Vergezicht

Starend in mijn glas
tuur ik naar de wereld
afwezig
vertrokken met mijn
fantasie in mijn glas
de achtergebleven
luchtbellen vertellen
verhalen over wat was
of komt, maar niets
is zeker,

behalve dan dat het
glas me vertelt
dat de wereld om
me heen
altijd troebel zal zijn
totdat ik de bellen
opgeslurpt heb
ze mijn longen
vullen en mijn maag
en ik mijn geluk

vrij laat

in een hele grote

luide boer.

Douwe Bob

Douwe Bob pretendeert geen hippie te zijn, althans dat riep hij gisterenavond in Gebouw-T. Natuurlijk is hij wel een hippie. Hij zingt over liefde, onthaasten en verbinding. Tijdens het concert had hij het over energie en hoe goed het voelt als je allemaal in dezelfde flow zit. Dat je dus met elkaar ervoor kan zorgen dat een bepaalde sfeer ontstaat, een gevoel.

Hij verzet zich ook tegen de gevestigde orde en roept op tot samen zijn of samenzijn. Dat maakt hem in mijn ogen een oude hippie, ook al is hij nog maar 23 jaar jong. Als ik naar hem kijk, zie ik een oude ziel. Een wijs en gevoelig iemand die zijn gedachten en gevoelens een plek geeft in zijn muziek. Niet dat die muziek me altijd aanspreekt, maar zijn hele aanwezigheid vind ik fascinerend. Het zijn dit soort jonge mensen waardoor ik het gevoel en het vertrouwen krijg dat niet iedereen in het leven staat voor puur persoonlijk gewin. Dat er meer mensen in het leven zijn die een tegengeluid willen laten horen: het geluid van de liefde, van de verbinding met iedereen ongeacht kleur, vorm of afkomst.

Ik zie in Douwe Bob een mannelijke Janis Joplin. Hij zingt de blues vanuit zijn tenen en ik geloof elk woord van hem. Nu heb ik de hippietijd van de jaren zestig van de vorige eeuw helaas niet kunnen meemaken, maar gisteren ben ik met een gevoel thuis gekomen dat ik nu mee kan doen in de tweede en vernieuwde ronde. Die kans laat ik niet aan me voorbij gaan. Bedankt Douwe Bob voor deze inspiratie.

Rika

Er huist een ware dichter in mijn dochter van zes jaar.
Vandaag heeft ze de volgende dichtsels geschreven voor haar huisgenoten.
Te mooi om niet te delen met de wereld.

Voor mamma:

Mamma, jij kan niet jouw ogen zien
maar ik wel
in de spiegel
kan iedereen jouw ogen zien.

Voor Cato:

Cato zit in de zon
ze kijkt in de zon
zon, zon, zon.

Voor pappa:

Pappa leest een krant
pappa zit op de bank
pappa, pappa.

Opmerking van de dichteres: “Ik word hier zo blij van.”

Quote

Soms kan een blog heel kort zijn. Bijvoorbeeld met een quote van de dag.

Cato in de auto naar huis: “mamma ik houd zo veel van jou dat ik niet kan leven zonder jou.”

Alle woorden die daarna opgeschreven worden zijn totaal overbodig.

Bulderen

Bij ons aan tafel is het bijna nooit stil. Vooral niet tijdens het avond eten. Iedereen wil de dag doornemen op zijn of haar manier. Ook wordt er lang nagetafeld, vaak met het spelletje “verboden te lachen.” Rika heeft al veel vaardigheden zoals rekenen, schrijven en lezen. Ook is ze heel sociaal, maar het spelletje “verboden te lachen” is voor haar echt niet te doen. Al bij het uitspreken van de woorden schiet ze in de lach en dan niet zo maar een lach, nee een echte bulder lach. Een bulder lach kenmerkt zich vooral door het slaan met de vuisten op tafel, het gekronkel van het mini lichaampje op de stoel en het bijna stikken en dan opeens enorm luid uithalen met een HAHAHAHA.

