Smijten

Mijn tante gaat dood. Daar doet ze al een paar jaar over en dat is bewonderenswaardig. De strijd die ze levert is onmenselijk. Dat zijn grote termen “bewonderenswaardig” en “onmenselijk”. Er zijn momenten in mijn leven dat ik onvoldoende woorden tot mijn beschikking heb om mezelf te uiten. Ik wil dan het liefste iets kapot smijten. Dat voelt onmiddellijk goed, later wat minder.

Nu is zo een moment dat ik wil smijten. Ik merk dat ik op een bepaalde manier gehinderd word in mijn bestaan doordat ik me niet kan uiten. Ik kan daarvoor de opvoeders als schuldige aanwijzen, maar dat is -in het licht van mijn veertigste levensjaar- te makkelijk. Ook zij worstelen. Wij worstelen  allemaal. Vooral met onze gedachten. Ze vliegen van “godverdomme wat is het toch een klote wereld waarin er zoveel onrecht is” tot “waarom gebeurt dit nu ook nog” tot “wat is het toch erg allemaal” tot “ik wil in bed liggen, dekens over me heen en alleen maar janken” tot KLOTE TYFUS TERING ZOOI.” Allemaal gedachten waar we niets aan hebben. Het zegt iets over onze onmacht. Het zegt iets over onszelf. Hoe erg we het voor onszelf vinden. Het zegt iets over hoe we naar de wereld kijken, in termen van goed-kwaad, rechtvaardig-onrechtvaardig. Het zegt iets over God of het ontbreken van het geloof daarin. Maar wat zegt het nu over mijn tante? Over haar en niet over haar situatie? Ik weet het gewoonweg niet.

Zij heeft ALS. Ze kan niets meer. De details zal ik besparen, mede omdat ze te gruwelijk zijn. En nu, nu heeft ze ook nog baarmoederhalskanker. Wat moet een mens allemaal dragen? De waarom-vraag heeft geen zin om te stellen. De steller zal namelijk nooit het antwoord krijgen te horen die zij wenst te horen. De mens, tante, zal het moeten dragen. Zij krijgt dit.  Niet de schrijver van dit stuk, niet haar dochter en ook niet haar moeder. Zij lijdt. Nu communicatie met mijn tante niet meer mogelijk is, althans minimaal – want ze kan met haar ogen haar spraakcomputer besturen-, is niet in te schatten hoe ze zich voelt, wat ze denkt en wat ze wil. Al die jaren glipt ze traag uit het leven. Ze verliest alles. Haar benen, armen, spraak, eetlust, haar identiteit, haar seksualiteit, haar moederschap en nu krijgt ze ook nog eens baarmoederhalskanker. Het enige antwoord wat ik heb is smijten, maar niet met servies. Ik smijt met woorden en tranen. In de wetenschap dat het niets, maar dan ook niets helpt.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Eén gedachte over “Smijten”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s