Energie

Vandaag was ik weer aan het werk gegaan. Na een week thuis zitten met veel tranen vond ik het weer tijd voor een andere omgeving. Het fijne van je zelf even helemaal afsluiten is dat je weer met je beide benen op de grond staat. Dus toen ik vanochtend de eerste werkperikelen voorbij zag komen was mijn eerste gedachte: “Ach, waar maken we ons toch zo druk om.” Dat geeft ruimte en lucht. Ik merk dat een verlies van een dierbare alle energie in je lijf opslurpt en dat voor de categorie onzinnige zaken mijn energieloket tijdelijk gesloten is. Dat is wel eens fijn.

Na verloop van tijd verlies ik me vast wel weer in allerlei onbenulligheden waar ik me dan weer enorm over ga opwinden, maar voor nu heb ik daar dus geen ruimte voor. De vraag komt dan wel op: waarom zou je op het moment dat je energievoorraad goed gevuld is en je verder geen noemenswaardige ingrijpende zaken in je leven hebt, je zo druk maken om die collega die niet meewerkt, of die baas die nooit vraagt hoe het met je gaat of dat glas dat omvalt of die poes die in je benen hangt omdat hij een leuk wiebelig touwtje aan je broek ziet of die man die zijn sokken niet opruimt of die buurvrouw die altijd te laat op een afspraak komt of de kapper die alleen maar roddelt over anderen waardoor jij weet dat als je je kont hebt gelicht zij ook over jou gaat kwaadspreken of dat gezeur op tv over het weer? Waarom doen we dat? Waarom steken we energie in dingen of mensen die alleen maar bezig zijn die energie op te slurpen?

Ik doe het vanuit plichtsbesef, vanuit mijn opvoeding “zo hoort het” of om “de lieve vrede te bewaren” of vanuit sociaal gewenst gedrag. Ik ben geen socioloog, maar ik denk dat we ons druk maken om niets om op een bepaalde manier grip op de wereld te houden en verbinding met anderen te zoeken die zich herkennen in jouw drukdoenerij.

Wat ik heb geleerd uit de strijd die Marlies heeft gevoerd is dat er slechts een aantal mensen zijn die jouw liefde en volledige energie waard zijn. Velen zijn passanten. Daar is niets mis mee, maar dan moet je wel accepteren dat het passanten zijn en niet vasthouden aan iets wat er niet is. Sommige zaken kun je zelf veranderen door er anders naar te kijken. Alles wat je aandacht geeft, groeit zegt Boeddha. Sta je positief in het leven dan zal de aandacht die je geeft aan positieve zaken ervoor zorgen dat je meer positieve zaken aantrekt. Voor een groot deel is dat een keuze. Hoe ik naar die collega of baas kijk, kan ik veranderen. Daar heb ik invloed op. Het blijft een momentopname en niet altijd even makkelijk. Waar het volgens mij omgaat is dat je vooral jezelf niet verliest door teleurgesteld te raken door het gedrag van anderen en dat je op de juiste wijze voldoende energie overhoudt om de wereld aan te kunnen met alles wat daarbij hoort, zinnig of onzinnig.

Fantasie

Vriend C heeft twee loodsen gevuld met pure schoonheid. Allemaal bijzondere voorwerpen met een verhaal. Als ik ronddwaal in zijn loods verlies ik mezelf altijd in een foto of een beeldje of een vaas of een schilderij of een lamp of een bordje of een steen of een sieraad…nou ja, te veel om op te noemen.

Vorige week vond ik twee zwart-wit foto’s bij hem. Ze zaten in een klein doosje. Beide foto’s dateren uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Zo langzamerhand al bijna 90 jaar oud. De eerste foto laat drie mensen zien die, volgens het achterschrift, een uitstapje maken. De andere foto laat een dame zien die poseert voor de camera. de foto is gemaakt in een echte studio. Ik ga hier nog niet verklappen wat er nog meer op die foto’s staan, maar ze intrigeren me mateloos. Wie zijn deze mensen, waar komen ze vandaan, hoe stonden ze in het leven, wat dachten ze? Ga zo maar door. Mijn fantasie slaat op hol en dat is goed, want na een ingrijpend verlies is het goed om te ervaren dat fantasie ervoor kan zorgen dat je lichaam weer energie krijgt. Het is fijn om te voelen dat schoonheid me nog raakt. Dat ik dus niet ben afgestompt door het verdriet. En hoe fijn is het dan dat je gewoon een persoonlijke leverancier hebt van die schoonheid.

