Liefde

Gisteren keek ik naar De wereld draait door. Daar was de burgemeester van Amsterdam te gast en hij sprak over een interview dat hij heeft gegeven en dat hij het woord “lief” had gebruikt. De context was de volgende. De burgemeester werd gevraagd of een situatie zoals deze zich heeft voorgedaan in Keulen, massale aanranding en beroving van een grote groep vrouwen, in Amsterdam ook zou kunnen gebeuren. Hij reageerde daar op met heel veel woorden, maar de media haalt vervolgens de context uit elkaar en geeft een verdraaide weergave van deze woorden zodat de burgemeest gezegd zou hebben dat een dergelijke situatie uitgesloten is, aangezien amsterdammers te lief zijn.

Het stoort me ontzettend dat media bovenal sensatie zoeken, dit uitvergroten en de context van een interview volledig kunnen verdraaien waardoor de betrokkene voortdurend tekst en uitleg moet geven over wat hij/zij gezegd zou hebben. Wat me verder stoort is dat de discussie dan vervolgens gaat over wat er wel en niet gezegd zou zijn en hoe dit uitgelegd moet worden zonder dat het over het “echte” onderwerp/probleem gaat. Heel geraffineerd gaat men in de media te werk en vervolgens pakt het hele land het op en voelt iedereen de behoefte zijn mening te ventileren of uit te braken.

Natuurlijk heb ik ook een mening, maar die wil ik graag pas uiten als ik beschik over feiten en over een stuk waarheid. Halve waarheden, op sensatie beluste waarheden of verdraaide waarheden, daar kan ik niets mee en wil ik verre van blijven. Toch is het erg moeilijk om de waarheid te kennen, als zoiets überhaupt al mogelijk is. Ik ga ervan uit dat de media mij een eerlijk verhaal vertellen, maar hierin raak ik steeds meer teleurgesteld. Het NOS journaal is al een paar keer door de mand gevallen, door verhalen niet te checken of te verzaken hoor en wederhoor toe te passen. Ook de Volkskrant heeft haar reputatie verspeeld door plagiaat toe te staan en gekleurd nieuws te brengen.

Het wordt voor een buitenstaander steeds moeilijker om te vertrouwen op media. De sociale media zijn zo snel met het geven van berichten dat daardoor regelmatig de plank totaal mis wordt geslagen. Wat heeft het dan voor nut om sociale media te volgen. Wat is nu belangrijker dat informatie snel tot ons komt of accuraat? Ik kies voor het laatste.

Burgemeester Van der Laan gaf in zijn interview ook een stukje van een oplossing voor wat betreft radicalisering van jongeren tot de islam en bij betrokkenheid met IS. Zorg voor verbinding. We moeten ervoor zorgen dat we deze jongeren niet kwijt raken. Nu komen we bij de kern van de problematiek. Hoe komt het dat jongeren radicaliseren? Zodra we dat weten, en daarover is heel veel bekend, dan kunnen we naar een stuk van een oplossing toe werken. Maar ook, wat te doen met de grote stroom vluchtelingen die in Nederland binnen komen? Werkt het dat we deze mensen in een grootschalige opvang stoppen zonder dat we ze iets leren over Nederland? Nee, natuurlijk niet. Er zitten mensen in asielzoekerscentra die niet weten hoe je een wc moet gebruiken en waar toiletpapier voor dient. Waarom wordt daar niet in geïnvesteerd? Waarom wordt alleen maar het voorbeeld van onze big brother de Verenigde Staten gevolgd en keihard terug geslagen. Zoals de burgemeester aangaf “als ze met Kalasjnikovs de studio binnen rennen is het oorlog, maar tot die tijd kunnen we best lief voor elkaar zijn”. Wat een verademing, eindelijk iemand aan het woord die los van emotie en los van het wij versus zij-denken nadenkt over het dieperliggend probleem. Liefde is het antwoord, eigenlijk op elk probleem. Durf daar maar eens mee naar buiten te komen. The Beatles deden het, Mandela riep het, Martin Luther King zag het, de hippies bedreven het. Nu de rest van de wereld nog.

