Opvoeden

Ik ben er achter gekomen hoe je opvoeden met woorden zou kunnen omschrijven. Opvoeden is wachten op het juiste moment en als dat moment dan is gekomen de best passende actie (dus die actie die past bij dat moment) ondernemen.

Volwassenen denken vaak dat ze heel veel invloed hebben op kinderen en dat ze hun kinderen letterlijk kunnen maken. Volgens mij is dat dus niet zo. Kinderen zijn in mijn optiek geen onbeschreven bladen. Alles zit er al in, maar moet er nog uitkomen. Ze zitten in de grot die Plato zo mooi beschreef, te wachten tot hun andere deel naar ze toekomt. Kinderen doen alles op hun eigen wijze en binnen hun eigen ritme. Is het tijd om te rollen dan doen ze dat. Is het tijd om te lopen dan doen ze dat. Het maakt helemaal niet uit als je als ouder op je knieën gaat zitten voordoen hoe ze moeten opstaan. Ze kunnen dat vanzelf. Ze eten wanneer ze honger hebben, slapen als ze moe zijn en poepen en plassen vanzelf als het daar tijd voor is. Wij, opvoeders, zijn de begeleiders. Wij faciliteren alle voorzieningen: de luiers, de wc, het voedsel, de veilige omgeving etc.

Vandaag was weer een mijlpaal in opvoedkundig opzicht. Cato had aangegeven dat als ze vier jaar zou zijn ze zonder zijwieltjes wilde gaan fietsen. Prima, dachten wij. Gaan we doen. Dus we pakten de kleine fiets zonder zijwieltjes erbij. Na een keer of drie oefenen had ze haar balans gevonden en, nog belangrijker, haar vertrouwen en renden manlief en ik achter haar aan, het uitschreeuwend van trots. We keken elkaar aan en zeiden tegen elkaar dat we dat opvoedkundig kunstje toch maar weer mooi geflikt hadden. Nou ja, was dat wel zo? Het enige wat wij deden was vertrouwen geven en een steuntje in de rug, maar Cato trapte zelf met haar kleine beentjes en stuurde zelf de goede richting op. Ze deed het allemaal zelf. We hadden gewacht op het juiste moment en boden de ondersteuning die op dat moment nodig was. Die wisselwerking is zo mooi om te zien. Er werd niets geforceerd, geen tranen, geen gedoe, alleen maar een hele vette trotse glimlach van alle betrokken partijen. Gaaf.

Wandelen

Ik heb al een tijdje geen hond meer en wandel daardoor dus heel weinig. Best wel jammer vind ik dat. Ik trek er af en toe alleen op uit om te wandelen en dan kalmeren mijn gedachten, maar gezelliger vind ik het met iemand erbij, mens of dier. Ik neem er nu ook veel minder de tijd voor.

Vandaag kwam opeens spontaan het idee op dat de kinderen mochten logeren bij opa en oma. Dat gaf mijn lief en ik de kans weer eens te wandelen. Voordat we kinderen hadden liepen we uren. De beste gesprekken kwamen dan los. Gesprekken over de toekomst, over vakanties, over onze wensen op werkgebied en over het huis. Van alles passeerde de revue. Vanavond was onze kans. Het weer was zwoel en daar gingen we. Hup langs de dijk, langs het water en door die leuke wijk met die mooie huizen. Maar wat een relaxte wandeltocht had moeten worden werd bruut verpest. Niet door die de blaffende hond waardoor mijn hart drie keer oversprong. Ook niet door die kleine mugjes waarin ik me verslikte, maar door iets heel moderns. Hooikoorts.

Wat is dat toch naar. Ik nies me een breuk en doordat ik een paar zwangerschappen achter de rug heb, ben ik niet meer helemaal waterdicht en dat is een groot probleem als je gemiddeld 15 keer achter elkaar moet niezen. Mijn keel is ruw, mijn ogen prikken en de fut is er helemaal uit. Manlief begint ook te niezen en we kijken elkaar aan. ‘Weet je wat wij doen?’ zegt manlief. ‘Wij gaan naar huis, lekker op de bank liggen en een film kijken.’ Er zit toch een groot voordeel aan een hondloos bestaan.

