Gedoetje

Nu zit ik hier met voor me een wit blad en weet ik niet waar ik mee moet starten. De kinderen liggen op bed. Alle rust en ruimte is er om te schrijven. Ga ik zomaar uit het niets iets opschrijven? Of begin ik met een verhaal dat in mijn hoofd zit? Ik weet het niet en toch wil ik niet nu al na welgeteld 1 dag opgeven. Het nieuwe jaar is begonnen en opgeven is geen optie. Moet ik wachten tot de goddelijke inspiratie me ingeeft welke woorden aan het digitale papier moeten worden toevertrouwd? Of werkt het zo niet? Moet ik gewoon aan de slag. Laat ik dat laatste maar proberen en vooral de angst trotseren.

Het valt me op dat ik ’s nachts de meeste ingevingen krijg. Fantastische zinnen komen dan op en diepe inzichten doemen uit de krochten van mijn ziel boven. Het donker brengt iets teweeg in mezelf. Ik heb rust, ben alleen en kan eerlijk zijn. Ik speel geen rol, hoef niemand te plezieren en zie de zaken vaak in een helder licht.

Zodra het ochtend is en de eerste lichtstralen de vogels doen ontwaken, stopt de inspiratie en ben ik alle zinnen, mooie constructies en inzichten kwijt. Hoe komt dat toch? Ben ik soms twee personen. Huizen er in mij meerdere persoonlijkheden die aandacht willen. Vroeger leed ik al in stilte in mijn bed als de duisternis mijn kamer introk. Het leed van de dag of mijn verdriet over heimelijke liefdes kwam dan hevig boven en dwong zich op. Aandacht wilde zij, voelen en ervaren. Diezelfde persoon is dus nog steeds bij me. Als ik ’s avonds in bed lig en de dag overdenk kom ik altijd tot betere zinnen die ik had moeten gebruiken tegen die collega waarvan ik vond dat hij ongelijk had, stroomt de poëzie door mijn aderen en wordt mijn hart overvallen door oud pijn. Ik raak in een kramp, houd me wanhopig vast aan de woorden en zinnen en val in een onrustige slaap om vervolgens te ontwaken en te constateren dat alles vervlogen is. Zo snel als het tot me komt zo snel is het ook vertrokken.

Het zal vast allemaal psychologisch of neurologisch onderbouwd kunnen worden, maar eigenlijk zit ik daar niet op te wachten. Ik hoef niet te weten hoe het komt, want eigenlijk beschouw ik die donkere kant ook als een onderdeel van me zelf. Net zoals de donkere gedachten. Volgens mij bestaat een mens uit verschillende ikken. En al die ikken tezamen zorgen voor dat mens dat weerloos en onschuldig in haar bed ligt. Te woelen, te wroeten en te ploeteren. We ploeteren allemaal wat af, hoor ik René Gude nog zeggen, en dat klopt. Zoals ik zijn andere quote ook ter harte neem: ‘Het leven is een gedoetje’. Zowel overdag als ’s nachts. Ook al vatten we de slaap, het leven blijft geleefd worden. Vaak wil ik van dat gedoe af, maar hoe sterker mijn verzet hoe krachtiger het gedoe me om de oren slaat. Alsof het een veelkoppig monster is die met zijn gifgroene ogen me aanstaart en me dwingt hem in de ogen te kijken en zegt dat ik niet kan winnen. Wat is het alternatief? Me overgeven en het gedoe maar omarmen. Accepteren adviseren alle, vaak zelfbenoemde, spirituele goeroe’s. Is het mogelijk dat ik mijn gedachten, hoe donker ze soms zijn, kan accepteren? Of is het beter ze te temmen? En dat leven dan, moeten we dat allemaal maar accepteren of is enig verzet op zijn tijd gewenst? Allemaal boeiende vragen en wie weet komen er gaandeweg ook boeiende antwoorden die ik dan vervolgens misschien wel durf toe te vertrouwen aan het papier.

Begin

Ik heb een opdracht. Voor de uitvoering van deze opdracht heb ik alles binnen handbereik. Ik heb een spiksplinter nieuwe laptop, cadeau gekregen van mijn ouders die hiermee een bepaalde vorm van genegenheid schenken. Daarnaast tien gezonde en flexibel functionerende vingers, ook trouwens van mijn ouders gekregen. Verder heb ik verhalen waar diezelfde ouders, ook in een andere samenstelling, regelmatig de revue passeren.

Alles is dus aanwezig om de opdracht uit te voeren. Klaar om te beginnen zou je kunnen denken. Maar dan gebeurt het. Laptop is leeg, de nieuwe versie van windows begrijp ik niet. Vervlogen tijd, flexibele vingers blijken vast te zitten aan een vermoeid en stram lijf, en dat verhaal, tja, is dat nu eigenlijk wel zo boeiend dat het toevertrouwd moet worden aan het papier?

Excuses, uitvluchten. Ik begrijp het heel goed. Angst is wat regeert. Daar moet verandering in komen. De eerste zet is een blog aanmaken. Ik heb geen flauw idee hoe dat moet. Het blijkt redelijk eenvoudig te zijn, maar heb wederom geen flauw idee of het ook gelukt is. Met andere woorden of de buitenwereld dit nu ook kan zien. Computers zijn niet mijn vrienden, boeken daarentegen wel. Toch ga ik vriendschap sluiten met dit onmisbare apparaat. Eerst moeten we elkaar leren kennen. Goed in elkaar verdiepen om te zien of er een toekomst tussen ons is. Hij is best aantrekkelijk. Mooi zwart, licht in gebruik, maar ook robuust en stoer. Hij zegt waar het op staat, maar niet op een macho overheersende manier. Wie weet gaat het goed met ons komen. Meer nog moet ik proberen de blog en het bijbehorende programma tot kameraad te maken. Waarom start een nieuwe zin niet met een hoofdletter bijvoorbeeld? Hoe krijg ik het voor elkaar dat de foto die ik er op heb gezet ook zichtbaar is? En kan mijn tekst geredigeerd worden op spelfouten, want die flexibele vingers vliegen over het toetsenbord en raken soms zo in vervoering dat ze letters aanraken die niet bij de woorden horen.

De zoektocht is begonnen.