 

Invloed

In mijn leven tot nu toe heb ik een aantal mensen om me heen gehad die me sterk hebben beïnvloed. Een lerares Nederlands zag dat er meer potentie in me zat dan er tijdens de lessen op de middelbare school uitkwam en zorgde ervoor dat ik examen kon doen. Daardoor ontsnapte ik uit een bepaald keurslijf dat me steeds strakker om het lijf ging zitten en voorkwam ze daarmee dat ik zou stikken.

Mijn tante Riek gaf me liefde op de momenten dat ik het nodig had. Ik was na de scheiding van mijn ouders een eenzaam kind. Die eenzaamheid werd verstrekt toen mijn moeder een nieuwe liefde in haar leven toeliet. Vanaf dat moment was voor mij duidelijk dat ik bij niemand op de eerste plaats kwam, behalve bij tante Riek. Zij gaf me aandacht, speelde eindeloos spelletjes met me en hield me dicht bij haar. Bij haar voelde ik me rustig en op mijn gemak. Ik voelde dat ik ertoe deed. Al was het maar voor een uurtje.

Mijn oma Muk was ook iemand die me heeft gered. Na de scheiding van mijn ouders kwam ik regelmatig bij haar. Zij haalde me op, aangezien mijn vader geen auto kon rijden, en bracht me vanuit Rotterdam weer naar huis. Vreselijke autoritten waren dat. De terugreis was altijd geladen met verdriet. Ik wilde bij mijn vader blijven. Daar kreeg ik alle aandacht. Nu kijk ik daar genuanceerder naar, maar als kind wilde ik bij hem wonen en heel dicht tegen hem aan staan of zitten. Voor altijd. Mijn vader overleed en de bezoekjes aan mijn oma werden minder. Op een bepaald moment zag ik haar niet meer en was het contact verbroken. Teleurgesteld en eenzaam bleef ik achter. Mijn emoties zette ik om in boosheid. Hoe kon ze mij, een kind nog, in de steek laten? Was ik dan niet belangrijk genoeg?

Na ruim 15 jaar stilte besloot ik haar op te zoeken. Op dat moment worstelde ik met de verwerking van de dood van mijn vader en was ik bezig met een zoektocht naar mezelf. Ik had alleen mijn moeder in de buurt om me aan te spiegelen, maar ontdekte dat ik constant met haar in conflict raakte omdat we zo verschilden van elkaar. Dat moest dus de kant van mijn vader zijn.

Ik was nerveus om haar te ontmoeten. Mijn zus ging mee. Zij had nog wel contact en heeft de afspraak geregeld. Het moment dat ik haar zag was heel bijzonder. Ze was nog precies zoals ik me haar herinnerde. We rookten samen een sigaret. De spanning vloeide weg uit de kamer, terwijl deze zich volzoog met rook. Ze stelde veel vragen over mijn leven en er ontstonden mooie gesprekken. Mijn oma kon heel mooi vertellen, soms wat langdradig, maar altijd boeiend.

In haar appartement hing een schilderij van pioenrozen. Mooie kleurencombinatie en heel gedetailleerd vastgelegd. Ik was gelijk onder de indruk. Ze vertelde me dat pioenrozen haar lievelingsbloemen waren en dat ze het schilderij zelf had gemaakt. Mijn mond viel open. Dit bezoek bracht me zo veel herkenning. De verhalen die ze vertelde zorgde dat ik steeds meer stukjes van mezelf vond en begreep. En nu vertelde ze me ook nog dat ze kon schilderen en heel creatief was. Zelf was ik ook bezig met sieraden maken, schilderen en gedichten schrijven. Terwijl mijn moeder ver weg blijft van alles wat enigszins met kunst te maken heeft en lezen van poëzie verafschuwd, vond ik hier iemand die me liet zien dat dit stuk van mezelf een oorsprong heeft in een dieper liggende dna-lijn.

Vanaf dat moment werd de band met mijn oma met de dag sterker. Ik herinnerde haar aan haar verloren zoon en zij herinnerde mij aan mezelf. Hierdoor heelde de pijn en mijn ziel.

