Logica

Kleine anekdote voor het nageslacht. Sinterklaas is vertrokken. De cadeautjes liggen op een stapel in de woonkamer. Elke dag wordt met iets nieuws gespeeld. Vooral de zaklamp is, in deze donkere dagen, zeer goed ontvangen.

Vandaag was ik met onze jongste dochter boodschappen aan het doen bij Kruidvat. Ik snuffelde in een schap naar een cadeau voor mijn schoonzus. Cato liep tussen het speelgoed en riep opeens door de hele winkel. “Mamma, ik zie dat sinterklaas ook hier de cadeautjes koopt.” Ze liep door de winkel met een soortgelijke zaklamp als waar zij de trotse eigenaar van is.

Met mij moesten heel veel mensen hard lachen. Heerlijk die logica. Een herinnering om in te pakken als cadeautje.

Licht

Vandaag heb ik behoefte aan licht. Ik steek een enorme hoeveelheid kaarsen aan.Plug de stekker van de kerstlampjes in het stopcontact. Voeg nog wat wierook toe voor de sfeer en dompel me onder in licht en lucht. Even niets.

Over licht is veel geschreven en één van de mooiste citaten vind ik de onderstaande van Shakespeare. Er wordt getwijfeld aan zijn bestaan, aan zijn kunne en aan zijn originaliteit. Voor mij is de man meer dan een schrijver. Ik kom zelf woorden tekort. Dat maakt mij een blogger en geen schrijver. Van een andere wereld zijn de teksten die eeuwen geleden zijn gemaakt. Tot de dag van vandaag branden de woorden van schoonheid op mijn netvlies.

Ik schenk het licht waarin ik me bevind op dit moment een mooi citaat.

Dat licht dat ge daar ziet, brandt in mijn grote hal.
Wat zendt zo’n kleine kaars zijn stralen ver in ’t rond!
Zo ook de goede daad die in een boze wereld schijnt.

Origineel: That light you see is burning in my hall.
How far that little candle throws it’s beams!
So shines a good deed in a naughty world.

Bron: The merchant of Venice (1597)

Maar

Gedurende een dag hoor ik veelvuldig eenzelfde woordje. Het is een woordje dat oudste dochter (herinnering: ze is 6 jaar) vaak gebruikt nadat ik haar iets gevraagd heb om te doen of haar op een bepaalde manier gecorrigeerd heb. Het is maar een kort woordje, maar wel een reuze irritant woordje als het zo vaak gebruikt wordt als waar ik de laatste tijd mee geconfronteerd wordt. Het gaat om het woordje “maar” en dan vooral de combinatie “Ja, maar…”

Mijn haren krijgen niet alleen de neiging om overeind te gaan staan, maar ze willen eigenlijk op stoere Rosse paarden springen en ten strijde trekken. Iedereen weet dat “Ja, maar….” en dan in de uitgesproken versie van “Jaaaaa, maaaaaaaar…” gewoonweg “Nee” betekent. Iedereen die kinderen heeft herkent het en weet dat het bij de vorming van een eigen identiteit hoort. Het is goed dat kinderen grenzen gaan opzoeken. Het is gezond dat ze zelf gedachten gaan vormen, dat ze een eigen mening krijgen en dat ze in verzet gaan.

Allemaal prima en natuurlijk en goed. Ik begrijp dat ook allemaal wel, maar (ha) waarom zegt niemand erbij dat het bij tijd en wijle reuze frustrerend en behoorlijk irritant is. Als ouder probeer je een punt te maken en dan word je onderbroken door zo een snotneus (want dat zijn die van mij echt wel) en die gaan dan jouw kennis en kunde en ervaring en levenswijsheid in twijfel trekken en erger nog, de snotneus komt net kijken want is nog maar zes winters oud.

Vandaag werd ik getrakteerd op een paar “Ja maaaaaruuu’s” en toen heb ik een besluit genomen. Misschien wat rigoureus, misschien niet pedagogisch verantwoord en misschien wat kinderachtig, maar (daar heb je m weer) ik ga er over dichten. Hier komt maar een gedicht:

Maar,
niet altijd waar
grenzen trekken
zoeken, heen en weer
wat nu weer
accepteer
nu toch eens
wel en anders niet
handen vliegen
in het haar
om weer die maar
toch glimlach
ik maar weer
een kopie
van mezelf
tref ik aan
draai eraan
en de keer ik om
dan kijk ik
maar
door een
raam
telkens maar weer.

 

Kerstgevoel

Het einde nadert. Elke keer verwonder ik me er weer over dat het einde zo snel weer daar is. Het heeft dit jaar lang geduurd voordat ik in de Sinterklaas-stemming was en nu voel ik me al helemaal Kerstig en kan ik niet wachten om naar de Top 2000 te luisteren, bij de haard met een goed boek.

