Bulderen

Bij ons aan tafel is het bijna nooit stil. Vooral niet tijdens het avond eten. Iedereen wil de dag doornemen op zijn of haar manier. Ook wordt er lang nagetafeld, vaak met het spelletje “verboden te lachen.” Rika heeft al veel vaardigheden zoals rekenen, schrijven en lezen. Ook is ze heel sociaal, maar het spelletje “verboden te lachen” is voor haar echt niet te doen. Al bij het uitspreken van de woorden schiet ze in de lach en dan niet zo maar een lach, nee een echte bulder lach. Een bulder lach kenmerkt zich vooral door het slaan met de vuisten op tafel, het gekronkel van het mini lichaampje op de stoel en het bijna stikken en dan opeens enorm luid uithalen met een HAHAHAHA.

Een lach die heel erg bekend staat in de kant van mijn vaders familielijn. Mijn vader en zijn broers praatten altijd hard en veel, maar zodra ze gingen lachen dan draaiden alle omstanders hun hoofden om en konden een glimlach niet onderdrukken.

Om dat terug te zien in je eigen kinderen is waanzinnig, zeker aangezien mijn vader al 26 jaar dood is en ik steeds minder herinneringen aan hem kan vasthouden. Zodra Rika dan ook in de lach schiet, stel ik me zo voor dat mijn vader aan de kop van de tafel zit mee te genieten. En ik, ik denk aan hem en lach keihard mee. Net zo hard dat we allemaal naar de wc moeten rennen. Gelukkig hebben we er daar twee van anders zou het lachen ons vergaan in een natte bedoeling.

Grease

Ik lag gisterenavond op de bank en zapte zo wat langs de kanalen. Manlief was ergens aan het klussen, dus ik had het rijk alleen. Twee katten op schoot, kop thee erbij en zappen maar. Op het moment ben ik even uitgekeken op TLC en voornamelijk de programma’s die ze uitzenden met hysterische vrouwen die een trouwjurk gaan kopen met een budget waarmee een gezin in de bijstand drie jaar van kan leven. Geen TLC dus.

Na wat onrustig heen en weer gezap kwam ik op RTL8 en onmiddellijk trokken mijn mondhoeken omhoog en sprongen de lachrimpels in mijn gezicht. Wat maakte dat ik in een gelukzalige toestand verkeerde? Grease. Die losse heupen van John Travolta, die jurken van de Pink Ladies en al die fantastische klassiekers en danspasjes. Zwijmel, zwijmel. Ik geef het toe. Na de nodige actie en testosteron van The Expendables, was ik nu toe aan pure zwijmelarij. Oh die Kenickie, stoere kerel met mini hartje. Eigenlijk een enorm softie. Met zijn uitspraak “A hickie from Kenickie is like a Hallmark card.” Briljant.

Toen ik een jong meisje was, heb ik de film tientallen keren gezien. Wat me nu opvalt (opeens) is hoe grappig de film eigenlijk is en dat er een aardig feministisch standpunt wordt ingenomen. Met recht kan je dit een klassieker noemen. Geen grote visuele effecten, geen enorme decors, geen 3D-toestanden, maar pure dialogen, overdreven acteerwerk en oprechte blijheid. De wereld is mooier met Grease er in. Ben benieuwd of mijn meiden als ze oud genoeg zijn ook gaan zwijmelen.

250

Vandaag schrijf ik blog nummer 250. Daar ben ik (niet alleen stiekem) heel erg trots op. Eind vorig jaar, precies op de laatste dag van het jaar, nam ik een besluit. Het besluit om elke dag een blog te schrijven en daardoor schrijfritme op te doen. Op een paar vakantiedagen, fietsmomenten en baaldagen na heb ik echt elke dag met veel plezier mijn gedachten toevertrouwd aan het witte scherm van mijn laptop.