Onrecht

De zaken die vaak recht voor je neus gebeuren zie je niet. Je herkent ze niet. Blind voor je eigen gewoonten of gedrag. Ik vraag me bijvoorbeeld regelmatig af waarom ik het werk doe dat ik doe. Het antwoord is terug te vinden in mijn jeugd. Ik keek eens naar The Oprah Winfrey Show en daar was een gast die vertelde dat je aan het speelgedrag van kinderen kan afleiden welk beroep ze later gaan doen. Dat vond ik echt fascinerend en ben gelijk op onderzoek gegaan. Waar speelde ik mee en met wie?

Wat bleek. Ik speelde altijd met kinderen die niet populair waren. Mijn beste vriendinnetje op de kleuterschool en in de eerste klassen van de basisschool heette Nadia. Ze had een exotische achternaam en dat was in die tijd in het kleine plaatsje waar ik vandaan kwam heel bijzonder. De moeder van Nadia was de eerste vrouw die trouwde met een buitenlandse man, een Marokkaanse man. Dat was om verschillende redenen bijzonder. Eerst omdat hij niet wit was. Ook hing hij niet hetzelfde geloof aan en dan had hij ook nog eens een vreemd accent. Ik weet niet meer hoe het kwam dat Nadia en ik vriendinnen waren, maar ik vond haar heel leuk. Ze had donker krullend haar, wat mooi afstak tegen het blonde sluike lange haar van mezelf en ze droeg een bril. Daar scoorde je in die tijd ook geen punten mee in de populariteitswedstrijd. De moeder van Nadia was altijd heel zacht en vriendelijk tegen me en haar vader vond ik apart. Zo een man kende ik nog niet. Mijn ouders waren altijd heel ruimdenkend (oude hippies). Voor hun maakte het niet uit met wie ik omging. Nadia werd al snel, toen we naar de basisschool gingen, gepest. Daar kon ik echt niet tegen. Ik werd woedend en witheet. Elke jongen die naar tegen haar deed wilde ik in elkaar schoppen. En elk meisje die dat deed trok ik aan haar haren. Dat maakte uiteindelijk dat ik zelf ook niet echt populair was op school, maar dat interesseerde me helemaal niets.

Nadia bleef zitten en ik was de eerste van ons twee die naar de middelbare school vertrok. Ook daar trok ik op met klasgenoten die anders waren. Nou ja, anders. Dat vind ik zo akelig om te zeggen. Zij waren hun zelf en liepen niet met de stroom en de kudde mee. Dat heb ik altijd bewonderd en zelf koos ik ook liever een blubberig hobbelig zijpad dan het rechte geplaveide pad. Ook tijdens die periode kon ik niet tegen onrecht. Van niemand. Dat werd dus vaak verward met het idee dat ik een probleem met autoriteit heb. Dat is niet zo. Ik heb een probleem met autoritair gedrag dat vanwege een positie misbruikt wordt. Dus leraren die dachten controle uit te oefenen en gezag eisten vanwege hun positie kwamen bedrogen uit. Jongens in mijn klas die dachten dat ze meer macht hadden omdat ze groter waren en dus hun wil aan mij konden opleggen, stonden raar te kijken als ze met een vuist tegen de muur aan werden gesmeten. Begrijp me niet verkeerd. Ik houd niet van geweld, maar nog minder van onrecht.

Dat een vriend van mij, zo donker als pure chocolade met een Nederlands paspoort, gefouilleerd wordt bij het Casino en ik met mijn romig witte teint niet, zorgt er bij mij voor dat ik nooit meer een voet binnen die zaak zet.

Terugkijkend op mijn jeugd zie ik een stevig patroon van bestrijding van onrecht. Is het dan verwonderlijk dat ik uiteindelijk, tegen alle verwachtingen in, rechten ben gaan studeren? Nou, nee dus. Nu werk ik nu voor een gemeente waar de rechtse politiek hoogtij viert en waar heel veel zaken tegen mijn principes van rechtvaardigheid en gelijkheid gebeuren. De vraag waarom ik doe wat ik doe is minder relevant geworden. Nu vraag ik me meer af waarom werk ik waar ik werk?