Een lach die heel erg bekend staat in de kant van mijn vaders familielijn. Mijn vader en zijn broers praatten altijd hard en veel, maar zodra ze gingen lachen dan draaiden alle omstanders hun hoofden om en konden een glimlach niet onderdrukken.

Om dat terug te zien in je eigen kinderen is waanzinnig, zeker aangezien mijn vader al 26 jaar dood is en ik steeds minder herinneringen aan hem kan vasthouden. Zodra Rika dan ook in de lach schiet, stel ik me zo voor dat mijn vader aan de kop van de tafel zit mee te genieten. En ik, ik denk aan hem en lach keihard mee. Net zo hard dat we allemaal naar de wc moeten rennen. Gelukkig hebben we er daar twee van anders zou het lachen ons vergaan in een natte bedoeling.

Grease

Ik lag gisterenavond op de bank en zapte zo wat langs de kanalen. Manlief was ergens aan het klussen, dus ik had het rijk alleen. Twee katten op schoot, kop thee erbij en zappen maar. Op het moment ben ik even uitgekeken op TLC en voornamelijk de programma’s die ze uitzenden met hysterische vrouwen die een trouwjurk gaan kopen met een budget waarmee een gezin in de bijstand drie jaar van kan leven. Geen TLC dus.

Na wat onrustig heen en weer gezap kwam ik op RTL8 en onmiddellijk trokken mijn mondhoeken omhoog en sprongen de lachrimpels in mijn gezicht. Wat maakte dat ik in een gelukzalige toestand verkeerde? Grease. Die losse heupen van John Travolta, die jurken van de Pink Ladies en al die fantastische klassiekers en danspasjes. Zwijmel, zwijmel. Ik geef het toe. Na de nodige actie en testosteron van The Expendables, was ik nu toe aan pure zwijmelarij. Oh die Kenickie, stoere kerel met mini hartje. Eigenlijk een enorm softie. Met zijn uitspraak “A hickie from Kenickie is like a Hallmark card.” Briljant.

Toen ik een jong meisje was, heb ik de film tientallen keren gezien. Wat me nu opvalt (opeens) is hoe grappig de film eigenlijk is en dat er een aardig feministisch standpunt wordt ingenomen. Met recht kan je dit een klassieker noemen. Geen grote visuele effecten, geen enorme decors, geen 3D-toestanden, maar pure dialogen, overdreven acteerwerk en oprechte blijheid. De wereld is mooier met Grease er in. Ben benieuwd of mijn meiden als ze oud genoeg zijn ook gaan zwijmelen.

250

Vandaag schrijf ik blog nummer 250. Daar ben ik (niet alleen stiekem) heel erg trots op. Eind vorig jaar, precies op de laatste dag van het jaar, nam ik een besluit. Het besluit om elke dag een blog te schrijven en daardoor schrijfritme op te doen. Op een paar vakantiedagen, fietsmomenten en baaldagen na heb ik echt elke dag met veel plezier mijn gedachten toevertrouwd aan het witte scherm van mijn laptop.

Ik heb veel geleerd de afgelopen 250 blogs. Vooral dat mijn hart ligt bij het schrijven van gedichten. Ook ben ik trots op mijn eerste verhaal (Anna en Roos). Ik weet nu ook hoe lastig het is om een verhaal vorm te geven en vol te houden. Korte blogs zijn veel makkelijker en overzichtelijker dan een verhaal. Ook is de tijdsinvestering in een blog of een gedicht aanzienlijk korter. In mijn hoofd heb ik wel meer rust gekregen en dat voelt fijn. Gedachten plagen me minder, vooral in de nacht, als voorheen. Ik heb ook meer zelfvertrouwen gekregen voor wat betreft mijn schrijfsels en wat me vooral opvalt is hoeveel plezier ik heb in het schrijven.

Een dag niet geschreven, maakt me toch onrustig. Het is een routine geworden waar ik me goed bij voel. Ik lees nu ook veel meer gedichten en krijg daar inspiratie door. Maaike Dekkers stuurt me telkens fantastische foto’s en daardoor kan die inspiratie ook rijkelijk vloeien over het scherm.