Ik heb veel geleerd de afgelopen 250 blogs. Vooral dat mijn hart ligt bij het schrijven van gedichten. Ook ben ik trots op mijn eerste verhaal (Anna en Roos). Ik weet nu ook hoe lastig het is om een verhaal vorm te geven en vol te houden. Korte blogs zijn veel makkelijker en overzichtelijker dan een verhaal. Ook is de tijdsinvestering in een blog of een gedicht aanzienlijk korter. In mijn hoofd heb ik wel meer rust gekregen en dat voelt fijn. Gedachten plagen me minder, vooral in de nacht, als voorheen. Ik heb ook meer zelfvertrouwen gekregen voor wat betreft mijn schrijfsels en wat me vooral opvalt is hoeveel plezier ik heb in het schrijven.

Een dag niet geschreven, maakt me toch onrustig. Het is een routine geworden waar ik me goed bij voel. Ik lees nu ook veel meer gedichten en krijg daar inspiratie door. Maaike Dekkers stuurt me telkens fantastische foto’s en daardoor kan die inspiratie ook rijkelijk vloeien over het scherm.

De commentaren en reacties die af en toe binnen komen via de blog of in persoon betekenen veel voor me. Het doet me goed als een gedicht iemand heeft geraakt. Woorden kunnen troost geven of boos maken of de lachspieren los gooien of noem het maar op. Een kostbaar bezit zijn woorden en daarom vind ik het belangrijk er zorgvuldig mee om te gaan. Ik blijf schrijven, want er zijn nog te veel woorden die geen plek hebben gekregen en te veel gedachten die toevertrouwd moeten worden aan het scherm en te veel gedichten die er uit moeten en te veel plezier dat ik wil delen. Op naar nummer 251!

Wind

IMG-20160522-WA0006

Foto: Maaike Dekkers

De wind kent geen stilte
ook al doet hij zijn
best, dan nog niet
net zoals in de klas
altijd rumoer,
geritsel van papier
krijtvegen op het bord
stoelen en voeten die
wiebelen
en die blik van opzij
wenkbrauwen hoog opgetrokken
neus door de vinger geholpen
de lucht in en die roze lap
uit de mond,
hangend in een hoek
hoe kan ik dan stil zijn
proesten moet ik
wegdraaien en wiebelen
niet meer kijken
naar opzij
dan maar naar buiten
zien hoe de wind
de wolken voortjaagt
snel, maar nooit stil.

Machinegeweren

Ik ben niet zo een meisje meisje. Nooit geweest. Dat blijkt vooral uit mijn directheid, harde humor en loop. Ook al draag ik graag een jurk of een rok, echt super vrouwelijk zal ik nooit worden. In mij schuilt een hele grote stoere vent. Zo eentje die altijd in een versleten spijkerbroek loopt met een simpel T-shirt er boven op, een baardje van drie dagen siert mijn kin en tijdens het eten laat ik keiharde boeren. Ook praat ik hard en zing ik foute liedjes en kijk ik naar RTL7 “Meer voor Mannen.” Echte mannen.

Dus bij deze ga ik iets opbiechten, mijn guilty pleasure. Daar komt het. Ik houd van films waarin bruut zinloos geweld een hoofdrol speelt. Teksten zoals “track them, find them and kill them” doen mijn nekharen omhoog staan, kippenvel over mijn lijf. Foute dialogen of zinloze monologen waarin woorden als payback-time and you can sleep when you are death of we beate the truth out of them, met een stoere blik worden uitgesproken. Ik houd er van.

Nu, tijdens het schrijven van deze blog- want deze films hebben zo weinig inhoud dat ik in de tussentijd gewoon een boek lees of een blog schrijf- kijk ik naar The Expendables 2 en daarin spelen alle krachtpatsers van Hollywood. Een enorme testosteron bom. Ik noem even wat namen: Bruce Willis, Sylvester Stallone (mijn ultieme favoriet: ik heb alle Rocky’s gezien en natuurlijk de ultime vechtklassieker Rambo 1, 2, 3 en weet ik veel hoeveel), Jean-Claude van Damme, Jason Statham, Dolph Lundgren en Arnold Schwarzenegger. Wat ik naast het vechten en de actie zo leuk vind is de zelfspot waar de mannen niet vies van zijn. Ze weten heel goed dat ze in een matige film spelen en een beetje uitgerangeerd zijn, maar omdat ze zulke grote namen zijn mag dat allemaal. De man in mij krijgt heel veel energie van dit soort films. Ik wil ook zo vechten en ook zulke stoere taal uitslaan en ook van die enorme spierballen en ook van die gescheurde spijkerbroeken en ook van die enorme automatische nep machinegeweren en ook rijden in tankwagens of in Austin Martins (want James Bond zou ik ook wel een dagje willen zijn). Helemaal top.