Spelletjes

In mijn kindertijd vond ik spelletjes doen niet leuk. Ik weet niet wat het omslagpunt was, want ik kan me niet voorstellen dat ik als peuter het niet leuk vond om een spel te spelen. Misschien deden we dat thuis nooit. Mijn geheugen laat me in de steek. Het enige wat ik me nog wel herinner is dat ik op een gegeven moment spelletjes verschrikkelijk vond. Dat kwam uiteindelijk vooral doordat ik niet tegen mijn verlies kan. Nog steeds niet trouwens. Ik moet gewoon winnen. Lukt dat niet dan komt er een waas voor mijn ogen en wil ik het liefste het spel tegen de muur smijten met de winnaar er achter aan. Het is niet persoonlijk bedoeld, want ik wil van iedereen winnen. Ik haat alle spellen met een bal, want ik mis hand/voet-oog coördinatie. Dus de bal belandt altijd op het dak van de uitbouw of in een boom. Hetzelfde geldt voor tennis, vooral de campingvariant. Ik sla te hard en ongecontroleerd en als ik de bal verkeerd terug krijg ligt het uiteraard aan mijn tegenspeler. Met mijn man een spel doen is een ramp. Hij heeft op hoog niveau gedamd, dus dat is een ramp. Bij elke zet die ik doe ontvang ik commentaar zoals: “zou je dat wel doen?” En, “helaas verloren”. Dan heb ik nog maar 1 zet gedaan. Echt vreselijk vind ik dat. Om ons huwelijk goed te houden hebben we besloten niet langer te dammen met elkaar. Veel beter zo, maar dan houden we nog wel andere spelletjes over zoals pesten, yahtzee, mens-erger-je-niet (hoe toepasselijk) en rummikub. Ik bewonder de rust en vastberadenheid van mijn man om toch telkens weer een spelletje met me te spelen. Als ik win is er geen probleem, maar als ik tijdens mens-erger-je-niet- met nul pionnen op het bord sta en al tachtigduizend keer 1 heb gegooid in plaats van zes en manlief met al zijn soldaatjes binnen staat, ontplof ik intern en -vaak ook- extern. Ik zou dan het liefst het bord met pionnen en al ergens in zijn lichaam stoppen waar het licht niet schijnt.

De woede is niet tegen hem persoonlijk gericht, want op zo een moment haat ik gewoon iedereen de van me wint. Er zijn twee uitzonderingen. Dat zijn twee (eigenlijk) drie mensen van wie ik met liefde en veel plezier verlies. Uiteraard verlies ik graag van mijn kinderen. De jongste (3 jaar) is momenteel verzot op kwartetten. Ze is er bijzonder goed in en ook al doe ik mijn best, ik laat haar echt niet winnen, lukt het haar telkens mij te verslaan. De intensiteit in haar blik en het uithangende puntje van haar tong verraden een vorm van fanatisme die herkenbaar is. Ik ben benieuwd hoe dit zich gaat ontwikkelen. Ook de oudste is al redelijk fanatiek. Zij stort zich al ter aard als ze verliest. Ik begrijp haar frustraties, maar moet er toch ook een beetje om lachen.

Degene die engelengeduld had en uren achter elkaar met mij een spelletje wilde spelen was mijn tante Riek. Daar zaten we dan, samen aan de keukentafel voor het raam, yahtzee op tafel en een glaasje limonade. Na een paar velletjes vol te hebben gespeeld stuurde ze me naar de frietboer om frikadellen. Dat zijn prachtige herinneringen. Van haar verliezen was ook geen ramp. Nu ik erover nadenk, kan ik me ook niet herinneren dat dit vaak voorkwam.

Held

David Bowie is dood. Voor velen was hij een held. Ik weet niet zeker of ik gerechtigd ben een mening over hem te hebben. Ik ben nooit een uitgesproken fan geweest en om nu openlijk te gaan treuren en een lofzang op te stekken voelt, op zijn zachts gezegd, hypocriet. David Bowie vertegenwoordigt een tijdperk. Hij was een mens die alle conventies aan de kaak stelde en speelde met alle gevestigde regels en normen, zowel op muzikaal gebied als op het persoonlijke vlak. Hij heeft de muziekwereld verandert te samen met de mode en kunst. Een iconisch figuur wordt hij genoemd. Voor velen rechtvaardigt dat het gebruik van de term “held”.

