Levensverhaal (2)

Zaterdagochtend

De telefoon gaat. Ik neem op en hoor de stem van mijn zus. Ik hoor de woorden die uit haar mond komen, maar luister niet. Ik kan het niet en wil het niet. Nee, het gaat niet gebeuren. Ze praat door en ik luister niet. Ik weiger. Ze kan zeggen wat ze wil maar zolang ik het niet accepteer gebeurt het niet. Dan opeens krijg ik een schop in mijn buik. Alsof van binnen uit mee geluisterd wordt en ik vermanend wordt toegesproken. Ik voel dat ik de hele tijd mijn adem heb ingehouden en blaas uit. Mijn zus herhaalt alles wat ze daarvoor tegen me heeft gezegd. Mijn man kijkt me aan. Ik zeg tegen mijn zus dat ik het heb begrepen en dat ik er aankom.

Vakantie

Het is dan zo ver. De vakantie is begonnen. Nou ja, voor de kinderen dan. Paps en mams moeten nog een paar dagen zwoegen, maar ook dan gaan wij genieten van een paar weken niets. Geen broodtrommeltjes inpakken, geen bekers vullen, geen gymkleding vergeten en geen wekker zetten.

De oudste is vandaag uitgeveegd naar de volgende groep. Zo leuk is dat. Ze zat trots op het karretje en de juf duwde ze van groep twee naar groep drie onder luid gejuich van alle kinderen van school, docenten en ouders. Heel ontroerend vond ik dat. Ze zat daar zo groot te zijn en zo zelfstandig en rustig en te stralen. De jongste kreeg het te kwaad en werd zeer emotioneel. Haar zus zou nu niet langer meer bij haar in de klas zitten. Natuurlijk hebben we dat haar al meerdere keren verteld, maar nu kwam het besef hard aan. Wat ontzettend mooi dat deze zussen zo verbonden zijn met elkaar. Gelukkig hebben ze zes weken de tijd om zo dicht op elkaars lip te zitten dat ze blij zullen zijn dat ze na de vakantie ieder in een andere klas zitten. Lang leve de vakantie.

Levensverhaal

Proloog

We sterven allemaal. Dat weet iedereen. Je komt schreeuwend tot leven, je longen gevuld met alle verwachtingen die nog waar gemaakt moeten worden. Je lijf in een kramp, maar toch zo flexibel dat je met je tenen je neus kan aanraken. Een verkreukelde kop met plooien die je doen lijken op een buldog, neus ingedeukt, dichte ogen en haren die kleverig van het bloed op je hoofd plakken. Daar lig je dan in een ruimte vol mensen. Een ruimte vol mensen die gelijk van alles van je vinden. De eerste testen die je moet doorstaan. De eerste scores op je levensrapport die ingevuld worden. Bij goedkeuring mag je door. Zo niet dan word je razendsnel weggehaald bij je vertrouwelingen en aan apparatuur gekoppeld die je terug naar start verwijzen. Je krijgt je eerste kleren aan, een zacht gevoerd babypakje met een afstotelijke muts op. Ook al is het 25 graden Celsius in de kamer, die muts moet op, want je bent nu wel geboren maar je lijf kan dat allemaal nog niet aan. De kachel functioneert nog niet goed. Je eerste luier gaat om je billen. Die luier die je later gaat haten want die zorgt voor uitslag die zo hard brand in je billen dat je longen pijn doen van het uitschreeuwen van de pijn. En dan, dan begint het aftellen.

