Stapelgedicht

In 2011 deed ik voor het eerst mee met de Kunstroute in Tholen. In mijn eigen hal exposeerde ik stapelgedichten en “gewone” gedichten. Stapelgedichten zijn boektitels die onder elkaar worden gestapeld en op die manier een gedicht vormen. Hieronder is een voorbeeld.

Het mooiste gedicht
In wankel evenwicht
Een nagelaten verhaal
Op de rand van de taal
Verlichting van hart en geest
Het witte feest
Wie schrijft…
De verhalen
van oude mensen, de dingen die voorbijgaan
De keerzijde van het lot
Een onafwendbaar einde
Ik ben niet bang
Ik heb tien benen
Honderd dwaasheden
een tafel vol vlinders
Een eigen huis
Een schitterend brein
Vogels zonder vleugels
Danseres zonder benen
Mannen van staal
een nieuwe aarde
Het Paradijs
Zo God het wil
Heb mij lief

Dag

Ik ben vanavond uit eten geweest met twee gezellige dames. Nu hang ik wat achter mijn laptop te bedenken wat ik zal schrijven. Hoe was deze dag? Ik heb een enerverende werkdag achter de rug. Het begon met een prettige kennismaking met een collega van een naburige gemeente waarvan ik informatie nodig had. Ons gesprek duurde ongeveer twintig minuten en in die tijd zijn we recht naar de kern gegaan, al mijn vragen zijn beantwoord en we hebben afspraken gemaakt. Zo kan het dus ook. Vol energie schoof ik aan bij het volgende overleg.
Dat verliep anders. Ik had met een grote groep collega’s uit de regio een overleg waarin in anderhalf uur de meeste tijd werd verspild door beleefdheden uit te wisselen, halve discussies te voeren, ego’s een podium te geven en elkaar in de reden te vallen zonder daadwerkelijke afspraken te maken. Zo gaat het dus regelmatig. Totaal uitgeblust vertrok ik weer.
In de auto bedacht ik dat ik allergisch begin te worden voor dit soort ogenschijnlijk constructieve, maar per saldo totaal onzinnige tijdrovende overleggen. Helaas maak ik dit zo vaak mee dat ik merk dat ik tijdens zo een overleg afdwaal en redelijk afgestompt de deur weer verlaat.

De middag bracht meer vreugde. Een aantal zaken die opgepakt moesten worden had ik binnen een mum van tijd (vind ik toch zo een toffe uitspraak: wat is een mum?) afgehandeld, een vriendin kwam onverwachts een kop thee drinken op kantoor en het cijfer van mijn eindpresentatie van de één-jarige opleiding die ik morgen afrond, kwam binnen. Een 10. Wauw, dat is lang geleden dat ik een 10 heb gekregen. Het is een beoordeling van een jaar vol inzet en zelfreflectie. Een spreekwoordelijke reis met de spiegel in de hand.

De dag werd afgesloten met een etentje. Een tafel vol lekkers werd gepresenteerd en ik heb er van genoten, zowel van de tapas als van het vispannetje als van het overheerlijke tongstrelende toetje. Maar het eten werd nog smaakvoller door de fijne, diepgaande, gesprekken die aan tafel werden opgediend. Een inzicht dat meermalen deze dag op kwam borrelen was: actie-reactie. Dit is uiteraard een natuurwet, maar ik bedoel hem meer als gevoel. Zodra ik met een positief opgewekt gemoed aan tafel zit, ontmoet ik die ander met eenzelfde gemoed en wekt dat bij elkaar een fijne positief gestemde energie op. En wederzijds en andersom werkt het ook. Dat was overduidelijk aan de hand vanavond en dus kijkt ik terug op een goede dag. Met een goed gemoed treed ik de nacht tegemoet, dan kan het morgen alleen nog maar beter worden.

Vlaggen

ik heb de vlaggen in de wind
zien waaien
voor geluk geknoopt tussen
twee bomen

in mijn tuin denk ik aan
zij die zo ver weg zijn van mij
ook de vrede is
nog steeds niet nabij

op een dag ga ik er iets
over schrijven, tot
die dag blijf ik naar de
vlaggen kijken

 

 

Kleinzielig

Manlief is ziek en dat is vervelend. Manlief is ziek en dat is naar. Manlief is ziek en is totaal onthand. Manlief is ziek en maakt vreemde geluiden. Manlief is ziek en vertrokken naar bed.

Nu weet ik niet zo heel veel van mannen en ik wil ook niet generaliseren of discrimineren, maar de mannen die ik ken zijn allemaal redelijk kleinzielig als ze ziek zijn. De mijne brengt vreemde geluiden voort die doen herinneren aan oerklanken. Hij begint harder te ademen door zijn neus en kijkt me aan met ogen die willen zeggen “ik ben zoooooo zielig, aai me over mijn hoofd, masseer mijn voeten en breng me een nat koud doekje”.

