Voelen

al wat ze nog kan
is staren
glimlach geplakt
vast aan haar lippen

wat voelt ze nu

dat vraagt hij zich af
starend in
haar lege blik
pakt hij haar hand

maakt een grap
de glimlach verplaatst
geluid geeft bevestiging
maar de vraag blijft

wat voelt ze nu

woorden bieden geen hulp
blijven op afstand
zoek het maar uit
willen ze schreeuwen

toch blijft het stil
de glimlach vervaagt
als een schim
herinnert aan kleurige tijden

wat voelt ze nu

misschien wel niets
of juist alles, verstild
in het moment als in het
oog van de orkaan

hij laat haar met rust
ze komt wel weer terug
als het lawaai aanzwengelt
en de glimlach barst

ze voelt wat

Echt

Van de week kwam ik een leraar van mijn oude basisschool tegen. Hij liep met een groep mensen en was druk aan het vertellen.  Armen en benen deden mee. De groep keek hem aandachtig aan en ze luisterden naar zijn verhalen. De leraar in ruste was drukker dan ooit. Momenteel speelde hij de rol van gids. De groep mensen hadden allemaal ravenzwart haar en een licht bruine teint. Ze kwamen uit Syrië en Afghanistan.

Vluchtelingen. Echte vluchtelingen. Ik stond oog in oog met ze en maakte een praatje. Ze vonden alles mooi. De oude gebouwen. Het eten was ook mooi en het weer. Nou ja, best mooi maar vooral koud.

Geen moment voelde ik weerstand of angst. De mannen hadden me niet aangerand en riepen ook niet dat ik in naam van hun God dood moest. Een bijzondere ervaring die de werkelijkheid een stuk dichterbij bracht. Heel anders dan het nieuws of de krant. Echt contact met echte mensen. Hoe kort deze ontmoeting ook was het heeft veel betekent in mijn gevoelswereld.

 

Klusjes

Oudste dochter kwam vandaag thuis met een brief in haar rugzak. De jongste had dezelfde brief gekregen, maar sloeg er niet echt op aan. De oudste daarentegen wel. Ze had de hele brief bestudeerd, was vastberaden en ik het bezit van een plan. De brief had als kop “Uitnodiging”. Ik moest gelijk aan een kinderfeestje denken en hoorde mezelf zacht zuchten. Leuk hoor al die partijtjes, maar ik moet haast een extra agenda bij gaan houden voor al die afspraakjes.

Nee, deze uitnodiging was niet voor een feestje. Het was een uitnodiging van de Kunstkring. Ze organiseren tijdens de jaarlijkse kunstroute een musical waarin kinderen mee kunnen spelen. De musical wordt onder begeleiding in 1 dag ingestudeerd. Aan het einde van de dag geven alle kinderen samen met acteurs en dansers een stralend optreden, aldus de brief.

Oudste dochter was enthousiast, maar zag een obstakel en overwon deze met haar plan. Het gesprek ging als volgt:

Kind: Mam, ik wil graag meedoen, maar het kost 5 euro. Heb jij zo veel geld?
Ik: Het ziet er leuk uit. Ik denk dat het met die 5 euro wel goed moet komen.
Kind: Heb je echt 5 euro?
Ik: Ja lieverd, dat heb ik.
Kind: Weet je wat we kunnen doen?
Ik: Vertel…
Kind: Ik kan klusjes voor je doen en dan telkens 50 cent verdienen. Dan dek ik de tafel of ruim ik op of help je. Want ik heb die 5 euro wel in mijn spaarpot, maar dan is ineens al mijn geld op, want 5 euro is echt wel heel veel geld.
Ik: Dus je wil die 5 euro verdienen met klusjes?
Kind: Ja, heeeeeel graag. Ah mam, toe alsjeblieft, pleasssse.
Ik (lachen inhoudend): Nou vooruit dan maar.

Wat heerlijk als een kind nog zo onbevangen in het leven staat en hoe fijn is het dat een leerkracht ze op zulke fantastische ideeën brengt. Nu maar eens bedenken welke klussen ik wil laten doen. Ik zie een paar heerlijke weken voor me waarin een kleine Assepoester de ramen lapt, de vloeren dweilt, de was doet. kookt, boodschappen haalt, mij bedient met thee en koek en natuurlijk de nodige rug massages geeft. Wat is het toch fijn om kinderen te hebben…

 

 

 