Wijn

Ik lust geen wijn. Ook geen bier, geen champagne, geen prosecco, geen whisky en geen jenever. Ik lust alleen rum met cola. Niet echt een drankje dat je zomaar tussendoor drinkt. Toch heb ik een bepaald beeld van mezelf: het beeld van een genietende wijndrinker. Dat lijkt me zo gezellig. Waarom? Geen idee. Ik heb vriendinnen die wijntjes met elkaar drinken. Ik heb vrienden die uit eten gaan en zich dan storten op een goed glas. Ik hoor gesprekken over wijn. Voor sommige mensen is het meer dan een passie. Daar wil ik ook eens iets van meepikken. Ik proef hier en daar wel eens wat, maar alle wijnen vind ik even vies.

Tot vandaag. We waren in de middag een stuk gaan fietsen en kwamen uit bij vrienden. Deze mensen zijn echte levensgenieters die niet aan overdaad doen, in geen enkel opzicht. We zaten wat te kletsen. Zij zaten aan het bier. Ik aan het water. Daar heb ik totaal geen moeite mee. Ook voel ik mezelf niet minder gezellig of zoiets, maar toch vind ik het af en toe jammer dat ik niet die smaken van een goed glas bier of wijn kan waarderen. We kwamen te spreken over onze gezamenlijke geschiedenis. Ik haalde op dat deze vrienden mij brie en olijven hadden leren eten. ‘Tja’, riep ik ‘nu nog wijn.’

Geen probleem. Een fles rode wijn werd aangerukt. Ik kreeg uitvoerig uitleg erbij. In welk glas de wijn het beste tot zijn recht komt. Welk voedsel je erbij moet eten, want zo vertelde mijn vriend: ‘bij een goed glas rode wijn, hoort een lekker stevig hapje.’ Daar ging ik dan. Eerst een stukje brie, daarna een slokje rode wijn, beetje vasthouden en op mijn tong laten dansen en doorslikken. Gadverdamme toch. Echt smerig. ‘Geeft niets’, zei mijn vriend, helemaal ervan overtuigd dat het goed zou gaan komen. Er volgde nog een stukje brie. Nog maar eens proberen. Een kleiner slokje, vathouden, ronddraaien en doorslikken. Nou, dat was al beter. Een half uur later had ik een kwart glaasje rode wijn op en begon ik mezelf te wanen op de camping in Frankrijk. Kinderen op bed. Manlief en ik met een boek, stukje brie, toastje erbij en een goed glas wijn. Soms moet je gewoon een beetje bij de hand genomen en door het leven heen begeleid worden. Dan ontdek je de meest verrassende dingen en heb je de meest fantastische middagen die je nooit vooraf had kunnen bedenken.

Afwezig

Vanwege feestgedruis en de behoefte mezelf daarin helemaal onder te dompelen, vandaag geen blog. Een kleine overpeinzing kan er nog net van af. Wat zorgt nu voor dat geluksgevoel? Dat gevoel dat je alles aan kunt, dat er niets is dat je van je stuk brengt en dat gevoel dat alles goed is op dit moment. Voor mij verschilt dat per dag. Vandaag is het die leuke jurk die me goed staat en me een goed gevoel over mezelf geeft. Die vriend die vandaag een knalfeest geeft en waar ik bij mag zijn. De kinderen die schooltje spelen en elkaar vertroetelen. Mijn lief die hooikoorts tabletjes voor me gaat halen, terwijl we net langs de winkel liepen. Maar ook een kop thee brengt me vandaag in een opperbest humeur. Today is a good day. Ik breek er een stukje vanaf en stop die in mijn broekzak. Zodat ik vandaag altijd bij me heb.

Cursus

Ik heb de stap genomen en heb mezelf opgegeven voor een online schrijfcursus. Tijd voor verdieping. Ik ben er aan toe om nieuwe dingen te leren. Module 1 is vandaag binnen gekomen. Een opdracht die ik moet maken is de volgende. Geef aan welk boek of gedicht je recent hebt gelezen dat je goed vond en beargumenteer waarom je dat goed vond.

