Modigliani

Ik kijk elke dag naar de vrouw met de waaier. Een waar meesterwerk van Amedeo Modigliani. Dit doek, een replica uiteraard op ware grootte, kreeg ik voor mijn vijfendertigste verjaardag. Het was een bijzonder moment. Manlief weet ik dat ik knettergek ben op deze schilder. Idolaat. Zo erg dat ik in Parijs (Centre Pompidou) ongeveer een half uur alleen maar voor een schilderij heb gestaan met tranen in mijn ogen waardoor alle bewakers zenuwachtig van me werden en steeds dichter bij me kwamen staan. Ik had niets door totdat mijn zus zei dat het misschien tijd werd om verder te lopen naar het volgende doek waarbij ik hetzelfde ritueel herhaalde.

Zo rond mijn verjaardag begon ik mijn lief te bevragen over zijn cadeau. Hij deed er heel gewichtig over. Elke dag begon hij te vertellen dat hij zichzelf in het zweet had gewerkt voor dit cadeau, dat ik zo iets nooit zou durven dromen en ga zo maar door. Tuurlijk dacht ik, dat wordt weer een boek.

De avond voordat ik jarig was raakte manlief op dreef en begon me weer spreekwoordelijk te kietelen met het vooruitzicht op dit cadeau. Op een gegeven moment was ik het beu en sprak ik de legendarisch woorden: “Nou, dat cadeau van jou moet minstens een Modigliani zijn, want alles minder dan dat valt enorm tegen.”

De volgende dag ging hij eerst naar zolder en kwam met een enorm pak naar beneden. Het zag er lang en dun uit. Op het moment dat ik het in mijn handen had begon mijn hart sneller te kloppen. Ik rukte het papier van de verpakking en Tadaaaa….daar kwam ze tevoren: vrouw met waaier.

Elke dag kijk ik naar haar zo lang als ik wil met zo veel tranen als er komen. Ze is onderdeel van ons gezin en ze wordt met de dag mooier.

Tennis

Manlief had dit weekend een tennis toernooi. Ik zat als een ware Daphne Dekkers vandaag aan het veld om hem aan te moedigen. Dat mag bij tennis niet hardop met woorden dus ik keek hem in zijn rug indringend aan. Telkens als hij een punt maakte juichte ik inwendig. Met grote ogen, zoals Daphne dat zo charmant kan, staarde ik de tegenstander naar zijn nederlaag, althans ik probeerde enige invloed uit te oefenen via mijn blik.

Ik vind tennis kijken heel boeiend. Het spel is leuk en afwisselend, maar meer nog spreekt de psychologie van het individuele spel me aan. Er staan twee mannen, die elkaar nog nooit eerder hebben gezien, tegenover elkaar en spelen zonder scheidsrechter een finale van een toernooi op een baan in Halsteren. Mijn man heeft getennist tot zijn zestiende en heeft het rond zijn achtendertigste levensjaar weer opgepakt. Manlief kan alles met een bal en niemand geloofd dan ook dat hij twintig jaar niet getennist heeft. Toch is het zo. Hij heeft talent, maar hij heeft een dingetje, dat wel meer mannen en menig vrouw heeft, waardoor zijn spel zich tegen hem keert. Hij laat zich beïnvloeden. De tegenstander die hij in de halve finale trof was een stuk ouder en had overduidelijk zijn dag niet. Vloekend en tierend en het net verwensend stond hij op de baan. In plaats dat mijn man dan hem alle hoeken van de baan laat zien, gaat hij fouten maken en ook hardop commentaar leveren op zijn eigen spel. De schouders gaan hangen, het koppie omlaag en fout na fout wordt gemaakt. Hij neemt de negatieve energie van de ander over in plaats van zijn eigen spel te spelen.

Toen hij dat merkte, door uiteraard een kleine hint van mijn zijde, want zeg nou zelf als Daphne moet je toch hier en daar je man eens van advies voorzien, mepte hij zijn tegenstander van de baan. Mooi. Door naar de finale. Daar bleef hij in zijn eigen spel, geloofde in zijn kunne en BAM hij kwam als winnaar uit de bus. En ik kwam licht verbrand thuis met één zonnebloem. Wat een glorie. Het valt niet mee om Daphne te zijn.

