Charlotte

Morgen gaat onze dochter voor het eerst naar tennis. Ze zag pappa op het veld en besloot dat ze dat ook wilde doen. Ze is nu zes jaar en in de tenniswereld wordt dat gezien als een mooie leeftijd om te beginnen. Ik ben benieuwd. Voor tennis moet je volgens mij beschikken over verschillende kwaliteiten: snelheid, inzicht, hand-oog coördinatie en balgevoel. Voor zover ik het kan zien beschikt dochter lief alleen over het eerste. Ach ja, ergens moet je beginnen.

Daar aan denkend (aan die tennisles en aan ergens beginnen) kwam ik Charlotte Cooper tegen. Eerlijk gezegd had ik nog nooit van haar gehoord, maar zij is wel één van de belangrijkste vrouwen geweest die vrouwen een plaats heeft gegeven in de tennissport. Charlotte Reinagle Cooper werd op 22 september 1870 in Middlesex, Engeland, geboren. Al op jonge leeftijd werd zij lid van de lokale tennisclub. In 1895 won zij haar eerste Wimbledon titel. Die titel zou ze in totaal vijf keer binnen slepen. Ze beoefende haar sport in een enkellange jurk (Victoriaanse stijl).

Charlotte was lang, slank en elegant. Op het oog een schone dame, maar ze was bijzonder sterk. In 1900 werden de Olympische Spelen georganiseerd. Dit waren de eerste Spelen waar vrouwen ook werden toegelaten, zij het beperkt want alleen golf en tennis waren beschikbaar voor de dames. Charlotte kwam, zag en overwon. Als eerste vrouw won ze een gouden medaille bij het enkelspel. Daar bleef het niet bij. Met Reginald Doherty won ze ook nog eens goud bij het gemend dubbel.

Charlotte is voor mij een held. Ze trouwde, kreeg kinderen, zorgde voor haar gezin en op 37 jarige leeftijd won zij haar vijfde Wimbledon titel in het enkelspel. Geweldige prestatie voor die tijd en in die kleren. Je kunt je toch niet voorstellen dat je hartje zomer op Wimbledon staat in een korset met lange jurk je benen uit je lijf te lopen en je armen uit de kom te slaan voor een stevige pot tennis.

Morgen gaat een meisje van zes voor het eerst een tennisveld betreden in een korte broek, T-shirt en sportieve makkelijk zittende schoenen. Geen weet van de lange weg die voor haar is bewandeld door diverse vrouwelijke tennissters. Wie weet reizen we in 2028 naar een mooi land om tijdens de 31ste editie van de Zomerspelen dochterlief aan te moedigen en komen we terug met goud. Wie weet…

 

 

Lui

Iedereen heeft zo zijn persoonlijke ergernissen. Ik ken iemand die gruwelt van mannen met loszittende sjaaltjes, hoge over de broek geschoven laarsjes en die exemplaren die in een Volvo rijden (ook vrouwen tellen in deze laatste categorie mee).

Ik ken ook iemand die een afschuw heeft van domme mensen. Mensen die een vraag beantwoorden met ergens in de zin: “Nou ja, dat is gewoon zo. Toch?” Nu ben ik zelf ook niet zo gecharmeerd van dergelijke antwoorden, maar om deze mensen nu gelijk te verbannen naar een koud oord zoals Siberië vind ik wat overdreven.

Ook zijn er mensen die de luchtjes van andere mensen walgelijk vinden. Niet een beetje vervelend of naar. Nee, echt walgelijk. Dat is ook best extreem.

Ik heb ook zo mijn ergernissen en hoog op nummer 1 staat iets wat niets met mensen te maken heeft, het is zelfs niet door mensen gemaakt en dat is: kant en klare magnetron maaltijden. Ik zal er gelijk bij schrijven dat ik het zelf uitlok en het allemaal mijn schuld is, om dat wat ik net heb geschreven gelijk glashard te ontkennen. Ik heb al eerder verklaard dat ik geen keuken prinses ben. Schaam ik me niet voor. Ook ben ik wat koken betreft zeer lui aangelegd en ben echt van mijn gemak gediend. Als manlief, die dus altijd kookt en er ook voor zorgt dat onze kinderen verantwoord voedsel binnen krijgen, ’s avonds aan het werk is, dan moet ik dus voor voedsel zorgen. Nu weet ik ook wel dat elke dag friet eten echt niet kan. Wel lekker trouwens. Met een broodmaaltijd is niets mis, maar toch ben ik wat ouderwets en vind ik dat het diner warm moet zijn of in ieder geval een paar warme elementen moet bevatten. Dus, zo gemakzuchtig als ik ben, ging ik naar de supermarkt en kocht kant en klare boerenkool stampot voor in de magnetron. Klein worstje erbij en klaar. Als pappa boerenkool klaarmaakt smullen de kinderen er van. Dat moest goed komen, dacht ik.