Tjezus, ik begin echt een oud wijf te worden. Of was ik altijd al zo burgerlijk ingesteld? Ik houd van de vrije dagen tussen Kerst en Oud en Nieuw. De “feest”dagen zelf kunnen me gestolen worden. De zin “gezellig met familie eten” of “oh wat is het toch fijn om die tijd met je familie door te brengen” is niet echt van toepassing op mij. Ik breng het liefst die dagen door in joggingbroek, slobbertrui, haardje aan, film kijken met de kinderen en de mentaliteit “zoek het lekker uit jij boze koude buitenwereld” op.

Op het werk loop ik al rond alsof het elk moment zover is, terwijl dit een hele drukke tijd voor ons is. Op een of andere manier ben ik al zo in de feestmodus en daardoor ontspannen dat een in de soep gelopen project, een deadline van een dag en een achterstand van zeven zaken me niet uit mijn humeur kunnen slaan. Ik heb een collega die vandaag zijn uiterste best heeft gedaan door een zaak helemaal verkeerd aan te pakken waardoor ik waarschijnlijk de komende dagen extra moet werken, maar de glimlach was niet van mijn gezicht te poetsen. Ik riep zelfs even in mezelf “ho ho ho.” Gekkigheid. Waar komt dat nu toch vandaan. Vroeger had ik echt een hekel aan feestdagen. Verschrikkelijk, dat gezellig doen met familie. Iedereen heeft een schurft hekel aan elkaar, maar met kerst is alles pais en vree. Schei toch uit. En dan Oud en Nieuw. Dat geforceerde op straat staan in de vrieskou met een glas niet te zuipen champagne in de stinkende rook van geldverslindend vuurwerk staan kijken en dan iedereen voluit kussen met de kreet “Oh gelukkig nieuwjaar, het beste hé.” Dat ronduit schijnheilige gedoe omdat het moet, daar ben ik al jaren helemaal klaar mee. Dus manlief en ik keren ons steeds verder af van de conventies en doen gewoon waar we zelf zin in hebben.

Nu hoop ik maar dat ik niet te vroeg heb gepiekt (om een toepasselijk woord te gebruiken). Morgen gaan we in ieder geval de kerstboom zetten met de kinderen. De foute kerststal erbij, kaarsen aan en toeleven naar het heerlijke niets. Nou ja niets. Zo zou ik het in joggingbroek voor de haard hangen met een glas cola en een goed boek ook weer niet willen noemen. Ik ben er bijna klaar voor.

Sinterklaas

Hij is geweest. We zaten in de keuken koffie en thee te drinken. Opa en oma waren er. Rika was bezig met een brief: “lieve sint, komt u nog? We wachten allemaal al zo lang.” We zongen nog maar eens een liedje en toen gebeurde het. Gestommel op zolder. We renden naar boven. De trappen waren bezaaid met pepernoten. Een spoor leidde ons naar de zolder. De deur ging open en daar lagen allemaal pakjes. Heel veel verschillende pakjes overal verspreid. Op de vloer. Op het logeerbed. Op het bureau. In de kast. Op een stoel. De pieten waren er al vandoor.

De pakjes verhuisden naar beneden en het grote openmaak-feest kon beginnen. Voor mij is het mooiste cadeau de blik in de ogen van het kind dat het papier van haar pakje afscheurt en dan ziet dat sinterklaas echt op haar verlanglijstje heeft gekeken. Fantastisch vind ik dat. De ongeloof in die blik en dan een enorme glimlach. De beelden zijn gebrand op mijn netvlies.

Ook ik ben weer verwend door de sint. Twee mooie boeken, kaarsen en chocolade ben ik rijker. Maar de ware rijkdom huist in die kinderen en hun gelukkige gezichten. Ik voel me rijk dat wij dit allemaal kunnen en mogen meemaken.

Pakjesmiddag

Zo puf puf, alle cadeautjes zijn ingepakt en veilig opgeborgen. Morgen houden we pakjesmiddag. Die kleine meiden van ons zijn al dagen zenuwachtig. Ik kan me nog zo goed herinneren hoe ik me voelde toen ik die leeftijd had. De spanning in bed, hoor ik nou wat of niet? En, zou er wat in mijn schoen zitten? Had Sinterklaas nu wel mijn tekening en verlanglijstje ontvangen? Het maken van die lijstjes was altijd een heel precies werk. Ik ploos alle reclameboekjes uit en knipte mijn favoriete speelgoed uit en plakte ze op een velletje. Keurig naast elkaar met mijn naam erbij.