Een vriendin was ook onder de indruk van het overlijden van Bowie en zat vertwijfeld op de fiets na te denken over haar eigen leven. Wat laat ik nu achter, vroeg ze me. Was ik ook maar een held? Ik heb ook lang met die vraag rondgelopen, vooral zo rond mijn dertigste. Ze noemen dat ook wel het dertigersdilemma. Vragen zoals, waar ben ik mee bezig, is dit het nu allemaal, wat beteken ik eigenlijk in de wereld, wat draag ik bij, horen bij deze fase. Ik vond dat zelf een erg lastige fase die ook bijzonder lang heeft geduurd, in ieder geval langer dan me lief was.

We kunnen allemaal stellen dat we invloed hebben op de wereld. Kijk maar naar de milieuproblematiek, maar dat vind ik een negatieve benadering. Sinds ik kinderen heb weet ik wat ik beteken. Ik ben verantwoordelijk voor deze kleine mensen en die verantwoordelijkheid daar mag niet te licht over gedacht worden. Mijn taak is om sociale mensen de maatschappij in te brengen die vervolgens op hun eigen wijze proberen het beste uit zichzelf te halen en te zorgen voor hun medemensen op deze aardbol.

Dat is op kleine schaal ook van belang, maar hoe langer ik erover nadacht hoe langer er een ander idee postvatte. Natuurlijk zijn er tussen ons mensen zoals David Bowie, Janis Joplin, Nelson Mandela, Ghandi en Aletta Jacobs. Mensen die een stempel op de geschiedenis drukken door iets te veranderen waar heel veel anderen profijt van hebben. Al die voorlopers die ervoor zorgen dat bruggen gebouwd worden, wegen geplaveid en muren worden afgebroken.Maar er zijn veel meer mensen, zoals ik, die ervoor zorgen dat de mensen die in de spotlight staan bewonderd worden en kunnen doen wat ze doen. Eigenlijk zijn het de mensen die niet bekend zijn, niet bewonderd worden op grote schaal die ervoor zorgen dat die paar wereldveranderaars zo kunnen zijn zoals ze zijn. Wij geven ze een podium, wij luisteren naar hun speech, wij kopen hun plaat en wij gaan stemmen om te zorgen dat wetten veranderd worden. Dus wij allen dragen bij aan veranderingen. Wij allen laten een voetafdruk achter op deze planeet. Wij allen zijn helden zoals David Bowie: Oh we can be Heroes, just for one day.

Janis

Ik houd al van Janis sinds mijn veertiende jaar. Ze was toen al 20 jaar dood. De  start van mijn pubertijd begon traumatisch. Op 11 maart 1990 gaat de telefoon over en wordt aan de andere kant van de hoorn kort en bondig vertelt dat mijn vader een hersenbloeding heeft gehad en gaat sterven. Ik weet bijna niets meer vanaf dat moment. Ik weet dat ik in het ziekenhuis was en mijn vader in een bed zag liggen. Hij bewoog en ik schrok me kapot. Hoezo dood? Kan een dode bewegen dan? Met mijn dertienjarige brein (nog net geen veertien) probeerde ik alles wat ik zag te begrijpen. Ik zag een Indonesische verpleegster met het langste haar dat ik ooit zag. Ze bukte om iets onder aan het bed van mijn vader te doen en per ongeluk stond ik op haar zwarte haren. Die haren staan gegrift in mijn geheugen. Hoe ze blonken en wiegden als ze liep. Hoe de dokter er uit zag, daar zegt mijn herinnering niets over. Welke mensen aan mijn vaders bed stonden evenmin, maar dat haar vergeet ik nooit.

Mijn vader overlijdt in dat ziekenhuis bed. De stekker, die ervoor zorgt dat zijn hart blijft werken, wordt er uit getrokken. De familie beslist. Ik weet niet wat ik dacht of voelde, maar het was over en ik veranderde onmiddellijk. Al mijn dromen vaagden weg. Ik zal nooit bij mijn vader gaan wonen. Ik ga nooit meer met hem hamburgers eten bij dat kleine kraampje tegenover de McDonalds (want echte hamburgers zijn toch veel lekkerder dan die goedkope rotzooi). Nooit meer uren struinen over de boekenmarkt, kilo’s drop kopen op de markt, planten ritselen voor weinig. Nooit meer zijn gesnurk horen en grapjes achter zijn rug maken. Nooit meer oerend hard van Normaal horen blèren. Nooit meer zijn Don Johnson act zien en nooit meer mijn naam horen zingen , zoals alleen hij dat kon.

