Verlangen

dsc_0012

Als ik naar deze deur kijk dan verlang ik naar Frankrijk. Naar vakantie, naar rust, naar de taal (ook al spreek ik het maar moeizaam) naar stokbrood (is daar toch net ietsje lekkerder) naar de zon met dat fijne briesje, naar lezen, naar schoonheid (die daar voor het oprapen ligt) naar nietsdoen, naar opeens fanatiek badmintonnen (waar ik geen bal van kan) naar nootjes, naar zitten en voor me uitstaren, naar het groen, naar de weelderig bloeiende hortensia’s, naar het samenzijn met mijn lief en kinderen, naar struinen over markten en vervolgens niets kopen, of juist wel iets kopen en daar dan enorm van genieten, naar lachende kinderen.

Het grappige is dat heel veel van bovenstaande verlangens ook nu binnen handbereik zijn en dat ze eigenlijk dagelijks voor handen zijn, maar de vakantie (en voor mij dus Frankrijk) geeft er een magisch laagje aan. Ik heb op dit moment wat behoefte aan een sprankje van die magie en staar dan een tijdje naar deze foto. Een deur in een prachtige kleur lavendel blauw. De kleur die ik associeer met La France. Ik mijmer gewoon maar een beetje en laat het toe. Ik ben moe. Weet niet goed waar het aan ligt, maar in mijn hele lijf voel ik de vermoeidheid. Misschien komt het door de donkere dagen. Maar daar houd ik ook weer zo van. Misschien werk ik te hard. Maar ook dat is niet echt een straf. Ik weet het niet. Mijn lijf liegt niet en wat ik geleerd heb is dat je goed naar je lijf moet luisteren. Beter dan naar je moeder. Die zegt heel vaak maar wat, maar je lijf heeft altijd gelijk.

Nu schreeuwt mijn lijf het uit en ik vrees dat de buren het kunnen horen: “Stop met typen en ga op de bank liggen.” Prima plan. Ik neem mijn foto mee in gedachten en ga heerlijk op de bank liggen mijmeren.

Familie

Ik heb vannacht gedroomd over mijn familie. De familie van vaders kant.
Ze zaten allemaal in een kring. Er zaten ook andere mensen tussen, een bekend actrice waarvan ik de naam niet weet en een collega. De situatie voelde vreemd aan. Het was warm en ik stond ergens in het midden. Nu heeft een kring niet echt een midden, maar ik stond ergens in die kring en alle ogen waren op mij gericht. Dus het voelde als een midden.

Mijn zus was er ook en die stond in de schaduw, achterin. Ze huilde. Ik hoorde mezelf schreeuwen. “Jullie zijn helemaal geen familie. We delen dan wel hetzelfde bloed, maar zeker geen gevoel. Ik kan daar prima mee leven, maar mijn zus niet. Jullie hebben haar in de steek gelaten en dat is schandalig. Jullie zijn geen familie.” Ik schreeuwde zo hard dat ik er in mijn droom keelpijn van kreeg. Iedereen keek naar me met verbaasde blik. Ik zag oom Wim, die zo vreselijk veel op pappa lijkt. Tante Lil die aan haar sjaaltje zat te trekken en aan haar vingers pulkte. Ze had rode wangen. Oom Henny staarde naar de grond. De kinderen van de ooms en tante waren er ook, maar die zag ik heel vaag.  De dame naast me tikte me aan en zei: “Het spijt me verschrikkelijk. Ik erken alles. Weet je misschien welk formulier ik het beste kan invullen om het goed te maken?” Ik begon te stampen, mijn zus begon nog harder te huilen en ik riep tegen de menigte (want inmiddels was er een menigte rondom me verzameld) “een formulier, fuck toch op met je klote formulieren, net alsof de wereld daar beter door wordt”.

Ik schrok wakker en had het bloedheet. Mijn keel was dik en mijn tong lag als een droge lap in mijn mond. Ik keek op mijn mobiel en zag dat het kwart voor negen was. Ik deed het licht aan en binnen een seconde stond mijn jongste dochter naast mijn bed een dansje in haar blootje te doen. Ik moest nog even bijkomen van alles, maar schoot in de lach.

De familie die ik van mijn vader heb gekregen betekent niets meer voor me. Lange tijd heb ik het daar moeilijk mee gehad. Nu niet meer. Ik gun ze het beste leven wat ze kunnen leven. Ik hoop dat ze leven in goede gezondheid en omringd worden met liefde en geluk. Contact hoef ik niet meer. De zin uit mijn droom blijft telkens terugkomen: we delen hetzelfde bloed, maar geen gevoel.

Zonder gevoel,  geen verbinding en zonder verbinding is er niets. Nu ik een gezin heb voel ik dat ik een eigen familie opbouw. Een familie die naast bloed ook gevoel deelt, nu hopelijk ook in de toekomst.

 

 

Logica

Kleine anekdote voor het nageslacht. Sinterklaas is vertrokken. De cadeautjes liggen op een stapel in de woonkamer. Elke dag wordt met iets nieuws gespeeld. Vooral de zaklamp is, in deze donkere dagen, zeer goed ontvangen.