Poëzie

Vijf jaar geleden volgde ik een korte cursus poëzie schrijven. Met een klein groepje schreven we aan de hand van een thema telkens een gedicht. Dit gedicht werd dan voor elkaar voorgedragen. Erg spannend vond ik dat. Niet alleen dat voorlezen, maar ook het schrijven aan de hand van een opgedragen thema. Heel bijzonder was de ervaring om te zien en vooral te horen dat iedereen telkens iets anders maakte. Geen één gedicht leek op die van een ander. De inspiratie vloeide rijkelijk. Het schrijven met elkaar maakte ook een soort verbindende energie los waardoor de fantasie en creativiteit ging stromen.

Vandaag vond ik mijn schrift en wil nu via mijn blog een aantal gedichten delen. Het thema van de eerste gedichten is: het huis.

Opdracht één: kort verhaal

I
Zodra ik de sleutel in het gat omdraai, de deur open en de zoete geur van het brandend vuur ruik, weet ik: ik ben thuis.

II
Met de deur op een kier nodig ik de wind uit zijn jacht binnen te eindigen. Zal ik deze gast verwelkomen? Ach waarom niet, een frisse wind kan de lucht binnen wat klaren. Wat stof doen opwaaien en zodra hij uitgeraasd is, kan hij via de achterdeur weer vertrekken.

Opdracht drie: dun gedicht

Het lijf
is mijn
huis
en
jouw
huis
nu ben
jij
vertrokken
en voel
ik me
leeg.

Thema: geschiedenis

Opdracht 1: Herhaling van eerste twee zinnen.

Mijn Muk

Daar lig je dan in je bed
het moment is aangebroken
het licht schijnt op je huid
verweerd en gebroken.
Je lijf was ooit een baken
onze ogen ontmoeten elkaar
ik zie je zoals ik je nooit eerder zag.

Daar lig je dan in je bed
het moment is aangebroken
onze handen verstrengeld
mijn hoofd tolt
ik voel de lucht klaren

Daar lig je dan in je bed.

Opdracht 4: mini imitatio naar Jules Deelder

Ga je op reis,
je lijkt niet goed wijs.

Als ik denk aan onze reis,
worden mijn haren donkergrijs.

 

Onrust

Er zit onrust in mijn lijf
ik voel het overal
zitvlees is verteerd
wiebelige darmen spelen op
mobieltje hier, iPad daar, laptop hier,
krant daar, boek hier, ander mobieltje daar
wat zegt zij? is de score al bekend? wat
gebeurt er in de wereld? wat is nieuw?

Onrust in mijn pen,
woorden afraffelen, taal wordt gesmeten
in een hoek, geen rust voor dat boek
dat gedicht wat ik sticht, snel
het wordt neergekwakt op papier
het boeit me geen zier.

Rijmen of niet, wat doet het er toe
onrust staat aan het roer, we varen recht
op de kolk af, wat zit er in, geen idee
vergaan is net zoals verdergaan of toch niet?
Nou ja, onrust voert de boventoon,
die zal het dan wel weten.

Hup nog even mijn e-mail checken,
nog een keer en nog een keer
storm naar het Engels, walg van het
bonken in mijn kop
adem zit boven, ik ben verdwenen
hoog zweef ik in de onrust
dalen wil ik, de stilte in.

Godverdomme dat eeuwige getik
van die klok, de tijd zit me op
de hielen, beroert mijn zenuwen,
ergert me, vreet me op
de adem is vertrokken
opgestegen hang ik daar en kijk
naar de onrust, daar op die groene stoel
met die paarse pen in de rechterhand.

Daar gebeurt het, dat is het centrum
van het alles, het universum
daar is de energie waar de wereld
om draait, daar ga ik naar toe,
het bonken tegemoet, het overstijgt
het getik, de kramp schiet in mijn hand
woorden zijn onzichtbaar,
lijnen vervagen.

Als het dan toch moet
dan blijf ik net zolang onrustig
tot ik implodeer en de rust me in de
storm vindt, optilt, meevoert, omhelst en
over de zeeën naar de oever brengt
de overkant, daar waar ik zijn moet.