Mannen komen er altijd mee weg. Mannen mogen stoer zijn, mogen vechten, rijden op motoren, scheuren langs kliffen, slaan elkaar helemaal verrot en mogen bij tijd en wijle gewoonweg seksistisch zijn. Terwijl wij vrouwen vaak als een tutje of juist als een sekssymbool dat niets weet worden geportretteerd. Maar wij zijn meer dan dat. Wij zijn meer dan een hoer of een huisvrouw of een kok of een kantoormiep. Ook wij hebben kracht en ook wij kunnen scherp uit de hoek komen of een superheld zijn.

In de film die ik nu kijk speelt een Aziatische vrouw een geniaal sadistisch type. Dat begint er op te lijken, maar dan uiteindelijk blijkt ze toch weer een zachte plek te hebben. Baal ik daar nu echt van? Of is het niet gewoon zo dat vrouwen veel complexer in elkaar zitten en dat dit gewoonweg te ingewikkeld is voor Hollywood om op het witte doek te projecteren? Nu ik er zo naar kijk ben ik toch blij met mijn vrouw-zijn. Het vrouw-zijn met een testosteron randje er om heen.

Piemel

Op het schoolplein wordt door ouders regelmatig gesproken over van alles en nog wat. Heel vaak gaat het over de school en/of de kinderen. Vandaag zat ik naast een moeder op het bankje rond de boom te wachten totdat de kinderen uit de deur kwamen gestormd. Het was goed toeven op dat bankje want de zon scheen heerlijk op mijn gezicht. Langzamerhand kwamen er meer moeders bij staan. Ik vertelde dat gisteren een vriendje kwam spelen en dat ik niet weet hoe het kan, maar het al heel snel over zijn piemel ging en dan met name de grootte daarvan. Let wel, de jongen in kwestie is al bijna vijf jaar.

Hij mocht gisteren bij ons spelen. Toen ik de kinderen van school haalde gaf ik ze allemaal de opdracht mee om nog even naar de wc te gaan, aangezien wij afgesloten waren van het water. De jongen in kwestie zei tegen me: ‘ik ga niet meer naar de kleine jongens wc. Ik kan al makkelijk naar de grote jongens wc, want ik hem namelijk een enorme grote piemel.’Goed, deze informatie moest ik even laten inwerken en om te voorkomen dat ik keihard in de lach zou schieten, draaide ik me snel om en liep naar buiten onder het mom ‘ik wacht daar wel’.

Nu heb ik twee dochters en wordt er bij ons aan tafel niet zo heel veel over piemels gesproken, maar als we het er over hebben dan gebruiken we het woord “piemel”. Ik vind dat een lief en onschuldig klinkend woord. Pieieie….mel. Die twee lettergrepen, “pie” dat in eerste instantie iets engs wiskundigs bij me oproept en “mel” waarbij ik aan Mel en Kim moet denken, een oud jaren negentig zangduo. Nou ja, dat slaat allemaal nergens op.

Tijdens het gesprek op het schoolplein ging het al snel over de verschillende piemels die er bestaan en dat die kleintjes verrassende dingen met die piemels kunnen zonder dat daarbij eerste hulp gezocht hoeft te worden.

Vervolgens kwamen we op het vergelijk met het geslachtsorgaan van de meisjes onder ons en dat we tot de conclusie kwamen dat daar helemaal niet zo een leuke, lieve en onschuldige naam voor is. Tja, je kunt het poesje noemen of doosje, maar omdat je het verkleint maakt het nog niet leuk, lief en onschuldig. Vagina vonden we allemaal nogal klinisch en spleet, plasser, gleuf, vajayjay, flus, pruim, flamoes, kutje dekt gewoonweg niet de volledige lading. Redelijk radeloos staarden we elkaar aan. Hoe moet dit nu verder? Voordat we daar een antwoord op konden geven, vloog de deur open en stormden die kleintjes met die piemels en dat andere onbenoembare orgaan naar buiten en waren we alweer kwijt waar we het over hadden. Eén moeder fluisterde nog wel tegen me: ‘wel weer leuke inspiratie voor je blog.’