Ik ben dol op Jane Austen, Griet Op de Beeck en Katherine Pancol. Verschillende schrijfsters die op eigen wijze mij in een verhaal zuigen. Het trage, beschrijvende en romantische van Jane Austen grijpt me altijd aan. Meestal niet gelijk, maar na een pagina of 70 zit ik er helemaal in. Ik waardeer haar lange volzinnen, gebruik van moeilijke woorden en als zij een ruimte beschrijft zie ik deze voor me en ben ik daar ook. Ik kijk toe vanuit een hoekje, heel stil zodat ik de scene niet verstoor. De tijd vliegt voorbij en er gebeurt vrij weinig, maar ik voel alsof ik urenlang in die ruimte heb gezeten met de personages. Ze leven voor me en de dialogen zijn uitmuntend. Stijlvol, ironisch en een tikje ondeugend op zijn tijd. En dan te bedenken dat deze vrouw (Jane Austen) de boeken meer dan 150 jaar geleden heeft geschreven in een tijd die heel anders was voor vrouwen, geeft dat een extra stuk historisch besef aan een verhaal. Machtig mooi.

Griet Op de Beeck is een moderne eigentijdse schrijfster. Een Vlaamse die zich bedient van mooi taalgebruik. Haar ritme spreekt me aan. We rijden met volle vaart door het verhaal. Soms leg ik het boek expres weg, tegen mijn zin in, omdat het anders veel te snel uit is. Het gebruik van “gij” geeft iets intiems, iets dat ik niet terug zie in boeken van Nederlandse schrijvers. Niet op die manier. Zij schrijft ook indringend, confronterend en dat verrast me op momenten.

Momenteel lees ik het tweede deel van een trilogie van Katherine Pancol. De trilogie borduurt voort op een andere trilogie. Ik dacht dat ik klaar was met het verhaal en de personages, maar dat is dus niet zo. Dus al vijf dikke pillen heb ik inmiddels verslonden over een Franse familie. Dat het nog steeds boeiend is, is de verdienste van de schrijfster. Ze schrijft in een rap tempo, maar er gebeurt vrij weinig. Een beetje zoals Jane Austen. Ze schrijft ook veel over romantiek en dat staat redelijk ver van me, maar toch merk ik dat ik daarin zwelg. De beschrijving van de personages is zorgvuldig. Elk detail wordt belicht zonder dat het ergerlijk wordt of te traag. De interactie en verbanden tussen de personages blijft boeiend. Het enige tragische is dat ik deel 2 nu bijna uit heb en met geen mogelijkheid aan het derde en laatste deel kan komen.

De opdracht geeft me inzicht in wat me aanspreekt in andere teksten. Een zelfde overzicht ga ik ook maken van boeken die me zijn tegengevallen of die ik niet heb uitgelezen. De bedoeling is dat ik ontdek wat mijn schrijfstijl is. Spannend. Ik heb al een vermoeden welke kant het op gaat, maar laat me verrassen. Het leven is mooi als je elke dag iets leert.

Schoolreis

Het leven is elke dag anders. Maakte ik me gisteren druk over slavernij en ongelijkheid, rijd ik vandaag met een auto vol kinderen naar een speelboerderij om op schoolreis te gaan. Wat een leuke term vind ik dat “schoolreis”. Het was voor de kleintjes ook echt een reis en een beleving. Spelen, klimmen, pony rijden, kliederen, frietjes eten (of zoals een meer op de Randstad georiënteerd kindje corrigerend zei: patatjes) en natuurlijk een ijsje toe. Moe en dolgelukkig gingen we weer huiswaarts.

Wat me opvalt is het gemak waarmee kinderen zich bedienen naar elkaar toe. Hier en daar wordt er geduwd of een naar woordje gezegd en hup het andere moment lopen ze weer arm in arm te giechelen of te klauteren. Ook bewonder ik de kinderen die hun eigen ritme aanhouden. Ik heb minutenlang naar een kindje zitten kijken die heel op haar gemak met een schep het zand van de ene kant naar de andere kant manoeuvreerde en daarna weer terug. Heerlijk. Ook kwam bij de moeders het kind in hunzelf boven. Ik zag een moeder op de rekstok een buiteling maken, los gaan op de schommel en zelf ben ik tekeer gegaan in het disco springkussen. Even los zijn van alledag. Los van de beslommeringen en de stress van werken, huishouden en whatever.

De tomeloze energie van de kinderen blijkt toch ook een keer op te raken heb ik gemerkt. Na alles bewonderd te hebben, bestudeerd te hebben en elk klimtoestel beklommen te hebben gingen we huiswaarts. Een kindje sliep zodra de auto gestart werd. Mijn kinderen bleven moedig volhouden, maar eenmaal thuis gekomen en lekker gedoucht te hebben mochten ze een filmpje op tv kijken en zoef daar vertrok de oudste.