Dus C, mocht je dit lezen, je bent van onschatbare waarde voor mij en velen die zich graag omringen in de schoonheid die jij levert. Bedankt daarvoor.

Varen

Ik vind het elke keer weer vreemd om oog in oog te staan met de dood. Wat is dat nou precies, dood? Ik vind het ook een vreemd woord dood. Twee d’s en twee o’s. D.O.O.D. We geven betekenis aan de dingen die we meemaken door er woorden aan te geven. We proberen concepten te vangen door zinnen te construeren, maar voor mij schiet dat momenteel allemaal te kort. De dood, het verdriet, het zit in mijn huid, hangt als een bal in mijn maag en prikt in mijn ogen. Het is een allesoverheersend gevoel. Het neemt alles in beslag. Mijn eten smaakt anders, het licht buiten is anders, muziek klinkt anders.

Alles wordt afgezwakt en bedekt met een dunne grijze sluier. Dit gevoel blijft niet eeuwig, dat weet ik wel. Maar ik was vergeten hoe alles absorberend dit gevoel ook al weer is. Dat het je zo in zijn greep houdt en je dagen vult. Goedbedoelde adviezen zoals: je moet er doorheen of misschien moet je je zinnen verzetten, sla ik in de wind. Er is niets dat helpt op dit moment behalve voelen. Dat betekent dat de dag er wisselend uit kan zien: een lach kan zomaar omslaan in een traan. Prima.

Voelen, ademen, rust en alleen dat doen wat mijn diepste zelf me ingeeft is wat ik moet doen. Ik schrijf expres ‘moet’, want het is belangrijk om dit proces niet te forceren en op mijn gevoel te varen. Zo vaar ik vanzelf weer rustig vaarwater op.

Uitvaaart

Vanmiddag was de uitvaart van Marlies. Al twee dagen had ik een zeurende hoofdpijn en veel onrust in mijn lijf. Het einde is zo definitief. De dood zo verschrikkelijk onomkeerbaar. Ik was gevraagd een gedicht voor te dragen. Een gedicht dat ik al lang geleden had geschreven en naar Marlies had gestuurd. Het kon haar goedkeuring dragen. Wat een eer.

De uitvaart was volledig onder haar regie georganiseerd. Wie wat zou zeggen, wanneer welk muziekstuk gebracht zou worden en welk gebed er voorgedragen zou worden.

Het was indrukwekkend. De witte kist werd door haar broers naar binnen gereden en tranen spoten werkelijk waar uit mijn ogen. Daar liepen die grote mannen, gestoken in keurige pakken, hun kleine, jonge zusje naar haar laatste rustplaats te begeleiden. Onderwijl klonken de tonen van de muziek die ook de film Intouchables mede kracht gaf en kwamen er op een groot doek foto’s van Marlies langs. Als baby, tiener en jonge vrouw. Ook foto’s van de periode dat ze ziek was en steeds verder achter uit ging en ik staarde naar haar en voelde haar glimlach. De energie spatte er van af.

De dienst stond bol van mooie woorden en muziek en dus ook heel heel heel veel tranen. Mijn handtas zat vol zakdoekjes en ik voel nu nog steeds dat de sluizen niet helemaal dicht zijn. De tranen zitten zo dicht op de oppervlakte, omdat het verdriet, het gemis, de boosheid over de onrechtvaardigheid nog zo dicht op mijn huid zitten.

Nu is het stil en is het in het huis van Marlies nog stiller. Een man, een zoon en een dochter laat ze achter. Mensen die jarenlang voor haar gezorgd hebben, die het verloop van haar ziekte van dichtbij hebben meegemaakt, die elke stap achteruit hebben geobserveerd, die met haar in een cocon hebben geleefd de laatste weken en nu, nu is het stil. Haar zus vertelde dat ze heel veel belden met elkaar en vooral als de eerste sneeuw weer viel. Zij zal aan Marlies denken als de eerste vlok naar beneden valt. Ik zal aan haar denken, elke keer als ik Ikea binnen stap, als ik een nieuwe sjaal koop, als ik boos ben op mijn moeder en dat niet meer met haar kan delen, als ik mijn ogen sluit. Heel stil, denk ik aan haar.

Rouw

Ik heb op internet gezien dat er talloze boeken geschreven zijn over rouw. Dat er stadia zijn die je doorloopt als je iemand verliest. Daar zal vast wel iets in zitten, een kern van waarheid, maar in mijn hoofd gaat het van bla bla bla. Iedereen ervaart rouw toch op zijn eigen manier. Daar zijn geen regels voor of wetten. Daar moeten we trouwens toch eens mee ophouden. Ik bedoel daarmee: ophouden met alles in regels en wetten te vatten. Een over gecontroleerd en gereguleerd leven maakt dat we gaan vastzitten in een keurslijf, dat we stijf worden en oordelen over diegenen die zich niet laten vangen in zo een lijf.