Ceremonie

Ik werk in een omgeving waar je ook kunt trouwen. Dat vind ik altijd weer een bijzonder moment. Ik loop met dossiers door de gang te zeulen (en nee, dan doe ik niet alsof ik het heel druk heb) en dan komt daar een bruidspaar aan. Vandaag liep ik even naar buiten om een wandelingetje te maken en vanuit het niets werd ik bijna aangereden door een mega wagen, zo een Hummer. De bruid werd vakkundig uit de auto gedirigeerd, want dat viel niet mee met die bruidsjurk. Ze zag er uit als een prinses, maar dan niet eentje van de klassieke tak. Een beetje meer van de moderne, tikkie ordinaire, tak. Ze droeg een lange witte jurk vol bling bling, met een sleep en bijpassende sluier. De sluier werd vastgezet met een soort tiara vol bling bling. Ze was letterlijk oogverblindend, want de zon scheen zo op haar dat toen ik naar haar keek last kreeg van blindheid. De jurk was strapless zodat de pronte, zeer ontwikkelde, dames van de bruid goed tot hun recht kwamen en dit alles werd fraai afgemaakt met de nodige versiering op haar armen die we ook wel tatoeages noemen.

Misschien leest de lezer dat het geheel niet helemaal mijn smaak was. Dat zou zomaar eens kunnen kloppen. Toch vind ik elk bruidspaar moedig en applaudisseer ik voor dit stel. Ze durven het, in een wereld waar 1 op de 3 stellen gaat scheiden, toch maar aan om elkaar diep in de ogen te kijken en eeuwige trouw te beloven. Echt eeuwig, voor altijd en altijd. Moedig hoor, zeker nu ik de bruid ook heel charmant door het huis waar ik in werk schreeuwde naar haar dochter en tegen de ambtenaar van de burgerlijke stand duidelijk maakte dat de vader van het meisje nogal gedoe had gemaakt over deze dag en dat ze hoopte dat dit huwelijk wel een succes zou worden. ‘Jamie, kom nou godverdomme eens bij mamma. Ben je doof ofzo? Als ik je achtentachtig keer roep mot je gewoon naar me toe komme’, zei ze met haar zoetgevooisde stem.

De bruidegom en nieuwe vader stond er een beetje slapjes bij. Hij had een net pak aan en aan zijn houding kon ik zien dat hij niet vaak driedelig grijs draagt. Hij keek angstvallig naar de bruid, zij sprankelde en wist hem heel goed uit te leggen wat er allemaal ging gebeuren. Hij had overduidelijk geen ervaring, noch in jaren noch in huwelijken.

Ik had meer dan genoeg gezien en gehoord dus liep op mijn gemak naar buiten de frisse lucht in. Toen ik terug kwam van deze onderbreking van mijn noeste arbeid werd ik getrakteerd op het einde van de ceremonie. Uit goed fatsoen loop ik niet door de familie heen dus bleef even apart staan wachten tot ik er langs kon. Ontdook vakkundig de fotograaf, want stel je toch eens voor dat ik op de achtergrond in iemands trouwalbum zou staan waar zowel het paar als de gefotografeerde geen behoefte aan zou hebben. Dat kon niet gebeuren. Het mooiste kwam aan het eind. Het paar steeg in de Hummer en al luid toeterend vertrokken ze op naar hun nieuwe leven waarin ze voor altijd trouw aan elkaar zijn. Echt voor altijd.
Op de valreep hoorde ik een genodigde van het ensemble de ceremonie mooi samenvatten: ‘Tja, twas anders dan de vorige keur. Ben benieuwd hoe leng tie ut volhoudt met heur.’ Ach de liefde, wat is er mooier dan dat?

Hard

Voor de opleiding die ik volg rijd ik één keer per maand naar Den Bosch. Dat is enkele reis 100 kilometer. Ik rijd dan bij voorkeur met de grote auto. Ja, doe maar duur. Ik vind de grote auto heerlijk zitten voor lange autotrippen en hij, dat mag manlief niet weten, scheurt fantastisch. Ik geef het toe. Ik houd van keihard rijden. Natuurlijk wel verantwoord, maar als het kan dan rijd ik het liefste rond de 160 kilometer per uur. Daar krijg ik een kik van. Manlief vind het onverantwoord, maar goed hij hoeft op die momenten niet naast me te zitten. Verder geef ik niets om auto’s, om merken, om snufjes of om de poen dat er in zit, behalve de pk’s. Een auto moet vlug kunnen optrekken en goed kunnen doorstomen. Mijn moeder zei ooit eens: ‘je rijdt als een vent.’ Een van de schaarse, maar betere complimenten die ik ooit van haar heb gekregen.

