Gesprek

Sinds 1 januari van dit jaar schrijf ik elke dag een blog. Dat bevalt me uitstekend. Soms ontvang ik een reactie op een van mijn schrijfsels, gedichten, overpeinzingen of blunders. In het begin had ik wel eens angst om mezelf via dit medium bloot te stellen, maar hoe langer ik schrijf hoe minder last ik daarvan heb.

Vandaag kwam ik een man tegen die bij mij in de buurt woont en zeer geraakt was door één van mijn gedichten. Hij had dit gedicht gelezen tijdens de Kunstroute en kwam er nu op terug. Het gedicht had iets in hem losgemaakt. We stonden bij de boeken te snuffelen en al snel raakten we aan de praat op een manier die met menig familielid of bekende niet vaak voorkomt. Dan heb ik het over diepgang. Deze man kom ik zo af en toe tegen en onmiddellijk weten we elkaar op een dieper niveau te raken. Heel inspirerend is dat. Ik noemde het vandaag “cadeau van de dag”.

De man in kwestie is ouder dan ik en als ik naar hem kijk en naar hem luister dan zie ik een wijs man. Gepassioneerd vertelt hij me over zijn werk, over de boeken die hij leest of over de wereld. Hij weet van zichtzelf dat anderen hem bestempelen als “raar”. Dat komt omdat hij onmiddellijk verbinding zoekt, contact op een dieper niveau maakt en geen tijd verspilt met prietpraat. Dat vind ik dus helemaal niet raar, maar juist heel bijzonder en uitzonderlijk, want in een tijd waarin iedereen het altijd druk heeft en vastgeplakt zit aan de nieuwste gadget, neemt deze man de tijd voor een gesprek. Een echt gesprek waarin informatie wordt uitgewisseld, standpunten worden gedeeld, geluisterd wordt naar elkaar en er verbinding is. Om dit geschenk van de dag te omlijsten kwamen de volgende woorden op:

Nooit bij toeval treffen wij elkander
gereed om het vuur te delen
woorden vinden elkaar in het midden

opgelaaid door de passie
door de slapeloosheid, door de machteloosheid
door de rusteloosheid, door de vreugde en schoonheid

de smart wordt kostelijk gedeeld
evenals de kennis, de verbazing, de blikken
de ervaring wordt rijker naarmate ze wordt vermenigvuldigd
een cadeau gegeven door de dag.

 

Vorm

Gedwongen tot een vorm
verzet ik me hevig
woorden schieten alle kanten uit
mijn hoofd leeft
los van mijn lijf
concentratie lost alles op
is de vraag
wil ik dan leven in
een keurslijf
gedwongen tot een vorm
ik verzet me hevig
kom toch tot je positieven
hoor ik roepen
het is je eigen keuze
laat ik dan maar buigen
barsten vind ik te vroeg
dus accepteer ik de vorm.

Poëzie

Vijf jaar geleden volgde ik een korte cursus poëzie schrijven. Met een klein groepje schreven we aan de hand van een thema telkens een gedicht. Dit gedicht werd dan voor elkaar voorgedragen. Erg spannend vond ik dat. Niet alleen dat voorlezen, maar ook het schrijven aan de hand van een opgedragen thema. Heel bijzonder was de ervaring om te zien en vooral te horen dat iedereen telkens iets anders maakte. Geen één gedicht leek op die van een ander. De inspiratie vloeide rijkelijk. Het schrijven met elkaar maakte ook een soort verbindende energie los waardoor de fantasie en creativiteit ging stromen.

Vandaag vond ik mijn schrift en wil nu via mijn blog een aantal gedichten delen. Het thema van de eerste gedichten is: het huis.

Opdracht één: kort verhaal

I
Zodra ik de sleutel in het gat omdraai, de deur open en de zoete geur van het brandend vuur ruik, weet ik: ik ben thuis.

II
Met de deur op een kier nodig ik de wind uit zijn jacht binnen te eindigen. Zal ik deze gast verwelkomen? Ach waarom niet, een frisse wind kan de lucht binnen wat klaren. Wat stof doen opwaaien en zodra hij uitgeraasd is, kan hij via de achterdeur weer vertrekken.

Opdracht drie: dun gedicht

Het lijf
is mijn
huis
en
jouw
huis
nu ben
jij
vertrokken
en voel
ik me
leeg.

Thema: geschiedenis

Opdracht 1: Herhaling van eerste twee zinnen.