Na de crematie kwam het moment om zijn huis leeg te maken en alle spullen uit te zoeken. Ik nam lp’s en boeken mee. Ook een aantal overhemden pakte ik in. Daar heb ik maanden in gelopen. Natuurlijk waren ze veel te lang, dus droeg ik ze als jurk. Mijn verzet tegen het onrecht wat me was aangedaan. Tussen de lp’s en cd’s zat een plaat van Janis Joplin. Op de cover zit Janis op een motor, sigaret in haar rechterhand en donker gekleurde zonnebril op haar neus en lange losse haren. Het is een plaat met al haar grootste hits. Thuis had ik een platen/cd speler en draaide de plaat dagenlang uren achter elkaar. Ik raakte helemaal van de wijs van deze vrouw. Zij had pijn en ik had ook pijn. Zij was tegen de conventionele orde in. Zij deed wat ze wilde en kleedde zich zoals ze wilde en liet zich door niemand de wet voorschrijven. Wat een verademing. Ik was ook anders, stelde volgens mijn moeder veel te veel vragen, liet me niets wijs maken en zag er -in een tijdperk waar oilily de norm was- vreemd uit met al mijn ringen en kettingen, lang gekleurd haar, broeken met wijde pijpen en lange fleurige hemden.

Telkens als ik voor een levens-veranderende beslissing sta komt Janis mijn leven binnenwandelen en gaat pas weg als de klus geklaard is. Dan luister ik naar haar rauwe stem, zoek ik op internet naar interviews en optredens en lees ik haar biografie opnieuw. Er komt binnenkort een documentaire in de Nederlandse bioscopen. Die ga ik zien. Vaak heb ik me afgevraagd hoe komt het dat iemand die nu al 45 jaar dood is nog zoveel invloed op mij heeft. Het antwoord is niet eenvoudig te geven. Janis is een voorbeeld voor veel vrouwen. Haar kracht en passie sieren haar. Haar stem gaat door merg en been en zij zingt niet de blues, zij is de blues. Nu ik 40 jaar word, 13 jaar ouder dan Janis ooit is geworden, heb ik weer behoefte aan haar. Even het leven voelen zoals het nu is. Ik ben niet depressief en heb zeker geen midlife crises, maar heb wel erg veel zin om me te wentelen in de blues van Janis. Ze geeft me een spiegel en roept van de zijlijn…..Try, just a little bit harder.

 

 

V&D

Ik denk veel aan de V&D. Niet omdat ik nu zo treur om het faillissement van de keten en ook niet omdat ik op de barricade wil springen om het personeel te redden. Natuurlijk vind ik het verschrikkelijk als al die hardwerkende mensen op straat komen te staan, wat waarschijnlijk niet gaat gebeuren omdat er een doorstart komt of een of andere financiële injectie. Maar nee, ik denk aan de V&D om een heel andere reden.

Mijn oma was nauw verbonden met de winkel. Zij nam nooit de afkoring in haar mond. Dat vond ze vulgair. Het was Vroom en Dreesman en daarmee uit. Mijn oma was een chique dame met een zeer bewogen leven. Op 86-jarige leeftijd zag ik haar in een ziekenhuisbed haar laatste adem uitblazen terwijl ze mijn hand vast hield. Wij hadden een bijzondere band. Ik luisterde gefascineerd naar haar levensverhalen en wijsheden die ze onderweg had opgedaan. Ooit schrijf ik haar verhalen op. Dat is een belofte die ik ga inlossen. Dan komt op papier te staan hoe ze ooit haar brood verdiende bij Vroom en Dreesman in Rotterdam. Hoe ze een kans kreeg om in haar levensonderhoud en dat van haar dochter te voorzien. Hoe ze als jonge vrouw de kneepjes van het administratieve en verkopende vak leerde en hoe ze tot het eind van haar leven, tot in haar sterfbed aan toe elke dokter, verpleger of wie dan ook charmeerde met haar interesse en haar verhalen. Allemaal geleerd bij Vroom en Dreesman. Ik schrijf dan over de tijd dat ze was verlaten door haar man en verstoten door haar familie. De tijd waarin bommen los gelaten werden op Rotterdam en ze op een kamer bij een hospita probeerde te zorgen voor haar baby die ondervoed was, maar er met een paar gekregen lapjes wel altijd keurig uitzag, want daar gaat het om in het leven. Hoe hard de wind ook waait, hoe luid je maag ook rommelt, hoe zwaar de slag in je gezicht ook is, je verwaarloost jezelf nooit. Een sterke en schone buitenkant zorgt voor een schoon en puur innerlijk.

