Voelen

al wat ze nog kan
is staren
glimlach geplakt
vast aan haar lippen

wat voelt ze nu

dat vraagt hij zich af
starend in
haar lege blik
pakt hij haar hand

maakt een grap
de glimlach verplaatst
geluid geeft bevestiging
maar de vraag blijft

wat voelt ze nu

woorden bieden geen hulp
blijven op afstand
zoek het maar uit
willen ze schreeuwen

toch blijft het stil
de glimlach vervaagt
als een schim
herinnert aan kleurige tijden

wat voelt ze nu

misschien wel niets
of juist alles, verstild
in het moment als in het
oog van de orkaan

hij laat haar met rust
ze komt wel weer terug
als het lawaai aanzwengelt
en de glimlach barst

ze voelt wat

Steeds

stuk gelopen in de straat
muren stappen strijdig
op haar af

het licht beneemt de adem
ze hoort in de verte
de toon van ontsnapping

steeds luider, luider

dan ineens is het stil
ze sluit haar ogen
kleuren prikken

haar neus bevangen
tollend op haar benen
rent ze weg

steeds sneller, sneller

armen grijpen haar vast
auto’s scheren haar tenen
schuren haar zenuwen

ogen gericht op de zijne
bloed raast door de aderen
een hap lucht ingeslikt

steeds meer, meer

waar zijn de zinnen
om tot te komen
zinnige zinnen om bij te bezinnen

zoekend loopt ze verder
op de stoep
hand geklemd in de ander

lopend naar het einde
van wat ze niet kent
weet en voelt

als het maar weg is

steeds verder, verder

 

Bloem

verstard verstild
staat de bloem in haar
violet goudkleurige vaas

voorbij gegaan zijn de
kleuren, versneld hangend
de geuren

de vrouw kijkt ernaar
vult water bij
zucht

voelt haar lichaam
verslappen, spieren
ontspannen, zijn vrij

van bloei, groei
hoop en verdriet
ook deze gegane zaak

neemt geen keer

 

 

Supermarkt

blozend kijkt ze me aan
haar rode kleur past bij de
inhoud van de doos in haar handen
doorzichtig achter het raam
wachten zij daar op verlossing
roerend zonder suiker puur genot

Lieve is haar naam
dat valt nog maar te bezien
alles gaat door haar handen
ritmisch als tromgeroffel, veegt ze alles
over de glanzende metalen plaat
alsof ze de straat boent na de storm

schel geluid vult de ruimte
vragenvuur geeft me onbehagen
bonnetje, zegeltjes, spaaracties?
blauwe ogen kijken op antwoorden
blijven steken, hangen in de ruimte
als een mug zoemend rond mijn hoofd

de kou grijpt me bij mijn nek
mijn huid tintelt, krimpt ineen
Lieve veegt alles in de hoek
het goud rol naar beneden, botst tegen wanden die ze
voor het eerst ontmoet en vertrekt gedeukt
maar o zo zoet de ruimte

het klamme plastic vult zich
staat bol en herbergt de noodzaak
voor het bestaan en meer
zonder lucht geen adem
zonder rood geen genot
zonder inhoud geen bestaan

Boos

Ik ben boos op jou
op de kleur blauw
die in je ogen flikkert
als een lamp
die me verblind

Ik ben boos op jou
dat je niet wacht
terwijl je me verwacht
zittend daar tegenover me
achter je bord Chinees

Ik ben boos op jou
degene die ik het meest vertrouw
beschaamd en gekrenkt
elke vezel in mijn lijf
geknakt als bamboe in de rimboe

Ik ben boos op jou en je macht
elke keer als ik het niet verwacht
grijp je mijn emoties vast
gooit ze in de lucht, speelt ermee
lacht er bij, zo al te vree

Ik ben boos op jou maar meer
nog op mezelf, omdat ik keer
op keer overstag ga en inlever
op mezelf en jou de macht geef
terwijl ik mijn eigen leven leef

Ik ben dus boos
maar weet niet hoe
waarmee en waartoe
die boosheid gaan moet
weg ermee voorgoed.

