Rotdag

Deze dag blinkt niet uit als een gezellige fijne vrije zaterdag. De dag gaat niet in de boeken als “topdag”. De dieptepunten waren op meer handen te tellen dan de hoogtepunten op 1 vinger. Maar goed, zoals manlief altijd zegt: ‘er is altijd een morgen.’ Daar hoop ik toch wel op en tot nu toe is het altijd waar gebleken. Dat er ooit eens geen morgen meer zal zijn, is geen onderwerp dat me veel bezig houd.

Ik kan een verhandeling geven over deze dag, maar dat bespaar ik iedereen. Te meer omdat, zodra ik het neer getikt heb, ik zelf al wel de absurditeit van mijn eigen ellende inzie. Het gaat uiteraard nergens over. Ik zit niet in de situatie dat ik vastgekluisterd aan een rolstoel in mijn broek zit te pissen en wacht op mijn dood. Vervolgens een cadeau, naast het geschenk van ALS, in ontvangst mag nemen dat uitgezaaide baarmoederhalskanker heet.
Ik waak niet over een doodziek kind dat elk moment in mijn armen kan sterven en nooit zal meemaken hoe het is om van de liefde te proeven. Hoe het is om dronken aan de bar te hangen en dan vol overtuigd te verkondigen dat je broodje nuchter ben. Hoe het is om te studeren, je eerste baan te hebben, je rijbewijs te halen, andere landen te ontdekken etc. etc.
Ik woon ook niet in één of ander door God vergeten oord waar ik moet bedelen voor een hapje rijst en alleen maar vervuild water kan drinken. Waar verkrachtingen en mishandelingen van vrouwen een goed recht is.
Ik hoef ook niet in een gammel bootje naar de andere kant van de wereld te varen om zo een stukje geluk te vinden die blijkbaar hier door verveling en gezeur in therapie weggewerkt wordt.

De cynische ik heeft gewoon een rotdag. Dat ligt volkomen aan mezelf. Mijn directe omgeving reageert er fijn op en de cirkel van ellende is rond. Maar wat is het vooruitzicht toch fijn. Manlief steekt de houtkachel aan, hummels liggen te ronken in hun bed, er heerst een volkomen stilte in huis. Straks een goede film kijken, glaasje prik erbij, chippie in de ene hand en een nootje in de andere. Ik hoef niet eens te wachten tot morgen. Mooi!

Communicatie

Hoe komt het toch dat veel dochters een moeizame relatie met hun moeder hebben. Het was een van de vragen en gespreksonderwerpen afgelopen donderdag tijdens de jaarlijkse verjaardaglunch met een collega die op dezelfde dag jarig is als ik.

Zij concludeerde dat veel moeders vooral met zichzelf bezig zijn en geen nevenactiviteiten/werk hebben zodat ze veel tijd hebben om zichzelf centraal te stellen. Dochters dienen zich te buigen en vormen en te plooien naar de wensen van de gezaghebbende ouder. Een moeder die volop in het leven staat, werkt, hobby’s heeft, vriendinnen ontmoet, met zichzelf op stap kan en zelfstandig is, is vrijer en minder gefocust op die dochter.

Er zit wat in. Vandaag zag ik weer een staaltje communicatie tussen moeder en dochter waar mijn maag van omkeerde. Korte situatieschets: vriendin, alleenstaande moeder van twee kinderen, heeft een ander huis. Noodgedwongen moeten ze verhuizen vanwege een psychisch gestoorde buurman. Vriendin heeft nog geen goudmijn gevonden dus kan elke financiële bijstand gebruiken. Daarnaast is het handig dat je moeder je kinderen opvangt terwijl jij het snot voor je ogen staat te verven om jezelf en je kinderen zo een mooi mogelijk en vooral veilig onderkomen te geven. De moeder in kwestie is dwingend, zij vraagt niets, zij stelt en vooral stellig: ‘heb je al behang gekocht, want je moet behangen. Je mag echt geen structuurverf op de muren smeren.’
Dochter: ‘ik heb daarover gebeld en zolang je geen gekke kleur op de muur doet, mag het wel.’
Moeder: ‘dat kan niet, geloof ik niet.’
Dochter: ‘ik heb gebeld en het mag wel.’
Moeder: ‘lijkt me sterk, kan het me niet voorstellen. Je moet gewoon behangen.’
Dit lieflijke stuk speelde zich af in het openbaar, waar mensen bij aanwezig waren. Ik dus ook. Dochter begint wat rood aan te lopen en haar stem te verheffen: ‘het mag dus wel en dat is wat ik ga doen.’
Moeder: ‘Ik vind het raar. En trouwens waarom haal je verf hier in de buurt en niet waar je korting kan krijgen? Ik heb toch niet voor niets folders bewaard? We gaan nu met de auto verf halen.’
Dochter: ‘dat is niet nodig, want ik heb al verf. Ik ga straks gelijk beginnen.’
Moeder: ‘we gaan nu naar het huis en dan maken we een plan. Want dat heb je vast nog niet.’
Dochter: ‘jawel, ik heb een plan. Begin vandaag met de plafonds te sausen.’
Moeder: ‘nou de kinderen kunnen niet komen want ik heb het te druk. Kijk maar wat je doet.’
Dochter blaast haar frustraties uit en loopt de klas binnen. Moeder vertrekt.