Ik weet nog goed dat ik een babypop kreeg. Ik moest gewoon huilen van geluk. Sinterklaas kwam bij ons thuis met één of soms twee pieten. We woonden in een piepklein huisje en de woonkamer kon eigenlijk al die mensen niet bergen. Dat had ik nooit door. Ik deed alles voor Sinterklaas. Mijn gym oefeningen, liedjes zingen een dansje doen. Helemaal in de ban van die man met die baard, die later oom Ben bleek te zijn. Als ik nu de foto’s terugkijk zie ik duidelijk dat het oom Ben is, maar toen was ik verblind.

Ook weet ik nog als de dag van gisteren dat mijn moeder me vertelde dat Sinterklaas niet bestond en dat zij altijd de cadeautjes kocht. Ik was zo boos. Ik kan het gevoel nu nog steeds terughalen. Op die leeftijd (ik weet niet meer precies hoe oud ik was, zeven of acht denk ik, maar het gevoel kan ik dus nog wel terughalen -gek eigenlijk) voelde ik me verraden. Echt verraden. Ik geloofde niets meer van mijn moeder en was er vanaf dat moment van overtuigd dat ik geadopteerd was, want als Sinterklaas niet echt was dan was zij vast ook niet mijn echte moeder.

Al met al heeft het hele gebeuren een behoorlijke impact op me gehad. Mijn tere ziel heeft op jonge leeftijd een deuk opgelopen. Later zouden er meer deuken en stompen volgen, maar dat wist ik toen nog niet.

Morgen is het dan zo ver. Dan gaan wij onze kinderen verrassen met cadeautjes. Ze zijn nog zo puur en ook helemaal in de ban van Sinterklaas. Ik ga ze later niet vertellen dat hij niet bestaat, want dat doet hij wel. Net zoals Mickey Mouse en Donald Duck en Tinkerbell en Plop en K3 en Ieniemienie. Het zijn levende figuren uit onze fantasie geboren die het leven mooi en verrassend maken. Dat klinkt toch veel beter. En dat dan die cadeautjes door ons zijn gekocht dat is gewoon een stukje behulpzaamheid, want die arme man kan toch op zijn leeftijd niet voor iedereen blijven shoppen.

 

Markiezenhof

Vandaag heb ik twee workshops gegeven op een unieke locatie. Kennis delen en daarover discussiëren vind ik een van de leukste onderdelen van mijn werk. En als ik dat dan ook nog in een prachtgebouw mag doen dan stijgt mijn geluksgrens met sprongen. Eigenlijk is er geen grens aan geluk. Ik wil maar aangeven dat ik in mijn nopjes was.

Ik kreeg een mooie zaal binnen in het Markiezen hof in Bergen op Zoom toegewezen. Het hele museum was beschikbaar voor het jeugdsymposium. In de Hofzaal werd er geborreld en gegeten en boven in een soort torenkamertje mocht ik spreken.

Het gebouw ademt historie. Door de grote groep mensen bijeen te brengen in zo een gebouw ontstond er door het ontzag te aanzien van de schoonheid gelijk een vorm van verbinding. Het leek alsof ik daardoor vleugels kreeg. Met een glimlach op mijn gezicht liep ik door de ruimte. De paar zenuwen die een poging deden in mijn lichaam een plekje te vinden, werden al snel de deur gewezen. De magie van het gebouw nam het symposium over. Ik kijk terug op een unieke en waardevolle magische ervaring.

Humor

In Berlijn is men zich sterk bewust van de geschiedenis. Dat zie je duidelijk terug op straat. We kennen allemaal de verhalen en de beelden zijn op ons netvlies gebrand. Mijn opa is gedeporteerd naar Duitsland om te werken aan een spoorbaan. Misschien wel een spoorbaan waar over heen ik reed naar Berlijn. Hij vertelde nooit iets over zijn tijd in het werkkamp. Mijn oma daarentegen wel. Zij kon moeilijk leven met hem. Hij schrok ’s nachts wakker en zag dan kameraden door de straat rennen die in brand waren gestoken, want als je niet hard en snel genoeg werkte werd er napalm over je heen gegooid door een nazi. Daarna werd je aangestoken en lachten de die nazi’s net zolang tot het slachtoffer neerviel. Het rennen als je in de brand staat, ziet er blijkbaar grappig uit. Dit verhaal heeft me nooit losgelaten. En al die andere verhalen ook niet. Door de oorlog was mijn opa veranderd. Nors, emotioneel gehandicapt en bruut. Dat was voor iedereen, vooral mijn oma, erg moeilijk.