Na een aantal jaren vertrek je weer met dezelfde vaart als toen het ooit begon. De aftocht is vaak stil, alle verwachtingen zijn waargemaakt of verandert in desillusies en je lijf is stijf, verkrampt en gekrompen. Ook nu staan er mensen om je heen die wat van je vinden, apparaten die voortdurend testen hoe het met je gaat, kun je er nog mee door of koppelen we je los? Ook nu heb je weer geen keuze. Die ander beslist over je bestaan. Je draagt je laatste kleren, vaak een kleurloos verwassen ziekenhuishemd die schreeuwt of het einde snel mag komen zodat dit verfoeilijke kledingstuk uit kan. Altijd heb je jezelf goed verzorgd, maar daar lig je dan in je sterfbed en sterfkledij. Geen zacht gevoerd pakje. Nee, een blauw grijs ziekenhuishemd waar de achterkant van open is zodat het personeel makkelijk je hemd kan uittrekken en je luier kan verwisselen. Die luier die je hebt gehaat, waar je zo je best voor hebt gedaan om die niet meer nodig te hebben. Die luier zit nu weer vast gesnoerd aan je middel. Je laatste stop.

Hitte

Afpellen van mijn huid
is de wens van de dag
badend in een bak met ijs
ondergedompeld
weggespoeld van al het licht
de druk van het moment
de verplichting van het grote
genieten
weg met al die opgedrongen
eisen, standaarden waaraan
al zwemmend niet aan voldaan
kan worden
buik inhouden, adem door je tenen
vers geschoren benen
tonen de moed der wanhoop
of wanhopen ze de moed
om toch al snotterend
het licht, de prikkels en hysterie
tegemoet te treden
ogen dicht, dompelen maar
vul jezelf met water
omring je door de oceaan
gezuiverd kom ik boven
weer een hittegolf doorstaan

Klaagzang

Ik voel me ziek en zielig. Hier een kleine opsomming van mijn misère: hoofdpijn, doorlopend snot, keelpijn, rugpijn, pijn aan mijn klieren in mijn nek, stijfheid, loopneus met nog meer snot, oorpijn, zieligheid en als laatste nog veel meer snot. Boehoe. Ik voel me zielig en ziek.

Natuurlijk staat mijn ellende tot geen verhouding tot die van mijn schoonvader. Hij is zondag avond onwel geworden. Hartinfarct. Het “kantje-boord-werk” was dat. We zijn zo geschrokken dat we nu nog aan het bij komen zijn. Een gedeelte van zijn hart is gewoon afgestorven. Kun je dat voorstellen? Een stuk hart is dood vlees. Je kunt daar heel oud mee worden, maar toch. Ik merk dat mijn schoonvader aangeslagen is. Nu blijkt een andere slagader ook verstopt te zijn. Daar moet hij nog aan behandeld worden en ik zie aan zijn gezicht dat hij bang is. Praten over emoties doet hij niet, maar ik lees het in zijn blik. Heftig. Dus ik mag niet klagen, maar doe het stiekem toch. Heel zachtjes met een zakdoekje in mijn hand want daar komt weer een vloedgolf snot aan.

GVR

Tijdens mijn kindertijd ben ik niet gestimuleerd om te lezen. Ik had pas op latere leeftijd een pasje voor de bibliotheek die ik voornamelijk gebruikte om werkstukken te maken en opstellen te schrijven. Ik heb dan ook geen kast vol kinderboeken vanuit mijn eigen jeugd of een kamer vol herinneringen aan kinderverhalen.

Het genot van boeken is pas later gekomen. Zo nu en dan lees ik ook wel eens een kinderboek. Nu lees ik GVR van Roald Dahl. Binnenkort komt de film uit en ter voorbereiding op de film heb ik het boek erbij gepakt, gewoon te vinden in mijn eigen boekenkast. Wist eerlijk gezegd niet dat ik dit exemplaar zo voor het pakken had. Het is een mooi geïllustreerde uitgave. Ik ben dol op het taalgebruik. De vertaling is echt goed. De woorden dansen in mijn hoofd de hele dag na: een collega lijkt wel op een mensenmepper of een bloedbottelaar, ik kijk naar een komkommer en denk alleen nog maar aan een snoskommer, ik krijg bij dit warme weer zin in een glaasje fropskottel en ik zie allerlei mensbaksels op straat lopen. Het taalgebruik en de dialogen tussen Sofie en de GVR is weergaloos. Wat moet het fijn zijn om als net beginnende lezer dit boek stiekem met zaklamp in je bed onder de dekens te lezen. Als volwassene kun je de diepere boodschappen beter begrijpen, denk ik en is het daarmee een klassieker voor elke leeftijd. De passage over regels vind ik erg inspirerend en ontluisterend. Mensbaksels maken regels en reuzen maken ook regels. Sofie vindt het opeten van mensbaksels verschrikkelijk, terwijl GVR daar mooi op antwoordt: ‘Reuzen maakt elkaar niet dood. Mensbaksels is de enige dieren die hun eigen soortgenoten dood maken. Mensbaksels maakt regels zoals het ze zelf het beste uitkomt. Maar die regels die zij maakt, komt de kleine biggevarkentjes niet zo best uit. Is het zo of zus?’  Tja, wij mensen zijn rare wezens, misschien toch meer misbaksels dan we denken.

