Oma

Bloemen overal,
op het behang, het theekopje
en in je penseel

Gezeten op de bank
mijmerend over toen
en over hem

Hij die te vroeg vertrok
achterlatend
dat wat had kunnen zijn

Op je stoel bezie je
de wereld vanuit
al je ervaringen

Het geluid van de bommen
de geur van armoede
een litteken op je borst

Verminkt en trots
al die verhalen
maken me aan het lachen

Ook voel ik je tranen
ze glijden van binnen
door me heen

Het gat in je ziel
kan ik niet vullen
hij zal altijd tussen ons in staan

 

 

 

Happinez

Zaterdag kwam de 100ste editie van de Happinez binnen. Ik zag de postbode langs het raam lopen. Ze had een paar folders en een wat dikker pakket in haar handen. Ik hoorde een zware boink in onze postbus en rende daar naartoe. Yes, de Happinez zat tussen de folders en een rekening. Die gooide ik opzij en maakte snel de folie los van het tijdschrift. De 100ste editie en ik heb een abonnement vanaf editie 2. Het eerste nummer verscheen in 2003. Toen zag mijn leven er helemaal anders uit. Ik werkte als jurist voor de rechtbank in Middelburg. Ik had nog geen kinderen. Manlief en ik waren al wel wat jaartjes samen en woonden in ons eerste koophuis (om de hoek van waar we nu wonen). In dat jaar besloten we ook om te trouwen. We hadden een hond en twee poezen. Mijn oma leefde nog, net zoals een paar vrienden en andere familieleden. Mijn zus was nog maar 13 jaar en kwam heel vaak logeren, een soort weekend-omgangsregeling.

Was ik toen eigenlijk happy? Niet volledig. Ik had nog veel onverwerkte angsten en boosheid en pijn. Ik worstelde nog erg met mijn identiteit en wat ik nu precies wilde van dit leven. Allemaal levensvragen teisterden me en zorgden ervoor dat ik naast pieken ook behoorlijk zwarte en diepe dalen kende. Niet de hele tijd natuurlijk, maar wel zeer regelmatig. De boosheid at me van binnen op.

Een collega attendeerde me op een nieuw tijdschrift. Het zag er mooi uit en de titel sprak me gelijk aan. Een tijdschrift over geluk, de zoektocht daarnaar toe en spiritualiteit, maar dan op een toegankelijke eigentijdse manier gebracht.

Het eerste exemplaar kocht ik en daarna nam ik gelijk een abonnement. Nu zijn we aanbeland bij nummer 100 en wat is er veel veranderd in mijn leven. Ik voel me rustiger en meer op mijn gemak bij wie ik ben. Ik ken mezelf en voel liefde voor mezelf. Ik ben getrouwd, heb twee mooie kinderen en leuke vrienden. Ook ben ik gezegend met een gezond leven. Manlief en ik vinden elkaar nog steeds lief. We wonen fantastisch en voelen ons elke dag dankbaar voor alles wat we hebben, materieel, maar nog meer immaterieel. Ook dank ik Happinez voor alle wijsheid, inzichten en mooie reportages. Telkens leer ik weer en ontwikkel ik. Mijn eigen pad heb ik gevonden.

Wat is geluk? Voor mij is dat elke keer weer anders: een schaterlach van een kind, een scheet van een kind in bad, een kop thee, het bekijken van een schilderij, een wandeling met Annie, een film kijken met mijn lief, een kaars, een stuk chocolade, chicken yassa, een warm dekbed, een goed boek, een fijn gesprek, een compliment, een compliment geven, een bos tulpen, warme voeten, een mooie jurk, een onverwachts cadeau, de eerste lente zonnestralen op mijn gezicht, een boswandeling, keihard meezingen met Janis Joplin, dansen, kleuren, schilderen, schrijven, dichten, stilte, rust in mijn hoofd en natuurlijk elke keer weer: de Happinez in de bus.

Boek

Wanneer komt het boek over mijn oma? Een vriendin en ik zijn uit eten. We praten over van alles en nog wat. Geen onderwerp te dol of te bont voor ons en dan kijkt ze me opeens met haar diepliggende blauwe ogen aan en vraagt: hoe gaat het met je boek?

Pijnlijk. Nou ja, steeds minder.

