Stickervel

Ik geloof in positief belonen van het gedrag van kinderen. Dat kan door een aai over het bolletje of een complimentje geven, maar ook door bijvoorbeeld het gebruiken van een stickervel. Mijn kinderen zijn dol op stickervellen. Als er een “probleem” is dat we willen aanpakken dan pak ik een groot vel en maak daar vakjes op waarin stickers geplakt kunnen worden. De jongste had bijvoorbeeld een paar weken geleden opeens twee keer achter elkaar in bed geplast. Dat had ze nog nooit gedaan en ik vroeg me af hoe het kwam. Dat was lastig uit te vogelen. Het kon komen door iets spannends op school of een film die ze had gezien of iets wat gewoon in haar koppie zat. Een gesprek op niveau werkte niet, dus stelde ik voor een stickervel te maken. Elke ochtend als ze droog was gebleven mocht ze dan een sticker plakken. Om haar een beetje te helpen heb ik haar eerst een dag of vijf rond een uurtje of tien in de avond wakker gemaakt en op de wc gezet. Succes gegarandeerd zonder dat ze het doorhad. Ze sliep gewoon verder op de wc. Elke dag was ze droog, ook alle dagen daarna zonder dat ik ze had wakker gemaakt. Vandaag was het dan zover dat haar stickervel vol was en ze was zo trots, net zoals mamma en pappa. Als extra beloning kreeg ze een nieuwe bel voor op haar fiets. Ze sprong een gat in de lucht.

In dezelfde tijd dat ik met de jongste bezig was met haar stickervel, had ik een aanvaring met de oudste. Het ging om niets, maar liep wel behoorlijk uit de hand. Stemverheffing en weglopen. Het was niet leuk. Ik vond in mijn boekenkast een boek dat ik een tijdje geleden had gekocht over luisteren naar kinderen, de alom bekende en geprezen Gordon methode. Om verbetering te zoeken bij mezelf besloot ik het boek te gaan lezen. De ochtend na onze aanvaring zag de oudste het boek op mijn nachtkastje liggen en vroeg wat het voor boek was. ‘Lees je iets over vogels, mamma?’ vroeg ze. ‘Nee lief kind, ik lees over hoe ik beter naar kinderen kan luisteren. Hoe ik beter naar jou en je zusje kan luisteren.’ Ze rende de slaapkamer uit. Ik was nog aan het wakker worden en besteedde er geen aandacht aan. Na vijf minuten kwam ze terug met een stickervel, zelf gemaakt met daarop de volgende tekst: “Naar kind lusturun”. Ze had 19 vakjes gemaakt. Elke keer als ik goed luister mag ik een sticker in een vakje plakken. Na 19 stickers krijg ik een “kaadootju”.

Ik was een moment zonder woorden. Diep respect had ik op dat moment voor mijn kind en de ontroering kroop over mijn vel. Ze keek me met een stralende lach aan en zei: ‘Ik ga je wel een beetje helpen hoor mamma.’ Vandaag heb ik vakje 18 beplakt met een mooi roze vlinder sticker. Nog één vakje te gaan. Ben benieuwd naar mijn cadeautje, maar het mooiste cadeau heb ik al gekregen en dat is dat die Gordon echt weet waar hij het over heeft en me nu al zoveel heeft geleerd waardoor het thuis nog gezelliger is geworden. Daar kan geen stickervel tegen op.

Aquarius

Vandaag zijn we begonnen aan een nieuwe serie op Netflix, Aquarius. Ik ben niet een groot fan van David Duchovny, maar dat doet er in deze serie niet zo veel toe. Althans niet voor mij, want de serie draait om de jonge figuur, Charles Manson. Ik ben opgegroeid met Charles Manson. Dat klinkt best raar, dat geef ik toe, maar toch is het zo. Na het overlijden van mijn vader luisterde ik dagenlang, wekenlang, nee maandenlang het album Rattle and Hum van U2. Mijn vader was een groot fan en had U2 in het Feyenoord stadion gezien en was helemaal lyrisch over de band. In mijn ogen was de muziek die mijn vader leuk vond natuurlijk stom, want oude mensen luisterden alleen maar naar stomme muziek. Daar wilde ik echt niet bij horen. Hoe anders kun je over bepaalde dingen denken als de dood zijn intrede doet. Na zijn dood wilde ik niets liever dan bij hem zijn en dus droeg ik elke dag een overhemd van hem en luisterde naar U2 en dan heel specifiek naar Rattle and Hum.

