby reageert er niet op. En dat vind ik dus echt klasse. De revolutie onder baby’s tegen rare gadgets. Baby’s hebben helemaal geen zin in dat gedoe en de wanhopige pogingen van ouders om van hun creatie het meest fijngevoelige hoog intelligente en muzikale wonder te maken. Een baby wil gewoon liefde, aandacht, eten en poepen. Hoe ingewikkeld kan het zijn?

 

Kookpunt

Ik ben geen kok. Nooit geweest en ik zal nooit veranderen in een keukenprinses. Toch waag ik me, meestal noodgedwongen, wel eens aan een poging om een maaltijd op tafel te zetten. Het is niet dat ik niet kan koken, maar als de wereld in evenwicht zou moeten zijn en er een verdeling toegepast moet worden en er onderscheid gemaakt moet worden tussen aan de ene kant de keukenprinsjes-en prinsesjes en aan de andere kant de eters, dan stap ik vol overtuiging over de streep naar de eters. Ik houd van eten en de gezelligheid aan tafel, maar gruwel van de gedachte om daar uren voor in de keuken te staan. Daarnaast heb ik ook een vorm van kookangst die ik vooral inzet als een goed excuus om mijn man, die er wel plezier in heeft, het gezin te behoeden van hongersnood. Laten we het erop houden dat ik andere talenten heb.
Vandaag was een dag dat er gekookt moest worden, bijna zoals elke dag met uitzondering van ik haal de friet wel-dag en een pizza is toch ook best voedzaam-dag en anders rijd ik wel langs de chinees-dag, en dat manlief er niet is.
Mijn variatie in gerechten bestaat uit pastasaus met macaroni of penne of spagetti of kip met rijst of salade of groentensoep.
Vanavond wordt het pasta met macaroni. Ik maak het me gemakkelijk en haal een zak met saus. Eerst gehakt in de pan, lekker rul maken, god mag weten wat dat betekent, daarna een wokgroentepakket erbij en als laatste de saus. De kunst is om het aanrecht schoon te houden. Dat kan ik dan weer wel, terwijl manlief elke dag het voor elkaar krijgt een heerlijke maaltijd voor te schotelen en de keuken als ontploft achter te laten, lukt het mij om te koken en op te ruimen tegelijk. Best knap of misschien toch niet zo handig. De saus zit in een zak van Bertolli. Even open knippen en de saus in de pan laten zakken. Dat kan toch iedereen? Maar hoe is het nu toch mogelijk dat je nooit alle saus uit zo een zak krijgt en als je dan knijpt de saus over je hele gasfornuis schiet en niet in de pan? Dat vind ik dus zo verschrikkelijk bloedirritant. Ik raak dan al snel tegen het kookpunt aan. Als het zo moet dan bekijken ze het bij Bertolli maar. Net zoals je nooit het laatste uit een tube tandpasta krijt. Ook zo tergend. Waarom maken ze dit soort verpakkingen? En wanneer gaat de politiek hier iets aan doen?
Ik ben dan wel geen keukenprinses maar heb toch zeker ook rechten? Ik heb toch recht op alles uit de zak zonder verspilling? Ik begrijp best dat ze in Den Haag meer op de agenda hebben staan, maar dit onderwerp is toch urgent genoeg om vrijdag middag een kwartiertje over te debatteren of een mooi wetsvoorstelletje voor te bedenken.  Moedeloos word ik ervan. Gelukkig kookt manlief morgen weer, mijn prins met zijn blauwe keukenschort en pollepel als zwaard.

Tram

Ik ben opgegroeid in een dorp. Daar hebben we alleen een busverbinding. Voor de avontuurlijke bewoners is dat redelijk problematisch aangezien op zondagen die verbinding minimaal is en alsof het een ongeschreven wet is, lijkt het dorp hermetisch afgesloten van de rest van de wereld.