Ik krijg het benauwd van dergelijke conversaties. Zelf ben ik ook moeder en ook dochter. Ik herken veel in het bovengenoemde voorbeeld en telkens begrijp ik het niet. Ik begrijp niet waarom moeders niet onvoorwaardelijk kunnen houden van hun dochter, zonder oordelen, zonder verplichtingen, zonder manipulatie. Het is maar weinigen gegeven. Gelukkig heb ik in mijn omgeving ook een positief voorbeeld, maar ja dat is dan weer zo een moeder met een leven. Laat ik mijn leven dan maar goed vasthouden, als dat het antwoord is.

Veel succes lieve vriendin. Wij slepen je er wel door heen. XXX

 

 

Migraine

Migraine laat de tijd stil staan, maakt het licht feller en alle geurtjes dringen als ongenode gasten in mijn neus. Het geluid wordt verstrekt en mijn lichaam raakt in de weerstand. Warm, misselijk, dan weer koud, bonken in mijn hoofd, vastzittende schouders, nek, rug. Vreselijk. Maar de blog  must go on. Dus dan een blog over migraine, bij gebrek aan een positiever onderwerp.

Ik zit met mijn ogen geknepen achter het scherm. Het licht van het scherm brand recht in mijn ogen en schiet als een flits door naar mijn hoofd. Vooral de rechter kant en de voorkant worden te grazen genomen door de pijn. Ik eet niets, want uit ervaring weet ik inmiddels dat eten niet wordt gewaardeerd. Het enige wat ik kan doen is wachten in mijn bed. Dat ga ik dan straks ook doen.

Morgen heb ik een halve drukke ochtend op het werk in het vooruitschiet en daarna een gezellige lunch. Een college is ook op 10 april jarig en dat vieren we elk jaar met een lunch. We hebben naast onze geboortedag en sterrenbeeld veel gemeen met elkaar, vooral humor. De gedachte dat zij in de buurt is op het werk als ik weer eens met mijn kop keihard tegen een muur loop, maakt heel veel goed. Te weten dat ik oververhit een kamer binnen kan stormen en ongenuanceerd tekeer kan gaan, geeft glans aan het werk. Een gepassioneerde, intelligente vrouw met humor en pit, waar vind je die nog? Elke keer hebben we genoeg gespreksstof voor een lunch, zo veel dat we daarna (zo een half jaartje) een tweede plannen: aangezien we dan toch alweer 40 en een half zijn (in mijn geval dan). Dus nu schop ik mezelf weer in mijn bed, zip een klein beetje water weg en droom dat ik morgen weer top fit ben, want the lunch must go on.

Club

De veertig is bereikt. Ik werd wakker en deed mijn ogen open en was beland in een nieuwe club, althans een aantal felicitaties gingen gepaard met een mededeling dat ik nu bij de club van de veertigers hoor. Wat voor club dit precies is, weet ik niet. Vast zoiets als de club van de dertigers. Een club die alleen leden heeft maar verder nagenoeg geen activiteiten organiseert. Je hoeft er niets voor te doen en je krijgt er ook niets van. Het stelt, wat mij betreft, net zoals het cijfer niets voor.

Zoals bedacht is vandaag ook niets gebeurd dat mijn leven heeft veranderd. Ik heb vandaag gewoon ontbeten en ook gescheten, misschien iets meer dan normaal maar dat lag vooral aan de inhoud die ik de dag ervoor naar binnen had gewerkt. Het hoofd en lijf zag er ook nog hetzelfde uit en het gezin was ook niet plotsklaps veranderd. Nog steeds werden er billen geveegd, broodjes gesmeerd en theetjes gedronken. Het enige wat wel degelijk anders was dan bij de jaren die ik heb gespendeerd in het dertigers tijdperk, is -overduidelijk- het getal. Veertig klinkt wel ouder. Alsof ik opeens ben getransformeerd in een volwassene. Maar dat is natuurlijk niet zo, want je bent wie je bent al ben je honderdvijfentachtigduizendmiljoenveertigdrie, zoals mijn kind zegt.