Ik prikte zorgvuldig een paar gaatjes in de verpakking, magnetron op standje 600 W en hupsakee. Een kind kan de was doen. Na een paar minuten haalde ik de stomende maaltijd er uit, worstje erin en schepte ik de borden goed vol. Dochterlief nam een hap en haar gezicht betrok. Ze moest nog net niet kokhalzen. Ik vond eerlijk gezegd dat ze zich aanstelde en spoorde (maande eerder) haar aan om door te eten. Toen nam ik een hap. De zachte prut vond zich een weg naar beneden en het enige wat ik dacht was (excuseer mijn taalgebruik: maar ik dacht het alleen, sprak de woorden niet hardop) “Godsklere wat is dit allemachtig smerig”. Na de tweede hap dacht ik dat ik over mijn nek moest. Echt heel erg vies. Alles was vies: de smaak, de geur, textuur. Ongelooflijk.

Ik keek mijn kinderen aan en gaf ze groot gelijk dat ze hun bord niet leeg wilden eten. Na het eten werd ik steeds bozer. Op de verpakking staat “heerlijk verse boerenkool met aardappelpuree”. Beloofd wordt dus dat alles vers is. Nou niet dus. Dit is een schande. Een schande voor de boer die dag in dag uit ploegt op het land om de mooiste boerenkool te kweken. Schande voor de aardappelboer dat zijn aardappelen zo verkracht worden. En natuurlijk ook een schande voor de consument. Die luie consument die voor veel te veel geld een kant en klare verse maaltijd koopt die linea recta de prullenbak in gesodemieterd wordt. Zelfs de prullenpak had er moeite mee en die is wel wat gewend zou je zo zeggen.

Ik heb weer een les geleerd: luiheid wordt duur betaald.

Herfst

Ik zit aan de keukentafel en ben aan het werk. De kinderen spelen schooltje en ik hoor dat er goed geluisterd wordt in de klas. De complimenten vliegen door het geïmproviseerde klaslokaal. Er wordt vooral veel voorgelezen en af en toe komen de hulpjuffen vragen wat er staat. “Mam, wat betekent eigenlijk in je nopjes zijn?” Dat soort vragen vind ik altijd ontroerend, want deze kleine mensen ontdekken telkens weer iets nieuws. Mooi vind ik dat.

Ik probeer zelf ook telkens weer iets nieuws te ontdekken. Niet vast blijven zitten in wat ik weet, denk te weten of zie en ervaar. Overboord met al die kennis en op zoek naar nieuwe inzichten. Daarom lees ik ook zo veel. Dat verrijkt me. Ik ga op reis, loop door New York en ontmoet allerlei mensen zonder maar van mijn stoel te komen. Natuurlijk is dat niet zo als in het echt, want dat is vele malen beter. Echte mensen ontmoeten, nieuwe contacten aangaan en andere gesprekken voeren.

Vrijdag had ik een gesprek met een vader van school. Hij hangt een geloofsovertuiging aan waar veel mensen in mijn omgeving lacherig over doen. Ik betrapte mezelf ook op een sterk vooroordeel. Dat geleuter over God en de Bijbel. Ik voelde weerstand. Die liet ik gaan en ik luisterde naar zijn oprechte verhaal. Geen verhaal om mij te overtuigen, maar zijn verhaal. En dat verhaal ging kort gezegd over niets anders dan verbinding. Datzelfde verhaal hoorde ik Jesse Klaver aan tafel bij De Wereld Draait Door verkondigen. Een verhaal die ik zelf ook al meerdere malen heb verkondigd of heb opgeschreven in een blog.