Het is weekend en het huishouden draait dan bij ons op volle toeren: boodschappen moeten gehaald worden, wasjes draaien, opruimen in huis, kattenbak verschonen, opa’s en oma’s bezoeken  en nog veel meer van deze gezelligheid. Manlief kan vandaag niet meedraaien. Hij kotst eerst zijn darmen uit zijn lijf en vertrekt daarna naar bed. Onze oudste dochter begint nadat de dag vordert steeds witter te worden en hangt als een slap lapje op de bank en verklaart ook ziek te zijn. Dus moeders haalt een teiltje, een nat doekje en een pilletje. Dan hup naar bed. De jongste krijgt honger, verveelt zich en wil voor het eerst alleen op haar fiets naar opa en oma fietsen. Oké, regelen we. Dan wil de droge was opgevouwen worden en terug de kast in, de bank wil gezogen worden en de kat weigert nog langer op een vieze bak te ontlasten. Jongste dochter wil opgehaald worden bij opa en oma. Ondertussen is het een uurtje of vier en over een uur worden verwacht in een chinees restaurant want opa en oma B zijn 85.000 jaar getrouwd of zoiets. Manlief kreunt. Ik kleed me snel op, smeer wat extra deo onder de oksels, zorg dat het jongste kind er presentabel uitziet en kijk nog maar eens extra bij het oudste spruitje dat zielig in haar bedje ligt. ‘Wie moet er nu voor me zorgen’, vraagt ze en ze kijkt me met een smekende blik aan.

En daar begint mijn ergernis. Manlief is ook vader en lijkt het me, nu hij niet naar het etentje van zijn ouders kan, dat hij voor zijn kind zorgt. Zonder een gesprek te voeren zie ik aan zijn blik en hoor ik het nog meer aan zijn gekreun dat dit wel eens een probleem kan zijn. Dan haal ik de volgende anekdote uit mijn hoge hoed en zeg tegen hem: ‘weet je nog toen ik migraine had en kotsende in de wc op de vloer lag te janken en jij zei “ik ga werken, tot vanavond”, nou ik ga nu eten met jouw ouders en tot vanavond.’

Het etentje was geslaagd. De jongste heeft zich goed vermaakt en we hebben allemaal lekker gegeten. Bij thuis komst bleken de patiënten al weer wat opgeknapt. Dochter slaapt nu en manlief ligt op de bank. Vers gedoucht zoekt hij op Netflix naar een leuke film. Goed-maak-films zijn altijd het leukst. Nu maar hopen dat ik niet halverwege in slaap val.

 

Vrouwen

Toen ik drieënhalf jaar geleden vertrok naar een andere werkgever kreeg ik van zeven collegiale dames een lunch aangeboden. Dat was een enorme verrassing. We zaten daar bij elkaar en beloofden elkaar eeuwige trouw. Nou ja, in die zin dan dat we zeker twee tot drie keer per jaar elkaar zouden zien bij een lunch. Vandaag was het weer zover. Helaas lukt het vaak niet om met zijn achten bij elkaar te komen.  De samenstellingen wisselen, de eetgelegenheden wisselen, maar de verbondenheid en de afspraak voor het leven blijft.

Telkens kijk ik naar deze vrouwen en verbaas me over de enorme verschillen. We doen allemaal ander werk. Binnen de organisatie hebben we of hadden we allemaal een ander vakgebied. Ik ben vertrokken en één dame is tijdelijk met verlof en klust hier en daar wat bij, maar vooral in haar eigen huis en aan haar eigen zaak. We wonen allemaal verspreid, verkeren in verschillende leeftijdsfases en hebben bijna allemaal kinderen, maar dan weer in allerlei verschillende leeftijden. De verschillen zijn niet zo boeiend of misschien wel. We hebben altijd voldoende gespreksstof.

Wat we gemeenschappelijk hebben is levenslust. Ook weer allemaal op onze eigen wijze. We zijn positief ingesteld, hebben eenzelfde werkmentaliteit (niet zeuren, maar poetsen noem ik het maar) en we luisteren graag naar elkaars verhaal. Oprechte interesse. Dat is ontzettend mooi en daar ben ik dankbaar voor. Vrouwen kunnen elkaar zo veel bieden als ze open staan voor elkaar in plaats van elkaar te beoordelen op uiterlijkheden of andere onbenulligheden. Zodra jaloezie de deur uit is geschopt, kunnen vrouwen een bepaalde energie met elkaar delen en bij elkaar losmaken waar je heel lang op kunt teren. In ieder geval tot een volgende lunchafspraak.

