Gouden duo

Ik ben niet gezegend met een gelijkmatig uitgebalanceerd gemoed. Dat betekent dat ik zeer neerslachtig kan zijn, uitermate sacherijnig, mateloos verdrietig of enorm euforisch aan de andere kant of extreem gelukkig. Dat klinkt heel dramatisch, maar dat is het al lang niet meer. Hoogstens vermoeiend, vooral voor de mensen die dicht bij me staan. De wisselingen komen vooral voor de buitenwereld vaak onverwacht. Net zoals de schommelingen in het weer. Gelukkig betekent dat dan ook dat een zwarte bui in een paar minuten kan overslaan en schijnt de zon zoals zij nog nooit eerder heeft gedaan. Het zijn allemaal pieken en dalen.

Soms heb ik er zelf last van. Dat overkomt me niet zo vaak, want ik ken mezelf al een tijdje en denk dat ik mezelf nu wel aardig begrijp. Vandaag was weer zo een dag. De dag begon goed. De verwachte spierpijn na de yoga-les van gisteren bleef uit, kinderen waren goed geluimd, manlief was behulpzaam en de poes probeerde een keer niet tussen mijn benen door te rennen terwijl ik liep waardoor ik mijn nek niet heb gebroken. En dan opeens voel ik het komen. Objectief gezien gebeurt er niets bijzonders. Ik kan zelf geen reden aanduiden voor de switch, maar opeens alsof de zon verduistert wordt door de maan en de dag verdwijnt in de nacht, slaat mijn stemming om van gezellig en positief in zwart. Alles wordt dan donker. Het licht gaat uit. Een opmerking valt verkeerd, een kind zeurt net te lang, ik moet veel te lang wachten bij het bloedprikken omdat degene die voor me is opstandig en luidkeels zijn ontbijt er uit gooit, een beker thee valt over de tafel, de poes kakt terwijl ik net rustig zit en de stank is niet te harden (wat kan dat beest stinken zeg) en uiteraard loopt mijn computer, nadat ik een mooie tekst heb geschreven, vast. Op zo een moment wil ik hartgrondig en heel grof vloeken (dat is een van mijn talenten die ik zelden in het openbaar kan tentoonspreiden), iemand keihard neerbeuken (mag uiteraard ook niet) of minstens een veel te duur servies tegen de muur knallen (blijkt achteraf toch een slechte boekhoudkundige keuze te zijn). Dat kan allemaal dus niet en dan is het tijd om mijn hulpmiddel in te zetten, fantasie.

Fantasie is grenzeloos, discreet en staat alles toe. Ik hoef me nergens aan te houden, geen sociale normen, geen beleefdheden. Fantasie vindt alles goed. Een betere metgezel is er niet te bedenken. Dankzij fantasie heb ik nog steeds een gelukkig huwelijk, heeft de Raad voor de Kinderbescherming mijn kinderen nog niet weggehaald, heeft de brandweer mijn huis nog niet hoeven blussen en heb ik me nog nooit voor de strafrechter hoeven verantwoorden.

Fantasie is ook degene die vervolgens een ander inschakelt als het te lang duurt en dat is, mevrouw humor. Mevrouw humor relativeert de boel en zet me vooral weer op mijn plaats. Mevrouw humor is een keiharde. Zij zorgt er voor dat het zelfmedelijden stopt, dat de drama’s gerelativeerd worden waardoor ik alles weer helder zie en deze blog kan afmaken in een goed gemoed. Een gouden duo, fantasie en mevrouw humor.

 

Yoga

Vanavond mijn eerste yogales in jaren gevolgd. Mijn lichaam was er nog niet helemaal klaar voor merkte ik. Spontaan protest van spieren die al jaren een slaperig bestaan leiden was het gevolg. Heftig werd er getrild en geschreeuwd…..Stop hier onmiddellijk mee. Dat deed ik niet. De weg van de minste weerstand is misschien wel een mooi geplaveide weg maar leidt je vaak naar een aftands gebied. Daar ga ik niet heen. Heb ik al ggezien dat gebied. Beviel me totaal niet.

Tijdens de les stond muziek aan.  Van die fijne Aziatische klanken. Een nummer duurt ongeveer een uur en toch verveelt het niet. Ik ontdekte dat hoe stiller ik werd en dan bedoel ik echt innerlijk stil hoe harder de muziek klonk.