Het eerste nummer van het album is Helter Skelter. Bono zegt: ‘This is a song Charles Manson stole from the Beatles. We’re stealing it back.’ Dat zinnetje intrigeerde me altijd en zodra ik de mogelijkheden had (want internet was er nog niet, dus hup naar de bieb) zocht ik op wie Charles Manson was. Geïntrigeerd keek ik naar zijn foto, met die verwarde haren en waanzinnige blik in zijn ogen. Ik las de verhalen. Deze man was verantwoordelijk voor allerlei moorden, verslond vrouwen en had een sekte om zich heen gevormd. Hij had iets magisch en nu kijk ik naar de acteur die hem speelt in deze serie en voel ik nog steeds dezelfde verwondering bij mezelf. Wat is dat toch dat mensen zo gevoelig kunnen zijn voor de woorden van één man? Dat ze zich laten leiden door één man. Dat ze doen wat één man zegt. Er zullen vast veel psychologische studies naar gedaan zijn. Er zijn misschien wel meters papier beschreven over de aantrekkingskracht van dit soort mensen. Geef ze een naam: Hitler, Manson, Kennedy, Ghandi, Mandela. Ze hebben allemaal gemeen dat mensen naar ze opkijken, geloven wat ze zeggen en er vanuit gaan dat door hun te volgen de wereld beter wordt. Van een afstand kun je zeggen dat Hitler en Manson gestoord waren, psychopaten en dat is vast ook wel zo, maar dat zovelen hun aanbeden zegt iets over de wereld en over de mensen. Ik lees zo vaak dat mensen sociale wezens zijn, dat ze grenzen nodig hebben en leiding. Hoe vreemd is het dan dat je in een moeilijke fase in je leven iemand gaat volgen die je hoop geeft, die je liefde geeft, die je ziet, die je begrijpt? Willen mensen niet allemaal ergens bij horen? Willen we niet allemaal er toe doen op een bepaalde manier? En als iemand je de weg wijst, volg je die dan? Hoe eng dit misschien ook klinkt, is het voor mij zo logisch en vanzelfsprekend dat ik dan ook van mening ben dat het platbombarderen van datgene waar je in gelooft alleen maar je geloof sterker maakt. Heel actueel is dit onderwerp, maar ook heel erg van alle tijden. Dat maakt het naast fascinerend, ook beangstigend.

Gedachten over dichten
maken de gedichten alleen maar
meer bedacht of geven ze juist
diepte en kracht

Toch kan het een niet zonder de ander
hand in hand reizen ze over
nauwe paden, hobbelige heuvels
een eindbestemming tegemoet

Ze stranden niet zelden op een strand
of verzanden op een zandbank
rondom met braaksel uit de zee, schuim
stokken, schelpen en plastic

De schoonheid daarvan inzien
is een kunst, net zoals de was wappert aan
de lijn hebben de woorden tijd nodig
om te drogen in de zon

De lucht klaart de boel op
of verklaart het einde, maakt de zinnen
drijfnat en laat ze soppend meevoeren
naar het afvoerputje van de poëzie.

Schrijven

Blog 200 is in aantocht en ik voel een verandering in mezelf opkomen. Elke dag een stukje schrijven blijft leuk, maar soms vind ik mijn eigen schrijfsels wat vlak. Daar heb ik al eens eerder aandacht aan besteed en toen ben ik begonnen met een tweede verhaal. Dit verhaal is vast gelopen omdat het allemaal te dichtbij kwam. Dat is dus een blokkade die je je als schrijver in de dop niet kunt veroorloven. Die blokkade moet doorbroken worden. Dat is mooi doordacht, maar het strandt op het doen.