Steeds

stuk gelopen in de straat
muren stappen strijdig
op haar af

het licht beneemt de adem
ze hoort in de verte
de toon van ontsnapping

steeds luider, luider

dan ineens is het stil
ze sluit haar ogen
kleuren prikken

haar neus bevangen
tollend op haar benen
rent ze weg

steeds sneller, sneller

armen grijpen haar vast
auto’s scheren haar tenen
schuren haar zenuwen

ogen gericht op de zijne
bloed raast door de aderen
een hap lucht ingeslikt

steeds meer, meer

waar zijn de zinnen
om tot te komen
zinnige zinnen om bij te bezinnen

zoekend loopt ze verder
op de stoep
hand geklemd in de ander

lopend naar het einde
van wat ze niet kent
weet en voelt

als het maar weg is

steeds verder, verder

 

Zusje

In Gent heb ik een boek gekocht met de titel “333 dingen om over te schrijven.” Het is een schrift met 333 schrijfopdrachten. Ik heb het schrift gekocht om mezelf te dwingen om eens op een andere wijze te schrijven. Ook dwingt een opdracht me ertoe om te schrijven over een onderwerp dat ik zelf waarschijnlijk niet zo makkelijk zou kiezen. Doel van dit alles is om de inspiratie te laten vloeien.

Ik pak nu het boek en sla het op een willekeurige pagina open en lees de opdracht (momentje). Daar ben ik weer. De pagina is opengevallen en vertelt me de volgende opdracht: Schrijf een verhaal over je zusje. Dat komt goed uit. Ik heb er één, dus hoef er geen te verzinnen en ik kan van alles vertellen over haar. Daar komt tie.

Mijn zus is 14 jaar jonger dan ik. Ik heb haar geboren zien worden en dat was één van de meest traumatische gebeurtenissen uit mijn leven. Haar moeder schreeuwde hard, een soort diepe oerkreten kwamen uit haar en haar vagina leek op ontploffen te staan. Natuurlijk wist ik op veertienjarige leeftijd wel dat vagina’s bestonden, dat ze harig konden zijn en ook dat daar een baby uitkomt, maar dat een vagina zo open kon scheuren met bloed overal en dat een baby een tijdje met zijn hoofd er in blijft zitten was erg surrealistisch voor een meisje van een Zeeuws eiland. Ik zag het hoofd van mijn zus en moest aan de film The Exorcist denken. Die had ik eens stiekem in bed op mijn kamer gekeken en was er dagen van ondersteboven. Mijn zus kwam bebloed uit haar moeder en haar gezicht was ingedeukt en gerimpeld. Ook schreeuwde ze op een wijze die ik nog nooit had gehoord. Om het geheel nog wat traumatischer te maken vertelde de vroedvrouw over de placenta en hoe mooi deze was en dat ik die echt eens goed van dichtbij moest zien. Ze legde uit dat een placenta moederkoek is. ‘Koek’, dacht ik. Dat is het betere werk. De schrik was oneindig groot toen ze me een emmer vol met slijmerige smurrie vol bloed aanreikte en de moederkoek voor me hing. Ze legde uit wat ik moest zien en ik voelde me wit wegtrekken. Dit was verre van wat ik ooit wilde weten of zien of ruiken.

Dat zusje was sowieso niet mijn plan geweest en nu werd ik geconfronteerd met bloed en smurrie en een krijsend kind dat leek op een bezeten buitenaards wezen. Mijn plan was dat mijn ouders getrouwd zouden blijven en mij een zusje zouden geven waar ik mee kon spelen. Niet het scenario wat nu was uitgewerkt. Ouders die gescheiden waren, een vader die een nieuwe vriendin had en die dan ook nog eens zwanger was geworden terwijl hij er tussen uit kneep. Mijn vader was tijdens de zwangerschap van zijn vriendin overleden. Nu zat ik aan het puntje van het bed van een vrouw die ik niet echt goed kende die mijn zusje ter wereld had gebracht.

Tot overmaat van ramp moest de kersverse moeder flink gehecht worden, want ze was behoorlijk gehavend uit de strijd gekomen. Ze wilde graag dat ik haar hand vasthield tijdens het hechten zonder verdoving. Dat heb ik geweten. Maanden later kon ik die hand nog amper gebruiken.

De geboorte staat gebrand op mijn netvlies. Het heeft ervoor gezorgd dat ik jarenlang geen kinderen wilde. Puur en alleen om die bevalling. Nu zijn we 27 jaar verder en is mijn zusje een jonge vrouw. Een bloem die open is gegaan en waarmee ik een bijzondere relatie heb. Eerst heb ik vooral gemoederd over haar en nu geeft zij mij gevraagd (maar ook zeer regelmatig ongevraagd) adviezen. We delen lief en leed met elkaar. Onze band is heel erg sterk. We gaan op vakantie met elkaar. We lachen met elkaar. We delen dezelfde genen. Kunnen ouwehoeren op elkaar. Huilen bij elkaar. De waarheid zeggen (althans de waarheid van één kant). Alles.

Mijn zusje is een deel van mij. Zij vormt de inspiratie voor nog veel meer verhalen. Wordt vervolgd.