Vandaag ben ik met de trein naar Rotterdam gegaan. Dit is een stad waar je van alles kan beleven, ik heb er zelfs een tijdje tijdens mijn studententijd gewoond en een deel van mijn familie woont er, maar de stad grijpt me niet. Ik vind Rotterdam in de avond als het -voor stadse begrippen- donker is het meest aantrekkelijk. Al het lelijks en ruws is dan verborgen achter de gordijnen van de nacht. De stad lijkt zachter en vriendelijker.

Vanavond ben ik met mijn zus naar de documentaire Janis, little gril blue geweest in Lantaren Venster. Dit is een documentaire die getoond wordt in een filmhuis. Mooie omgeving, lekker eten. Nou ja, na een tijdje daalde de enchillada  pas goed in en begonnen de krampen. Een lichte en ruikende domper op een perfecte avond.

We gingen terug met de tram en toen gebeurde het. Ik voel me nooit een provinciaaltje tot vanavond. Ik probeerde met een pasje die ik had geleend uit te checken en had per ongeluk de verkeerde pas gebruikt. Dus moest opnieuw inchecken en uitchecken, was met twee passen in de weer en de deur ging open en dicht en zusje lief zat tussen de deur en stapte uit en weer in. Totale chaos. Ik vroeg aan de mevrouw die chipkaarten controleert om hulp. Ik keek haar met een hulpeloze blik aan en….weg reed de tram. Zus toen buiten en ik ging door. Het antwoord van de dame was “nu moet je mee tot de volgende halte.” Dat had ik inmiddels zelf ook wel door.

Daar stond ik. Op het Centraal Station in Rotterdam om middernacht en ontdekte ik, geen mobiel bij, geen geld bij, geen telefoonnummer van zus en ook geen huissleutel. Oké ik geef het toe, misschien ben ik toch een beetje een provinciaaltje.

Overpeinzing

Wat een bijzonder woord is dat toch “overpeinzing”. Vooral als je het opschrijft, maar daar gaat het nu niet om. Via mijn werk volg ik een training die gericht is op een andere manier leidinggeven. De training heet Congruentmanager 2.0. Elke maand nemen we (groep telt 5 mensen) een module door en bespreken met elkaar onze actieplannen. De kracht van de training zit hem in de vragen die de deelnemers elkaar stellen en de spiegels die we elkaar voorhouden. Tijdens de training wordt er geen blad voor de mond genomen en is iedereen compleet -voor zover ik weet- eerlijk.

Elke keer stort ik me volledig op de module en de uitvoering van mijn actieplan. Ik wil alles uit de training halen. Ik kom telkens tot inzichten en overpeinzingen. Vandaag sprak ik met een deelnemer over oordelen. Hoe snel en hoe makkelijk mensen elkaar beoordelen en vaak ook veroordelen. Ik voer met enige regelmaat sollicitatie gesprekken. Meestal binnen een paar seconden is duidelijk of ik met iemand zou willen samenwerken of niet. Dat gebeurt heel vaak instinctief. Dit mechanisme komt voort uit onze natuur. In een fractie van een seconde kunnen we aanvoelen of er gevaar is en of we moeten vluchten of vechten.

We zijn natuurlijk nu veel verder in onze evolutie, maar het instinctief reageren op anderen zit gebakken in ons systeem. Is dat erg? Het lijkt me iets dat onoverkomelijk is, maar waar je wel bewust van kan worden. Ik stel mezelf dan ook vaak de vraag, waarom voel ik weerstand bij deze kandidaat en wat zegt dat vervolgens over mezelf? Hierdoor plaats je mensen in een ander licht en kun je proberen het beeld te nuanceren. Toch ben ik van mening dat oordelen ook storend is en oneerlijk. Vanuit mijn eigen gedachten, patronen en overtuigingen bestempel ik iemand zonder dat diegene zich kan verweren. Ik zie iemand lopen en bam…stempel….sukkel, zal wel niet zo slim zijn, zielig geval, zal wel niet goed bij zijn hoofd zijn….en ga zo maar door. Ontzettend vervelend vind ik dat. Ik zou niet graag zo behandeld worden, maar natuurlijk gebeurt dat wel. Andere mensen beoordelen en veroordelen net zo hard. Zelf moet ik dan dat beeld corrigeren. Erg ingewikkeld vind ik dat.