Maar het eindresultaat. Het boek is er niet. Nog niet. Ik heb versie na versie geschrapt, weggegooid en vervloekt. Dan is het de vorm. Dan zijn het de details. Dan is er die pijn. Elke keer weer wat. Excuses genoeg. Ligt het aan het verhaal? Nee, zeker niet. Mijn oma heeft een boeiend en bijzonder leven achter de rug. Is het dan de tijd? Heb ik geen tijd om te schrijven? Onzin, er is altijd tijd. Als ik voor de tv kan hangen, kan ik ook schrijven. Is het dan een gebrek aan visie? De lijn van het verhaal? Nee, ook niet. Ik weet wat ik wil schrijven en hoe. Ligt het dan aan mijn schrijfkwaliteiten? Ik pretendeer geen hoogstaande schrijver te zijn, maar een verhaal over mijn oma voor persoonlijk gebruik dat moet me echt wel lukken. Wat is het dan?

Als ik denk aan het verhaal, aan het boek, dan krijg ik ook gelijk zin in een slagroomtaart of in repen Tony’s of aan paprikachips. Hmmm, ik zie en voel een verband. Ik vind het gewoon moeilijk om te beginnen. Moeilijk om mijn overleden oma teleur te stellen, terwijl ik haar dat hele dagen al doe door juist niet te beginnen. En een grote angst, angst voor de pijn van haar verhaal, het gemis van haar en angst dat ik het toch niet kan. Ik kan de belofte niet nakomen en daar heb ik veel moeite mee, want één van mijn principes is: als je iets beloofd dan kom je dat na!

Ik weet verstandelijk dat ik het mezelf heel moeilijk maak. Dat ik gewoon moet doorademen en beginnen, maar het voelt zo anders. Zo gaat het vaak in mijn leven. Ik weet met mijn hoofd van alles en nog wat, maar mijn gevoel vertelt me een ander verhaal. Die twee moeten nodig eens met elkaar op vakantie. Dan kunnen ze elkaar (nog) beter leren kennen en zien dat als ze samenwerken ze zoveel sterker zijn en staan dan alleen. Wie weet schrijven ze samen wel een boek.

Richting

Er zijn mensen in mijn leven die daar richting aan geven. Ze weten niet dat ze een grote mate van invloed op mijn ontwikkeling, geluk en zijn hebben. In het verleden was dat een docente Nederlands. Zij zorgde ervoor dat ik van een onvoldoende voor Nederlands opeens een voldoende stond zodat ik eindexamen mocht doen en niet in de beha-fabriek in de buurt hoefde te gaan werken. Later volgde er nog een docente (weer een vrouw trouwens) die me inspireerde om rechten te studeren. De eerste rechter waarmee ik werkte was een genie. Ik bewonderde hem om zijn kennis en wijsheid. Twee zaken die echt wel van elkaar verschillen en hij bezat ze allebei.

Ook mensen die meer in mijn privésfeer verkeren kunnen diezelfde vorm van invloed of inspiratie op me hebben. Dan begin ik natuurlijk met mijn man. Hij heeft me veel geleerd over zachtheid. Hij heeft me voorzichtig de richting van de zachtheid ingeduwd. Mijn kinderen inspireren me iedere dag. Ze spelen, voelen, zijn eerlijk en genieten van alles waar ze mee bezig zijn. Heel mooi om te zien en daar telkens een klein graantje van mee te pikken is heerlijk. Ik ben dan wel officieel volwassen, maar de kinderlijke onschuld is toch iets waar (volgens mij wij allen) ik af en toe naar verlang. Ik heb ook twee vriendinnen die al wat ouder zijn en me laten zien hoe je ook een voorbeeld kunt zijn voor je kinderen. Die de warmte uitstralen waar we allemaal in onze moeder naar op zoek zijn en ik schromelijk tekort kom.