Met je ogen dicht naar muziek luisteren intensiveert de ervaring. Dat geldt ook voor yoga. Het intens in de beweging zitten en de kracht van mijn lichaam voelen maakt dat  ik weer een ervaring rijker ben.  Ben benieuwd of mijn spieren dat morgen beamen.

 

 

 

 

Voorlezen

Ik houd van lezen.  Mezelf helemaal onderdompelen in het verhaal, de karakters voor me zien en denkbeeldige gesprekken met ze voeren en de emoties voelen die de personages hebben. Lief en leed deel ik met ze. Heerlijk. Het overkomt me regelmatig dat ik snotterend een boek moet wegleggen of op het einde heel langzaam ga lezen omdat ik het zwarte gat al zie. Nog even rekken. Blijf nog even bij me. Ook al is het boek uit. Zelden vergeet ik mijn nieuwe vrienden.

Zelf lezen vind is dus het beste middel om te ontspannen en te ontsnappen aan de werkelijkheid. Wat daarnaast net zo leuk is om te doen is voorlezen, vooral voor kinderen vanaf een jaartje of 3. Sprookjes zijn fantastisch. Die hebben namelijk alles in zich. Een boze stiefmoeder of een heks, een mooie prinses, een spannend plot en natuurlijk altijd een goede afloop. Redelijk vaak onrealistisch, maar dat maakt niet uit. Tuurlijk kan roodkapje opgevreten worden door een wolf in 1 hap en daarna door haar pa bevrijd worden via het openhakken van de buik van de wolf. Sterker nog, daar voelt hij niets van. Die wolf dan. Hoe het met pa is, vertelt het sprookje niet.

Of die geitjes, die kunnen gewoon het levenslicht weer zien door het opensnijden van de buik van de wolf, die vervolgens met stenen wordt gevuld en dichtgenaaid wordt zodat hij na een enorme dorst zich te pletter stort in een waterput. Daar is toch niets vreemds aan in de ogen van peuterige kleuters en kleuterige peuters. Die van mij smullen er van.

Alle stemmen doe ik zelf erbij. De krakende stem van de heks, het lichte onnozele gebabbel van de naïeve prinses en de stoere norse klanken van de held, vaak op een paard die niet zelden wit is. Mijn specialisme is de lach. Whahaha, op een boze schurkerige manier.

Er is wat veranderd. Rika (5 jaar) kan sinds kort zelf lezen en staat er op ’s avonds een boek voor te lezen. Jawel een heel boek.  Het gaat over een hond die een bot jat. Dat is de korte samenvatting. Maar Rika vertelt het superieur. Het lichte gestotter dddde hond hhheeft een bbbot en vervolgens één in plaats van een. Ik barst bijna uit elkaar van trots. Wat ontzettend geweldig voor haar dat ze kan lezen. Er gaat nu een wereld voor haar open. Ze gaat op ontdekkingsreizen, leert nieuwe plaatsen kennen en ontmoet nieuwe mensen. Ze gaat haar fantasie ontwikkelen en taalgevoel.

Ik verheug me er nu al op dat ze me straks een spannend sprookje gaat voorlezen met bijbehorende lach, mijn favoriet: de drie biggetjes.

 

 

 

 

Waarom

Ik stel veel vragen. Altijd al gedaan. Soms bloedirritant. Dat weet ik, maar kan mezelf gewoon niet bedwingen. Ik heb een enorme behoefte om alles ter discussie te stellen en te bevragen. Daarom ben ik ook van mening dat het woordje “waarom” gevolgd met andere, toch met minder belang behept, het meest essentiële woordje in het universum is. Van levensbelang. Het beste woord dat ooit door de mens is verzonnen. Soms mijmer ik over het ontstaan van dit met twee lettergrepen voorzien- op het eerste gezicht onschuldig- woordje. Zou er ooit bij het ontstaan van de spraak, ik stel me voor tijdens de oertijd toen de neanderthalers rechtop gingen staan en in plaats van barse klanken woorden gingen construeren, er één in het bijzonder dit woord naar voren hebben gebracht, tijdens een neanderthaler-meeting, en gevraagd hebben om een stemming om voortaan dit woord te gebruiken om de reden van een gebeurtenis te achterhalen. Misschien sla ik nu door, maar toch. Waarom is er het woord waarom?