Vandaag was ik met onze jongste dochter boodschappen aan het doen bij Kruidvat. Ik snuffelde in een schap naar een cadeau voor mijn schoonzus. Cato liep tussen het speelgoed en riep opeens door de hele winkel. “Mamma, ik zie dat sinterklaas ook hier de cadeautjes koopt.” Ze liep door de winkel met een soortgelijke zaklamp als waar zij de trotse eigenaar van is.

Met mij moesten heel veel mensen hard lachen. Heerlijk die logica. Een herinnering om in te pakken als cadeautje.

Hoe

hoe veel verder kijk je
als je kijkt voorbij je neus
hoe veel meer zie je
als je blikveld wordt verruimd
hoeveel meer voel je
als je stil zit
hoe veel meer hoor je
als je stopt met het gebruiken van je mobiel
hoe veel bereik je
als je eigen belang opzij zet

hoe gezond ben je
als je powerfood eet
hoe mooi ben je
als je spuiten in je lichaam zet
hoe slim ben je
als je gestudeerd hebt
hoe dom ben je
als je mening wordt uitgebraakt
hoe ken je liefde
als de spiegel je niet herkent

hoe vrij ben je
als woorden bestraft worden
hoe vrij ben je
als je liefde wordt veroordeeld
hoe vrij ben je
als je leeft in naam van een ander

hoe veel vragen kun je stellen
als je geen antwoorden kent
hoe moraliserend ben je
als je poogt antwoorden op te schrijven

hoe gaat het verder
als een gedicht ten einde is…

 

 

 

Licht

Vandaag heb ik behoefte aan licht. Ik steek een enorme hoeveelheid kaarsen aan.Plug de stekker van de kerstlampjes in het stopcontact. Voeg nog wat wierook toe voor de sfeer en dompel me onder in licht en lucht. Even niets.

Over licht is veel geschreven en één van de mooiste citaten vind ik de onderstaande van Shakespeare. Er wordt getwijfeld aan zijn bestaan, aan zijn kunne en aan zijn originaliteit. Voor mij is de man meer dan een schrijver. Ik kom zelf woorden tekort. Dat maakt mij een blogger en geen schrijver. Van een andere wereld zijn de teksten die eeuwen geleden zijn gemaakt. Tot de dag van vandaag branden de woorden van schoonheid op mijn netvlies.

Ik schenk het licht waarin ik me bevind op dit moment een mooi citaat.

Dat licht dat ge daar ziet, brandt in mijn grote hal.
Wat zendt zo’n kleine kaars zijn stralen ver in ’t rond!
Zo ook de goede daad die in een boze wereld schijnt.

Origineel: That light you see is burning in my hall.
How far that little candle throws it’s beams!
So shines a good deed in a naughty world.

Bron: The merchant of Venice (1597)

Maar

Gedurende een dag hoor ik veelvuldig eenzelfde woordje. Het is een woordje dat oudste dochter (herinnering: ze is 6 jaar) vaak gebruikt nadat ik haar iets gevraagd heb om te doen of haar op een bepaalde manier gecorrigeerd heb. Het is maar een kort woordje, maar wel een reuze irritant woordje als het zo vaak gebruikt wordt als waar ik de laatste tijd mee geconfronteerd wordt. Het gaat om het woordje “maar” en dan vooral de combinatie “Ja, maar…”

Mijn haren krijgen niet alleen de neiging om overeind te gaan staan, maar ze willen eigenlijk op stoere Rosse paarden springen en ten strijde trekken. Iedereen weet dat “Ja, maar….” en dan in de uitgesproken versie van “Jaaaaa, maaaaaaaar…” gewoonweg “Nee” betekent. Iedereen die kinderen heeft herkent het en weet dat het bij de vorming van een eigen identiteit hoort. Het is goed dat kinderen grenzen gaan opzoeken. Het is gezond dat ze zelf gedachten gaan vormen, dat ze een eigen mening krijgen en dat ze in verzet gaan.

Allemaal prima en natuurlijk en goed. Ik begrijp dat ook allemaal wel, maar (ha) waarom zegt niemand erbij dat het bij tijd en wijle reuze frustrerend en behoorlijk irritant is. Als ouder probeer je een punt te maken en dan word je onderbroken door zo een snotneus (want dat zijn die van mij echt wel) en die gaan dan jouw kennis en kunde en ervaring en levenswijsheid in twijfel trekken en erger nog, de snotneus komt net kijken want is nog maar zes winters oud.

Vandaag werd ik getrakteerd op een paar “Ja maaaaaruuu’s” en toen heb ik een besluit genomen. Misschien wat rigoureus, misschien niet pedagogisch verantwoord en misschien wat kinderachtig, maar (daar heb je m weer) ik ga er over dichten. Hier komt maar een gedicht:

Maar,
niet altijd waar
grenzen trekken
zoeken, heen en weer
wat nu weer
accepteer
nu toch eens
wel en anders niet
handen vliegen
in het haar
om weer die maar
toch glimlach
ik maar weer
een kopie
van mezelf
tref ik aan
draai eraan
en de keer ik om
dan kijk ik
maar
door een
raam
telkens maar weer.