Morgen wordt datzelfde kind vier en dat vind ik een hele mijlpaal. Ze gaat dan voor vast naar school. Niet meer oefenen, maar volle bak vooruit en dat vind ik prachtig. Die ontwikkeling, die groei.

Ik sluit de eerste dag veertig moe af en met een enorme literaire winst: 4 boeken en twee dichtbundels ben ik naast een jaar rijker geworden. Kom maar op met die tweede dag.

 

 

Feest

Vandaag was een vriendinnendag. Mijn liefste vriendinnen kwamen lunchen en een workshop buikdansen volgen. Het was fantastisch om al deze vrouwen om me heen te hebben.

Ik bedank iedereen:
– Marjan, mijn oudste vriendin: ik zie u zo graag. Bedankt voor je eeuwenoude vriendschap.
– Maaike, mijn creatieve vriendin: ik zie u zo graag. Bedankt voor je creativiteit en humor.
– Mieke, mijn echte oudste vriendin: ik zie u zo graag. Bedankt voor al je steun en schouder.
– Connie, mijn exotische vriendin: ik zie u zo graag. Bedankt voor je lach en gezelligheid.
– Annie, mijn gekste vriendin: ik zie u zo graag. Bedankt voor je gekkigheid en je luisterend oor.
– Yvonne, mijn schrijfvriendin: ik zie u zo graag. Bedankt voor je verhaal en vriendschap.
– Pim, mijn zussenvriendin: ik zie u zo graag. Bedankt dat je mijn zus bent.

We hebben gelachen, we zijn ontroerd geweest, we hebben gegeten, we hebben gedronken, we hebben geschud met die billen, we hebben liefde gedeeld. Jullie zijn allemaal bijzonder en door jullie voel ik me bijzonder en jarig. Dank jullie allemaal: ik zie jullie graag.

 

Honderd

Het plan was om vandaag verder te gaan met het verhaal over Anna en Roos. Dat verhaal is in de laatste fase beland. Het einde is in zicht en dat voelt bijzonder vreemd. Ik ben toch gaan houden van Anna en Roos. Er zit een beetje van mezelf in. Dit verhaal kan veel dieper en uitgebreider en wie weet komt dat er ook nog wel van als ik het ga herschrijven, maar voor nu is het goed.

Maar dan toch nu geen vervolg op het verhaal. Nee, dit is mijn 100-ste blog. Ik heb het gehaald. De eerste 100 blogs ooit van mijn hand. Dat betekent 100 dagen achter elkaar schrijven. Elke dag achter mijn pc en schrijven. Soms onzeker en in verwarring: wat zal er uit mijn vingers komen? Andere momenten zeker en direct. Vandaag kijk ik kort terug op 100 dagen schrijven. Wat heeft het me gebracht? In ieder geval heb ik mevrouw kritiek tot bedaren gebracht en hebben de dames fantasie en humor aan terrein gewonnen. Pure winst, dat vervolgens resulteert in meer schrijfvertrouwen en rust in mijn hoofd. Ik heb geschreven over persoonlijke momenten, over overpeinzingen, over mijn held Janis en de dood van David Bowie en ik ben zeer openhartig geweest. Dat voelt goed. Soms hoor je wel eens zeggen dat schrijven therapeutisch werkt. Dat weet ik dan niet precies, maar het werkt voor mij wel bevrijdend. Dat wat in mijn hoofd rondzingt wordt nu definitief vastgelegd en daarmee verliest het zijn kracht in mijn hoofd. Ik merk dat ik daardoor rustiger wordt. Het nadeel van elke dag schrijven is dat het verslavend werkt. Ik wil op een bepaald moment schrijven, zo net nadat de kinderen op bed liggen en wordt er kriegelig van als ik word gestoord.

Mijn doel was om schrijfritme op te doen en te leren. Ik leer elke dag en raak ook elke dag weer geïnspireerd. Elke dag zoek ik naar de juiste woorden, naar het juiste gevoel. Wat wil ik delen? Wat speelt er op dit moment en wat voel ik? Het verhaal van Anna en Roos is een hoogtepunt, mijn dichtsels zijn dierbare vrienden en kinderen van me geworden en de toekomst ziet er rooskleurig uit. Nieuwe verhalen borrelen op en de zoektocht gaat door.

Lang leve de honderdste blog!