Bibliobesitas

Ik ken er niet veel. Er zijn genoeg boekenliefhebbers, maar weinigen lijden aan de aandoening bibliobesitas. Mooi woord om een aandoening te beschrijving die als muziek in mijn oren klinkt. Je kunt nooit genoeg boeken hebben en lezen. Kennis is niet alleen macht, boeken zijn je vrienden en helpen je door alles heen. Eenzaamheid, angst, verdriet. Alle grote emoties pakken ze aan en omarmen je. Nemen je mee en staan altijd aan je zijde.

Toch zit er een keerzijde aan deze enorme boekenliefde. Het kan ook beklemmend zijn om te veel boeken te hebben als je onvoldoende tijd hebt om ze allemaal te lezen. Het kan verlammend werken. Ook kan het zijn dat je nooit genoeg hebt. Telkens weer meer boeken kopen, terwijl er ontzaglijk veel boeken wekelijks op de boekenmarkt komen. Dat kost veel geld, maar de jacht kan ook vermoeiend zijn. Laat staan een goed onderkomen vinden van al deze nieuwe schatten. Op een gegeven moment is je boekenkast toch echt vol.

Niemand heeft zo veel geleden aan bibliobesitas als Boudewijn Büch. Hij schreef er een ontroerend en pakkend gedicht over:

Bibliomanie of booekenliefde

Soms denk ik dat mijn huis
uit boeken is gebouwd
en staat als dwangbuis
om mij heen gestouwd

door die ene deur
ontvlucht ik deze stad
maar ruik op straat nog geur
van dat beduimelde bedrukte blad

ga gedreven binnen bij antiquaren,
dwaal langs banden in hoge kasten,
koop ‘onvindbaar’ in ‘schone exemplaren’
om die thuis weer op te tasten

het is steeds verhuizing van de dood:
oud papier om afgereden lood

Jammer dat de boekenwinkel nu dicht is. Morgen ga ik maar weer eens op pad. Op zoek naar een nieuw bedrukt blad, eventueel beduimeld.

 

 

 

Blauw

er moet meer rood bij mijn blauw
paars is de bestemming
van dag naar dauw
zie ik het kobaltblauw
terug om me heen
vervliegt door de dag

kleurt de nacht in denimblauw
die ongewassen pure vorm
beangstigend in de nacht
prachtig gedurende het licht
de voortdurende transformatie
wanneer is het goed, de perfecte tint

ik heb het wel eens geprobeerd
met geel en oranje
een vleugje groen erbij
hoe kleurrijk ook

het oog wenst blauw
gevolgd door het gemoed
spiegels vertellen de waarheid
alleen blauw begrijpt dat

nu is dan toch rood binnengedrongen
langzaam, maar slagvaardig
blijvend en mij erop wijzend
dat de vruchten genoten mogen worden

het lichaam verzet zich
de geest vertwijfeld latend
overgeven in het moment
de cadans volgend

laat ik het gebeuren of houd ik vast aan blauw

Ingrid

Ontvlugting

Uit hierdie Valkenburg het ek ontvlug
en dink my nou in Gordonsbaai terug:

Ek speel met paddavisse in ’n stroom
en kerf swastikas in ’n rookransboom

Ek is die hond wat op die strande draf
en dom-allenig teen die aandwind blaf

Ek is die seevoël wat verhongerd dwaal
en dooie nagte opdig as ’n maal

Die god wat jou geskep het uit die wind
sodat my smart in jou volmaaktheid vind:

My lyk lê uitgespoel in wier en gras
op al die plekke waar ons eenmaal was.

Ingrid Jonker

Als de dood niet waar is
heeft het leven
dan bestaan
met oogkleppen op
verhalen vertellend
zonder context
zonder feit

puur voor de vorming
van jezelf
ter afwending
van je pijn
onderdrukt door de
gedachten beter, mooier
liever, slimmer te zijn dan

jezelf plaatsen daar
waar geen plaats is
vechtend tegen de drang
meer te zijn dan zijn
feiten, fictie, wat is wat
uit het oog verloren
hart versteend

mag ik je nu kennen
meemaken, ervaren
slechts het papier
geeft de gezochte antwoorden
door beelden omlijst
maar wat zijn woorden
als je niet hebt geleefd

verscholen achter de dood.