Nu liggen ze in dromenland, vast alles opnieuw te beleven en overdenk ik de dag. Wat kunnen wij (volwassenen) toch veel leren van kinderen. Hoe ze genieten van alles, hoe flexibel ze zijn, hoe makkelijk ze emoties uiten en weer laten gaan en hoe ze alles geven in het moment. Ik ben dankbaar voor deze dag en de lessen die ik vandaag weer geleerd heb. Voor mij was het een echt schoolreisje.

Slavernij

Vandaag voel ik de behoefte om mijn blog aan te laten sluiten bij het nieuws. Ik ben geschokt. Op Nos.nl en andere nieuwssites lees ik dat bijna 46 miljoen mensen vandaag de dag leeft als slaaf. Laat dit getal nu eens een moment bezinken en denk daar eens langer dan vijf seconden over na.
Bijna 46 miljoen mensen. Mensen zoals jij en ik. Van vlees en bloed. Alle clichés kan ik uit mijn hoed toveren, maar echt zeg nu zelf. In 2016 is dat toch schrikken. Bijna 46 miljoen. De Walk Free Foundation heeft hier onderzoek naar gedaan en gaat uit van de moderne slavernij zoals gedwongen prostitutie, kinderarbeid en mensen die gebonden zijn aan een werkgever vanwege schulden.

Ik schrik van dit soort cijfers en vind het moeilijk te bevatten hoe groot het probleem is. Vandaag worden er kinderen geboren als slaaf, aldus de Foundation. Dat is toch ongelooflijk. Je wordt geboren als slaaf en je ouders weten dat je nooit vrij zult zijn. Vrij alleen in je hoofd, maar de rest gevangen in een leven waar je niet voor hebt gekozen en waar je al helemaal niet aan kunt ontsnappen.

En wij allen zijn schuldig. Door het kopen van goedkope kleding bijvoorbeeld zorgen we ervoor dat kinderarbeid kan blijven floreren. Door het kopen van dat goedkope T-shirtje of die plasticfantastic schoenen blijven we slecht gedrag belonen. Werken er duizenden, miljoenen mensen in nauwe ruimtes, dicht bepakt op elkaar, zonder ventilatie uren en uren achter elkaar zonder pauze voor een paar euro per maand. Wij kopen het en gooien het net zo snel weer weg. Of al die plastic speelgoed of prullaria uit China. Veel wordt gemaakt onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden. Die arbeiders zijn niet alleen de slaven van hun baas, maar ook onze slaven. Wij, verwende westerlingen, houden dit systeem in tact en daar schaam ik me voor. Ik schaam me dat slavernij nog steeds bestaat. Ik schaam me dat ik daar deel van uitmaak. Ik schaam me dat ik mezelf, maar ook iedereen om me heen de les lees, zonder zelf keiharde actie te voeren. Ik schaam me voor mijn laksheid. Ik schaam me voor mijn misplaatste empathie, alsof ik zou weten hoe die mensen zich voelen, alsof ik weet wat het beste voor de wereld is. Ik schaam me dat de ongelijkheid zo groot is. Ik schaam me om het feit dat ik toch stiekem heel blij ben dat ik hier geboren ben en niet daar, in India. Ik schaam me omdat die ongelijkheid nog steeds gekoppeld wordt aan kleur. Ik schaam me dat in mijn eigen land een fantastische inspirerende jonge man wordt aangehouden omdat hij bruin is en in een grote dure auto rijdt. Die fantastische jonge man is succesvol, maakt geweldige muziek en wil de wereld een betere plaats maken. Ik schaam me voor mijn kleur, want daardoor zit ik nu in een luxe positie. Dit cadeau dat ik mee kreeg van mijn ouders, maakt mijn leven hier een stuk makkelijker. Ik schaam me dat ik niet weet wat ik met mijn boosheid moet doen. Ik schaam me voor de politiek, die machteloos toekijkt. Ik schaam me voor de wereld die ik doorgeef aan mijn kinderen. Ik schaam me dat ik nu deze blog ga afsluiten op een laffe manier, want met schaamte bereik je niets. De tranen staan in mijn ogen en daar schaam ik me voor. Wat moet ik met deze emotie? Wat hebben die 46 miljoen mensen daar aan? Wat hebben al onze gekleurde medemensen daar aan? Wat heeft Sylvana Simons daar aan? Die elke dag bedreigd wordt omdat ze een kleur en een mening heeft. Niets. Zolang wij elkaar niet zien als mensen gebeurt er geen fuck. Ik geef deze wereld door aan mijn kinderen, probeer ze te laten genieten van kleur. De verrijking mee te geven, in te sluiten in je hart. Maar ja, wie ben ik?