Theater

Vanavond ga ik met een vriendin naar het theater. We gaan een voorstelling zien en vooral beluisteren van the African mama’s. Dat zijn mooie donkere vrouwen met stemmen die rechtstreeks mijn ziel inschieten. Ik heb ze een keer eerder gezien, met diezelfde vriendin trouwens. Nu gaan we ter ere van mijn verjaardag, maar ik ga liever ter ere van onze vriendschap.

Een vriendschap met een vrouw heb ik altijd lastig gevonden. Ik begrijp vrouwen gewoon niet zo goed. Dat ik er zelf een ben doet daar niets aan af. Ik begrijp mezelf ook heel vaak niet.

Nu gaan we dus naar een voorstelling met alleen maar vrouwen in de hoofdrol. Mooie en krachtige vrouwen. Deze dames komen uit andere werelden. Toch voel ik een diepe connectie. Hun luide stem, hun ritme, al dat gevoel, dat raakt me en ik voel me ermee verbonden. Ooit was ik in Gambia op een feest en danste met de broer van een vriend van me. Een echte Gambiaanse man met heel veel gevoel voor muziek en ritme, levensritme. Wij dansten de hele avond. Dansen was voor hem een levensbehoefte, net zoals eten en schoon water. Hij had niet veel en in de muziek had hij alles. Zo mooi. We raakten in vervoering, alleen wij bestonden op dat moment en de muziek. Het ritme van de nacht. Toen de muziek even stopte keek hij me aan met zijn zwarte ogen, pakte mijn arm vast en zei: ‘Oh Bianca, you dance like a black woman.’ Een mooier compliment heb ik nooit meer gekregen. Kijken of ik er vanavond wat moves uit kan gooien.

Veertig

Mijn veertigste levensjaar stormt op me af. Eerst was ik een dertiger, daarna nog maar net negenendertig, toen was het dat ik pas over een half jaar veertig zou worden en nu, nu gaat het echt hard, nog zes nachtjes slapen, zoals mijn kinderen nauwgezet voor me bijhouden. Dan is het zo ver. Wat dan eigenlijk?

Uiteraard verandert er helemaal niets als ik zondag wakker word en ik veertig ben geworden. Maar toch, nu het zo dichtbij komt voelt het wel als iets groots. Het veertig zijn staat voor mij toch gelijk met volwassen zijn, met verantwoord bezig zijn, met “nu heb ik het leven wel door”- gevoel en met “de eerste helft is voorbij”-gedachte. Ongemerkt schieten die gedachten steeds vaker door mijn hoofd. Ik hecht er meer belang aan. Vaak denk ik aan mijn vader. Hij werd 35 jaar en dat vond ik toen ik 13 jaar was toch stiekem best wel oud. Inmiddels weet ik wel beter. 35 jaar is nog helemaal niet oud en veertig evenmin. Maar zeg dan zelf, is er ooit een mooie leeftijd om dood te gaan? Ik weet het niet. Zou iemand van 86 die nog vol in het leven staat klaar zijn om te sterven. De buitenwereld zegt dan ‘een mooie leeftijd om te gaan.’ Dat bepaalt toch iedereen voor zichzelf, wat een mooie leeftijd is?

Veertig kaarsjes zullen niet op mijn taart staan, maar ongemerkt laat ik deze dag ook niet voorbij gaan. Ik voel me dankbaar dat ik gezond ben en dat ik dit prachtige leven mag leiden. Ik schrijf dit op een moment dat ik moe ben, mijn hoofd vol aan het raken is met pijnscheuten en mijn nek vast zit. Maar ik zie het wel. Het geluk omringt me als een deken van dons. Ik kan er niet om heen en wil dit ook niet. Het is goed.
Ik ben dankbaar voor mijn man en kinderen en mijn familie en vrienden. Veertig zorgt voor stabiliteit, zekerheid, verantwoordelijkheid, maar zeker ook met geluk. Ik weet wie ik ben. Ik weet inmiddels een beetje hoe het leven in elkaar zit en ik weet waar het om draait. Aandacht en liefde, voor jezelf en voor de mensen om je heen. Dus, kom maar op met die taart. Ik zet er zelf wel een kaarsje op.

Saus

Uitgesproken woorden zeggen niet altijd wat ze bedoelen of bedoelen niet altijd wat ze zeggen.

Deze zin heeft me vanacht wakker gehouden. Waarom? Geen idee, maar hoe langer ik bezig ben met mijn blog, hoe meer ik in de ban raak van taal. Van woorden, van het gebruik daarvan, van hun klank, van hun betekenis, van het onrecht wat hun wordt aangedaan en het misbruik dat ze mee moeten maken.