En daar denk ik dus allemaal aan bij Vroom en Dreesman. Het zal nooit meer hetzelfde zijn.

Kritiek

De stukjes die ik schrijf ontstaan vaak pas als ik achter de computer ga zitten en met mijn vingers boven het toetsenbord hang. Alsof ze gestuurd worden door mijn armen vliegen mijn vingertoppen, nou ja drie van de tien, want blind typen kan ik -helaas- niet, over de toetsen. Ik kan aardig snel typen met deze drie vingers, dus voel ik het niet als een al te groot gemis dat ik op school geen aandacht heb besteed aan type-les.

Vandaag gebeurt er niets. Vingers weigeren dienst. Ik kom op niets. Niets zinnigs om te delen in ieder geval. Dat ligt aan mevrouw kritiek. Deze interne professionele criticaster is een vrouw van mijn leeftijd maar dan met een grijs nietszeggend opgestoken kapsel, brilletje half op haar neus, groenkleurig verwassen afgedragen mantelpakje aan en een nasale zeurderige stem. Ze heeft een negatieve inslag en voelt de behoefte om alles -vooral wat ik doe- te bekritiseren. Zij is vandaag goed op dreef. Ze heeft het volgende al naar voren gebracht. Ik kan niet schrijven. Ik heb geen leuke verhalen. Mijn taalvaardigheid is niet in orde. Er is niemand geïnteresseerd in mijn schrijfsels. Ik verdoe mijn tijd. Ik ga het toch niet volhouden. Dat boek komt er nooit. Ik stel niets voor.

Dit gaat een tijd zo door. En ik ben er helemaal klaar mee. Dus mevrouw kritiek ik heb nieuws voor u. Ik luister niet meer naar u. Soms komt u wel eens met een goed idee of zorgt u ervoor dat ik genuanceerd te werk ga, maar dit negatieve gedoe daar helpt u niemand mee. Het is niet nodig en zeker niet behulpzaam. Ik dank u voor de tijd dat u enige positieve inbreng in mijn leven had, maar het is nu echt tijd om afscheid van elkaar te nemen. Ik raad u aan om uw tas te pakken en te vertrekken -ze woont namelijk ook bij ons in huis.  Ga naar de kapper en laat een leuk fris kapsel aanmeten. Vervolgens pakt u de trein naar Antwerpen, daar koopt u een lekker zittende jeans met een kek truitje erop, gaat u uitgebreid lunchen en bezoekt u het Koninklijk museum voor schone kunsten. Daar gaat u minimaal een half uur voor het zittend naakt van Amedeo Modigliani zitten en laat u betoveren. Zie de schoonheid van dit schilderij en reflecteer dat naar de schoonheid om u heen. Dit schilderij vertegenwoordigt alles wat een vrouw kan zijn. Hoe een man een vrouw ziet, een machtig en wonderschoon wezen vol passie en kracht. Trekt u daar een les uit, want u bent ook deze vrouw. En als laatste adviseer ik u als u het museum verlaat, de wereld te aanschouwen vanuit de ogen van de kunstenaar. Het leven is een groot kunstwerk en u bent daar onderdeel van. Lieve mevrouw kritiek, ik wens u het allerbeste.

Storm

De storm in mijn hoofd
wakkert alle gevoelens aan
zenuwen kriebelen
haartjes vliegen met een rotgang overeind
gedachten beuken als golven tegen de kustlijn
in mijn hoofd.

