Komrij

Woordenschat

’t Is wonderlijk om als een omnivoor
De woorden op te kunnen vissen uit
Een zelden aangesproken reservoir
van taal, een zwarte bron die zich ontsluit

Zodra je in haar mijnengang afdaalt.
Daar sluimert alles wat je moeder zei,
Daar zijn de woorden uit je jeugd verdwaald,
Daar is de taal nog nieuw en vogelvrij.

Wat wordt omhooggehaald gaat zich verbinden
Tot zinnen die zo helder zijn als glas.
Ik zou er van geluk om moeten wenen –

Dat ik iets in mijn eigen hoofd kan vinden
Wat ik niet wist dat daar te vinden was –
Fluor en mica in de dode stenen.

Met dank aan Gerrit Komrij die ervoor zorgt dat zijn woorden een tsunami van inspiratie op gang brengt. Dat een mens zo veel moois kan voortbrengen en de gedachten van een ander die hij nog nooit ontmoet heeft zo treffend kan vatten. Een diepe buiging, het afnemen van de hoed en alle andere clichés die mij nu te binnen schieten zijn op zijn plaats. Of juist niet, daarmee wordt de dichter schromelijk te kort gedaan. Maar ja, die woordenstroom van hem is dan ook ongeëvenaard.

Sigaret

Mijn oma overleed in 2010 op 86-jarige leeftijd terwijl ik zwanger was van onze oudste dochter. Ik zat aan haar bed en hield haar hand vast. Haar ogen grepen mijn blik en ze keek me indringend aan. Na een kneepje in haar hand en wat woorden die ik in haar oor fluisterde, zag ik haar ziel vertrekken. Ik zag letterlijk dat ze haar laatste adem uitblies en voor een moment was het zo stil. Zo stil had ik het nog nooit meegemaakt.

Ik denk bijna elke dag aan oma. Vooral haar levenslust en humor zorgen ervoor dat dagelijks een glimlach op mijn gezicht verschijnt. Oma was een verstokte roker, maar wel eentje die van elke sigaret genoot. Ze rookte bij voorkeur menthol sigaretten en stopte als extra boost een mentholsnoepje in haar mond als ze nonchalant, maar toch charmant haar sigaret opstak. Bij voorkeur vroeg ze een vuurtje, want dan maakte je gelijk contact. Ik vond dat roken van oma fascinerend. Ze blies de rook niet alleen door haar mond uit, maar ook door haar neus. Als kind vond ik dat fantastisch. Oma was eigenlijk een soort draak. De as tikte ze altijd net op tijd af. Een lange pegel bungelde en elke keer kwam het moment: zou hij vallen of niet. Maar oma had controle, wist wat ze deed en was ervaren. Zij zorgde ervoor dat de pegel viel wanneer hij moest vallen. Niet eerder en zeker niet later.

Later heb ik menig sigaret met haar opgestoken. Toen ze overleed en ik een kind kreeg was de aantrekkingskracht van een sigaret totaal verdwenen. Voor mij hoefde het niet meer. De schoonheid was er van af. Ik vond vandaag een aanzet voor een gedicht dat ik na haar dood had gemaakt. Ik las het en herinnerde me gelijk het moment weer:
Oma verloor veel bloed en haar lichaam kreeg het niet meer voor elkaar reserves op te bouwen. Dat betekende dat ze regelmatig een bloed transfusie nodig had. Ze begon af te taken, werd warrig, at niet meer veel en de levenslust begon te verdampen. Ik zou haar naar de Eerste Hulp brengen. Maar voordat we gingen zei ze: ‘Lief kind, laten we eerst even een sigaretje roken voordat we gaan, dan hebben we dat toch maar weer lekker binnen.’

Sigaret
Vandaag begin ik met het einde,
moe gestreden en eenzaam
met opgeheven hoofd trek ik
mijn schoenen aan en pak mijn
tas, voor de laatste keer
zakdoek mee, ondergoed, pon,
badjas en jou in gedachten
voordat we gaan nog even
nog even zitten, naast elkaar
op dat kleine rode bankje
dat nooit lekker heeft gezeten
maar nu geniet ik nog meer
met jou en mijn laatste
allerlaatste peukie.

Stilstand

Al een tijdje voel ik een vorm van stilstand in mijn inspiratie. Het levensverhaal wat ik schrijf wil niet zo vlotten, gedichten stromen niet meer op papier en de cursus die ik volg ontvlucht ik.

Het is niet dat ik niets meemaak of in een of andere vorm van lamlendigheid ben beland (zoals voorheen wel eens gebeurde), maar er komt gewoon niet zo veel in me op. Een bepaalde vorm van rust geeft dat wel. Dat niet elk moment van de dag en vooral de nacht, de woorden door mijn hoofd razen om naar buiten te komen en een plekje op een vel opeisen.