Daar gaat het volgens mij om: verbinding. Voel je verbinding dan voel je automatisch respect en begrip. Dan sta je open en luister je met aandacht. Terwijl ik dit opschrijf loeien de bomen om me heen. De wind blaast de blaadjes in de tuin omhoog, alsof ze dansen. Om elkaar heen. Binnen is het warm, er wordt druk voorgelezen en ik tik dit stukje. Wat heeft de herfst met verbinding te maken? Ik weet het niet. Is het dat je meer binnen bent en dichter op elkaar zit? Of zijn het de donkere dagen die ervoor zorgen dat je meer aan anderen denkt of de tijd hebt om te schrijven, lezen, te zijn? Voor iedereen zal het wel anders zijn, maar voor mij betekent de onstuimigheid van de herfst de bevestiging van het samenzijn en die bevestiging zorgt voor een diep gevoel van verbinding. Volgens mij het antwoord op elke vraag.

Diploma

Daar staat ze op de kant
gehuld in een T-shirt, korte broek
en doorzichtige waterschoenen,
standje vier

armen gebogen, de duik
die meer een sprong is
naar de diepte, het gat door
over de rubberen platen klauteren

verder zwemmen,
schoolslag, rugslag
trappelen en zwaaien maar

kleren uit,
aquamarijn badpak straalt
wimpers geplakt aan elkaar

druppels druppen
want dat doen ze
nog een paar meter

onder water,

adem in

boven water

adem uit

en dan, klauteren op de kant
de verlossing is daar
diploma A!

Wislawa

In de rij inspirerende vrouwen mag Wislawa Szymborska niet ontbreken. Deze Poolse dichter is één van de grootste van haar tijd en wat mij betreft van alle tijden. Haar gedichten zijn alledaags, maar dan zo opgeschreven dat de schoonheid ervan afspat.

In 2012 overleed ze op 88 jarige leeftijd. Een leven achterlatend die niet altijd over rozen ging om maar een cliché te gebruiken. Wislawa sprak niet graag over haar zelf en haar leven. Haar gedichten spraken voor zich. Ze was ook graag op zichzelf. In 1996 ontving zij de Nobelprijs voor de Literatuur. Dat vind ik terecht.

Zij kwam in mijn leven toen ik onrustig was, stukken jonger en veel wilde weten over het leven. Ik had vragen en zocht antwoorden. Die antwoorden vond ik niet bij familie of in de mij voor handen zijnde literatuur, maar wel in de poëzie. Telkens als ik een boekwinkel binnen stapte, zocht ik eerst naar de dichtbundels. Ik wilde ze allemaal even vasthouden, want dichtbundels zijn zo mooi. Ze hebben vaak een mooie harde kaft en een eenvoudige vormgeving. De inhoud doet de rest. In mijn zoektocht ontdekte ik dat er veel te kiezen was. Waar te beginnen? Een hele aardige boekverkoper in Haarlem was helemaal in zijn nopjes toen ik mijn zoektocht beschreef en onmiddellijk raadde hij me de gedichten van Szymborska aan. Zonder enige twijfel kocht ik de bundel “Einde en Begin: verzamelde gedichten.” De eerste dagen keek ik alleen in de bundel. Ik nam haar overal mee naar toe, hield haar dicht bij me en raakte haar vaak aan. Angst voelde ik om te beginnen. De “wat als” vragen tuimelden over elkaar heen: wat als ik het niet begrijp? wat als het tegenvalt? wat als ik het niet voel? wat als…?

Op een moment (helaas is die herinnering weggevaagd) sloeg ik de bundel open en begon aan het eerste gedicht “Niets tweemaal” en onmiddellijk voelde ik dat dit de vrouw was met de antwoorden. Dat gevoel kan ik nu nog oproepen. We leefden in verschillende werelden, verschillende achtergronden en verschillende levens, maar de wijsheid van haar woorden overstijgt alle verschillen. En daarom mag Wislawa Szymborska niet ontbreken in mijn vrouwenlijst.

Niets tweemaal

Niets gebeurt tweemaal en niets
zal tweemaal gebeuren. Geboren
zonder kundigheden, sterven we
dus als onervaren senioren.

Ook al zijn we nog zo hardleers
op de grote school van ’t leven,
geen winter, geen zomer wordt ons
nog een keertje opgegeven.