Ik koester taal, maar ben daar beter in -in dat koesteren dus- op schrift dan in een direct gesprek. Het gaat soms te snel in mijn hoofd dat ik niet op de juiste woorden kan komen. Het schrift is geduldig en daar is alle ruimte voor het spel. Voor mijn werk schrijf ik veel en krijg ik ook veel schrijfsels van anderen te zien. Vandaag las ik een stuk van een collega die ervan bewust is dat hij onvoldoende gevoel voor taal heeft en al helemaal voor spelling. Ik zie hem dan worstelen. Hij doet een poging om iets moois op papier te zetten, maar verder dan een poging komt hij niet. Onze collegiale relatie heeft zich zo ontwikkeld dat wij vooral elkaars sterke punten gebruiken. Ik corrigeer zijn tekst dan hier en daar om er net wat meer jus in te gooien, want zeg nou zelf droge aardappelen zijn toch minder lekker dan die piepertjes die zijn overgoten met een oudhollands sausje. Ik gooi er dan wat woorden in zoals “de wensen van beide partijen zijn samengevloeid in deze veklaring” of zoiets als “het siert de heer X dat hij zich op een dermate wijze heeft ingezet voor deze zaak dat het college hem dank verschuldigd is over het bereiken van dit positief resultaat.” Ik word hier dus zielsgelukkig van. En ja, ik besef dat niet iedereen dit geluk op dezelfde manier ervaart of zelfs ziet, maar dat maakt niets uit. Het is daarentegen wel fijn dat zulke geluksmomenten voor het oprapen liggen, want soms zijn ze op mijn werk zo schaars dat ik het echt van een paar woorden moet hebben.

Smijten

Mijn tante gaat dood. Daar doet ze al een paar jaar over en dat is bewonderenswaardig. De strijd die ze levert is onmenselijk. Dat zijn grote termen “bewonderenswaardig” en “onmenselijk”. Er zijn momenten in mijn leven dat ik onvoldoende woorden tot mijn beschikking heb om mezelf te uiten. Ik wil dan het liefste iets kapot smijten. Dat voelt onmiddellijk goed, later wat minder.

Nu is zo een moment dat ik wil smijten. Ik merk dat ik op een bepaalde manier gehinderd word in mijn bestaan doordat ik me niet kan uiten. Ik kan daarvoor de opvoeders als schuldige aanwijzen, maar dat is -in het licht van mijn veertigste levensjaar- te makkelijk. Ook zij worstelen. Wij worstelen  allemaal. Vooral met onze gedachten. Ze vliegen van “godverdomme wat is het toch een klote wereld waarin er zoveel onrecht is” tot “waarom gebeurt dit nu ook nog” tot “wat is het toch erg allemaal” tot “ik wil in bed liggen, dekens over me heen en alleen maar janken” tot KLOTE TYFUS TERING ZOOI.” Allemaal gedachten waar we niets aan hebben. Het zegt iets over onze onmacht. Het zegt iets over onszelf. Hoe erg we het voor onszelf vinden. Het zegt iets over hoe we naar de wereld kijken, in termen van goed-kwaad, rechtvaardig-onrechtvaardig. Het zegt iets over God of het ontbreken van het geloof daarin. Maar wat zegt het nu over mijn tante? Over haar en niet over haar situatie? Ik weet het gewoonweg niet.

Zij heeft ALS. Ze kan niets meer. De details zal ik besparen, mede omdat ze te gruwelijk zijn. En nu, nu heeft ze ook nog baarmoederhalskanker. Wat moet een mens allemaal dragen? De waarom-vraag heeft geen zin om te stellen. De steller zal namelijk nooit het antwoord krijgen te horen die zij wenst te horen. De mens, tante, zal het moeten dragen. Zij krijgt dit.  Niet de schrijver van dit stuk, niet haar dochter en ook niet haar moeder. Zij lijdt. Nu communicatie met mijn tante niet meer mogelijk is, althans minimaal – want ze kan met haar ogen haar spraakcomputer besturen-, is niet in te schatten hoe ze zich voelt, wat ze denkt en wat ze wil. Al die jaren glipt ze traag uit het leven. Ze verliest alles. Haar benen, armen, spraak, eetlust, haar identiteit, haar seksualiteit, haar moederschap en nu krijgt ze ook nog eens baarmoederhalskanker. Het enige antwoord wat ik heb is smijten, maar niet met servies. Ik smijt met woorden en tranen. In de wetenschap dat het niets, maar dan ook niets helpt.