Deze blog is dan ook mede mogelijk gemaakt door de enorme grote piemel van …

Water

Vandaag besefte ik weer hoe rijk we in Nederland zijn. Na een ochtend extra werken, kwam ik nietsvermoedend thuis. Voordat ik de kinderen van school zou gaan halen, had ik zin in een kop thee. Ik heb altijd zin in thee, net zoals in chocolade. Ik draaide de kraan open en het leek wel of er een donderwolkje verstopt zat in de kraan die overuren maakte. Een hoop gestommel en gepruttel kwam er uit, maar geen water.

Manlief kwam thuis met een dozijn halve liter flesjes water alsof we dagen afgesloten zouden zijn. De rekening was betaald, maar “vanwege noodzakelijke werkzaamheden aan het drinkwaterleidingnet”, werd tijdelijk (een hele dag) de waterlevering naar onze woning onderbroken. We hadden een briefje van het waterbedrijf gekregen, maar wat er nu allemaal zo noodzakelijk was, is me volkomen onduidelijk gebleven.

Dit was allemaal uiteraard geen ramp, maar wel echt onhandig. Vooral onhandig nu we net hadden afgesproken dat een peuter een middag zou komen spelen. Natuurlijk moesten alle drie de kleintjes na de lunch achter elkaar poepen. Ik verdenk ze er nu nog steeds van dat ze dit samen hebben afgesproken. Hoe gaan we het mamma zo lastig mogelijk maken nu we geen water hebben. Heerlijke vieze vingertjes zaten vast aan die kleine friemel handjes, want de kleintjes hadden een uitstapje met school gemaakt. Het uitstapje stond in teken van de natuur en kleine diertjes. Dus flink vroeten in de aarde. Mooi en leerzaam en zeer belangrijk en lekker smerig. Daar heb ik geen probleem mee, maar als die eigenaren van die vingertjes brood willen eten vind ik het toch fijner als die vingertjes even gewassen zijn. Dus een middag improvisatie.

Later dan gepland deed het water het dan weer eindelijk. Hoera. Open ik de brievenbus, ligt daar een kaart van het waterbedrijf. Misschien een excuus brief, denk ik nog. Maar nee, volgende week zijn er weer noodzakelijke werkzaamheden gepland en worden we weer een hele dag afgesloten. Jippie.

Wat ben ik toch ontzettend rijk, dat ik over een tijdelijke onderbreking van vers en schoon water een hele blog kan schrijven. Uiteraard schaam ik me diep, want ik heb zelf ervaren hoe het is als je afhankelijk bent van 1 waterput in een dorp. Ik heb met eigen ogen gezien dat kinderen met jerrycans op hun hoofd kilometers moeten lopen voor water. Water, levensbehoefte nummer 1, waar wij voor een groot deel uit bestaan en dat we in Nederland zo door de wc spoelen. Dat water zou toch gewoon voor iedereen beschikbaar moeten zijn. Schoon water kan levens redden. Om mijn schaamte te verdoezelen heb ik naast het schrijven van deze blog ook maar gelijk wat geld gedoneerd aan de slachtoffers van de orkaan Matthew, want tjongejonge wat zijn wij ontzettend rijk.

Zon

img-20160916-wa0001

Foto: Maaike Dekkers

Ik heb het vermoeden dat de zon
niet alleen schijnt
of verwarmt
ze vertelt ons een verhaal

over de natuur
over het leven
over de toekomst
over het nu

maar niemand luistert
iets harder dan
tussen spreken en schreeuwen in

niemand hoort
terwijl toch meestal
begiftigd met twee oren
twee keer zoveel dan één mond

maar te druk
teveel gepraat in de lucht
vaak gebakken

en de zon vertelt door
over hoe het was
en kan zijn
maar niemand luistert meer.