Niet één dag keert ooit terug,
twee nachten zijn nooit identiek,
geen kus is als een andere,
elke oogopslag is weer uniek.

Gisteren noemde iemand plots
in mijn bijzijn luid jouw naam
– het leek alsof een rode roos
naar binnen woei door het raam.

Nu we samen zijn vandaag,
haal ik mijn blik van je gezicht.
Een roos? Hoe ziet een roos eruit?
Is dat een bloem? Een steen wellicht?

Onzalig uur, onnodige vrees,
waarom bemoei jij je ermee?
Je bent – je moet voorbijgaan.
Je gaat voorbij – en alles is oké.

Lachend en elkaar omhelzend
verzoenen we ons met elkaar,
ook al zijn we zo verschillend
als twee druppels zuiver water.

Hartverwarmend

Ik kan vandaag een lange blog schrijven, maar doe dat niet.
Alles wat ik zou kunnen schrijven valt in het niet met de boodschap die ik vanavond kreeg toen ik mijn oudste dochter hielp in de douche.

“Mamma, jij zit in mijn hart.”

Niets aan toe te voegen.

 

Licht

 

Wat is dat toch? Ik ontdek schrijvers vaak pas als ze dood zijn.
Ik “ken” dan zo een schrijver al wel jaren, heb er boeken van in mijn kast staan, maar kom er maar niet aan toe om ze te lezen. Er gaat altijd wel een boek voor. Of het staat me tegen dat er een hype om iemand heen gecreëerd wordt en vanuit mijn recalcitrante zelf verzet ik me dan tegen alles wat zo iemand voortbrengt. Vaak volkomen belachelijk en onterecht.
En dan? Vaak jaren na de dood van de schrijver speur ik in mijn boekencollectie naar iets “nieuws” en daar bedoel ik mee een boek van een schrijver die ik nog niet eerder heb gelezen. Ik stuit dan op de overleden schrijver en raak helemaal overdonderd van diegene. Zo nu ook met Martin Bril. Wat een fantastische scherpzinnige observator is dat met scherpe humor. Ik moet natuurlijk “was dat” schrijven, maar voor mij leeft hij. Ik lees hem, dus hij kan niet dood zijn.

Ik stuitte op het volgende gedicht van hem en wil dat graag delen.

Licht

Je kunt je duizend keer
Hetzelfde verkeerd
Herinneren.
Zo weet ik beslist
Dat de zon scheen toen
Ik voor het eerst
Een vrouw zoende
Tussen haar benen

Toch was het nacht
Of avond op z’n minst
Dat kan niet anders

Ik moet al die jaren
Het licht naast
Het bed voor de zon
Hebben aangezien

Ook is denkbaar dat ik
Die keer verwar
Met een andere
Keer, bij daglicht en later

Prachtig, mijn leven wordt door dit soort ontdekkingen steeds rijker. Baal ik er nu van dat ik me niet verdiept heb in Martin Bril toen hij nog leefde? Niet echt. Het gaat zoals het gaat en ik geloof (wat Martin Bril denk ik al brakend zou ontkennen) dat boeken op je pad komen op het moment dat je er aan toe bent of ze nodig hebt. Ik heb blijkbaar Martin nu even nodig en hij is er nog. Hij zal er altijd zijn.

Henkie

Morgen is het alweer een jaar geleden dat Hendrik (Henkie) overleed. Henkie was een vriend van de familie. Hij was de partner van een goede vriendin van mijn moeder en behoorde tot de kring zelfgekozen familie, meer dan een vriend dus.

Henkie kwam uit Friesland, sprak binnensmonds en kon een verhaal met een stalen gezicht vertellen zodat ik altijd in de war raakte en me afvroeg ‘is dit een mop of een serieus verhaal.’ Als ik al verstond wat hij zei. Wij zagen Henkie en zijn partner een paar keer per jaar. Niet zo vaak, maar ik heb gemerkt dat het bij zelfverkozen familie niet uitmaakt hoe vaak je ze ziet. Ze leven gewoon in je huid, ze maken een onderdeel uit van je zijn.