De commentaren en reacties die af en toe binnen komen via de blog of in persoon betekenen veel voor me. Het doet me goed als een gedicht iemand heeft geraakt. Woorden kunnen troost geven of boos maken of de lachspieren los gooien of noem het maar op. Een kostbaar bezit zijn woorden en daarom vind ik het belangrijk er zorgvuldig mee om te gaan. Ik blijf schrijven, want er zijn nog te veel woorden die geen plek hebben gekregen en te veel gedachten die toevertrouwd moeten worden aan het scherm en te veel gedichten die er uit moeten en te veel plezier dat ik wil delen. Op naar nummer 251!

Wind

IMG-20160522-WA0006

Foto: Maaike Dekkers

De wind kent geen stilte
ook al doet hij zijn
best, dan nog niet
net zoals in de klas
altijd rumoer,
geritsel van papier
krijtvegen op het bord
stoelen en voeten die
wiebelen
en die blik van opzij
wenkbrauwen hoog opgetrokken
neus door de vinger geholpen
de lucht in en die roze lap
uit de mond,
hangend in een hoek
hoe kan ik dan stil zijn
proesten moet ik
wegdraaien en wiebelen
niet meer kijken
naar opzij
dan maar naar buiten
zien hoe de wind
de wolken voortjaagt
snel, maar nooit stil.

Machinegeweren

Ik ben niet zo een meisje meisje. Nooit geweest. Dat blijkt vooral uit mijn directheid, harde humor en loop. Ook al draag ik graag een jurk of een rok, echt super vrouwelijk zal ik nooit worden. In mij schuilt een hele grote stoere vent. Zo eentje die altijd in een versleten spijkerbroek loopt met een simpel T-shirt er boven op, een baardje van drie dagen siert mijn kin en tijdens het eten laat ik keiharde boeren. Ook praat ik hard en zing ik foute liedjes en kijk ik naar RTL7 “Meer voor Mannen.” Echte mannen.

Dus bij deze ga ik iets opbiechten, mijn guilty pleasure. Daar komt het. Ik houd van films waarin bruut zinloos geweld een hoofdrol speelt. Teksten zoals “track them, find them and kill them” doen mijn nekharen omhoog staan, kippenvel over mijn lijf. Foute dialogen of zinloze monologen waarin woorden als payback-time and you can sleep when you are death of we beate the truth out of them, met een stoere blik worden uitgesproken. Ik houd er van.

Nu, tijdens het schrijven van deze blog- want deze films hebben zo weinig inhoud dat ik in de tussentijd gewoon een boek lees of een blog schrijf- kijk ik naar The Expendables 2 en daarin spelen alle krachtpatsers van Hollywood. Een enorme testosteron bom. Ik noem even wat namen: Bruce Willis, Sylvester Stallone (mijn ultieme favoriet: ik heb alle Rocky’s gezien en natuurlijk de ultime vechtklassieker Rambo 1, 2, 3 en weet ik veel hoeveel), Jean-Claude van Damme, Jason Statham, Dolph Lundgren en Arnold Schwarzenegger. Wat ik naast het vechten en de actie zo leuk vind is de zelfspot waar de mannen niet vies van zijn. Ze weten heel goed dat ze in een matige film spelen en een beetje uitgerangeerd zijn, maar omdat ze zulke grote namen zijn mag dat allemaal. De man in mij krijgt heel veel energie van dit soort films. Ik wil ook zo vechten en ook zulke stoere taal uitslaan en ook van die enorme spierballen en ook van die gescheurde spijkerbroeken en ook van die enorme automatische nep machinegeweren en ook rijden in tankwagens of in Austin Martins (want James Bond zou ik ook wel een dagje willen zijn). Helemaal top.