Stickervel

Ik geloof in positief belonen van het gedrag van kinderen. Dat kan door een aai over het bolletje of een complimentje geven, maar ook door bijvoorbeeld het gebruiken van een stickervel. Mijn kinderen zijn dol op stickervellen. Als er een “probleem” is dat we willen aanpakken dan pak ik een groot vel en maak daar vakjes op waarin stickers geplakt kunnen worden. De jongste had bijvoorbeeld een paar weken geleden opeens twee keer achter elkaar in bed geplast. Dat had ze nog nooit gedaan en ik vroeg me af hoe het kwam. Dat was lastig uit te vogelen. Het kon komen door iets spannends op school of een film die ze had gezien of iets wat gewoon in haar koppie zat. Een gesprek op niveau werkte niet, dus stelde ik voor een stickervel te maken. Elke ochtend als ze droog was gebleven mocht ze dan een sticker plakken. Om haar een beetje te helpen heb ik haar eerst een dag of vijf rond een uurtje of tien in de avond wakker gemaakt en op de wc gezet. Succes gegarandeerd zonder dat ze het doorhad. Ze sliep gewoon verder op de wc. Elke dag was ze droog, ook alle dagen daarna zonder dat ik ze had wakker gemaakt. Vandaag was het dan zover dat haar stickervel vol was en ze was zo trots, net zoals mamma en pappa. Als extra beloning kreeg ze een nieuwe bel voor op haar fiets. Ze sprong een gat in de lucht.

In dezelfde tijd dat ik met de jongste bezig was met haar stickervel, had ik een aanvaring met de oudste. Het ging om niets, maar liep wel behoorlijk uit de hand. Stemverheffing en weglopen. Het was niet leuk. Ik vond in mijn boekenkast een boek dat ik een tijdje geleden had gekocht over luisteren naar kinderen, de alom bekende en geprezen Gordon methode. Om verbetering te zoeken bij mezelf besloot ik het boek te gaan lezen. De ochtend na onze aanvaring zag de oudste het boek op mijn nachtkastje liggen en vroeg wat het voor boek was. ‘Lees je iets over vogels, mamma?’ vroeg ze. ‘Nee lief kind, ik lees over hoe ik beter naar kinderen kan luisteren. Hoe ik beter naar jou en je zusje kan luisteren.’ Ze rende de slaapkamer uit. Ik was nog aan het wakker worden en besteedde er geen aandacht aan. Na vijf minuten kwam ze terug met een stickervel, zelf gemaakt met daarop de volgende tekst: “Naar kind lusturun”. Ze had 19 vakjes gemaakt. Elke keer als ik goed luister mag ik een sticker in een vakje plakken. Na 19 stickers krijg ik een “kaadootju”.

Ik was een moment zonder woorden. Diep respect had ik op dat moment voor mijn kind en de ontroering kroop over mijn vel. Ze keek me met een stralende lach aan en zei: ‘Ik ga je wel een beetje helpen hoor mamma.’ Vandaag heb ik vakje 18 beplakt met een mooi roze vlinder sticker. Nog één vakje te gaan. Ben benieuwd naar mijn cadeautje, maar het mooiste cadeau heb ik al gekregen en dat is dat die Gordon echt weet waar hij het over heeft en me nu al zoveel heeft geleerd waardoor het thuis nog gezelliger is geworden. Daar kan geen stickervel tegen op.