Soms weet ik niet wat ik wil. Wil ik nu korte stukjes schrijven die lijken op een column of wil ik me richten op verhalen of toch gedichten? Elke dag is anders en ook de zin in schrijven is elke dag anders en de vorm dus ook. Nu staat de vakantie voor de deur en moet ik beslissen of ik mijn laptop meeneem en op mijn vakantieadres elke dag een blog post of dat ik ook vakantie neem van mijn blog. Ik neem dan een schrift mee en beloof aan mezelf dat ik elke dag schrijf, maar dan zonder de druk dat ik wifi moet gaan zoeken op een camping en mijn laptop voortdurend moet verstoppen zodat deze niet gejat wordt. De opgesomde nadelen wegen zwaar en drukken daarmee ook steeds zwaarder op mijn gemoed, want is een vakantie nemen van publicatie op mijn blog nu niet heel risicovol en een schending van een afspraak met mezelf. Ik heb afgesproken elke dag te schrijven (de jurist in mij roept dan: dat betekent dus niet per definitie schrijven op je blog) en als ik dat nu voor een paar weken doorbreek verval ik dan niet in mijn blubber-gedrag en negatieve spiraal waardoor ik nooit meer de draad oppak? Dat is dus een risico.

Ik ben er nog niet uit. De vakantie start pas over 14 dagen, dus dat geeft me nog wat tijd om lekker in mezelf over een -zeker voor de buitenwereld- zinloos onderwerp te piekeren. Nou ja, helemaal zinloos is het ook weer niet, want het schrijven en vooral het dus dagelijks schrijven en publiceren heeft me veel opgeleverd. Daar zijn te noemen: vergroten van mijn schrijf zelfvertrouwen, een trots gevoel in de zin dat ik dus echt wel iets kan volhouden, zij het dan wel niet afvallen, maar toch, en schrijfritme. Ik voel me gewoon minder goed als ik niet schrijf. Ook al laat ik niet altijd het achterste van mijn tong zien in mijn schrijfsels, bijvoorbeeld het grote deel van mijn leven dat werk heet blijf veel buiten beschouwing terwijl ik daar toch boeken mee zou kunnen vullen, toch verwerk ik van alles tijdens en door het schrijven. Ik overkom vermoeidheid, ik krijg perspectief, ik neem mezelf op de hak, ik spui en dat alles lucht op en haalt de druk van mijn ketel. Op dit moment zit die ketel vol en staat er een grote druk op. Elk moment kan de ketel barsten en het schrijven geeft me een beetje meer lucht. Al is het maar doordat  mijn vingers over de toetsen galopperen, al is het maar naar het scherm kijken en de woorden te zien verschijnen die het blanco canvas kleur geven, ook al is het dan maar zwart. En al is het maar dat ik even een moment het gevoel heb dat er iemand naar me luistert. Ergens daar zit iemand die naar me luistert, echt luistert en diegene die heb ik af en toe heel hard nodig. Diegene weet hoe ik me voel, die kent het echte verhaal en die houdt van me zoals ik ben, onvoorwaardelijk. Diegene luistert niet altijd, maar als ik schrijf zijn we even samen en voelen we elkaar in het moment helemaal aan. Ik schrijf voor jou.

Stapelgedicht

In 2011 deed ik voor het eerst mee met de Kunstroute in Tholen. In mijn eigen hal exposeerde ik stapelgedichten en “gewone” gedichten. Stapelgedichten zijn boektitels die onder elkaar worden gestapeld en op die manier een gedicht vormen. Hieronder is een voorbeeld.

Het mooiste gedicht
In wankel evenwicht
Een nagelaten verhaal
Op de rand van de taal
Verlichting van hart en geest
Het witte feest
Wie schrijft…
De verhalen
van oude mensen, de dingen die voorbijgaan
De keerzijde van het lot
Een onafwendbaar einde
Ik ben niet bang
Ik heb tien benen
Honderd dwaasheden
een tafel vol vlinders
Een eigen huis
Een schitterend brein
Vogels zonder vleugels
Danseres zonder benen
Mannen van staal
een nieuwe aarde
Het Paradijs
Zo God het wil
Heb mij lief