Mijn Muk

Daar lig je dan in je bed
het moment is aangebroken
het licht schijnt op je huid
verweerd en gebroken.
Je lijf was ooit een baken
onze ogen ontmoeten elkaar
ik zie je zoals ik je nooit eerder zag.

Daar lig je dan in je bed
het moment is aangebroken
onze handen verstrengeld
mijn hoofd tolt
ik voel de lucht klaren

Daar lig je dan in je bed.

Opdracht 4: mini imitatio naar Jules Deelder

Ga je op reis,
je lijkt niet goed wijs.

Als ik denk aan onze reis,
worden mijn haren donkergrijs.

 

Onrust

Er zit onrust in mijn lijf
ik voel het overal
zitvlees is verteerd
wiebelige darmen spelen op
mobieltje hier, iPad daar, laptop hier,
krant daar, boek hier, ander mobieltje daar
wat zegt zij? is de score al bekend? wat
gebeurt er in de wereld? wat is nieuw?

Onrust in mijn pen,
woorden afraffelen, taal wordt gesmeten
in een hoek, geen rust voor dat boek
dat gedicht wat ik sticht, snel
het wordt neergekwakt op papier
het boeit me geen zier.

Rijmen of niet, wat doet het er toe
onrust staat aan het roer, we varen recht
op de kolk af, wat zit er in, geen idee
vergaan is net zoals verdergaan of toch niet?
Nou ja, onrust voert de boventoon,
die zal het dan wel weten.

Hup nog even mijn e-mail checken,
nog een keer en nog een keer
storm naar het Engels, walg van het
bonken in mijn kop
adem zit boven, ik ben verdwenen
hoog zweef ik in de onrust
dalen wil ik, de stilte in.

Godverdomme dat eeuwige getik
van die klok, de tijd zit me op
de hielen, beroert mijn zenuwen,
ergert me, vreet me op
de adem is vertrokken
opgestegen hang ik daar en kijk
naar de onrust, daar op die groene stoel
met die paarse pen in de rechterhand.

Daar gebeurt het, dat is het centrum
van het alles, het universum
daar is de energie waar de wereld
om draait, daar ga ik naar toe,
het bonken tegemoet, het overstijgt
het getik, de kramp schiet in mijn hand
woorden zijn onzichtbaar,
lijnen vervagen.

Als het dan toch moet
dan blijf ik net zolang onrustig
tot ik implodeer en de rust me in de
storm vindt, optilt, meevoert, omhelst en
over de zeeën naar de oever brengt
de overkant, daar waar ik zijn moet.

Opvoeding

Na mijn studie kwam ik via een andere baan bij de rechtbank in Middelburg terecht. Ik werd daar secretaris binnen de sector strafrecht. Als secretaris ben je de rechterhand van de rechter. Je bereidt zittingen voor, maakt uittreksels van de dossiers, gaat mee naar zitting om te notuleren en schrijft vonnissen. Ik heb daar zo veel gezien en ervaren dat ik daar een boek mee zou kunnen vullen. Een van de rechters waar ik veel mee werkte, kwam uit dezelfde omgeving als ik. Ze zei altijd gekscherend: “Ik weet het ook allemaal niet, ik kom maar van een eiland.” Dat was uiteraard schromelijk overdreven aangezien zij de meest intellectuele vrouw was die ik ooit ontmoet heb. Ik werd een soort protegé. Ze vond het prettig haar kennis met mij te delen en me de nodige opvoeding te geven die ik in haar ogen had gemist. Dat was op literair, poëtisch en wetenschappelijk vak. Ze leerde me denken, analyseren, observeren en een mening vormen. Een heel krachtig voorbeeld waar ik prachtige momenten mee heb beleefd en die ik voor altijd koester. Net zoals haar lessen. Op een dag bracht ze me het gedicht “De tuinman en de dood”. Ik had daar nog nooit van gehoord. In die tijd las ik amper gedichten. Het gedicht heeft jaren op mijn werkkamer gehangen en elke week las ik het een keer. Inmiddels zijn onze paden verwijderd. Soms komt ze nog eens voorbij op het nieuws of in mijn gedachten en dan denk ik altijd aan die tuinman. Een mooi gedicht over het leven zoals het komt. De les die ik daar uit trek heeft me gevormd en ik ben dankbaar voor de opvoeding die ik heb gekregen binnen de rechtbank.

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan, Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed) Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, “Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t, Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan, Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

P.N. van Eyck

Kijken

Liefde is niet naar elkaar kijken,
maar op dezelfde manier
naar de wereld kijken.