Aquarius

Vandaag zijn we begonnen aan een nieuwe serie op Netflix, Aquarius. Ik ben niet een groot fan van David Duchovny, maar dat doet er in deze serie niet zo veel toe. Althans niet voor mij, want de serie draait om de jonge figuur, Charles Manson. Ik ben opgegroeid met Charles Manson. Dat klinkt best raar, dat geef ik toe, maar toch is het zo. Na het overlijden van mijn vader luisterde ik dagenlang, wekenlang, nee maandenlang het album Rattle and Hum van U2. Mijn vader was een groot fan en had U2 in het Feyenoord stadion gezien en was helemaal lyrisch over de band. In mijn ogen was de muziek die mijn vader leuk vond natuurlijk stom, want oude mensen luisterden alleen maar naar stomme muziek. Daar wilde ik echt niet bij horen. Hoe anders kun je over bepaalde dingen denken als de dood zijn intrede doet. Na zijn dood wilde ik niets liever dan bij hem zijn en dus droeg ik elke dag een overhemd van hem en luisterde naar U2 en dan heel specifiek naar Rattle and Hum.

Het eerste nummer van het album is Helter Skelter. Bono zegt: ‘This is a song Charles Manson stole from the Beatles. We’re stealing it back.’ Dat zinnetje intrigeerde me altijd en zodra ik de mogelijkheden had (want internet was er nog niet, dus hup naar de bieb) zocht ik op wie Charles Manson was. Geïntrigeerd keek ik naar zijn foto, met die verwarde haren en waanzinnige blik in zijn ogen. Ik las de verhalen. Deze man was verantwoordelijk voor allerlei moorden, verslond vrouwen en had een sekte om zich heen gevormd. Hij had iets magisch en nu kijk ik naar de acteur die hem speelt in deze serie en voel ik nog steeds dezelfde verwondering bij mezelf. Wat is dat toch dat mensen zo gevoelig kunnen zijn voor de woorden van één man? Dat ze zich laten leiden door één man. Dat ze doen wat één man zegt. Er zullen vast veel psychologische studies naar gedaan zijn. Er zijn misschien wel meters papier beschreven over de aantrekkingskracht van dit soort mensen. Geef ze een naam: Hitler, Manson, Kennedy, Ghandi, Mandela. Ze hebben allemaal gemeen dat mensen naar ze opkijken, geloven wat ze zeggen en er vanuit gaan dat door hun te volgen de wereld beter wordt. Van een afstand kun je zeggen dat Hitler en Manson gestoord waren, psychopaten en dat is vast ook wel zo, maar dat zovelen hun aanbeden zegt iets over de wereld en over de mensen. Ik lees zo vaak dat mensen sociale wezens zijn, dat ze grenzen nodig hebben en leiding. Hoe vreemd is het dan dat je in een moeilijke fase in je leven iemand gaat volgen die je hoop geeft, die je liefde geeft, die je ziet, die je begrijpt? Willen mensen niet allemaal ergens bij horen? Willen we niet allemaal er toe doen op een bepaalde manier? En als iemand je de weg wijst, volg je die dan? Hoe eng dit misschien ook klinkt, is het voor mij zo logisch en vanzelfsprekend dat ik dan ook van mening ben dat het platbombarderen van datgene waar je in gelooft alleen maar je geloof sterker maakt. Heel actueel is dit onderwerp, maar ook heel erg van alle tijden. Dat maakt het naast fascinerend, ook beangstigend.

Gedachten over dichten
maken de gedichten alleen maar
meer bedacht of geven ze juist
diepte en kracht

Toch kan het een niet zonder de ander
hand in hand reizen ze over
nauwe paden, hobbelige heuvels
een eindbestemming tegemoet

Ze stranden niet zelden op een strand
of verzanden op een zandbank
rondom met braaksel uit de zee, schuim
stokken, schelpen en plastic

De schoonheid daarvan inzien
is een kunst, net zoals de was wappert aan
de lijn hebben de woorden tijd nodig
om te drogen in de zon

De lucht klaart de boel op
of verklaart het einde, maakt de zinnen
drijfnat en laat ze soppend meevoeren
naar het afvoerputje van de poëzie.