Dag

Ik ben vanavond uit eten geweest met twee gezellige dames. Nu hang ik wat achter mijn laptop te bedenken wat ik zal schrijven. Hoe was deze dag? Ik heb een enerverende werkdag achter de rug. Het begon met een prettige kennismaking met een collega van een naburige gemeente waarvan ik informatie nodig had. Ons gesprek duurde ongeveer twintig minuten en in die tijd zijn we recht naar de kern gegaan, al mijn vragen zijn beantwoord en we hebben afspraken gemaakt. Zo kan het dus ook. Vol energie schoof ik aan bij het volgende overleg.
Dat verliep anders. Ik had met een grote groep collega’s uit de regio een overleg waarin in anderhalf uur de meeste tijd werd verspild door beleefdheden uit te wisselen, halve discussies te voeren, ego’s een podium te geven en elkaar in de reden te vallen zonder daadwerkelijke afspraken te maken. Zo gaat het dus regelmatig. Totaal uitgeblust vertrok ik weer.
In de auto bedacht ik dat ik allergisch begin te worden voor dit soort ogenschijnlijk constructieve, maar per saldo totaal onzinnige tijdrovende overleggen. Helaas maak ik dit zo vaak mee dat ik merk dat ik tijdens zo een overleg afdwaal en redelijk afgestompt de deur weer verlaat.

De middag bracht meer vreugde. Een aantal zaken die opgepakt moesten worden had ik binnen een mum van tijd (vind ik toch zo een toffe uitspraak: wat is een mum?) afgehandeld, een vriendin kwam onverwachts een kop thee drinken op kantoor en het cijfer van mijn eindpresentatie van de één-jarige opleiding die ik morgen afrond, kwam binnen. Een 10. Wauw, dat is lang geleden dat ik een 10 heb gekregen. Het is een beoordeling van een jaar vol inzet en zelfreflectie. Een spreekwoordelijke reis met de spiegel in de hand.

De dag werd afgesloten met een etentje. Een tafel vol lekkers werd gepresenteerd en ik heb er van genoten, zowel van de tapas als van het vispannetje als van het overheerlijke tongstrelende toetje. Maar het eten werd nog smaakvoller door de fijne, diepgaande, gesprekken die aan tafel werden opgediend. Een inzicht dat meermalen deze dag op kwam borrelen was: actie-reactie. Dit is uiteraard een natuurwet, maar ik bedoel hem meer als gevoel. Zodra ik met een positief opgewekt gemoed aan tafel zit, ontmoet ik die ander met eenzelfde gemoed en wekt dat bij elkaar een fijne positief gestemde energie op. En wederzijds en andersom werkt het ook. Dat was overduidelijk aan de hand vanavond en dus kijkt ik terug op een goede dag. Met een goed gemoed treed ik de nacht tegemoet, dan kan het morgen alleen nog maar beter worden.

Vlaggen

ik heb de vlaggen in de wind
zien waaien
voor geluk geknoopt tussen
twee bomen

in mijn tuin denk ik aan
zij die zo ver weg zijn van mij
ook de vrede is
nog steeds niet nabij

op een dag ga ik er iets
over schrijven, tot
die dag blijf ik naar de
vlaggen kijken

 

 

Kleinzielig

Manlief is ziek en dat is vervelend. Manlief is ziek en dat is naar. Manlief is ziek en is totaal onthand. Manlief is ziek en maakt vreemde geluiden. Manlief is ziek en vertrokken naar bed.

Nu weet ik niet zo heel veel van mannen en ik wil ook niet generaliseren of discrimineren, maar de mannen die ik ken zijn allemaal redelijk kleinzielig als ze ziek zijn. De mijne brengt vreemde geluiden voort die doen herinneren aan oerklanken. Hij begint harder te ademen door zijn neus en kijkt me aan met ogen die willen zeggen “ik ben zoooooo zielig, aai me over mijn hoofd, masseer mijn voeten en breng me een nat koud doekje”.