In een enorme boekwinkel in Berlijn (ik kan niet vaak genoeg benadrukken hoe enorm alles daar is) vond ik in The English Bookstore een boekje met politieke, religieuze en absurdistische cartoons van Oliver Ottitsch. De omslag van zijn boekje sprak me gelijk aan. De humor spat er van af. Ik geloof in humor. Humor geeft verlichting, biedt perspectief, hoop en zorgt voor discussie. Wat mij betreft kan humor altijd en overal en over van alles. Dat is een stoere uitspraak in de huidige tijd. Je kunt namelijk door humor om het leven worden gebracht. Humor is iets persoonlijks, maar kan daarnaast iets aankaarten wat meerdere mensen aangaat. Humor stelt de tijd ter discussie, duidt en roept op tot actie. Vaak werkt humor sneller dan politiek.

Ik wil de omslag van het boekje delen met iedereen. Met daarbij de oproep: breng meer humor in het leven. Als een Duitse Oostenrijker of een Oostenrijkse Duitser een dergelijke spotprent kan maken dan zegt dat veel over een volk, te meer als de medelanders hier hartelijk om kunnen lachen en de maker bekronen.

sh-250-400-nazi%20dolphins_u1_web

 

 

 

 

 

 

Cadeau

Vorige week voelde ik me verkouden. Dichte neus, pijn in mijn keel en wakker liggen door aanhoudende hoest. Dat werk. Vermoeiend en akelig, maar voor mij geen reden om niet te gaan werken. Zeker niet nu het vooruitzicht van een stedentrip er aan kwam. Ik ben nogal loyaal naar mijn werkgever en wil alles netjes afronden voordat ik weg ga, ook al is het maar voor een paar dagen.

Donderdag was mijn laatste werkdag en ik had die nacht amper geslapen. Ik moest zo veel hoesten dat ik op een gegeven moment (zo ergens rond half vier in de nacht) besloot mijn bed helemaal rechtop de te zetten (ja, die luxe heb ik), kussens in mijn nek en zo proberen de slaap te vatten. Dat was uiteindelijk gelukt en om zeven uur werd ik wakker met een stijve nek en een schrale pijnlijke keel. Even doorzetten maar. Kinderen naar school gebracht en naar het werk. Ik voelde me niet goed. Op zo een moment heb ik een klein trucje dat ik toepas. Ik trek dan de meest fleurige en kleurige kleding aan die ik heb om mezelf op te peppen en de schijn te wekken dat ik me goed voel. Ik heb ooit gelezen dat voor een blij gevoel je alleen maar hoeft te glimlachen. Of je het nu meent of niet, dat maakt niet uit. Ik sjokte door de gang met een namaak glimlach. Ik had mijn Oxford- jurkje aan. Ultra kort jurkje met blauwe en groene en roze bloemetjes. Daaronder een zwarte nepleren legging. Mijn favoriete Ecco schoenen daar weer onder. Die voelen aan als slofjes. Om het ultra korte wat te bedekken had ik een lang grijs gehaakt vest er overheen aan. Het zag er al met al (onder deze omstandigheden) best aardig uit. Helaas wilde mijn haar niet meewerken, maar goed. Je kan niet alles hebben.

Al sjokkend door de gang riep ik hier een daar goedemorgen naar collega’s en was al uitgeput toen ik bij mijn kamer kwam. En dan te bedenken dat de werkdag nog moest beginnen. Ik kwam op mijn kamer en er begon gelijk een lichtpuntje te gloeien, want mijn onvriendelijke, oncollegiale en incompetente collega had vrij genomen. Dat zou de dag een stuk draaglijker maken. Ik hing mijn jas op. Klaagde wat tegen mijn stagiaire en keek toen naar mijn bureau.

Er lag een cadeau op mijn bureau. Ik raakte even van de wijs. Een cadeau op mijn bureau is net zoiets als sneeuw in Hawaï. Heel ongebruikelijk en onverwacht. Er zat een briefje bij. Het cadeau was voor mij (ik twijfelde of het niet verkeerd was bezorgd). Van een collega die ik laatste geholpen had. Ik zat er even mee in mijn handen. Ik voelde gelijk dat het een boek was. Een zware. Het was ingepakt in Sinterklaas papier. Voorzichtig maakte ik het open. Een blinkende zilveren kaft met de woorden GELUK staarde me aan. Geluk 2.0. The world book of Happiness. Wat een fantastisch cadeau. Hoe is het mogelijk dat je soms precies op het moment dat je het nodig hebt iemand of iets op je pad treft waar je op dat moment behoefte aan hebt. Ik voelde me gelijk een stuk beter. Mijn keel voelde minder prikkelig. De hoest was weggezakt en mijn tred werd lichter. Ik zag zelfs in mijn ooghoek dat de zon stiekem begon te schijnen.