Antoine de Saint Exupéry

 

De regen kan mij niet deren,
de zon zal ik begeren,
meer nog in gedachten,
met jou in een tentje,
verstrengeld in elkaar,
onze energieën komen samen,
identiteiten verwisselen,
jij bent ik en ik ben jij,
we kijken naar de wereld,
lachen er om,
drogen de tranen in elkaars ogen,
en we zien,

de liefde.

12 1/2

Twaalf en een half jaar getrouwd
vlaggen, slingers en ballonnen hangen we op
drank en voedsel ingeslagen
tafels en stoelen kennen hun plaats
het wachten is gekomen
tot de gasten arriveren
vrienden, familie en collega’s
om de liefde te vieren.

Twaalf en een half jaar staat op de wettige kalender
twintig op de onze
een mijlpaal roepen ze
voor mij is het net als gisteren en
ook zoals het morgen zal zijn.

Twaalf en een half jaar en we staan even stil
bewegen op de klanken
de zoete tonen van de muziek die
ons leven kleurt.

Twaalf en een half jaar en we omringen ons
met mensen en slingers en ballonnen
om te vieren dat we de liefde hebben
om te wensen dat de liefde er alle
morgens na vandaag nog steeds aanwezig is
voelbaar, tastbaar en herkenbaar
in de blik in je ogen
in de toonhoogte van je stem
in de afdruk van je omhelzing.

Twaalf en een half jaar en de liefde die
doet bloeien en die alles laat zijn
zoals het bedoeld is te zijn
die saai is op momenten
spannend of spetterend op andere tijden
die vertrouwd is en trouw is
voor nu en morgen.

 

Deelder

Ik vind Jules Deelder de verpersoonlijking van cool. Hij ziet er altijd fantastisch uit in zijn maatpakken, maakt briljante gedichten en is een vlijmscherpe observator en intellectueel. Een groot voorbeeld. Ik heb hem nog nooit zien optreden. Dat moet echt bijzonder zijn, maar ik heb angst. Ik heb angst dat deze (in mijn ogen) grootheid van zijn sokkel valt en neerpleurt als een olifant in een waterbad. Ik weet niet waar die vergelijking vandaan komt, maar wat ik dus wil schrijven is dat ik bang ben dat Jules Deelder een arrogante kwast blijkt te zijn of te stoned is om zijn gedichten te produceren en dus dat mijn held een mens van vlees en bloed blijkt te zijn.

Om die reden pak ik er af en toe een gedichtenbundel bij en houd die stevig tegen me aan. Zo ervaar ik toch een band met de grootmeester. Vandaag heb ik behoefte aan de Eenhoorn. De bundel heet “Het lot van de eenhoorn”. Het titel gedicht is briljant en wil ik graag delen:

Het lot van de eenhoorn

Het lot van de eenhoorn
is simpel verklaard

Toen Noach vertrok
kwam de eenhoorn te laat

Staand op een rots
zagen hij en zijn maat

de Ark in de woelige
baren vergaan

Dagen

Dagen sluipen voort,
alsof ze zonder betekenis kunnen vergaan,
alsof ze nietszeggend stilzwijgend,
de spot drijven met ons.

Hoe vul je die dagen dan in?
Tijd is niet te vatten in een moment,
helpt het staren naar het scherm,
krijg je daardoor vat op de werkelijkheid.

Triest is het aanblik,
weggezet als vuilnis bij de straat,
scherm in de hand, afgesloten voor inhoud,
geen woorden worden meer gewisseld,
alleen vingertoppen zijn in beweging,
de omgeving vervaagt en de dagen,
die sluipen verder.

 

Migraine

De pijn die je voelt zou ik wel uit je lijf willen rukken,
tegen de muur smijten en vervloeken,
kom nooit meer terug want anders.

Het kloppen in je hoofd wordt steeds erger,
ik kijk er naar en zie je wit wegtrekken,
wc omarmen en laten gaan van het vergif.

Ik wil je optillen, troosten, kalmeren,
de pijn vernietigen die dit op zijn geweten heeft,
kun je wel, neem eens iemand van je eigen leeftijd, schurk.

Een nat washandje geeft tijdelijk verlichting,
terwijl het licht juist tijdelijk verergert,
en ik erger me kapot dat dit jou ten deel valt.

Als die schurk nog eens zijn kop laat zien,
nou dan, dan, dan zeg ik er wat van, maar voor nu
waak ik over je in de nacht en zal morgen als beter zijn.