Volgens Van Dale, onze taalexpert en mijn vriend, geeft het woord “waarom” aan: oorzaak of reden. Waarom is een bijwoord volgens de expert en dat vind ik dus onterecht. Vriend of geen vriend, hier slaat meneer Van Dale de plank mis.  Bijwoord heeft de suggestie van ondergeschikt belang te zijn en daar is absoluut geen sprake van. “Waarom” is essentieel, levensbepalend en onderscheidt weldenkende wezens van hen die daar niet mee belast zijn. Alles begint met de vraag naar waarom. Elke wetenschapper is een genie in het stellen van vragen en in de meeste gevallen beginnen deze met….jawel, waarom.

Niet iedereen is overtuigd van het nut en de noodzaak van het gebruiken van dit woord. Sommigen vinden het confronterend en lastig. Dat is omdat met waarom vaak de waarheid boven komt en die is soms toch veel minder fraai dan men zich voorhoudt. Mijn collega’s kunnen mijn waarommen ook niet altijd waarderen. Ze raken vermoeid, maar ik geef niet op. Volgens mij draait het leven om contact tussen wezens. Het gaat om verbinding. Verbinding bereik je door aandacht aan elkaar te schenken en elkaar dus vragen te stellen. Uiteraard is luisteren vervolgens een essentieel onderdeel. Door de waarom-vraag te stellen forceer je de ander om over zijn eigen handelen of gedrag na te denken. Daarmee helpt de waarom-vragensteller de ander mee, want om over jezelf na te denken open je de deur naar eerlijkheid. Eerlijk zijn, in een door het ego geregeerd tijdperk, is een groot goed.

Het antwoord “daarom” op een waarom-vraag is verboden. Ik stel dan ook voor om dit woord te schrappen in alle talen die het universum  rijk is. Daarom is een dooddoener, een vlucht uit de realiteit, daarom is geen reden en als je van de trap afvalt ben je snel beneden. Klopt als een bus.

Ik stel ook vaak de waarom-vraag aan mezelf. Waarom schrijf ik deze blog? Is dat omdat ik mijn schrijfvaardigheid wil bevorderen? Is dat omdat ik reacties van anderen kan krijgen en daarmee mijn ego streel, mits de reacties positief zijn natuurlijk? Is het omdat ik behoefte heb aan rust in mijn hoofd? Zodra ik de woorden namelijk aan het papier heb toevertrouwd zijn ze (tijdelijk) uit mijn hoofd. Nu ga ik bruut eerlijk zijn. Het antwoord is alles. Waarom schrijf ik dit blog? Omdat ik ooit een boek wil schrijven, omdat ik schrijfervaring moet opdoen, omdat ik de discipline niet heb om elke dag te schrijven en het tegendeel nu probeer te bewijzen, omdat ik wil dat iedereen me geweldig vind en ik daardoor erkenning krijg en een uitnodiging voor het boekenbal, omdat ik voel dat ik nu op een keerpunt in mijn leven sta, het is nu of nooit.

En ik vraag me nu af waarom jij dit leest?

Vergankelijkheid

Gisteren begon er weer een nieuw jaar. Een jaar vol met nieuwe ervaringen. Ik kijk er naar uit. Ben benieuwd wat er allemaal op mijn pad komt. In ieder geval is het ook het jaar dat ik 40 word. Ik houd me voortdurend voor dat ik dat helemaal niet erg vind. Geen probleem hoor. ‘Nee, ik voel me juist nu in mijn kracht staan en weet wie ik ben’, hoor ik mezelf verkondigen. En daarnaast mag ik gelukkig zijn dat ik deze leeftijd mag bereiken. Mijn vader heeft het immers niet gehaald. Zijn teller is gestopt bij 35.

Natuurlijk is dat allemaal waar, maar aan de andere kant bekruipt me toch steeds meer het gevoel dat ik over de helft ben. Dat ik niet meer jong ben en dat dat ook nooit meer terug komt. Er is iets veranderd. Het leven is onomkeerbaar. Dat is het natuurlijk altijd geweest, maar opeens besef ik dat. Het bijpassende gevoel is soms neerslachtig. Nu weet ik niet of ik mezelf precies uit zoals ik me echt voel. Welke woorden zijn nu passend? Neerslachtig klinkt zo depressief. Dat is het ook niet. Sterfelijk, klinkt weer zo dramatisch. Dat dekt toch ook niet de lading. Misschien is het bewustzijn. Het bewust zijn van vergankelijkheid.