Vandaag was het weer zo ver. Ik reed terug naar huis, moe en hongerig en voelde mijn gaspedaal steeds verder naar beneden gaan. Gas erop, gaan met die wagen. Naar huis wil ik. Typhoon met Zandloper was op de radio en voor dat ik het wist stond de teller op 170 km. Heerlijk. Die stoot adrenaline die ik dan krijg. Ik besef dat ik in een dodelijk wapen rijd en houd dus voldoende afstand van anderen. Heel even waan ik me Verstappen op een formule 1 baan. Heel even waan ik me onsterfelijk. Voor maar heel even waan ik me God op de snelweg. Heel even maar, want al snel stond ik in de file. Het was maar even, maar jongens wat was het weer fijn.

Opvoeding

Na mijn studie kwam ik via een andere baan bij de rechtbank in Middelburg terecht. Ik werd daar secretaris binnen de sector strafrecht. Als secretaris ben je de rechterhand van de rechter. Je bereidt zittingen voor, maakt uittreksels van de dossiers, gaat mee naar zitting om te notuleren en schrijft vonnissen. Ik heb daar zo veel gezien en ervaren dat ik daar een boek mee zou kunnen vullen. Een van de rechters waar ik veel mee werkte, kwam uit dezelfde omgeving als ik. Ze zei altijd gekscherend: “Ik weet het ook allemaal niet, ik kom maar van een eiland.” Dat was uiteraard schromelijk overdreven aangezien zij de meest intellectuele vrouw was die ik ooit ontmoet heb. Ik werd een soort protegé. Ze vond het prettig haar kennis met mij te delen en me de nodige opvoeding te geven die ik in haar ogen had gemist. Dat was op literair, poëtisch en wetenschappelijk vak. Ze leerde me denken, analyseren, observeren en een mening vormen. Een heel krachtig voorbeeld waar ik prachtige momenten mee heb beleefd en die ik voor altijd koester. Net zoals haar lessen. Op een dag bracht ze me het gedicht “De tuinman en de dood”. Ik had daar nog nooit van gehoord. In die tijd las ik amper gedichten. Het gedicht heeft jaren op mijn werkkamer gehangen en elke week las ik het een keer. Inmiddels zijn onze paden verwijderd. Soms komt ze nog eens voorbij op het nieuws of in mijn gedachten en dan denk ik altijd aan die tuinman. Een mooi gedicht over het leven zoals het komt. De les die ik daar uit trek heeft me gevormd en ik ben dankbaar voor de opvoeding die ik heb gekregen binnen de rechtbank.

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan, Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed) Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, “Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t, Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan, Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

P.N. van Eyck

Opdracht I

De eerste opdracht voor mijn online schrijfcursus deel ik via mijn blog. Zodra ik een reactie krijg zal ik die ook vermelden. De opdracht was om een verhaal van maximaal 1000 woorden te schrijven dat zich afspeelt in de supermarkt. Dit is het geworden.

De eerste stap

Mark wist dat hij het juiste moment moest uitkiezen en voelde dat vanochtend dat moment was. Het was nu drie weken geleden. Drie weken dat Miranda niet buiten was geweest, zich aan haar bed vastklampte, bang om het leven in de ogen te kijken. Ze probeerde om alles te laten stoppen zodat zij geen moeite meer hoefde te doen om iets van haar leven te maken. De eerste van de drie weken had ze naar het plafond gestaard of naar de muur als ze zich had omgedraaid. Slapen kon ze niet, huilen en schreeuwen wel. Oerklanken stootte ze uit. Deze schreeuwen zwakten na verloop van tijd af in geluid, maar nimmer in intensiteit. Mark hield haar in zijn armen en streelde haar haren. Daar werd ze rustig van. Pas na haar eerste sessie met Stefan, haar psycholoog, begon ze in slaap te raken. Ze sliep onrustig en kort, maar ze sliep wel en dat was het begin van herstel. Miranda wist dat als ze niet sliep ze gek zou worden, rijp voor een gesticht. Zover kwam het niet en nu zou ze vandaag het advies van Stefan opvolgen en voor het eerst sinds drie weken naar buiten gaan.
Mark bracht haar ontbijt: een beschuit met aardbeien met basterdsuiker en een kop groene thee. Hij bleef even in de deuropening naar haar kijken. Miranda zat rechtop in bed in een tijdschrift te bladeren. Ze zag er moe uit, had rode ogen en donkere kringen onder haar ogen. Haar haren zaten in de war en haar gelaat was bleek. Ondanks al het verdriet vond Mark haar nog even prachtig als drie weken geleden toen ze nog stralend zwanger was van hun zoon. Mark zag dat om Miranda een vleugje hoop hing. Dat vleugje dat hij al weken miste.