 

Kerstgevoel

Het einde nadert. Elke keer verwonder ik me er weer over dat het einde zo snel weer daar is. Het heeft dit jaar lang geduurd voordat ik in de Sinterklaas-stemming was en nu voel ik me al helemaal Kerstig en kan ik niet wachten om naar de Top 2000 te luisteren, bij de haard met een goed boek.

Tjezus, ik begin echt een oud wijf te worden. Of was ik altijd al zo burgerlijk ingesteld? Ik houd van de vrije dagen tussen Kerst en Oud en Nieuw. De “feest”dagen zelf kunnen me gestolen worden. De zin “gezellig met familie eten” of “oh wat is het toch fijn om die tijd met je familie door te brengen” is niet echt van toepassing op mij. Ik breng het liefst die dagen door in joggingbroek, slobbertrui, haardje aan, film kijken met de kinderen en de mentaliteit “zoek het lekker uit jij boze koude buitenwereld” op.

Op het werk loop ik al rond alsof het elk moment zover is, terwijl dit een hele drukke tijd voor ons is. Op een of andere manier ben ik al zo in de feestmodus en daardoor ontspannen dat een in de soep gelopen project, een deadline van een dag en een achterstand van zeven zaken me niet uit mijn humeur kunnen slaan. Ik heb een collega die vandaag zijn uiterste best heeft gedaan door een zaak helemaal verkeerd aan te pakken waardoor ik waarschijnlijk de komende dagen extra moet werken, maar de glimlach was niet van mijn gezicht te poetsen. Ik riep zelfs even in mezelf “ho ho ho.” Gekkigheid. Waar komt dat nu toch vandaan. Vroeger had ik echt een hekel aan feestdagen. Verschrikkelijk, dat gezellig doen met familie. Iedereen heeft een schurft hekel aan elkaar, maar met kerst is alles pais en vree. Schei toch uit. En dan Oud en Nieuw. Dat geforceerde op straat staan in de vrieskou met een glas niet te zuipen champagne in de stinkende rook van geldverslindend vuurwerk staan kijken en dan iedereen voluit kussen met de kreet “Oh gelukkig nieuwjaar, het beste hé.” Dat ronduit schijnheilige gedoe omdat het moet, daar ben ik al jaren helemaal klaar mee. Dus manlief en ik keren ons steeds verder af van de conventies en doen gewoon waar we zelf zin in hebben.

Nu hoop ik maar dat ik niet te vroeg heb gepiekt (om een toepasselijk woord te gebruiken). Morgen gaan we in ieder geval de kerstboom zetten met de kinderen. De foute kerststal erbij, kaarsen aan en toeleven naar het heerlijke niets. Nou ja niets. Zo zou ik het in joggingbroek voor de haard hangen met een glas cola en een goed boek ook weer niet willen noemen. Ik ben er bijna klaar voor.

Ida

Ida Gerhardt heeft mooi en krachtig werk gemaakt. Soms wil ik een vrouw eren door veel woorden aan haar te besteden, maar dat doe ik nu niet. Onderstaand gedicht spreekt voor zich. Lees het een drie keer. Het wordt steeds mooier.

ONDER VREEMDEN

Het speelt het liefste ver weg op het strand,
het kind dat nooit zijn eigen vader ziet,
die overzee is in dat andere land.

Het woont bij vreemden en het went er niet.
Zij fluisteren erover met elkaar.
Heimwee huist in zijn kleren en zijn haar.

En altijd denkt het dat hij komen zal:
Vandaag niet meer; maar morgen, onverwacht –
en droomt van hem en roept hem in de nacht.

Ik wacht u, Vader van de overwal.

Sinterklaas

Hij is geweest. We zaten in de keuken koffie en thee te drinken. Opa en oma waren er. Rika was bezig met een brief: “lieve sint, komt u nog? We wachten allemaal al zo lang.” We zongen nog maar eens een liedje en toen gebeurde het. Gestommel op zolder. We renden naar boven. De trappen waren bezaaid met pepernoten. Een spoor leidde ons naar de zolder. De deur ging open en daar lagen allemaal pakjes. Heel veel verschillende pakjes overal verspreid. Op de vloer. Op het logeerbed. Op het bureau. In de kast. Op een stoel. De pieten waren er al vandoor.

De pakjes verhuisden naar beneden en het grote openmaak-feest kon beginnen. Voor mij is het mooiste cadeau de blik in de ogen van het kind dat het papier van haar pakje afscheurt en dan ziet dat sinterklaas echt op haar verlanglijstje heeft gekeken. Fantastisch vind ik dat. De ongeloof in die blik en dan een enorme glimlach. De beelden zijn gebrand op mijn netvlies.

Ook ik ben weer verwend door de sint. Twee mooie boeken, kaarsen en chocolade ben ik rijker. Maar de ware rijkdom huist in die kinderen en hun gelukkige gezichten. Ik voel me rijk dat wij dit allemaal kunnen en mogen meemaken.