Henkie was ziek, had veel pijn en zag het soms niet meer zitten. Hij overwoog dan uit het leven te stappen, maar deed dat niet voor zijn geliefden. Hij had ervaring op dat gebied en wist hoeveel pijn het anderen zou doen. Hij hield rekening met anderen en hield intens van de mensen om hem heen. Ik had een bijzondere band met hem. Altijd als wij elkaar spraken, ging het ergens over. Wij vonden heel snel diepgang en daar kwamen de nodige emoties bij kijken. Ik had nooit een man zo vaak zien huilen als Henkie. Dat ontroerde me, keer op keer. Toen hij steeds zieker werd, wilde ik alles overnemen als ik hem zag. Dan ging hij lekker op onze bank liggen, sneed ik zijn vlees in stukjes, hielp hem naar de wc en alles voelde natuurlijk.

Nu is hij alweer een jaar dood. ‘De tijd heelt alle wonden’, is de uitdrukking. Nou ik waag dat te betwijfelen. Misschien is het verdriet en de intense pijn wel afgezwakt, maar het gemis wordt alleen maar groter. Gebeurtenissen komen en gaan en hij is er niet bij. Herinneringen krijgen romantische proporties, maar de werkelijkheid is verloren. Het lijkt wel alsof alles heftiger wordt omdat hij er niet meer is.

Voor zijn partner is dat gemis immens. Eerst verloor zij haar echtgenoot, de vader van haar twee dochters, daarna verloor zij haar tweede grote liefde. Nu net in de zestig is zij weer alleen. Dat gemis heelt de tijd niet. Morgen denk ik aan haar en aan Henkie. Ik tover dan een glimlach op mijn gezicht ter herinnering aan al die verhalen die Henkie in geuren en kleuren kon vertellen waarvan ik meestal maar de helft verstond.

Liegen

Ik probeer mijn best te doen om empathie op te brengen voor iedereen. Dus aandachtig luisteren,oprechte aandacht geven en niet gelijk in de adviesrol of hulprol schieten als iemand een probleem voorlegt. Ook in mijn werk komt de nodige begrip om de hoek kijken. Ik heb met veel verschillende mensen te maken en ik probeer iedereen met respect te behandelen en voor elke situatie een passend antwoord/advies/oplossing, wat dan ook van toepassing is, te bieden.

Maar waar ik echt niet tegen kan, mijn haren gaan overeind, lichaam springt op de kast, nekspieren zetten uit en rode vlekken nemen bezit van mijn nek, is liegen. Liegen en bedriegen. Nu heb ik een collega die ik al meermalen heb verdacht en sterker nog heb betrapt op dit soort praktijken. Jammer genoeg kan ik de collega niet bij naam noemen, want oh jee dat is niet collegiaal en dat kan gevolgen voor mezelf hebben. Maar ondertussen verdient deze persoon gewoon zijn geld met blunderen en praktijken uitvoeren die allerminst collegiaal, professioneel en eerlijk zijn. Lastige situatie. Vandaag heb ik de collega “in zijn eigen val laten lopen.” Het moest er eens van komen.

Beleef ik daar veel plezier in? NEE!!! Ik wil me op mijn werk bezig houden met zaken die ertoe doen en niet op het corrigeren van losgeslagen projectielen. Wat me daarin ook stoort is de slappe houding van de leidinggevende en de organisatie. Hoe is het mogelijk dat dit soort mensen niet aangesproken worden op hun gedrag? Dat die van positie naar positie groeien na elke blunder?

De strijdbare jurist in mij wordt dan opstandig en schiet in actie. Ik vind het zo onrechtvaardig dat deze persoon onwaarheden over mijzelf, maar meer nog over een hardwerkende en betrokken collega, kan verkopen en daar weg mee komt en een ander de puin laat opruimen.

Het neerkwakken van mijn frustratie in deze blog brengt wat rust. Nu ga ik weer op zoek naar mijn voorraad empathie en verdeel die zorgvuldig over de mensen die dat wel verdienen (lekker puh).

Lied

Sinds The Donald gekozen is om president van de VS te worden speelt er een lied door mijn hoofd. Al dagen lang hoor ik hetzelfde nummer en helaas ken ik maar een stukje van de tekst, dus die blijft zich (nu toch echt tot vervelends toe) herhalen.

It’s the end of the world as we know it
It’s the end of the world as we know it
It’s the end of the world as we know it, and I feel fine.

We zullen zien. Ik hoop dat The Donald dit lied bestudeert en er iets van leert.