Spelletjes

In mijn kindertijd vond ik spelletjes doen niet leuk. Ik weet niet wat het omslagpunt was, want ik kan me niet voorstellen dat ik als peuter het niet leuk vond om een spel te spelen. Misschien deden we dat thuis nooit. Mijn geheugen laat me in de steek. Het enige wat ik me nog wel herinner is dat ik op een gegeven moment spelletjes verschrikkelijk vond. Dat kwam uiteindelijk vooral doordat ik niet tegen mijn verlies kan. Nog steeds niet trouwens. Ik moet gewoon winnen. Lukt dat niet dan komt er een waas voor mijn ogen en wil ik het liefste het spel tegen de muur smijten met de winnaar er achter aan. Het is niet persoonlijk bedoeld, want ik wil van iedereen winnen. Ik haat alle spellen met een bal, want ik mis hand/voet-oog coördinatie. Dus de bal belandt altijd op het dak van de uitbouw of in een boom. Hetzelfde geldt voor tennis, vooral de campingvariant. Ik sla te hard en ongecontroleerd en als ik de bal verkeerd terug krijg ligt het uiteraard aan mijn tegenspeler. Met mijn man een spel doen is een ramp. Hij heeft op hoog niveau gedamd, dus dat is een ramp. Bij elke zet die ik doe ontvang ik commentaar zoals: “zou je dat wel doen?” En, “helaas verloren”. Dan heb ik nog maar 1 zet gedaan. Echt vreselijk vind ik dat. Om ons huwelijk goed te houden hebben we besloten niet langer te dammen met elkaar. Veel beter zo, maar dan houden we nog wel andere spelletjes over zoals pesten, yahtzee, mens-erger-je-niet (hoe toepasselijk) en rummikub. Ik bewonder de rust en vastberadenheid van mijn man om toch telkens weer een spelletje met me te spelen. Als ik win is er geen probleem, maar als ik tijdens mens-erger-je-niet- met nul pionnen op het bord sta en al tachtigduizend keer 1 heb gegooid in plaats van zes en manlief met al zijn soldaatjes binnen staat, ontplof ik intern en -vaak ook- extern. Ik zou dan het liefst het bord met pionnen en al ergens in zijn lichaam stoppen waar het licht niet schijnt.

De woede is niet tegen hem persoonlijk gericht, want op zo een moment haat ik gewoon iedereen de van me wint. Er zijn twee uitzonderingen. Dat zijn twee (eigenlijk) drie mensen van wie ik met liefde en veel plezier verlies. Uiteraard verlies ik graag van mijn kinderen. De jongste (3 jaar) is momenteel verzot op kwartetten. Ze is er bijzonder goed in en ook al doe ik mijn best, ik laat haar echt niet winnen, lukt het haar telkens mij te verslaan. De intensiteit in haar blik en het uithangende puntje van haar tong verraden een vorm van fanatisme die herkenbaar is. Ik ben benieuwd hoe dit zich gaat ontwikkelen. Ook de oudste is al redelijk fanatiek. Zij stort zich al ter aard als ze verliest. Ik begrijp haar frustraties, maar moet er toch ook een beetje om lachen.

Degene die engelengeduld had en uren achter elkaar met mij een spelletje wilde spelen was mijn tante Riek. Daar zaten we dan, samen aan de keukentafel voor het raam, yahtzee op tafel en een glaasje limonade. Na een paar velletjes vol te hebben gespeeld stuurde ze me naar de frietboer om frikadellen. Dat zijn prachtige herinneringen. Van haar verliezen was ook geen ramp. Nu ik erover nadenk, kan ik me ook niet herinneren dat dit vaak voorkwam.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Eén gedachte over “Spelletjes”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s