Het is weekend en het huishouden draait dan bij ons op volle toeren: boodschappen moeten gehaald worden, wasjes draaien, opruimen in huis, kattenbak verschonen, opa’s en oma’s bezoeken  en nog veel meer van deze gezelligheid. Manlief kan vandaag niet meedraaien. Hij kotst eerst zijn darmen uit zijn lijf en vertrekt daarna naar bed. Onze oudste dochter begint nadat de dag vordert steeds witter te worden en hangt als een slap lapje op de bank en verklaart ook ziek te zijn. Dus moeders haalt een teiltje, een nat doekje en een pilletje. Dan hup naar bed. De jongste krijgt honger, verveelt zich en wil voor het eerst alleen op haar fiets naar opa en oma fietsen. Oké, regelen we. Dan wil de droge was opgevouwen worden en terug de kast in, de bank wil gezogen worden en de kat weigert nog langer op een vieze bak te ontlasten. Jongste dochter wil opgehaald worden bij opa en oma. Ondertussen is het een uurtje of vier en over een uur worden verwacht in een chinees restaurant want opa en oma B zijn 85.000 jaar getrouwd of zoiets. Manlief kreunt. Ik kleed me snel op, smeer wat extra deo onder de oksels, zorg dat het jongste kind er presentabel uitziet en kijk nog maar eens extra bij het oudste spruitje dat zielig in haar bedje ligt. ‘Wie moet er nu voor me zorgen’, vraagt ze en ze kijkt me met een smekende blik aan.

En daar begint mijn ergernis. Manlief is ook vader en lijkt het me, nu hij niet naar het etentje van zijn ouders kan, dat hij voor zijn kind zorgt. Zonder een gesprek te voeren zie ik aan zijn blik en hoor ik het nog meer aan zijn gekreun dat dit wel eens een probleem kan zijn. Dan haal ik de volgende anekdote uit mijn hoge hoed en zeg tegen hem: ‘weet je nog toen ik migraine had en kotsende in de wc op de vloer lag te janken en jij zei “ik ga werken, tot vanavond”, nou ik ga nu eten met jouw ouders en tot vanavond.’

Het etentje was geslaagd. De jongste heeft zich goed vermaakt en we hebben allemaal lekker gegeten. Bij thuis komst bleken de patiënten al weer wat opgeknapt. Dochter slaapt nu en manlief ligt op de bank. Vers gedoucht zoekt hij op Netflix naar een leuke film. Goed-maak-films zijn altijd het leukst. Nu maar hopen dat ik niet halverwege in slaap val.

 

Vrouwen

Toen ik drieënhalf jaar geleden vertrok naar een andere werkgever kreeg ik van zeven collegiale dames een lunch aangeboden. Dat was een enorme verrassing. We zaten daar bij elkaar en beloofden elkaar eeuwige trouw. Nou ja, in die zin dan dat we zeker twee tot drie keer per jaar elkaar zouden zien bij een lunch. Vandaag was het weer zover. Helaas lukt het vaak niet om met zijn achten bij elkaar te komen.  De samenstellingen wisselen, de eetgelegenheden wisselen, maar de verbondenheid en de afspraak voor het leven blijft.

Telkens kijk ik naar deze vrouwen en verbaas me over de enorme verschillen. We doen allemaal ander werk. Binnen de organisatie hebben we of hadden we allemaal een ander vakgebied. Ik ben vertrokken en één dame is tijdelijk met verlof en klust hier en daar wat bij, maar vooral in haar eigen huis en aan haar eigen zaak. We wonen allemaal verspreid, verkeren in verschillende leeftijdsfases en hebben bijna allemaal kinderen, maar dan weer in allerlei verschillende leeftijden. De verschillen zijn niet zo boeiend of misschien wel. We hebben altijd voldoende gespreksstof.

Wat we gemeenschappelijk hebben is levenslust. Ook weer allemaal op onze eigen wijze. We zijn positief ingesteld, hebben eenzelfde werkmentaliteit (niet zeuren, maar poetsen noem ik het maar) en we luisteren graag naar elkaars verhaal. Oprechte interesse. Dat is ontzettend mooi en daar ben ik dankbaar voor. Vrouwen kunnen elkaar zo veel bieden als ze open staan voor elkaar in plaats van elkaar te beoordelen op uiterlijkheden of andere onbenulligheden. Zodra jaloezie de deur uit is geschopt, kunnen vrouwen een bepaalde energie met elkaar delen en bij elkaar losmaken waar je heel lang op kunt teren. In ieder geval tot een volgende lunchafspraak.