Ik heb op mijn manier afscheid genomen. Ik heb afscheid genomen van een levende ziel, die ik recht in de ogen keek en waar ik de laatste hartkreten mee deelde. Ik ga niet zitten naast een kist waar een zielloos lijf, een leeg omhulsel ligt en dan uitroepen: “Oh wat ligt ze dr toch mooi bij. Echt vredig.” In mijn leven heb ik een paar dode lichamen mogen aanschouwen en ik heb er nooit eentje mooi bij zien liggen. Het tegenovergestelde juist. Grauw, zielloos, te veel make-up, raar haar etc. Maar nooit mooi.

Vandaag kwam de rouwkaart binnen. Het is vreemd hoe dit soort momenten me aan het denken zetten hoe ik het zelf wil. De kaart laat een opgaande of ondergaande zon zien. Mooie foto wel, maar vanuit fotografisch oogpunt niet fantastisch. Er staat een stukje boom misplaatst op, alsof deze nog van de foto gesneden moest worden. De woorden die simpelweg de aarde kleuren raken me: “Mijn dag was mooi, de nacht mag komen.”

Dat vind ik mooi. Deze vrouw heeft tot het einde de regie in handen gehad. Ze kon er niets aan doen dat ze ziek werd, maar hoe ze haar ziekte droeg en hoe ze naar het einde leefde, had ze wel in de hand. Haar laatste woorden geven de kracht van de vrouw weer. Ze vertellen mij dat het goed was. Dat geeft mij zo veel meer troost dan te kijken in een kist naar een leeg lijf.

Hoe

Hoe dicht je over de dood
als de dood zo dicht op je zit
als hij de dag vult en
de nacht leegzuigt

Hoe leef je verder
als een stukje vergaan is
als de smaak van fruit
wrang en bitter is geworden

Hoe geniet je weer van kleine dingen
als het grote verdwenen is
als waar het omgaat
afbrokkelt en uiteen valt.

Hoe neem je afscheid van een leven
als het leven je elke dag weer welkom heet
als de zon gewoon opkomt en de
regen ook nu op je neerdaalt.

Hoe dicht je over de verloren liefde
als de liefde nog zo dichtbij is
als het afscheid en de dood niet bestaat
hoe doe je dat…

 

 

Surrealistisch

Gisteren zat ik te zappen en stuitte op een blote piemel waar een lange naald in werd gestoken. De eigenaar was niet tevreden met het formaat van zijn geslacht, dus er werd vet ingespoten om zijn kleine trots 2 cm dikker te laten worden. Hij had zijn apparaat hard nodig, aangezien hij per dag 5 keer zijn functie moest uitoefenen.
Deze scene zag ik ongeveer een uur nadat ik afscheid (voor de tweede maal, maar nu definitief) had genomen van een geliefde die al bijna zes jaar vecht tegen de gevolgen van ALS.

Ergens in mijn hoofd ontstond kortsluiting. De beelden die op mij werden afgevuurd spoorden niet met de hevige emoties die ik net daarvoor had beleefd en waar ik nog van aan het bijkomen was.

Afscheid nemen van iemand die enkele jaren ouder is dan ikzelf en die vol bewustzijn het einde tegemoet gaat is surrealistisch. Het is niet te bevatten met dat kleine brein waarmee wij mensen gezegend zijn. Opeens moest ik denken aan de schilderijen van Salvador Dali. Op die doeken gebeurt veel en dat wat er gebeurt spoort niet met je verwachtingen. Het gaat in tegen alles wat je kent, wat je verwacht, wat hoort. Zo zie ik dit afscheid ook. Zo een jonge vrouw hoort niet een ziekte zoals ALS te krijgen. Een ziekte zoals ALS, waarbij je lichaam langzaam wordt gesloopt terwijl je geest tot de laatste ademteug helder blijft, hoort überhaupt niet te bestaan. Afscheid nemen van een geliefde die naast je zit en je indringend met haar bruine ogen aankijkt hoort niet, zeker niet als ze daarna nog drie dagen leeft voordat ze gaat hemelen. Het past allemaal niet. Ook niet dat je in je piemel vet laat spuiten. Als de natuur jou had willen zegenen met een grotere, langere of dikkere piemel dan had je die wel gekregen.