Nu is het wel zo dat ik dit weekend een schrijfweekend heb gepland. Een weekend met 7 andere cursisten, waaronder een vriendin, waarin we begeleid en gestimuleerd worden om te dichten. Daar heb ik enorme zin in. Even helemaal afgezonderd te zijn en samen met andere woord-idioten te zitten en te schaven aan gedichten die geïnspireerd zijn op kunst. Twee vliegen in 1 klap, denk ik zo. Toch hoor ik vanuit een donker kamertje in mijn hoofd een stemmetje fluisteren: ‘wat als het nu niet komt?’ Het. De inspiratie. Dan staat een stevige rondborstige vrouw op die luidkeels in mijn hoofd rondbazuint: ‘En, wat dan nog? Het gaat zoals het gaat. Het komt zoals het komt’.

Wat een verschil met één van mijn eerste blogs. Mevrouw Kritiek is verworden tot klein miezerig en verschrompelt mannetje die in een  hoekje zit, af en toe nog iets durft te fluisteren, maar al snel de mond gesnoerd wordt door Mevrouw IK. Het van te voren verzinnen wat er allemaal kan mis gaan, slaat nergens op. Het van te voren zorgen maken, werkt verlammend. Het overdenken van wat moet, slaat elke vorm van inspiratie en spontaniteit dood. Wat komt dat komt en dat is goed. Nog een paar dagen zweten en dan komt het heerlijke afzonderen in een wereld vol kunst en woorden. We zien wel wat het oplevert. Wellicht nieuwe blogs.

Hitte

Het is heet en het wordt nog heter. Voor de gemiddelde Nederlander voldoende gespreksstof dus. Het fascineert me altijd hoeveel Nederlanders over het weer kunnen praten. Weet je even niets te zeggen tegen iemand begin dan over het weer. Altijd goed. Een Gambiaan (ik ken er toevallig een paar) praat nooit over het weer. Het weer is daar altijd hetzelfde, soms een beetje meer wind en soms is het regenseizoen (wat trouwens niet altijd inhoudt dat het hele dagen regent, nee het regent dan af en toe en de temperatuur daalt maximaal vijf graden).

Zelf doe ik ook mee met het weerpraat. Van thuis uit meegekregen. Als ik het als psycholoog van de koude grond zou moeten inschatten dan is het weer, samen met voetbal, een grote verbindende factor in Nederland tussen mensen. Wil je dan ook sociaal bezig zijn, maar heb je daar eigenlijk geen zin in of talent voor, begin dan over het weer. Succes gegarandeerd.

Maar waar ik nu al een tijdje over pieker is het begrip “mooi weer”. Wat is dat eigenlijk? Wanneer is het weer mooi en wanneer slecht, want over lelijk weer spreken niet veel mensen? Dit is dus een valkuil, want al ben je niet zo sociaal vaardig en je neemt een keer de stap om een praatje te beginnen over het weer en je roept dan langs de neus weg: ‘wat een verschrikkelijke hitte zeg, voor mij mag het morgen gaan regenen’, dan sodemieter je zo van de sociale ladder als je een zonaanbidder treft. Of als het dan eens een keer buiten wit bedekt is en jij hebt geploeterd met de auto om naar je werk te komen en weer op tijd op het schoolplein te staan en je treft een moeder en stort je hart uit in de trant van: ‘wat een klote sneeuw. Ik glijd met de auto alle kanten uit. Ik wil dat het gaat dooien’. Ook dan heb je kans om een tijdje genegeerd te worden als je net een liefhebber van het witte goud treft die jaarlijks in Oostenrijk van de zwarte piste zwiert.

Met andere woorden, het weer is een bruikbaar onderwerp, maar wees voorzichtig. Bekijk je beoogd gesprekspartner eerst van een afstand, lees de lichaamstaal en zie je dat diegene staat te puffen, vraag wat ze van het weer vindt. Komt dat overeen met je eigen gevoelens ga ervoor en lucht je hart, zo niet mompel dan iets en maak je uit de voeten. En voor nu sluit ik de laptop, want die is overduidelijk oververhit geraakt evenals zijn bedienster.

Evenwichtsbalk

Het niet meer elke dag bloggen geeft een apart gevoel. Een gevoel dat ik niet goed kan omschrijven. In het gevoel zit een vorm van rusteloosheid, maar ook van rust. Lekker tegenstrijdig dus, zoals zo veel in mijn hoofd en leven is. Aan de ene kant gedij ik goed met structuur en discipline, aan de andere kant houd ik ervan de teugels te laten vieren en simpelweg te doen wat in me opkomt. Best lastig om in deze twee uitersten balans te vinden.

En zo is het met veel onderwerpen in mijn leven of gedachten of gevoelens. Regelmatig verkeren die zaken in disbalans omdat de twee kanten vaak extreem van elkaar verschillen. Dan lijkt het alsof ik het mezelf hopeloos moeilijk maak, maar volgens mij zit ik gewoon zo in elkaar.

