Vergankelijkheid

Gisteren begon er weer een nieuw jaar. Een jaar vol met nieuwe ervaringen. Ik kijk er naar uit. Ben benieuwd wat er allemaal op mijn pad komt. In ieder geval is het ook het jaar dat ik 40 word. Ik houd me voortdurend voor dat ik dat helemaal niet erg vind. Geen probleem hoor. ‘Nee, ik voel me juist nu in mijn kracht staan en weet wie ik ben’, hoor ik mezelf verkondigen. En daarnaast mag ik gelukkig zijn dat ik deze leeftijd mag bereiken. Mijn vader heeft het immers niet gehaald. Zijn teller is gestopt bij 35.

Natuurlijk is dat allemaal waar, maar aan de andere kant bekruipt me toch steeds meer het gevoel dat ik over de helft ben. Dat ik niet meer jong ben en dat dat ook nooit meer terug komt. Er is iets veranderd. Het leven is onomkeerbaar. Dat is het natuurlijk altijd geweest, maar opeens besef ik dat. Het bijpassende gevoel is soms neerslachtig. Nu weet ik niet of ik mezelf precies uit zoals ik me echt voel. Welke woorden zijn nu passend? Neerslachtig klinkt zo depressief. Dat is het ook niet. Sterfelijk, klinkt weer zo dramatisch. Dat dekt toch ook niet de lading. Misschien is het bewustzijn. Het bewust zijn van vergankelijkheid.

Het nieuwe jaar begint binnen de families van beide kanten (koud en warm) altijd met een nieuwjaarsgroet. Mijn schoonouders waren de eerste die deze groet in ontvangst mochten nemen. We liepen met ons gezin naar hun toe. Het was wat fris. Ik had er niet bijster veel zin in. Toen gebeurde het. Ik liep langs het gebouw waar mijn schoonouders een appartement huren. Het is een zorgcomplex met aan de ene kant bewoners die nog fit van lijf en lede en dito verstand zijn en aan de andere, gesloten, kant de bewoners die hun eindstation hebben bereikt. Voor het raam zat een vrouw. Ook al zat ze in haar stoel, ik kon zien dat ze groot van postuur was. Dit was vroeger een krachtige vrouw geweest, dat kan niet anders. Ze had doorzichtig haar. Ik kon haar hoofdhuid door haar dunne haar zien. Haar gelaat was ijzingwekkend wit. Het wit dat de dood geeft aan stervende zielen. Haar jurk zat los en was veel te ruim. De kleur paars gaf het geheel een macaber beeld. Voor haar stond een tafel en op die tafel zat een beer. Zij had deze teddybeer met beide handen vast en was innig in gesprek met hem of haar. Ik kon niet stoppen naar haar te kijken. Zo aandoenlijk en confronterend. Zo kan het eindstation er uit zien. Dit is vergankelijkheid in pure vorm. Deze vrouw ooit een krachtig wezen, misschien kinderen gebaard, misschien noeste arbeid op het land uitgevoerd of met straffe hand een huishouden bestiert, nu zittend voor een raam tentoongesteld aan de buitenwereld in gesprek met een teddybeer.

Ik raakte ontroerd door deze vrouw. Het bezoek aan mijn schoonouders werd overschaduwd door de nabije aanwezigheid van deze vrouw. Alle nieuwjaarsgroeten bij elkaar kunnen er nooit voor zorgen dat ik deze vrouw vergeet en met haar de vergankelijkheid. Hij maakt deel uit van mij en laat ik hem dan maar omarmen en hopen dat ik ooit innig een gesprek met een teddybeer mag voeren

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s