Het nieuwe jaar begint binnen de families van beide kanten (koud en warm) altijd met een nieuwjaarsgroet. Mijn schoonouders waren de eerste die deze groet in ontvangst mochten nemen. We liepen met ons gezin naar hun toe. Het was wat fris. Ik had er niet bijster veel zin in. Toen gebeurde het. Ik liep langs het gebouw waar mijn schoonouders een appartement huren. Het is een zorgcomplex met aan de ene kant bewoners die nog fit van lijf en lede en dito verstand zijn en aan de andere, gesloten, kant de bewoners die hun eindstation hebben bereikt. Voor het raam zat een vrouw. Ook al zat ze in haar stoel, ik kon zien dat ze groot van postuur was. Dit was vroeger een krachtige vrouw geweest, dat kan niet anders. Ze had doorzichtig haar. Ik kon haar hoofdhuid door haar dunne haar zien. Haar gelaat was ijzingwekkend wit. Het wit dat de dood geeft aan stervende zielen. Haar jurk zat los en was veel te ruim. De kleur paars gaf het geheel een macaber beeld. Voor haar stond een tafel en op die tafel zat een beer. Zij had deze teddybeer met beide handen vast en was innig in gesprek met hem of haar. Ik kon niet stoppen naar haar te kijken. Zo aandoenlijk en confronterend. Zo kan het eindstation er uit zien. Dit is vergankelijkheid in pure vorm. Deze vrouw ooit een krachtig wezen, misschien kinderen gebaard, misschien noeste arbeid op het land uitgevoerd of met straffe hand een huishouden bestiert, nu zittend voor een raam tentoongesteld aan de buitenwereld in gesprek met een teddybeer.

Ik raakte ontroerd door deze vrouw. Het bezoek aan mijn schoonouders werd overschaduwd door de nabije aanwezigheid van deze vrouw. Alle nieuwjaarsgroeten bij elkaar kunnen er nooit voor zorgen dat ik deze vrouw vergeet en met haar de vergankelijkheid. Hij maakt deel uit van mij en laat ik hem dan maar omarmen en hopen dat ik ooit innig een gesprek met een teddybeer mag voeren

Gedoetje

Nu zit ik hier met voor me een wit blad en weet ik niet waar ik mee moet starten. De kinderen liggen op bed. Alle rust en ruimte is er om te schrijven. Ga ik zomaar uit het niets iets opschrijven? Of begin ik met een verhaal dat in mijn hoofd zit? Ik weet het niet en toch wil ik niet nu al na welgeteld 1 dag opgeven. Het nieuwe jaar is begonnen en opgeven is geen optie. Moet ik wachten tot de goddelijke inspiratie me ingeeft welke woorden aan het digitale papier moeten worden toevertrouwd? Of werkt het zo niet? Moet ik gewoon aan de slag. Laat ik dat laatste maar proberen en vooral de angst trotseren.

Het valt me op dat ik ’s nachts de meeste ingevingen krijg. Fantastische zinnen komen dan op en diepe inzichten doemen uit de krochten van mijn ziel boven. Het donker brengt iets teweeg in mezelf. Ik heb rust, ben alleen en kan eerlijk zijn. Ik speel geen rol, hoef niemand te plezieren en zie de zaken vaak in een helder licht.

Zodra het ochtend is en de eerste lichtstralen de vogels doen ontwaken, stopt de inspiratie en ben ik alle zinnen, mooie constructies en inzichten kwijt. Hoe komt dat toch? Ben ik soms twee personen. Huizen er in mij meerdere persoonlijkheden die aandacht willen. Vroeger leed ik al in stilte in mijn bed als de duisternis mijn kamer introk. Het leed van de dag of mijn verdriet over heimelijke liefdes kwam dan hevig boven en dwong zich op. Aandacht wilde zij, voelen en ervaren. Diezelfde persoon is dus nog steeds bij me. Als ik ’s avonds in bed lig en de dag overdenk kom ik altijd tot betere zinnen die ik had moeten gebruiken tegen die collega waarvan ik vond dat hij ongelijk had, stroomt de poëzie door mijn aderen en wordt mijn hart overvallen door oud pijn. Ik raak in een kramp, houd me wanhopig vast aan de woorden en zinnen en val in een onrustige slaap om vervolgens te ontwaken en te constateren dat alles vervlogen is. Zo snel als het tot me komt zo snel is het ook vertrokken.