Kwelling

Gisteren schreef ik blog 150. Elke keer raak ik onder de indruk van de hoeveelheid blogs die ik inmiddels op mijn naam heb staan. Het is voor mij belangrijk om vol te houden en dus elke dag te schrijven. Soms gaat het schrijven als vanzelf, soms kost het me moeite. Ik merk wel dat het me steeds vaker moeite begint te kosten. Als ik eenmaal bezig ben dan stromen de woorden, maar de twijfel en mevrouw Kritiek slaan meedogenloos toe op momenten. Het is belangrijk om het vol te houden omdat ik een belofte wil inlossen aan mezelf. De belofte dat ik wil schrijven, maar het niet consequent deed. Elke keer een begin en dan weer snel afhaken. Nu is het gelukt om vol te houden, maar. Er is wel een maar. De stukjes die ik schrijf helpen me om mijn gedachten te ordenen, om het ritme er in te houden en mijn schrijfstijl te ontdekken, maar ik begin nu wel op een punt te komen dat ik af en toe diepgang mis. En dan weet ik niet hoe ik die er in moet brengen.

Mijn tweede verhaal loopt vast. Ik begrijp hoe dat komt. Zodra het te dichtbij komt, wil ik het liefst de andere kant op rennen. Daar heb ik het al eens uitvoerig over gehad in mijn blog over vluchten. Ik vlucht naar een andere hobby, in een ander boek, maar zie niet onder ogen dat doorschrijven van belang is. Het belang om meedogenloos te zijn en af te rekenen met mijn demonen door in een verhaal, al dan niet geheel non-fictie, alles aan de kaak te stellen.

Ook merk ik dat ik moeite heb om sommige dingen op te schrijven om verschillende redenen. Ik wil niet dat iemand ze leest of een bepaald iemand. Ik wil niet dat iemand iets weet omdat ik dan bang ben dat ik diegene kwets. Daar gaat het mis. Als schrijver moet je niet bang zijn om te kwetsen, want de waarheid is de waarheid van de schrijver. Ook al heb ik nu blog 150 geschreven, ik ben er nog niet. Ik moet door de angst heen en dat is spannend. Ook al weet ik dat bijna niemand mijn blog leest, toch ben ik bang dat net die ene persoon er achter komt dat hij of zij niet is uitgenodigd op mijn 12 1/2 jarig huwelijks feest. Dus schrijf ik wel over mijn huwelijk en jubileum, maar niet dat ik een tuinfeest geef.
Maar is dat eigenlijk erg? Is leven met de waarheid dat een vriendschap komt en gaat of soms op een laag pitje staat waardoor de keuze voor de gastenlijst voor een feest er anders uit komt te zien op dit moment, erg? Want als dat erg was dan betekent die vriendschap meer en had ik een andere keuze gemaakt, of niet? Waarom is het zo erg om toe te geven dat een bepaalde collega, die de potentie had om een vriendin te worden, niet past bij mij?

Ik worstel met deze vragen en merk daardoor dat ik niet vooruit kom met schrijven. Mijn gedachten en gevoelens zijn helder, maar door een bepaalde sociale norm ben ik toch bang mensen te kwetsen en kwel ik mezelf door omslachtig en voorzichtig te schrijven. Het antwoord op deze kwelling is duidelijk: schrijf meedogenloos. Zoals alle gevierde en door mij bewonderde schrijvers zeggen. Schrijf alsof je niets of niemand hebt en al helemaal niets of niemand te verliezen hebt. Ik heb nog een lange weg te gaan. Op naar de volgende 150 blogs.

Huwelijk

IMG-20160522-WA0006

Foto: Maaike Dekkers

Over precies twee weken zijn mijn lief en ik 12 1/2 jaar getrouwd. Dit jaar staat in het teken van vieringen. We zijn 20 jaar samen, beide 40 jaar geworden en dan gaan we ook nog eens vieren dat we een koper huwelijk hebben. Die benamingen van huwelijksjaren vind ik onzinnig, maar ook wel grappig. Voor mij is mijn huwelijk zilver of robijn of roos of tulp of een goed boek of een reep pure chocolade of een mooie sjaal of een frietje stoofvlees of twee gezonde kinderen of nieuwe ecco’s of een avondje uit of lang uitslapen of fietsen met de wind in de rug of kleine dorpjes ontdekken op vakantie in Frankrijk of gekookte mosselen puur natuur eten of dansen op Janis Joplin of een spannende veel te enge film kijken of samen op de grond vallen van het lachen.