Ik ben er niet over uit wat ik kan veranderen om het oordelen uit te bannen. Daar ga ik over nadenken. Ik wil graag in het leven staan met een open blik. Zoals ik bij strafrecht altijd heb geleerd: je bent onschuldig totdat het tegendeel is bewezen. Ik peins nog even verder.

Verbinding

Steeds vaker spreek ik mensen die gestopt zijn met Twitter en Facebook. Ooit waren ze begonnen met het aanmaken van een account omdat ze niet wilde achter blijven. Je moet toch mee met de tijd en de technische mogelijkheden die op een presenteerblaadje aangereikt worden. Doe je dat niet dan blijf je achter, mis je informatie en voor dat je het weet kwijn je weg achter de geraniums denkend dat het nog steeds 1988 is en het Nederlands elftal een kans maakt om Europees kampioen te worden.

Ik heb ook een Twitter account aangemaakt. Nooit gebruikt, ik snapte er niets van en begreep al helemaal niet hoe je een boodschap kan overbrengen die enig nut heeft in zo weinig woorden. Facebook is een ander verhaal. Dat vond ik in het begin wel een mooie manier om met elkaar in contact te treden, zeker met vrienden in Gambia waarmee het schrijven van brieven niet zo soepel verliep. Ook had ik een paar interessegebieden zoals de Volkskrant, een yogaclub, Jane Goodall, Amnesty, waar ik de laatste nieuwtjes van kreeg en dat bracht echt inhoud aan mijn Facebook-beleving.

Op een gegeven moment ontdekte ik dat ik veel tijd besteedde aan het door scrollen van mijn pagina om te zien wat er nieuw was. Het overgrote merendeel van het “nieuws” bestond dan uit duckface selfies, likes van “vrienden” die een tuinset wilde winnen of een pakket van Kippie Kippie, of gerechten die klaar gemaakt werden en echt getoond moesten worden aan de wereld, want het ontzeggen van deze informatie staat bijna gelijk aan het plegen van een misdrijf. Ook de kerstperiode was een mooie tijd, niet omdat iedereen liefdevolle aandacht aan elkaar schenkt. Nee, omdat de kerstboom aan de wereld getoond moest worden. Ik kan me niet herinneren dat ik vroeger een foto van mijn kerstboom maakte, mee nam naar mijn werk en dan  vervolgens aan mijn collega’s liet zien.

Als laatste wil ik de meest beschamende categorie “nieuws” op Facebook noemen. Dat zijn die berichten die ouders plaatsen van hun doodzieke kind. Er wordt een foto gepost van een kind -vaak met een haarloos chemo koppie- die een handgeschreven bordje of kartonnetje vasthoudt waarop staat “like if you pray for me”. Ronduit walgelijk vind ik dit manipulatieve gedrag.  Als je aandacht voor je kind wil, geef dan zelf die aandacht door je kind vast te houden en lief te hebben in plaats van foto’s te maken en tijd op Facebook door te brengen om te zien of je al een hit bent. Ik voel erg mee met deze kinderen. Naast dat ze ziek zijn worden ze door hun ouders ook nog eens publiekelijk tentoongesteld als ware het rariteiten uit de jaren twintig van de vorige eeuw.

Facebook was ooit ontstaan als communicatiemiddel voor studenten. Het was letterlijk een gezichtenboek voor studenten zodat zij elkaar makkelijk konden vinden. Dit is uitgegroeid tot een wereldwijd instrument om met elkaar in contact te treden en te communiceren. Alleen mijn vraag is of er sprake is van communicatie. Alle grenzen zijn open en een ieder kan uitbraken wat hij wil zonder enige verantwoordelijkheid. Dat iedereen zich beter voordoet en van zijn beste kant laat zien, vind ik nog niet eens zo erg, maar wat me uitermate stoort is dat er gepropageerd wordt dat men in verbinding tot elkaar staat terwijl de meest verschrikkelijke reacties geplaats worden gericht aan mensen die iets willen delen. Zangeres Anouk wordt “afgemaakt” omdat ze zwanger is, het vluchtelingendebat wordt verstoord door mensen -die helaas stemrecht hebben en het recht van meningsuiting- die alleen maar ongefundeerde emoties uitkotsen of ex-partners maken elkaar zwart omdat ze zich ellendig en eenzaam voelen.