IMG-20160522-WA0002

foto: Maaike Dekkers

Als het geluk op je neerstort
kun je het dan aan om het allemaal
op te vangen en te koesteren
misschien wel te delen

Als het geluk je te pakken krijgt
laat je jezelf dan inpakken
helemaal vertroetelen
met strikjes en slingers omhangen

Als het geluk je overvalt
zal je dan schrikken en met
wijd openstaande ogen het aanzien
en meenemen in je rugzak

Als het geluk de schaduw
vormt op de muur, het pad dat je bewandelt
achter je, voor je, opzij, laat je
dan het licht aanstaan.

Als het geluk er nu eens is
zie je het dan voor je, voel je
het in je neus, tintelt het in je ogen
brandt het tussen je tenen
houd je het in je armen
knoop je het in je oren of daartussen
prent je het in of uit en laat je het dan
weerkaatsen in het licht en weerspiegelen
in je glimlach en dat je rent met je haren los
totdat je niet meer kunt
buiten adem het laatste restje opzuigt
opkijkt en weet dat van dit alles
er in overvloed aanwezig is

Als het geluk je nu eens vraagt

Beoordeling

Mijn verhaal voor de eerste opdracht van de online schrijfcursus is beoordeeld. Het verhaal heet ‘De eerste stap’, en zo voelt het ook voor me. Ik vind het aan de ene kant best belangrijk om een reactie te krijgen van een ervaren schrijver, dichter en schrijfcoach en aan de andere kant ben ik ook nogal eigenwijs ingesteld en heb ik een bepaalde attitude die uitschreeuwt ‘en wie ben jij om te zeggen dat mijn schrijfsels niet goed zouden zijn’. Daarin zoek ik dus een balans, want ik ben echt niet zo overtuigd van mijn eigen schrijfsels dat ik tips van ervaren publicisten in de wind sla. Toch blijft het hier en daar knagen.

De reactie die ik op mijn verhaal heb gekregen is echt opbouwend, maar na het twee keer lezen van dit uitgebreide relaas heb ik het gevoel dat ze niet geheel eerlijk is. Mijn schrijfpotentie wordt niet belicht. De dame in kwestie heeft een vol A4-neergeschreven om het een en ander te belichten. Ze vindt de invalshoek die ik heb gekozen origineel. Daarnaast schrijft ze dat het perspectief voor verwarring zorgt. Dat begrijp ik wel. Ik schrijf vanuit het éne personage en dan weer vanuit de andere. Het verhaal heb ik goed afgebakend. Dit zijn allemaal punten waar ik iets mee kan, maar dan komt het. Mijn verhaal is snel dramatisch en door alles nog al aan te dikken wordt het een tikje cliché. Met pijn in mijn hart geef ik dit ruiterlijk toe. Ik weet dat ik dramatiseer. Ik lees te veel Jane Austen, denk ik. Ik houd van dramatiek, van heftigheid en van het benoemen van emoties. Volgens de coach is het principe “show, don’t tell”, van groot belang om een verhaal interessant te houden. Dit levert stof tot nadenken op. In een verhaal van maximaal 1000 woorden vind ik het lastig om in een verhaal wat te raden over te laten aan de lezer. Met andere woorden: wel het een en ander voorschotelen aan de lezer, maar niet zelf uitkauwen.

Ik begrijp wat de feedback-gever bedoelt, herken het, maar ben nog niet volledig overtuigd of ik dit advies over ga nemen. De vraag blijft in mijn hoofd hangen: wat voor schrijver ben ik? Ben ik een “over the top”-tiepje of doe ik door zo te schrijven mijn schrijfsel onrecht aan. Mensen die me kennen weten dat mijn humor ook redelijk dramatisch is, dat ik me graag volmondig en met veel doekjes omwonden uit, dus als ik zo ben, kan ik dan wel anders schrijven? Wil ik dat wel? Mijn gedichten zijn vaak ook diepzinnig, maar dat is niet wat ze bedoelt denk ik. Het gaat er om dat je de lezer zelf laat invullen. Nu ben ik zelf ook een lezer en vind ik het fantastisch als ik zelf kan invullen. Dat doe ik ook, ook al is het voor me ingevuld. Jarenlang las ik de boeken van Elizabeth George. Zij geeft in elk boek opnieuw een beschrijving van inspecteur Lynley. Een aristocraat met (let op) blond haar. In mijn hoofd heeft Lynley van het begin af aan zwart/bruin haar gehad. Elke keer als ik dat blonde haar voorbij zag komen dacht ik: ‘die Elizabeth, die snapt er toch niets van, Thomas heeft zwart haar’.

Ach ja, een beetje eigenwijsheid van zowel schrijver als lezer is zo gek nog niet. Op naar de volgende opdracht: poëzie.

Vasalis

Tijd

Ik droomde, dat ik langzaam leefde…
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen…
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote kerel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
-De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders start zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd…
Hoe kon ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

M. Vasalis (1940)