Laan

IMG-20160522-WA0004

Foto: Maaike Dekkers

In de laan,
mag je gaan,

zijn wie je bent,
ongeremd,

kin hoog opgeheven,
vier voluit het leven,

angsten vliegen omhoog,
geluk komt neer in een boog,

ik ren zo hard ik kan,
met jou in mijn ban,

samen trekken we er op uit,
leven voluit,

niet alleen nu, maar ook dan,
ik weet dat ik met jou kan,

laten we gaan,
door de lange zwierende laan.

 

Kaya

IMG-20160522-WA0005

Foto: Maaike Dekkers

Oneindig groter voel ik me bij jou,
gekoesterd en begrepen,
ook al zeg je niets,
doe je niets.

Het gras kan niet groener zijn dan bij jou,
het gevoel niet intenser zijn dan alleen,
als ik je kon beklimmen,
zou ik in je wonen,
dan vertelde ik je al mijn dromen,
vertrouwde je mijn angsten en zorgen toe,
en samen trotseerden we dan de wereld,
met opgeheven hoofd.

Maar in je klimmen kan ik niet, mijn benen dragen
mijn lijf niet, armen zijn niet lang genoeg,
lijf te kwetsbaar, dus blijf ik zitten bij jou,
zoek je elke dag op,
ook in mijn gedachten en dan weet ik
dat je armen mij zullen beschermen,
koesteren en troosten en de eenzaamheid
glijdt de aarde in, opgezogen door het groene gras.

 

 

 

 

 

 

Semih

IMG-20160522-WA0000

Foto: Maaike Dekkers

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet
en het is het kalme water
waarin mijn spiegelbeeld
mij kalmeert, sust
en vertelt dat het allemaal goed komt,
nu of morgen of in ieder geval
eens.

Ik voel, ik voel wat jij niet voelt
en het is de rust die in
mijn bleke tere lijf stroomt
na de stormen is het bloed
gekalmeerd, stroomt weer door
mijn aderen en ademt
het leven.

Ik ruik, ik ruik wat jij niet ruikt
en het is vrijheid,
verse grassprieten verstrengeld
door mijn vingers, het riet dat prikt
in mijn billen, schuurt hier en daar,
herinnert me aan de onschuld die
het zonlicht weerkaatst.

Ik hoor, ik hoor wat jij niet hoort
en het is …
geen buurman, boos bonkend op de muren
geen muziek midden in de nacht
geen vloeken, dreigen, tieren
alleen het zachte ruisen van de wind
volkomen natuurlijk stil.

Titelloos

Donkere ogen staren me aan,
een blik veelzeggend
of juist woordenloos, beeldloos,
ongrijpbaar in betekenis.

Wat wil je me vertellen,
over pijn of verdriet
over leven en lijden
over de groeven in je lijf
die geamputeerde delen
die verhalen meer dan je
in woorden kunt uitdrukken.

Je handen hoog in de lucht,
graaiend, grijpend,
hopend op de vlucht van het bitter,
de smaak van vervlogen tijden.

 

 

O

Als mijn inspiratie me tijdelijk heeft verlaten, even met de bus naar de stad is om nieuwe gedachten op te doen, dan zoek ik hulp en steun bij mijn boeken en dan in het bijzonder mijn gedichtenbundels. In de jaren heb ik er vele verzameld. Een zeer divers poëzie landschap binnen handbereik. Dan pak ik een bundel, zo maar willekeurig, blader er door heen en laat me mee sleuren in een wereld.

Vanavond kwam Jan Eijkelboom langs en greep mij door de titel van zijn bundel “wie niet vlucht raakt ingedut”. Mooi.

Mijn oog valt gelijk op het volgende gedicht, genaamd O.

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
of wel een warmlief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als wat het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

O, klonk het nog eens ongehinderd.

Een ode aan de O. Fantastisch. Elk woord hierna dreigt afbreuk te doen aan het gedicht. Dus verzucht ik: Ooooooo.

 

 

 

 

 

Stilte

Het is stil,
gewenst en bevreesd,
de vogels fluisteren bedeesd.

Zie haar daar zitten achter die computer
de vingers slaan de toetsen aan,
woorden vormen zinnen en dan is het abrupt gedaan.

Stilte wordt verstoord,
zich van geen kwaad bewust zit zij daar,
dromend van de stilte, zo onbereikbaar.

 

 

 

 

Vuur

Een straal licht werpt een zachte gloed door de gang.
Blonde lokken wapperen achter haar aan.
Tred is vastberaden en haar gezicht engelachtig.
Voorspoed staat met grote letters in de wolken geschreven.

Buiten om de hoek ligt op de loer de regen
die binnen korte tijd omslaat in de drup.
Het gevecht tussen het licht en de uit de hoek
verschenen schaduw is begonnen.

Wie viert de zege?
De eerste slag wordt uitgedeeld,
woorden vormen de gedachten en draaien
uit de schaduw springen ze omhoog, zoekend naar het licht.

De kracht van het donker is te sterk.
Het licht dooft en voelt zich verslagen,
maar uit onverwachte hoek wordt
een lucifer afgestreken, zacht en puur.

De uitgebluste kaars laat zich welwillend ontsteken.
Heel voorzichtig begonnen aan de jacht,
verjagen van de treurigheid die haar gezicht
kortstondig, maar vastberaden heeft getoond.

Met overtuiging staat zij fier,
laat haar blonde lokken in het licht wapperen.
Aan haar stand is zij verplicht vooruit te marcheren
en nooit meer het vuur te laten doven.

 

 

 

 

Verder

De dag is lang
de zon staat hoog
niet eerder gezien
dat de wereld boog

anders kijken maakt
de kleuren bonter
vormen verschijnen
gepraat in de diepte

inhoud gaat over in vorm
steeds in beweging
stop niet nu ik je vraag waarom

geef ook geen antwoord

laat de vraag er maar zijn
morgen is de dag korter
trek ik weer verder.

Ei

Zwart-wit bestaat niet
gedachteloos staren naar een scherm
het leven leeft niet
mag ik wat zout voor mijn ei
de banaliteit van een vraag
leeft de vraag

sporen raken soms bijster
boeit me niet
raakt me niet meer
want de zon laat alles sidderen
het ei bakt aan

verschroeide verzwaarde lucht
aarde zwart en rafelachtig rauw
handen koud en toch ook heet
verbrand ei in de wasbak

nu neerzitten met die pakken
maakt alles verwarrend
toch maar weer een ei proberen

in de pan gehakt
de clichés afgeworpen

doorbakken wit-geel, wat een bestaan.