 

Kinderboekenweek

Het is weer zover. De Kinderboekenweek is begonnen. Ik houd van boeken en die liefde heb ik door kunnen geven aan mijn kinderen, dus verheugen zij zich net zo veel als ik op het boekenfeest (zoals wij dat thuis noemen). Nu is het bijna elke dag boekenfeest bij ons thuis, maar nu doet een groot deel van het land daar ook aan mee. Ook school draagt haar steentje bij.

Het thema van dit jaar ‘Voor altijd jong’ valt goed in de smaak bij opa’s en oma’s, want velen togen naar school om voor te lezen. Heel ontroerend vind ik dat, zo een groepje guppies rond de benen van een oma, volledige aandacht en overgave en dan zo een oma die haar best doet om zo mooi mogelijk of zo grappig mogelijk of zo spannend mogelijk voor te lezen. Dat kan niet anders dan het recept zijn om voor altijd jong te blijven.

Als moeder vind ik het ook bijzonder om te zien hoe je eigen moeder omgaat met je kinderen. De aandacht die ik zelf af en toe gemist heb, zie ik nu wel volledig aan mijn kinderen gegeven worden. Dat is mooi.

Om het boekenfeest te vieren mogen de kinderen een boek uitkiezen. Cato kiest een spannend boek over een weerwolf en de keuze van Rika valt op een editie van heksje Foeksia die ze nog niet heeft. En ik, ik verwen mezelf met de dichtbundel van Plint ‘Lees maar lang en wees gelukkig’ (fantastische titel) en het tijdschrift Dichter van Plint. Daaruit wil ik een gedicht citeren. Het is van Jos van Hest en heet Opa:

Toen mijn opa doodging
gaf hij zijn gouden trouwring
aan mijn oma

maar zijn gouden kiezen
nam hij mee in zijn graf

 

 

Dierenliefde

Een paar dagen geleden was het dierendag. Al vroeg in de ochtend hoorde ik de deur van mijn oudste dochter opengaan en vervolgens verschillende mini voetjes richting haar kamer trippelen. Zachtjes hoorde ik haar “lang zal ze leven” zingen. Poes Pippie is, bij gebrek aan een echte geboortedag, jarig op dierendag. Voor Tinus was het zijn eerste dierendag en het feit dat het een feestelijke dag was, nam hij -zoals gewoonlijk- op door bovenop zijn grote zus te springen. Zij was daar op dat moment niet van gediend dus oudste dochter moest als een ware mediator optreden. Het moest nog 7 uur worden.

Als er iemand jarig is dan krijgt diegene in ons huis een cadeau. Twee mini knuffeltjes werden gekocht, nep waxinelichtjes erbij en daarmee vond ik het al weer hysterisch genoeg. Ik houd echt wel van dieren, echt. Ook op mijn bord. Dat spijt me nog steeds. Ik zou zo graag vegetariër zijn, maar ja. Ik vind vlees gewoon te lekker en leren schoenen te fijn zitten. Sorry dieren. Dan maar een beetje goedmaken door nep waxinelichtjes aan te doen en extra mooi te zingen op de verjaardagen van de beestjes. Best wel gek vind ik dat en uiteraard behoorlijk hypocriet.

Ik sta op het standpunt dat we af en toe te ver doorschieten in onze dierenliefde. Dat standpunt werd aardig bevestigd door een nieuwsitem op het journaal. Dat er therapeuten zijn voor alles en iedereen, wist ik inmiddels wel. En dat er getraumatiseerde beesten rondlopen ook. Dat ook dieren depressief zijn is bekend, maar dat labelen van al die menselijke eigenschappen en emoties op dieren. Ongelooflijk. Dat gaat toch echt te ver. Ik hoorde een vrouw vertellen dat deze hond een “rugzakje” heeft en daardoor moeilijk contacten kan leggen. ‘Eigenlijk doet hij in deze samenleving niet meer mee’, zei ze met een snik in haar stem.

Wat een tragiek. Ik zou zeggen tegen die hond: ‘Kom gezellig met dierendag bij ons, de nepkaarsjes uitblazen, want ook jij telt mee’.