Ik wil hier geen deel meer van uitmaken en ben sinds september 2015 Facebook-loos. Heerlijk en een enorme winst aan tijd. Tijd die ik mooi kan besteden aan een goed gesprek, verbinding 2.0.

Tranen

Ik ben lang niet zo stoer  als ik me voordoe. De meeste mensen hebben een bepaald beeld van me, vooral op mijn werk. Ik ben streng, eis kwaliteit en loyaliteit. Rechtvaardigheid en gelijkheid staan hoog op mijn principe-lijstje en ik deins niet terug voor het stellen van kritische vragen, zelf als dat ervoor zorgt dat ik minder geliefd wordt. Ik ben een mens met principes en overtuigingen.

Dat kan allemaal wel zo zijn, maar dit is natuurlijk maar één kant van de blinkende medaille die Bianca heet. Natuurlijk heb ik ook een zachte kant. Die kant komt heel vaak naar voren. Ik word geraakt door mijn dochter die een verhaal aan me voorleest. Mijn hart slaat over als mijn andere dochter een lied voor me zingt en dan afsluit met de woorden “ik houd zo veel van mamma dat ik er van moet huilen.” Datzelfde hart breekt als een van die twee valt en met een bloedend gezicht in mijn armen ligt. Ook kan mijn man me ontroeren. Als hij geraakt wordt door iets wat de kinderen doen, smelt ik.

Deze emoties kent natuurlijk iedereen wel op de een of andere manier, maar ik sla ook regelmatig door in mijn ontroering. Soms op het gênante af. Ik huil namelijk vaak bij televisieprogramma’s. En dan heb ik het niet over die programma’s die gaan over zieke kinderen die in het ziekenhuis liggen en de dood in de ogen staren of over dode vluchtelingen jongentjes op een strand. Dat zijn ook van die voor de hand liggende tranentrekkers. Nee ik heb het over “Help mijn man is klusser” of “Wie is de mol” of “De wereld draait door” of een of andere sportfinale, bijvoorbeeld rugby waar ik anders nooit naar kijk. Vooral huilen bij “Help mijn man is klusser” is beschamend.  Het erge is dat ik dit soort televisieprogramma’s echt verschrikkelijk vind. Ik vind die mannen verschrikkelijk. “Kom met je luie reet van die bank af en ga wat doen”, schreeuw ik tegen het scherm. Die vrouwen zijn ook naar. Ik hoor mezelf roepen “doe dan zelf ook eens wat en stop met zeiken.”

Tijdens het kijken van dergelijke programma’s gebeurt er iets met me. Iemand neemt de controle over en stapt in het scherm en maakt opeens onderdeel uit van het gebeuren. Vooral bij sportfinales wordt ik bloedfanatiek, terwijl ik de regels van het spel amper snap. Zodra dan de winnaar op het podium stapt, maakt niet uit wie, en het volkslied gaat spelen gebeurt het. Niet één wonderschoon klein gracieus traantje glijdt via mijn ooghoekje naar beneden en strijkt langs mijn wang. Neehee, de sluizen gaan open en, zoals Oprah Winfrey het ooit noemde, de ugly cry komt naar buiten. Rode ogen, snot overal en hevig snikken….ikkkk vvvind ut zooooo zielug voor die mmmensen. Manlief weet al genoeg en heeft meestal de keukenrol klaar staan om me te assisteren bij dit grootse verdriet. In het begin van onze relatie schrok hij. Hij sprong dan op, rende naar de keuken om een glaasje water en tissues te halen. Nu weet hij genoeg. Hij vraagt niet eens meer wat er is, want hij weet heel goed. Over 5 minuten is het weer over.