Gent

Manlief en ik waren dit weekend in Gent. Een 12 1/2 jaar huwelijkscadeau van mijn zus en haar vriend en haar mam (zus en ik delen dezelfde pappa: my sister from the same mister). Gent vertegenwoordigt alles waar ik van houd: historie, authenticiteit, liefde, gezelligheid, smaak en schoonheid. Vooral in het donker is Gent wonderschoon. De nacht haalt alle oneffenheden weg. Maakt als het ware het besmeurde tableau schoon en laat alleen dat zien waar de ogen van gaan stralen.

We hebben zowel overdag als in de avond heerlijk gewandeld, maar ’s avonds vallen gewoon andere dingen op die verblind raken door het gewone daglicht of niet eens zichtbaar zijn overdag. Een boom trok ons naar hem toe. Door zijn vorm, maar meer nog door zijn bijzondere lichtgevende creaturen die in hem huisden. Vastleggen op een foto wilde hij liever niet, maar na een liefdevolle blik op hem stemde hij in. Ziehier het resultaat. Vliegend licht. Dat is Gent.

20170204_183632-002

Lente

Ik wil even het volgende kwijt. De zon schijnt en ik ruik de lente al.
Het kan me niet schelen dat het volgende week misschien wel weer gaat sneeuwen of ijzelen of hagelen. Nu ruik ik de lente en dat maakt me blij.

Opeens krijg ik zin om lammetjes te knuffelen, tulpen te kopen, de ramen te zemen (dat is echt bijzonder) en ze vervolgens open te zetten. Ik wil dansen en zonder jas naar buiten en lang blond haar. Of picknicken op een bloemetjeskleed in het gras onder de molen met verse sinaasappelsap en bruine broodjes met oude kaas. Ook heb ik trek in aardbeien en groene jurken.

Ik ruik de lente en wil vliegen als een vogel in de lucht, de warme zon tegemoet. Bloemetjes plukken en die dan als een slinger aan elkaar knopen en rond mijn nek hangen. Sprankelen, sproetelen, sprittelen en spletsen. Wat het is weet ik niet, maar ik wil het. Laat die energie maar vloeien. Ik bedelf me met glimlachjes, want ik ruik de lente. Een mooie, lange, kleurige, fleurige lente. Ik ben er klaar voor.

Wind

Sinds een paar maanden waait er een frisse wind op mijn werk en die wind veroorzaakt veel stof. Oud stof dat doet opwaaien. Stof dat onder kleden was verstopt komt boven en verpulverd stof wordt vakkundig de deur gewezen. Erg spannend allemaal moet ik zeggen. Voorlopig ben ik nog niet tot stof verworden, dus maak ik me niet zo een zorgen. Wat me wel opvalt is hoe opeens de energie kan veranderen en mijn werklust wordt aangewakkerd. Lastige vraagstukken met de daarbij behorende verantwoordelijkheid komt mijn werkkamer binnen waaien en in eerste instantie deinsde ik daar wat van terug, maar ik moet toegeven: wat is het heerlijk om weer eens met professionele mensen op een hoog niveau na te denken over verbeteringen binnen de organisatie.

Toch ontstaat er ook een bepaalde druk en hier en daar komt een twijfel om de hoek kijken. Kan ik het allemaal wel aan? Presteer ik wel goed? Begrijp ik voldoende wat er van me verwacht wordt en kan ik dat ook leveren? Aan de ene kant roept dat spanning op, maar aan de andere kant ook levendigheid. Het gaat eindelijk weer eens ergens over. Niet dat het daarvoor nergens over ging, maar ik was al wel een tijdje klaar met het hap/snap werk en de pappen en nat houden-mentaliteit.

De frisse wind is naast empathisch ook heel stoer. Een mooie, maar voor onze organisatie ook, noodzakelijke combinatie. Met empathie kom je een heel eind, maar soms moet de wind even ijzig koud zijn om ervoor te zorgen dat het oude stof of meedraait met de wind of gewoonweg uit het raam gedonderd wordt.

We gaan zien wat er allemaal gaat komen. Ik denk zomaar dat deze wind er ook voor gaat zorgen dat er een grote voorjaarschoonmaak komt. Dan is het niet alleen goed doorlucht in huis, maar ruikt het ook nog eens fris. Ik kan niet wachten.

 

Bloem

verstard verstild
staat de bloem in haar
violet goudkleurige vaas

voorbij gegaan zijn de
kleuren, versneld hangend
de geuren

de vrouw kijkt ernaar
vult water bij
zucht

voelt haar lichaam
verslappen, spieren
ontspannen, zijn vrij

van bloei, groei
hoop en verdriet
ook deze gegane zaak

neemt geen keer