Al deze dingen passen, zoals de elementen van Dali die hij een op een doek samenbrengt, niet bij elkaar, maar toch vormen ze één geheel. Het leven. Het leven is soms niet te vatten, wat er gebeurt niet rechtvaardig en al helemaal niet eerlijk. Dus ik kijk er naar, wees me ervan bewust en ga door met ademen. De wereld draait door en wij draaien mee, gelukkig nog niet door.

Creatie

mw-modigliani_naakt

Het schrijfweekend heeft veel inspiratie losgemaakt en creaties voortgebracht. Onder het genot van schrijfcake, een prachtige omgeving en sympathieke medecursisten ontstond er onder de nodige tijdsdruk -het regime was strak en streng- mooie dichtsels.

Eén van de opdrachten was: maak een zintuiglijk vrij vers naar aanleiding van een kijkherinnering. Twee strofes lang en de tweede strofe moest beginnen met ‘Hoe schilder je’.

Het navolgende gedicht heb ik gemaakt en voorgedragen. Na gekregen feedback heb ik het aangepast en dit is het geworden:

Zittend naakt

Lang duurt het voordat ik je echt zie
verbonden voel ik me met je
je naaktheid daagt me uit
die borsten zo vol en sappig als vruchten die
zowel verleiden als voeden, met nonchalant
een doek op je schoot geworpen.

Hoe schilder je een wezen op een doek van 60 centimeter
hoe vang je de essentie van deze vrouw
terwijl zij eenzaam hangt, de blik in haar
ogen verraadt het antwoord
jij kijkt niet naar mij, ik doorgrond jou
hoe schilder je dát.

 

 

 

Maria

Ik lees op het moment het boek “Volgens Maria Magdalena” van Marianne Fredrikson. Deze Zweedse auteur verdiept zich in de evangelie volgens Maria Magdalena. De boodschap van Maria dus die ze van Jezus heeft gekregen.

Ik heb geen religieuze achtergrond, heb thuis echt helemaal niets van welke vorm van religie mee gekregen en voel me altijd een beetje onkundig als het gaat om godsdienst. Op later leeftijd heb ik me wel verdiept in het Christendom, de Islam en het Jodendom, ook het Boeddhisme (waarvan wordt beweerd dat het geen godsdienst is, want er is immers geen God die aanbeden wordt) heb ik belezen. Nooit beleden. Mijn oma was katholiek en had een prachtig beeld van Maria Magdalena in haar woonkamer staan. In haar laatste appartement had ze niet zo heel veel ruimte, maar er werd altijd gezorgd voor een mooi plekje voor Maria. Haar handen in gebed gevouwen en blik naar beneden gericht, maakte dat Maria op mij een nederige indruk maakte. Zelf heb ik ook twee mooie Maria’s in huis. Zij geeft me, los van de godsdienst, altijd een vredig en kalm gevoel.

Nu lees ik dus dat boek en ben ik opeens gegrepen door die vrouw. De auteur geeft prachtig, zonder te oordelen en te moraliseren, hoe anders de wereld er uit had gezien als de mensheid (ik moet mijzelf hier corrigeren: de manheid) naar deze bijzondere leerlinge van Jezus had geluisterd. Of God nu wel of niet bestaat, daar gaat het nu niet om. Ik ga er wel van uit dat er ooit een man is geweest die de liefde heeft gepredikt. Hij heeft heel veel verteld en uitgedragen dat door anderen is gehoord en opgeschreven. Maria was een vrouw die in zijn nabije omgeving verkeerde en die dus zijn “lessen”, zijn evangelie heeft gehoord. Zij heeft dat gedeeld met andere volgelingen, mannen en die hebben haar voor gek verklaard. In die tijd had de vrouw geen stem. Wat zij zei was hysterie en kon onmogelijk geloofd worden, aldus de heersende testosteron gedreven opvatting.