Na het ontbijt trok Miranda haar joggingbroek aan en de dikke sweater waarmee ze de afgelopen weken  verbonden was geraakt. Ze ging naar buiten en daar zag ze tegenop. Ze wilde zich hullen in een deken van veiligheid. Haar haren trok ze recht, haar gezicht werd verwend met een crème en haar tanden werden zorgvuldig gepoetst. Miranda voelde zich frisser en liep de trap af. Met elke tree die ze betrad voelde ze dat ze dichterbij een deel van haar leven kwam die zou afspelen zonder Teun. Haar lieve zoon die ze drie weken geleden dood ter wereld bracht. Nu was ze een moeder zonder kind en moest zij verder.
Mark gaf haar een stevige hand en ze liepen samen naar buiten. De zuurstofrijke lucht sloeg in haar gezicht en benam haar voor een moment de adem. Haar ogen begonnen te prikken. Mark vertelde haar tijdens het lopen iets over de hond en vulde daarmee de open ruimte. Ze hield zijn hand nog iets steviger vast. Ze moest er door heen. Ze gingen boodschappen doen, op advies van Stefan. Boodschappen doen hoort bij een normaal leven en het zou haar helpen weer in haar normale ritme van het leven te komen.

De supermarkt bevond zich om de hoek. Na een minuut of vijf kwamen ze eraan en Miranda ademde diep in en liep door de automatisch opengaande deuren. Mark gaf haar een arm en in zijn andere hand hield hij een mandje vast. Er zat een achtergebleven boodschappenbriefje in. Een briefje van iemand die wel zijn leven in eigen hand had of niet? Miranda voelde de kou van de supermarkt en rilde, ook het felle door tl-lampen verspreidde licht deed haar huiveren. Ze ademde uit. Behendig werd ze door Mark door de groente- en fruitafdeling gedirigeerd. Een zak roodgele appels gingen in de mand tezamen met een wok groentepakket voor de pasta. Mark stopte vijf gele kiwi’s in een zakje en woog ze af om de prijs erop te kunnen plakken. Vervolgens liepen ze samen naar de afdeling brood. Het rook er naar afgebakken croissants. Miranda voelde geen aandrang om er een paar mee te nemen, terwijl ze dol was op deze Franse lekkernij. In het mandje belandden verder nog een half gesneden volkorenbrood, gesneden oude kaas, gehakt en pastasaus.

Mensen groetten Miranda en liepen verder. Niemand sprak haar aan of gaf haar een blik vol medelijden. Daar was ze bang voor geweest. Bang dat ze plotseling overvallen zou worden door haar eigen verhaal. Mark voelde dat de arm van Miranda verslapte, ze ontspande zich. Hij durfde het aan haar los te laten en een opdracht te geven. Hij vroeg of ze een toetje kon pakken. Miranda liep de koelruimte binnen waar alle zuivel stond: pakken melk, karnemelk, yoghurt, kwark, vla, pudding en slagroom. Het was hier nog kouder en plots verlamde ze. Haar benen leken bevroren aan de grond, haar hart begon sneller te kloppen en ook al had ze het koud zweetdruppeltjes stroomden langs haar rug. Zo veel keuze, zo veel pakken, zo veel kleuren, zo veel letters. Wat moest ze kiezen? Haar kind was dood en wat voor toetje moest ze nu kiezen? Ze stopte haar handen diep in haar zakken. Ze wist het allemaal niet meer. Wat deed ze hier? Waar was Mark? Waarom is Teun dood? Wat gebeurde er toch allemaal? De tranen welden op en haar neus begon zich te vullen met snot en ze zocht in haar zakken naar een zakdoek. Mark greep haar stevig vast, zei niets, griste een pak vla uit het schap en loosde haar naar de kassa. De gangpaden vervaagden. Miranda zag niets meer. Het geluid van de scanner bracht haar weer terug. Dat vertrouwde geluid herinnerde haar aan het nu. Ze ontspande, tilde haar hoofd op en keek de kassière aan. Mark betaalde en de kassière wenste hun een hele fijne dag. De eerste stap naar een fijne dag was gezet. Vermoeid maar ook trots liepen ze hand in hand terug naar huis.