Op dit moment ervaar ik hoe het is als een leidinggevende je in je functie belangrijk maakt. Dat je gezien en gewaardeerd wordt. Ik merk aan mezelf dat dit heel veel met me doet. Ik voel me verantwoordelijk, maar zit ook beter in mijn vel waardoor ik nog net een stukje harder (kan bijna niet) ga werken. En dan speelt er op dit moment nog iemand een rol die me stimuleert en inspireert: Pablo Picasso. Een bijzondere man die de wereld op zijn kop heeft gezet met zijn kunst en die een bevlogen privé leven erop na hield. Een man met een visie. Hij leert me anders kijken. Wat zie je nu eigenlijk als je kijkt? Vaak zie je dat wat je kent, maar wat nu als je iets ziet dat je niet kent? Hoe verwarrend is dat? Of hoe mooi? Niets is wat het lijkt en dat hoeft ook niet. Ga eens van dat gebaande pad af en wandel eens door het niets. Jeroen Krabbé is een meesterverteller en maakt dat het hart van mijn oudste dochter sneller gaat kloppen. Samen kijken we naar het programma: Krabbé zoekt Picasso. ‘Wat kan die meneer mooi vertellen, he mam? En wat is Parijs mooi en die schilderijen zo bijzonder. Ik begrijp het niet zo goed, maar ik kijk er wel graag naar.’

Ziehier de weg die inspiratie heet. Meer hoef ik toch niet te schrijven?

Afleiding

Er is een week voorbij sinds ik mijn openhartige blog heb gepost over mijn gewicht en de negatieve gevoelens die ik daar bij heb. Ik wil daar van af. Niet van die blog, maar van die gevoelens natuurlijk. Dat betekent niet dat ik alleen maar sla ga eten en ook niet dat ik streef naar een maat 36, maar een acceptabel zelfbeeld dat is al pure winst. Ik wil kilo’s kwijt raken en daar moet ik iets voor doen. Meer bewegen en minder snoepen. Hoe simpel kan het zijn.

Makkelijk gezegd dan gedaan. Wij allemaal leven in bepaalde patronen. Patronen die je mee hebt gekregen van vroeger of die je naar gelang het volwassen worden zelf hebt geconstrueerd. Om een patroon te doorbreken heb je wilskracht nodig en hulp. Hulp in de vorm van inzicht en steun van een geliefde bijvoorbeeld. Met dat inzicht zit het redelijk goed (ik weet waar de eetbehoefte vandaan komt) en de steun heb ik ook in mijn broekzak zitten, maar dan die wilskracht. Wat is het moeilijk om die obsessieve gedachten over eten stil te krijgen. Mediteren helpt me niet meer. Ik heb lang geprobeerd om de gedachten te verdrijven door stilte te zoeken. Dat lukt dus niet. Nu gooi ik het over een andere boeg. Het sleutelwoord is: afleiding. Telkens als ik honger begin te krijgen of een snaai-moment voel aankomen, ga ik iets doen. Vandaag heb ik onder andere boodschappen gedaan, getankt, de krant gelezen, de badkamer gepoetst, de slaapkamer opgeruimd en gepoetst, boven stof gezogen en beneden ook, mijn servieskast opnieuw ingericht, gelezen in mijn boek, 45 minuten gewandeld, kinderen uitleg gegeven over Pablo Picasso, paprika’s gesneden, kat Tinus bijna zijn nek omgedraaid, boeken naar zolder gebracht en deze blog geschreven. Oh ja en ook nog een gesprek gevoerd met manlief en samen gedineerd.

Allemaal leuk en aardig die afleiding en ik ga ervan uit dat de kilo’s er af vliegen, maar voor nu kan ik alleen nog maar zeggen dat bovengenoemde lijst me helemaal uitput. Misschien is dat dan wel het geheim van afvallen. Na een dag als vandaag spring ik op de bank en ben te moe om naar de voorraadkast te lopen om chips te pakken.

Humor

Je hebt veel verschillende vormen van humor. De zachtaardige onschuldige humor van André van Duin, de hysterische humor van Bert Visser, de subtiele eindeloze gerekte humor van Brigitte Kaandorp, de snelle agressieve vorm van Dolf Jansen, de taalspelletjes van Herman Finkers, de politiek getinte verhalen van Youp van ’t Hek en de absurdistische -geen touw aan vast te knopen- humor van Hans Teeuwen.