Diep van binnen raakt dit verhaal me omdat ik voel dat het klopt. Lange tijd hadden vrouwen geen stem en zelfs vandaag de dag leven er vrouwen in deze wereld die hun mond gesnoerd worden. Hoe anders zou de wereld er uit zien als hun stem meetelde? Hoe anders zou de wereld eruit zien als niet alles ging om macht en ego? Nu wil ik niet beweren dat vrouwen niet machtslustig kunnen zijn of een ego kunnen hebben, sterker nog het is niet zo erg om een ego te hebben, maar de zachtheid die de vrouw ook in zich heeft, is naar mijn mening het medicijn tegen alle haat en geweld. Duizenden jaren geleden zag men dit al en werd deze boodschap, zelfs door een man, breeduit verkondigd. Waarom zijn dan al die vrouwen op heksenstapels verbrand of in de zee gedonderd met kilo’s stenen aan hun voeten? Waarom bekleden vrouwen geen hoge posities in de kerk? Waarom mogen vrouwen geen deel uitmaken van de Vrijmetselarij? Waarom mogen vrouwen niet zelf een auto besturen zonder man naast zich? Waarom hadden en hebben vrouwen een mannelijke chaperonne nodig als ze op straat lopen? Waarom moeten vrouwen zich bedekken?
Daar staat dan weer tegenover dat vrouwen de kinderen baren. Waarom zijn zij toegerust met zo een belangrijk orgaan als ze er niet toe doen? Als hun mening niet telt?

Ik weet het niet, mag ik gissen naar het antwoord? Is het omdat iedereen (vooral de mannen) weet dat de wereld balans nodig heeft, dat het goddelijke (wat dat dan ook is) in ons allemaal zit, dat we zowel mannen als vrouwen nodig hebben, dat we allemaal man en vrouw zijn, dat het draait om liefde voor alle wezens en dat vooral vrouwen in staat zijn deze liefde onvoorwaardelijk te geven en dat dit zo beangstigend is voor de altijd overheersende mannelijke orde dat de dames de mond gesnoerd wordt, want anders zou er misschien wel iets kunnen gebeuren waardoor de mannen de controle verliezen. Maar ja, ik weet het ook niet. Ik ben maar een vrouw die af en toe een inspirerend boek leest.

Sigaret

Mijn oma overleed in 2010 op 86-jarige leeftijd terwijl ik zwanger was van onze oudste dochter. Ik zat aan haar bed en hield haar hand vast. Haar ogen grepen mijn blik en ze keek me indringend aan. Na een kneepje in haar hand en wat woorden die ik in haar oor fluisterde, zag ik haar ziel vertrekken. Ik zag letterlijk dat ze haar laatste adem uitblies en voor een moment was het zo stil. Zo stil had ik het nog nooit meegemaakt.

Ik denk bijna elke dag aan oma. Vooral haar levenslust en humor zorgen ervoor dat dagelijks een glimlach op mijn gezicht verschijnt. Oma was een verstokte roker, maar wel eentje die van elke sigaret genoot. Ze rookte bij voorkeur menthol sigaretten en stopte als extra boost een mentholsnoepje in haar mond als ze nonchalant, maar toch charmant haar sigaret opstak. Bij voorkeur vroeg ze een vuurtje, want dan maakte je gelijk contact. Ik vond dat roken van oma fascinerend. Ze blies de rook niet alleen door haar mond uit, maar ook door haar neus. Als kind vond ik dat fantastisch. Oma was eigenlijk een soort draak. De as tikte ze altijd net op tijd af. Een lange pegel bungelde en elke keer kwam het moment: zou hij vallen of niet. Maar oma had controle, wist wat ze deed en was ervaren. Zij zorgde ervoor dat de pegel viel wanneer hij moest vallen. Niet eerder en zeker niet later.

Later heb ik menig sigaret met haar opgestoken. Toen ze overleed en ik een kind kreeg was de aantrekkingskracht van een sigaret totaal verdwenen. Voor mij hoefde het niet meer. De schoonheid was er van af. Ik vond vandaag een aanzet voor een gedicht dat ik na haar dood had gemaakt. Ik las het en herinnerde me gelijk het moment weer:
Oma verloor veel bloed en haar lichaam kreeg het niet meer voor elkaar reserves op te bouwen. Dat betekende dat ze regelmatig een bloed transfusie nodig had. Ze begon af te taken, werd warrig, at niet meer veel en de levenslust begon te verdampen. Ik zou haar naar de Eerste Hulp brengen. Maar voordat we gingen zei ze: ‘Lief kind, laten we eerst even een sigaretje roken voordat we gaan, dan hebben we dat toch maar weer lekker binnen.’

Sigaret
Vandaag begin ik met het einde,
moe gestreden en eenzaam
met opgeheven hoofd trek ik
mijn schoenen aan en pak mijn
tas, voor de laatste keer
zakdoek mee, ondergoed, pon,
badjas en jou in gedachten
voordat we gaan nog even
nog even zitten, naast elkaar
op dat kleine rode bankje
dat nooit lekker heeft gezeten
maar nu geniet ik nog meer
met jou en mijn laatste
allerlaatste peukie.