Dankbaar

De liefde heeft hoogtij gevierd.

Gisteren waren we omringd door vrienden, familie en collega’s (maar dan wel die aller aller liefste collega’s waarvan eigenlijk het stempel “vrienden” gewoon veel beter passend is en vanaf nu ook gewoon vrienden worden genoemd- om een korte zin overbodig lang te maken- excuses daarvoor). Nieuwe mensen leerde ik kennen en leuke gesprekken zijn er gevoerd, maar bovenal werd er veel gelachen en genoten van het eten, drinken en elkaars gezelschap. Ik had van te voren niet bedacht hoe het feest zou uitpakken, maar dit was wel beter dan ik had kunnen fantaseren. Het ontroerde me dat zo veel mensen ons zo een warm hart toedragen. De mooie woorden op de kaarten koester ik.

Mijn tante die heel erg ziek is, was erbij en genoot. Dat was absoluut een hoogtepunt. De collega’s van mijn man die zich afzonderden, maar onmiddellijk aansluiting vonden bij mijn zus, genoten van de tap en hun oergevoel kwam heerlijk los bij de BBQ. De familie die gezellig met elkaar aan het keuvelen was, Annie en Paulus die met Pauline een knus hoekje hadden gevonden en dan de statafel met mijn collega’s -pardon vrienden-. Iedereen vond een plekje. Ik leerde Nicole kennen en daar ben ik dankbaar voor. Wat een mooie vrouw met een heerlijke persoonlijkheid. Op en top verliefd en zoenend met een vrouw in mijn tuin, hoe fantastisch is dat om mee te maken. Pepe en Gerda (mijn allerliefste werkmaatjes), Marjan en Maaike (mijn kunstzinnige zusters), Marizella (kort maar krachtig aanwezig), Cees en Mieke (altijd gezellig) en alle hulp van PG en Diana. Oma Nellie -de door ons uitgeroepen oma, waarmee totaal geen bloedrelatie bestaat- die gezellig aan tafel bij de familie zat. En dan uiteraard mijn directe familie, met de kleinste telg van drie maanden die overprikkeld naar huis vertrok. Het einde was hilarisch met een beschonken zwager die een totaal andere taal spreekt dan ik en ging uitleggen dat hij heel goed zijn hik weg kan krijgen. Dat ging ongeveer zo: ‘ik ben de hik helemaal master weet je. Ja man, dat is niet normaal, begrijp je, want ja als ik dan gewoon man, dat is toch duidelijk? Ik master die hik. Master tot de max. Echt wel. Ga ik vet rijk mee worden met masterclasses hik-les geven en zo, of niet man. Ach vet jongu.’

Het was een memorabel feest. We hebben genoten, zijn dankbaar voor de aanwezigheid van iedereen. Uiteraard ook diegenen die in deze blog geen hoofdrol hebben gekregen. Zoals velen tegen ons hebben gezegd: ‘Op naar de 25 jaar.’ Daar zijn we vandaag alweer een stapje dichter bij gekomen. En laten we dan vooral niet vergeten elke dag even elkaar aan te kijken en te herinneren dat de liefde elke dag gevierd mag worden. Dat hoeft niet altijd met een tap en een BBQ, een blik, een kus is al voldoende.

 

Kijken

Liefde is niet naar elkaar kijken,
maar op dezelfde manier
naar de wereld kijken.

Antoine de Saint Exupéry

 

De regen kan mij niet deren,
de zon zal ik begeren,
meer nog in gedachten,
met jou in een tentje,
verstrengeld in elkaar,
onze energieën komen samen,
identiteiten verwisselen,
jij bent ik en ik ben jij,
we kijken naar de wereld,
lachen er om,
drogen de tranen in elkaars ogen,
en we zien,

de liefde.