Opvoeding

Na mijn studie kwam ik via een andere baan bij de rechtbank in Middelburg terecht. Ik werd daar secretaris binnen de sector strafrecht. Als secretaris ben je de rechterhand van de rechter. Je bereidt zittingen voor, maakt uittreksels van de dossiers, gaat mee naar zitting om te notuleren en schrijft vonnissen. Ik heb daar zo veel gezien en ervaren dat ik daar een boek mee zou kunnen vullen. Een van de rechters waar ik veel mee werkte, kwam uit dezelfde omgeving als ik. Ze zei altijd gekscherend: “Ik weet het ook allemaal niet, ik kom maar van een eiland.” Dat was uiteraard schromelijk overdreven aangezien zij de meest intellectuele vrouw was die ik ooit ontmoet heb. Ik werd een soort protegé. Ze vond het prettig haar kennis met mij te delen en me de nodige opvoeding te geven die ik in haar ogen had gemist. Dat was op literair, poëtisch en wetenschappelijk vak. Ze leerde me denken, analyseren, observeren en een mening vormen. Een heel krachtig voorbeeld waar ik prachtige momenten mee heb beleefd en die ik voor altijd koester. Net zoals haar lessen. Op een dag bracht ze me het gedicht “De tuinman en de dood”. Ik had daar nog nooit van gehoord. In die tijd las ik amper gedichten. Het gedicht heeft jaren op mijn werkkamer gehangen en elke week las ik het een keer. Inmiddels zijn onze paden verwijderd. Soms komt ze nog eens voorbij op het nieuws of in mijn gedachten en dan denk ik altijd aan die tuinman. Een mooi gedicht over het leven zoals het komt. De les die ik daar uit trek heeft me gevormd en ik ben dankbaar voor de opvoeding die ik heb gekregen binnen de rechtbank.

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan, Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed) Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, “Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t, Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan, Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

P.N. van Eyck

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s