Mannen komen er altijd mee weg. Mannen mogen stoer zijn, mogen vechten, rijden op motoren, scheuren langs kliffen, slaan elkaar helemaal verrot en mogen bij tijd en wijle gewoonweg seksistisch zijn. Terwijl wij vrouwen vaak als een tutje of juist als een sekssymbool dat niets weet worden geportretteerd. Maar wij zijn meer dan dat. Wij zijn meer dan een hoer of een huisvrouw of een kok of een kantoormiep. Ook wij hebben kracht en ook wij kunnen scherp uit de hoek komen of een superheld zijn.

In de film die ik nu kijk speelt een Aziatische vrouw een geniaal sadistisch type. Dat begint er op te lijken, maar dan uiteindelijk blijkt ze toch weer een zachte plek te hebben. Baal ik daar nu echt van? Of is het niet gewoon zo dat vrouwen veel complexer in elkaar zitten en dat dit gewoonweg te ingewikkeld is voor Hollywood om op het witte doek te projecteren? Nu ik er zo naar kijk ben ik toch blij met mijn vrouw-zijn. Het vrouw-zijn met een testosteron randje er om heen.

Piemel

Op het schoolplein wordt door ouders regelmatig gesproken over van alles en nog wat. Heel vaak gaat het over de school en/of de kinderen. Vandaag zat ik naast een moeder op het bankje rond de boom te wachten totdat de kinderen uit de deur kwamen gestormd. Het was goed toeven op dat bankje want de zon scheen heerlijk op mijn gezicht. Langzamerhand kwamen er meer moeders bij staan. Ik vertelde dat gisteren een vriendje kwam spelen en dat ik niet weet hoe het kan, maar het al heel snel over zijn piemel ging en dan met name de grootte daarvan. Let wel, de jongen in kwestie is al bijna vijf jaar.

Hij mocht gisteren bij ons spelen. Toen ik de kinderen van school haalde gaf ik ze allemaal de opdracht mee om nog even naar de wc te gaan, aangezien wij afgesloten waren van het water. De jongen in kwestie zei tegen me: ‘ik ga niet meer naar de kleine jongens wc. Ik kan al makkelijk naar de grote jongens wc, want ik hem namelijk een enorme grote piemel.’Goed, deze informatie moest ik even laten inwerken en om te voorkomen dat ik keihard in de lach zou schieten, draaide ik me snel om en liep naar buiten onder het mom ‘ik wacht daar wel’.

Nu heb ik twee dochters en wordt er bij ons aan tafel niet zo heel veel over piemels gesproken, maar als we het er over hebben dan gebruiken we het woord “piemel”. Ik vind dat een lief en onschuldig klinkend woord. Pieieie….mel. Die twee lettergrepen, “pie” dat in eerste instantie iets engs wiskundigs bij me oproept en “mel” waarbij ik aan Mel en Kim moet denken, een oud jaren negentig zangduo. Nou ja, dat slaat allemaal nergens op.

Tijdens het gesprek op het schoolplein ging het al snel over de verschillende piemels die er bestaan en dat die kleintjes verrassende dingen met die piemels kunnen zonder dat daarbij eerste hulp gezocht hoeft te worden.

Vervolgens kwamen we op het vergelijk met het geslachtsorgaan van de meisjes onder ons en dat we tot de conclusie kwamen dat daar helemaal niet zo een leuke, lieve en onschuldige naam voor is. Tja, je kunt het poesje noemen of doosje, maar omdat je het verkleint maakt het nog niet leuk, lief en onschuldig. Vagina vonden we allemaal nogal klinisch en spleet, plasser, gleuf, vajayjay, flus, pruim, flamoes, kutje dekt gewoonweg niet de volledige lading. Redelijk radeloos staarden we elkaar aan. Hoe moet dit nu verder? Voordat we daar een antwoord op konden geven, vloog de deur open en stormden die kleintjes met die piemels en dat andere onbenoembare orgaan naar buiten en waren we alweer kwijt waar we het over hadden. Eén moeder fluisterde nog wel tegen me: ‘wel weer leuke inspiratie voor je blog.’

Deze blog is dan ook mede mogelijk gemaakt door de enorme grote piemel van …