De zon poogt binnen te dringen
een ongenode gast
niet toestaan, wordt uit de
krochten van mijn ziel geroepen
laat maar buiten staan
schaduw is waar behoefte aan is.

De storm raast verder
zwaar moet de lucht zijn
zeker niet geklaard
dat verklaart alles
of toch niets
of als het alles is, is het dan ook niets.

In het niets schuilt het iets en
het iets is dan toch altijd meer dan niets.

Laat maar stormen
laat maar gaan
moeten voelen en
voelen wat moet
te weten dat ik leef in het oog van de storm
dat is wat het is.

Een stormachtig leven
is altijd meer dan niets.

Gouden duo

Ik ben niet gezegend met een gelijkmatig uitgebalanceerd gemoed. Dat betekent dat ik zeer neerslachtig kan zijn, uitermate sacherijnig, mateloos verdrietig of enorm euforisch aan de andere kant of extreem gelukkig. Dat klinkt heel dramatisch, maar dat is het al lang niet meer. Hoogstens vermoeiend, vooral voor de mensen die dicht bij me staan. De wisselingen komen vooral voor de buitenwereld vaak onverwacht. Net zoals de schommelingen in het weer. Gelukkig betekent dat dan ook dat een zwarte bui in een paar minuten kan overslaan en schijnt de zon zoals zij nog nooit eerder heeft gedaan. Het zijn allemaal pieken en dalen.

Soms heb ik er zelf last van. Dat overkomt me niet zo vaak, want ik ken mezelf al een tijdje en denk dat ik mezelf nu wel aardig begrijp. Vandaag was weer zo een dag. De dag begon goed. De verwachte spierpijn na de yoga-les van gisteren bleef uit, kinderen waren goed geluimd, manlief was behulpzaam en de poes probeerde een keer niet tussen mijn benen door te rennen terwijl ik liep waardoor ik mijn nek niet heb gebroken. En dan opeens voel ik het komen. Objectief gezien gebeurt er niets bijzonders. Ik kan zelf geen reden aanduiden voor de switch, maar opeens alsof de zon verduistert wordt door de maan en de dag verdwijnt in de nacht, slaat mijn stemming om van gezellig en positief in zwart. Alles wordt dan donker. Het licht gaat uit. Een opmerking valt verkeerd, een kind zeurt net te lang, ik moet veel te lang wachten bij het bloedprikken omdat degene die voor me is opstandig en luidkeels zijn ontbijt er uit gooit, een beker thee valt over de tafel, de poes kakt terwijl ik net rustig zit en de stank is niet te harden (wat kan dat beest stinken zeg) en uiteraard loopt mijn computer, nadat ik een mooie tekst heb geschreven, vast. Op zo een moment wil ik hartgrondig en heel grof vloeken (dat is een van mijn talenten die ik zelden in het openbaar kan tentoonspreiden), iemand keihard neerbeuken (mag uiteraard ook niet) of minstens een veel te duur servies tegen de muur knallen (blijkt achteraf toch een slechte boekhoudkundige keuze te zijn). Dat kan allemaal dus niet en dan is het tijd om mijn hulpmiddel in te zetten, fantasie.

Fantasie is grenzeloos, discreet en staat alles toe. Ik hoef me nergens aan te houden, geen sociale normen, geen beleefdheden. Fantasie vindt alles goed. Een betere metgezel is er niet te bedenken. Dankzij fantasie heb ik nog steeds een gelukkig huwelijk, heeft de Raad voor de Kinderbescherming mijn kinderen nog niet weggehaald, heeft de brandweer mijn huis nog niet hoeven blussen en heb ik me nog nooit voor de strafrechter hoeven verantwoorden.

Fantasie is ook degene die vervolgens een ander inschakelt als het te lang duurt en dat is, mevrouw humor. Mevrouw humor relativeert de boel en zet me vooral weer op mijn plaats. Mevrouw humor is een keiharde. Zij zorgt er voor dat het zelfmedelijden stopt, dat de drama’s gerelativeerd worden waardoor ik alles weer helder zie en deze blog kan afmaken in een goed gemoed. Een gouden duo, fantasie en mevrouw humor.