Het zal vast allemaal psychologisch of neurologisch onderbouwd kunnen worden, maar eigenlijk zit ik daar niet op te wachten. Ik hoef niet te weten hoe het komt, want eigenlijk beschouw ik die donkere kant ook als een onderdeel van me zelf. Net zoals de donkere gedachten. Volgens mij bestaat een mens uit verschillende ikken. En al die ikken tezamen zorgen voor dat mens dat weerloos en onschuldig in haar bed ligt. Te woelen, te wroeten en te ploeteren. We ploeteren allemaal wat af, hoor ik René Gude nog zeggen, en dat klopt. Zoals ik zijn andere quote ook ter harte neem: ‘Het leven is een gedoetje’. Zowel overdag als ’s nachts. Ook al vatten we de slaap, het leven blijft geleefd worden. Vaak wil ik van dat gedoe af, maar hoe sterker mijn verzet hoe krachtiger het gedoe me om de oren slaat. Alsof het een veelkoppig monster is die met zijn gifgroene ogen me aanstaart en me dwingt hem in de ogen te kijken en zegt dat ik niet kan winnen. Wat is het alternatief? Me overgeven en het gedoe maar omarmen. Accepteren adviseren alle, vaak zelfbenoemde, spirituele goeroe’s. Is het mogelijk dat ik mijn gedachten, hoe donker ze soms zijn, kan accepteren? Of is het beter ze te temmen? En dat leven dan, moeten we dat allemaal maar accepteren of is enig verzet op zijn tijd gewenst? Allemaal boeiende vragen en wie weet komen er gaandeweg ook boeiende antwoorden die ik dan vervolgens misschien wel durf toe te vertrouwen aan het papier.

Begin

Ik heb een opdracht. Voor de uitvoering van deze opdracht heb ik alles binnen handbereik. Ik heb een spiksplinter nieuwe laptop, cadeau gekregen van mijn ouders die hiermee een bepaalde vorm van genegenheid schenken. Daarnaast tien gezonde en flexibel functionerende vingers, ook trouwens van mijn ouders gekregen. Verder heb ik verhalen waar diezelfde ouders, ook in een andere samenstelling, regelmatig de revue passeren.

Alles is dus aanwezig om de opdracht uit te voeren. Klaar om te beginnen zou je kunnen denken. Maar dan gebeurt het. Laptop is leeg, de nieuwe versie van windows begrijp ik niet. Vervlogen tijd, flexibele vingers blijken vast te zitten aan een vermoeid en stram lijf, en dat verhaal, tja, is dat nu eigenlijk wel zo boeiend dat het toevertrouwd moet worden aan het papier?

Excuses, uitvluchten. Ik begrijp het heel goed. Angst is wat regeert. Daar moet verandering in komen. De eerste zet is een blog aanmaken. Ik heb geen flauw idee hoe dat moet. Het blijkt redelijk eenvoudig te zijn, maar heb wederom geen flauw idee of het ook gelukt is. Met andere woorden of de buitenwereld dit nu ook kan zien. Computers zijn niet mijn vrienden, boeken daarentegen wel. Toch ga ik vriendschap sluiten met dit onmisbare apparaat. Eerst moeten we elkaar leren kennen. Goed in elkaar verdiepen om te zien of er een toekomst tussen ons is. Hij is best aantrekkelijk. Mooi zwart, licht in gebruik, maar ook robuust en stoer. Hij zegt waar het op staat, maar niet op een macho overheersende manier. Wie weet gaat het goed met ons komen. Meer nog moet ik proberen de blog en het bijbehorende programma tot kameraad te maken. Waarom start een nieuwe zin niet met een hoofdletter bijvoorbeeld? Hoe krijg ik het voor elkaar dat de foto die ik er op heb gezet ook zichtbaar is? En kan mijn tekst geredigeerd worden op spelfouten, want die flexibele vingers vliegen over het toetsenbord en raken soms zo in vervoering dat ze letters aanraken die niet bij de woorden horen.

De zoektocht is begonnen.