Van de week heb ik een vervolgcursus gegeven aan niet juristen over juridische aangelegenheden. De cursus werd met wisselend enthousiasme ontvangen. Vier groepen van circa dertig mensen per groep zag ik voorbij komen. Eén dame die ik ken zat in groep twee. Ze zat op de eerste rij en de sessie die zij volgde was na de lunch. Na de eerste minuten van de cursus zag ik haar armen pontificaal strak om haar lichaam gebonden, ogen draaien en hoorde ik haar luid zuchten. Ook werd er breeduit gegeeuwd, waarschijnlijk een “after-lunch-dip”. Haar mobiel wekte meer interesse dan mijn verhaal. Dat kan uiteraard. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen warm loopt voor een juridisch verhaal, maar mijn collega en ik probeerden het zo luchtig mogelijk te brengen. De rest van de groep pakte het verhaal goed op en er ontstonden interessante discussies naar aanleiding van vragen en voorbeelden die langs kwamen. Toch intrigeerde deze dame me. Een scala aan emoties trokken aan me voorbij. Eerst was ik boos, daarna werd ik verbolgen en nadat ik haar strak had aankeken voelde ik empathie. In hoeverre ken ik haar nu echt? Niet. Ik heb haar een paar keer ontmoet en elke keer had ze deze negatieve houding. Haar leidinggevende gaf aan mij aan dat ze “gewoon” zo in elkaar zit. Natuurlijk is dat niet gericht op mij, maar ik reageerde uit een reflex van het verleden: iedereen moet het leuk hebben want anders komt er gedoe en dat willen we niet. Bewaar de lieve vrede in godsnaam.

Ook hierin zie ik de tegenstrijdigheid: aan de ene kant wil ik dat mensen blij en gelukkig zijn en wil ik daar mijn steentje aan bijdragen en wil ik gedoe en ellende voorkomen, en aan de andere kant denk ik: zoek het lekker uit: heb je geen zin in mijn verhaal, luister dan niet. Vind je me niet aardig, dan toch niet. Prima. Ook schuw ik confrontaties niet.

Het toverwoord “balans” is waarschijnlijk de les in mijn leven. Balans is afgeleid van balanceren en zodra ik op een been sta hel ik de ene kant meer naar links en de andere kant bungel ik naar rechts. Proberen niet te vallen is de kunst en als je wel valt dan sta je weer op om opnieuw op de evenwichtsbalk van het leven te stappen.

 

 

Tip

Tv kijken zoals we dat kenden toen we opgroeiden bestaat niet meer. De wijze van tv kijken is echt veranderd door de komst van digitale tv en zenders zoals HBO en Netflix. Niet alle digitale ontwikkelingen juich ik toe, maar deze wel. Ik vind het prettig om series, films of documentaires te kijken wanneer ik het wil. Het aanbod is groot en divers.

Laatst was ik uitermate lui en lag in mijn eentje lusteloos op de bank. Kinderen lagen op bed en manlief was aan het werk. Ik snuffelde wat op Netflix en stuitte op een documentaire over de Amerikaanse vrouwenbeweging. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. De documentaire bracht mooi de strijd die vrouwen in de jaren zestig van de vorige eeuw hebben gevoerd voor gelijke rechten in beeld. De strijd die nog steeds niet heeft geresulteerd in volwaardige gelijkheid met onze penisdragende medemens en de strijd waar ik vandaag de dag en alle vrouwen met mij in het Westen de vruchten van plukken.

Dus lezende dames en heren hier komt een tip. Kijk eens naar de documentaire “She is beautiful when She is angry” en bedenk eens voor jezelf welke plaats je inneemt op de feministische meetlat. Ik heb door de documentaire in ieder geval voldoende stof tot nadenken gekregen en ben de dames die de weg voor mij geplaveid hebben dankbaar.

Concurrentie

Mijn blog heeft sinds kort ernstige concurrentie gekregen. De afspraak die ik begin dit jaar met mezelf maakte, staat ter discussie. Elke dag een blog schrijven gaat waarschijnlijk niet meer lukken en dat vind ik niet erg, want wat ervoor in de plaats komt geeft me net zo veel voldoening. Het is wel heel bijzonder, want normaal zou ik het nooit in mijn hoofd halen dit te doen. Ik had een enorme afkeer, maar sinds donderdag ben ik om. Wat nu precies de oorzaak is van deze omslag, weet ik niet. Ik kan de vinger er niet op leggen. Ik weet wel het moment dat het duidelijk werd dat ik dit wilde gaan doen. Zondag, in de auto naar het bos.