Waar het om gaat is dat al die dingen die ik doe of eet of mee maak zo veel leuker zijn met mijn lief dan alleen. Het leven heeft glans, ook al stormt het. En geloof me bij ons thuis stormt het regelmatig. Het is heerlijk als de storm weer gaat liggen en de zon opkomt. De gedachte dat mijn lief altijd in de buurt is, mij altijd steunt en mij kent, geeft mij kracht en vertrouwen dat alles wat er ook op ons pad komt het hoofd geboden kan worden. Als het er namelijk op aankomt en we komen samen in een storm terecht weet ik dat we elkaar er doorheen slepen. Uit ervaring zijn we wijs geworden.

Ooit lagen we te zonnen aan de Kralingse plas in Rotterdam. Nog maar net verliefd lagen we daar wat te keuvelen. We hadden een kleine picknick bij ons en alles was perfect. De zon was niet te heet, koel windje erbij. Prima vol te houden. Opeens werd het doodstil. De wind vertrok en binnen een paar minuten pakten donkere wolken zich ineen, boven ons. Het leek alsof de wereld werd afgesloten door een donker zwart doek. Een paar seconden later begon het keihard te regenen en hagel viel naar beneden. Het donderde en de bliksem sloeg om ons heen. We pakten elkaars hand en renden zo hard we konden naar mijn appartement. Drijfnat waren we en onze ogen waren helemaal rood. Dat was de dag dat ik wist dat ik deze man lief had en nooit meer los zou laten. Vele stormen hebben we later het hoofd geboden, uit gelachen. Wat denken ze toch? Wij zijn niet klein te krijgen. Volgende week vieren we de liefde, door weer en wind.

Verantwoordelijkheid

Er zijn van die dagen dat niet alleen het lichaam moe is, maar ook de geest. Ik heb een drukke week achter de rug met een emotioneel hoogtepunt gisterenavond. Ik moest werken en daar ging het er emotioneel aan toe. Uiteraard ga ik hier niet uit de doeken doen wat er aan de hand was, maar wat ik me plots nog meer realiseerde dan ooit is: wat een enorme verantwoordelijkheid hebben wij op ons afgeroepen op het moment dat we kinderen hebben gekregen.
Ik zie in de praktijk genoeg voorbeelden waarin ouders elkaar zo kapot willen maken dat ze daarmee de kinderen onherstelbaar schade toe brengen. Uit een documentaire blijkt dat ook al gaan ouders op de meest vredelievende wijze uit elkaar (dus in goede en liefdevolle harmonie) dat de kinderen toch schade oplopen.

Die verantwoordelijkheid grijpt me soms bij de strot. Het kan me enkele minuten verlammen. Ik weet hoe het is om beschadigd te raken en dat wil ik mijn kinderen niet aandoen. Voortdurend met deze verantwoordelijkheid voor in het brein leven is natuurlijk geen doen. Het is net zoiets als voorzichtig schaatsen. Hoe voorzichtiger je schaatst hoe harder je valt met meer schade dan als je “gewoon” zou hebben geschaatst.

Maar het advies dat je niet te lang stil moet staan bij deze verantwoordelijkheid zou ik nooit aan iemand geven. Het moet geprent zijn in het diepste van je onderbewustzijn en als een sticker zichtbaar zijn in je bewust zijn. Nooit mogen ouders deze plicht vergeten. Dan de balans te zoeken tussen verantwoord en plezierig, los en strak, vasthouden en teugels laten vieren. Voor mij vat dat het leven samen: balans zoeken en het liefst ook vinden, al is het maar voor een moment en dan weer verder zoeken. Je uiterste best doen. Brokken maken, deze weer herstellen en bovenal een veilige omgeving schenken aan de kinderen. Ze mogen zien dat je boos bent of verdrietig, emoties horen bij het leven. Je mag af en toe eens tieren, zuchten, het even niet meer zien zitten, maar dan popt daar weer die verantwoordelijkheid op en zoek je weer verder naar de balans. Ik vind het heftig en hoop dat ik na een jaar of twintig kan zeggen: over het algemeen hebben we gebalanceerd op geluk.