Schrijven

Blog 200 is in aantocht en ik voel een verandering in mezelf opkomen. Elke dag een stukje schrijven blijft leuk, maar soms vind ik mijn eigen schrijfsels wat vlak. Daar heb ik al eens eerder aandacht aan besteed en toen ben ik begonnen met een tweede verhaal. Dit verhaal is vast gelopen omdat het allemaal te dichtbij kwam. Dat is dus een blokkade die je je als schrijver in de dop niet kunt veroorloven. Die blokkade moet doorbroken worden. Dat is mooi doordacht, maar het strandt op het doen.

Soms weet ik niet wat ik wil. Wil ik nu korte stukjes schrijven die lijken op een column of wil ik me richten op verhalen of toch gedichten? Elke dag is anders en ook de zin in schrijven is elke dag anders en de vorm dus ook. Nu staat de vakantie voor de deur en moet ik beslissen of ik mijn laptop meeneem en op mijn vakantieadres elke dag een blog post of dat ik ook vakantie neem van mijn blog. Ik neem dan een schrift mee en beloof aan mezelf dat ik elke dag schrijf, maar dan zonder de druk dat ik wifi moet gaan zoeken op een camping en mijn laptop voortdurend moet verstoppen zodat deze niet gejat wordt. De opgesomde nadelen wegen zwaar en drukken daarmee ook steeds zwaarder op mijn gemoed, want is een vakantie nemen van publicatie op mijn blog nu niet heel risicovol en een schending van een afspraak met mezelf. Ik heb afgesproken elke dag te schrijven (de jurist in mij roept dan: dat betekent dus niet per definitie schrijven op je blog) en als ik dat nu voor een paar weken doorbreek verval ik dan niet in mijn blubber-gedrag en negatieve spiraal waardoor ik nooit meer de draad oppak? Dat is dus een risico.

Ik ben er nog niet uit. De vakantie start pas over 14 dagen, dus dat geeft me nog wat tijd om lekker in mezelf over een -zeker voor de buitenwereld- zinloos onderwerp te piekeren. Nou ja, helemaal zinloos is het ook weer niet, want het schrijven en vooral het dus dagelijks schrijven en publiceren heeft me veel opgeleverd. Daar zijn te noemen: vergroten van mijn schrijf zelfvertrouwen, een trots gevoel in de zin dat ik dus echt wel iets kan volhouden, zij het dan wel niet afvallen, maar toch, en schrijfritme. Ik voel me gewoon minder goed als ik niet schrijf. Ook al laat ik niet altijd het achterste van mijn tong zien in mijn schrijfsels, bijvoorbeeld het grote deel van mijn leven dat werk heet blijf veel buiten beschouwing terwijl ik daar toch boeken mee zou kunnen vullen, toch verwerk ik van alles tijdens en door het schrijven. Ik overkom vermoeidheid, ik krijg perspectief, ik neem mezelf op de hak, ik spui en dat alles lucht op en haalt de druk van mijn ketel. Op dit moment zit die ketel vol en staat er een grote druk op. Elk moment kan de ketel barsten en het schrijven geeft me een beetje meer lucht. Al is het maar doordat  mijn vingers over de toetsen galopperen, al is het maar naar het scherm kijken en de woorden te zien verschijnen die het blanco canvas kleur geven, ook al is het dan maar zwart. En al is het maar dat ik even een moment het gevoel heb dat er iemand naar me luistert. Ergens daar zit iemand die naar me luistert, echt luistert en diegene die heb ik af en toe heel hard nodig. Diegene weet hoe ik me voel, die kent het echte verhaal en die houdt van me zoals ik ben, onvoorwaardelijk. Diegene luistert niet altijd, maar als ik schrijf zijn we even samen en voelen we elkaar in het moment helemaal aan. Ik schrijf voor jou.