Ik kan me heel makkelijk laten gaan en het fijne is dat ik het oppervlakkige gesnotter ook weer heel eenvoudig achter me kan laten. Soms vind ik het heerlijk om even uit te barsten in gesnik en gejammer. De echte pijn blijft hangen, maar gek genoeg gaat dat vaak gepaard met heel andere tranen.

Nu ga ik donderdag naar de documentaire over het leven van Janis Joplin. Mijn zus gaat mee, ook al heeft ze niets met Janis, maar ze weet dat iemand moet zorgen voor de zakdoekjes. Ik vertelde haar dat ik waarschijnlijk tijdens de film zal uitbarsten in tranen. Haar reactie: “ik had niet anders verwacht”. Fijn dat er mensen zijn die beide kanten van de medaille kennen en je onvoorwaardelijk lief hebben.

Vriendschap

Vandaag was ik uitgenodigd door een vriendin voor haar verjaardag. Ze gaf een feestje om te vieren dat ze veertig jaar was geworden en om de vriendschap te vieren. Zes verschillende vrouwen kwamen bij elkaar om thee te drinken en hapjes te eten. Ik kende geen van deze vrouwen. Ik vond het erg leuk om te zien wie er allemaal aan tafel zat. Dat zegt ook wat over mijn vriendin.

Zelf heb ik ook veel verschillende vriendinnen. Tijdens de middelbare school had ik meer vrienden dan vriendinnen. Nu is dat andersom. Toch heb ik een voorkeur voor mannen. Mannen vrienden brengen iets anders in een vriendschap dan vrouwen. Mannen zijn vaak geïnteresseerd in hele andere dingen dan vrouwen, zoals auto’s, voetbal en politiek. Nu zijn die eerste twee onderwerpen niet echt de onderwerpen waar ik uren over door kan babbelen, met politiek ligt dat anders. Mannen zijn vaak ook rechtlijniger, directer en hebben stevige pittige humor. Dat laatste spreekt mij erg aan. Het kan niet grof genoeg zijn voor mij. Ik lig om een goede niet politiek correcte grap of seksistische uithaal onder tafel.

Toen ik een jaar of zestien was had ik een groep vrienden om me heen. Allemaal in leren jack, brommertje onder hun kont en sjekkies roken. Dat vond ik spannend en stoer. Om die jongens hingen dan meiden die netjes gekleed waren, bloemetjes bloesjes aan, lange blonde haren en vol in de make-up. Dat boeide mij allemaal niet zo. Ik wilde gewoon ook een van de jongens zijn. Ik hing dan ook altijd aan de kant van de jongens en probeerde de meiden te negeren. Jongens mogen onbeperkt boeren, hardop zingen, onbeschaamd gedrag vertonen en kussen met wie ze willen. Dat wilde ik ook en deed dat ook. Gek genoeg betekende dat regelmatig vrienden verliefd op me werden, wat me zeer verbaasde aangezien ik niet een schone blondine was die zich voordeed alsof de wereld plat was. Helaas betekende dat ook het einde van de vriendschap. Zodra ik een jongen moest afwijzen omdat er geen wederzijdse romantische gevoelens aanwezig waren, bleek dat de vriendschap ook gestorven was. Erg jammer was dat.

Nu heb ik een paar vriendinnen en vrienden. Allemaal verschillend. Mijn theorie is, hoe divers een vriendengroep om iemand heen is (dus allemaal verschillende soorten mensen) hoe divers -en misschien zelfs wel complex- de persoon in kwestie is. Alle kanten van een persoon kunnen bediend en ondersteund worden door een vriend of vriendin. Eentje om mee te winkelen, eentje om mee te eten, eentje voor musea, eentje voor politieke praatjes, eentje om boekenliefde mee te delen, eentje om huwelijksproblemen mee te bespreken, eentje om mee te lachen en eentje om mee te huilen en eentje, dit is er een die vaak alles in zich heeft, om mee naar de sauna te gaan.

Ben benieuwd wie ik ga uitnodigen voor mijn veertigste verjaardag.