Ik kan alles hebben, naar gelang mijn humeur. Youp van ’t Hek vind ik briljant. Ik heb tranen met tuiten gelachen om zijn sketch over het Ikea stapelbed. Marc-Marie Huijbregts laat me bulderen als hij spreekt over vogelpoep die spontaan op zijn jas terecht komt. Met Brigitte Kaandorp voel ik mee met haar misère over hoe het is om kinderen op te voeden. Elk gemoed kent een andere vorm van humor. Ik houd ervan en sta ervoor open. Ook voor de grove seksistische humor van Hans Teeuwen. Gisteren zijn we naar een voorstelling van hem geweest. Hans Teeuwen is echt een bijzondere kerel. Hoe hij zich beweegt op toneel is fantastisch om te zien. De grofheid spatte ervan af en ik vond het geweldig. Hij doet wat we allemaal wel eens zouden willen doen tijdens een saaie vergadering of een doodvermoeiende verjaardag van je schoonmoeder. Op een tafel staan en een ander keihard uitfoeteren. Heerlijk.

Telkens als ik naar een cabaretvoorstelling ga en bijna in mijn broek plas van het lachen, maakt er altijd eenzelfde gedachte mij meester. Eigenlijk twee gedachten, vragen meer:
1. Hoe is de cabaretier in het echt? en
2. Hoe knap is het dat je een solovoorstelling geeft?

Helemaal alleen op zo een mega podium. Diep respect heb ik daarvoor. Je helemaal laten gaan en er geen moer om geven wat een ander daarvan vindt. Nou ja, zolang je maar kaartjes verkoopt natuurlijk.

Hans Teeuwen zingt vreemde liedjes, beweegt op een manier die ik nog nooit een mens heb zien doen en maakt de grofste grappen over een specifiek (niet nader te noemen) geloof, maar wie is deze man nu eigenlijk? Hij komt over als een intellectueel die zich verzet tegen de door rechts opgewekte angst, maar ook een man die de vinger op de zere plek van een land kan leggen. Dat is niet zonder risico. Zijn kop staat ver, ver, ver boven het maaiveld. Daar heb ik bewondering voor.

Is het belangrijk om antwoorden op boven gestelde vragen te krijgen? Nee, absoluut niet. Misschien werkt dat juiste averechts. Wordt de bewondering minder als je weet dat Hans Teeuwen een saaie lul is of Brigitte Kaandorp een kenau of Herman Finkers een racist.

Ik geniet nog na. Een avond vol humor met allemaal verschillende mensen. Grappen verbindt. Daar zouden ze in Den Haag misschien iets mee kunnen. Hans Teeuwen for president?

 

 

 

Storm

Vandaag was de eerste dag van de afgelopen week waarin een vorm van rust voorkwam. Het was een chaotische en hectische week met als hoogtepunt de storm van donderdag. De takken vlogen ons om de oren. We wonen aan een park en op onze uitbouw kletterde de ene tak na de andere op het platte dak. Een oorverdovend gebrul liet de openhaard horen en de kinderen waren danig onder de indruk. Die avond explodeerde er ook iets in me tijdens een vergadering op school en de stormachtige dag was compleet.

Wat verder deze week een heikel punt was, waren de obsessieve gedachten die het overduidelijk niet eens zijn met mijn voornemen om gezonder te gaan leven. Ze bleven maar komen, als ongenode gasten of vreemden die je op straat achtervolgen. Fluisterend vroegen ze om aandacht. Toen ze die niet kregen, gingen ze over tot schreeuwen, zeuren, klagen, bedelen, belonen en dreigen. Alles kwam voorbij. Gisteren was ik het zo beu dat ik naar de voorraadkast liep om me over te geven. Bij gebrek aan een witte zakdoek koos ik voor chips. Ik liep naar de keuken en een storm begon te woeden in mezelf. Ik kreeg het er warm van en opeens hoorde ik een stem die zei: “Nee, je doet het niet. Nu eens niet. Nee, het gaat niet gebeuren.” Ik vulde een glas met water. Ging zitten en vertrok om negen uur naar bed. Trots.

Het begin is er. Na mijn blog over mijn lijf ben ik begonnen met mezelf toe te spreken. Die obsessieve gedachten moeten vertrekken, enkele reis Siberië stel ik voor. De angst grijpt me soms bij de strot. En onzekerheid: kan ik het nu wel volhouden en wat als??????

Het bewijs ligt er. Ik durf te bloggen over mijn strijd. Ik durf actie te ondernemen. Ik durf nee te zeggen. Nu zoek ik nog de moed om vol te houden. Dag voor dag.