Het kriebelde al langer en tijdens de vakantie gingen mijn ogen open. Het kon zo niet langer. Ik voelde sleur, ik voelde lamlendigheid en ik was ontevreden. De keuze om hier niet langer in te blijven hangen was snel gemaakt, nu ik voel dat dit het moment is. De veertig is bereikt en als ik de omslag wil maken moet het nu gaan gebeuren. Manlief begreep het en steunt me er in, ook al betekent het dat hij moet inleveren in aandacht en mij nu moet delen.

Zondag nam ik het besluit en donderdag ging ik over tot de vervolgactie. Want het is leuk om allerlei besluiten te nemen, maar als je er niets mee doet dan slaat het besluit ook helemaal nergens op. Dat zien we in de politiek al vaak genoeg. Gelukkig ben ik een mens die weet van doorpakken dus hup, ik nam een paar uurtjes vrij en vertrok met manlief naar Antwerpen. Daar zou ik haar, of zou ik toch voor een man kiezen, vinden. Ik wilde een stoer type, stevig, robuust met uitstraling en aantrekkingskracht. Hij of misschien wel zij, moest mij kunnen dragen en vooral mij naar grote hoogten kunnen brengen. Wij moesten samen kunnen pieken, het liefst kort en krachtig. Na het uitproberen van een paar aantrekkelijke exemplaren was ik er uit: een aquablauw met roze model zou het worden.

Vol trost reden we naar huis met in de auto mijn nieuwe aanwinst. Mijn ticket naar een fitte toekomst: mijn gloednieuwe, superdeluxe mountainbike. ’s Avonds probeerde ik hem (dat vind ik toch fijner) uit en sindsdien zijn we onafscheidelijk en ontmoeten we elkaar elke dag voor een ritje. Ik vlieg door de polder, ontwijk alle mugjes die op mijn gezicht een plaatsje proberen te bemachtigen en fiets mijn kop leeg. Zalig. Dus beste lezer, mocht ik een dagje overslaan met een bericht op deze blog, wees niet getreurd en volg mijn voorbeeld. Pak de fiets en maak die kop leeg en geniet ondertussen van het mooie vlakke land.

 

Tinus

20160903_191202

Ons gezin is uitgebreid en ik had niet verwacht dat er ooit een moment zou komen dat ik een blog zou gaan besteden aan een kat, maar vandaag is het ongelooflijke realiteit geworden. Ik moet gewoon schrijven over Tinus. De kat die nu 4 maanden is, waarvan 2 weken deel uitmakend van ons gezin en er net voor gezorgd heeft dat mijn hele blog de digitale prullenmand in is verdwenen. Die kat die het voortdurend voorzien heeft op mijn tenen, vingers en pennen. Hij eet mijn bloem op, springt op tafel en gooit een beker water omver (ik was eindelijk op het punt gekomen dat mijn kinderen dat niet meer dagelijks deden) en hij eet mijn veters op. Tinus kan niet stil zitten, al helemaal niet voor een foto en vindt alles even boeiend. Of het nu een stukje karton is, een vlieg, een mier, een ballon, een kussen, een tijdschrift of een hagelslagje. Alles is nieuw en moet betast en onderzocht worden met veel horten, stoten en vallen.

Hij jaagt op balletjes en bespringt touwtjes. Als een echte tijger loopt hij over tafel en stort zich op mijn toetsenbord. Hij kan ontzettend stinken, poept als een volwassen en door de wol geverfde kater en kan net zoveel eten, wat uiteraard de hoeveelheid poep vervolgens weer verklaard. Soms loopt hij zo snel voor mijn voeten en door mijn benen dat ik mijn evenwicht verlies en me nog net op tijd aan het aanrecht kan klampen alvorens op mijn gezicht te gaan. Hij probeert te brullen als een leeuw, maar klinkt als een chipmunk, ik gok op Theodore.

En alles, nou ja bijna alles vind ik leuk aan hem. Als hij me om zes uur in de ochtend bespringt waardoor ik wakker schrik vind ik hem even iets minder. Hij herinnert me aan vrolijkheid, onbevangenheid en aan ontdekkingsreizen die ik als volwassene veel te weinig meer onderneem. Als hij ’s avonds uit bed uitgeput op me neerstort om te gaan slapen dan ontroert me dat. Het is zo een prettige energie erbij in huis. Hij is dol op de kinderen, vooral de oudste en dat maakt dat we voelen dat Tinus een deel van ons gezin vormt.

De liefde tussen oudste zus, poes Pippie, is nog in een voorzichtige en verkennende fase, maar als Tinus zich zo onbevangen blijft open stellen kan het niet anders dan dat zij ook betoverd raakt van zijn charme. Dus via deze blog wil ik Tinus welkom heten in ons gezin en de wereld (althans die enkele lezer van deze blog) laten weten dat ons gezin is uitgebreid. Moeder en kind maken het goed en wilt u op bezoek komen, graag eerst even bellen.