mysterieuze gedachten
wandelen van voor naar achteren

ze weten niet dat ik ze ken
voor ze wegduik of opzij ren

ik schrik ze soms af
of veroordeel ze als laf

onlosmakelijk aan mij verbonden
ontsnappen aan al mijn monden

spreek ze uit via taal
kennen altijd een eigen verhaal

luister nu eens goed
soms vergt dat tijd en moed

leer ze kennen, voel ze en begrijp mij
verlos me en maak vrij

Fout

Ik voel bij mezelf dat de behoefte aan elke dag schrijven afneemt, terwijl schrijven op een routinematige basis me zoveel goed doet. Nu even niet of is er iets anders aan de hand? De afgelopen weken heb ik heel hard gewerkt. Nog harder dan normaal. Deze week heb ik gewerkt onder grote druk in een crisis situatie op het werk. Ik was scherp, snel, helder en gaf uitstekende onderbouwde adviezen. De burgemeester luisterde naar me en vertrouwde mijn oordeel. Na zes uur voortdurende adrenaline was de klus geklaard voor het eind van de werkdag.

Trots was ik en ’s avonds liep ik met vriendin A een extra rondje. De dag erna bleek er iets mis te zijn gegaan. Ik had een fout gemaakt. Niet een fout waardoor de adviezen niet meer klopten, maar een fout in de uitvoering. Ik had de koerier de post op een verkeerd adres laten bezorgen. De betrokkene had dus de post niet gehad. Binnen een half uur had ik het probleem opgelost, maar zonder enige reserve openden de sluizen zich en brak ik.

Ik brak op het werk. In het zicht van mijn baas, nieuwe collega en andere collega’s. De sluizen stonden wagenwijd open en de tranen bleven komen. Ik voelde me schuldig, verantwoordelijk, ik had gefaald, ik voelde opeens alle moeheid, mijn keel deed pijn, mijn benen trilden. Zo snel als de sluizen opengaan, sluiten ze normaal gesproken ook weer. Dat gebeurde nu ook. Ik kwam thuis, huilde nog wat na en ging met mijn dochter naar tennis.

Nu ben ik alweer een dag verder en snip verkouden. Mijn lichaam maakt me duidelijk dat ik nu even rust moet nemen. Dat doe ik dan ook. Analyseren wat er mis is gegaan helpt me niet verder. Wat me wel opvalt is dat het openen van sluizen ook effect heeft op andere mensen. Voorheen zat ik daar mee. ‘Ze zullen me wel een mislukkeling vinden of een softie of een sukkel of…’, ging het dan door mijn hoofd. Nu denk ik: ‘dit is wie ik ben, dit is blijkbaar wat er gebeurt als de ballon knapt en dat is oké.’

Dit opschrijven geeft me inzicht, maar geeft me ook rust. Inzicht in de enorme werkdruk die ik de afgelopen tijd heb ondergaan. Hoe goed ik daar over het algemeen in gedij, maar ook hoe snel je kunt doorschieten als je niet op tijd jezelf in de spiegel kijkt en ingrijpt. Het ligt niet aan mijn omgeving, maar aan mezelf. Dan is het ook fijn dat er een diepgeworteld vertrouwen is dat alles altijd goed komt. Dat alle hulpbronnen in mezelf zitten en ik ze steeds sneller weet te vinden. Alles is er nu uit en voel ik een vermoeidheid en rust in me opkomen. Ik beloon mezelf met een sprong in mijn bed, wikkel mezelf in mijn dekbed en ga lezen en slapen.

Afwijzing

Poging een
afgewezen
Poging twee
helaas
Poging drie
het spijt ons zeer
Poging vier
de keuze is niet
Poging vijf
niet door
Poging zes
niet geselecteerd
Poging zeven
bedankt voor de inzending maar
Poging acht
niet genomineerd
Poging negen
uit de enorme hoeveelheid inzendingen bent u niet
Poging tien

Verbijstering

Gisteren sloeg ik de laatste pagina van “Jij zegt het” van Connie Palmen dicht. Ik bleef verbijsterd achter. Geen nazorg te bekennen. Zoals zo vaak vroeg ik me af hoe ik nu verder moest. Dit boek maakte tijdens het lezen al een verbluffende indruk op me en dat bleek tot het einde toe door te gaan. Het maakte meer los dan ik wist dat vast zat. Ik was er zo erg aan toe dat ik alleen maar stilte kon dulden in de uren die volgden op het einde. En stilte was tijdens de zwemles van dochterlief nergens te bekennen.

Vandaag liep ik de Wereld Winkel in. De winkel die veel voor me heeft betekend en binnenkort haar deuren gaat sluiten. In de hal voelde ik al een ondefinieerbare kou. Buiten was het best aangenaam, dus het verraste me. Een bries die me deed huiveren. De winkel was leeg, ook al stonden er nog genoeg spullen. Het zag er leeg uit en zo voelde dat ook. Ik liep rond en weer overkwam me dat gevoel van verbijtstering. Bij gebrek aan een betere duiding. Niets blijft zoals het is. Het leek alsof ik op een afscheid was beland. Een afscheid van een dierbare. De lezer acht dit woordgebruik en dito gevoel misschien hysterisch of dramatisch. Toch voelde het echt zo. Een vriend vertrekt.

Tijdens het gesprek met de vrijwilligster van dienst kwam het inzicht dat boeken ook vrienden worden. De levens die je met elkaar deelt zijn echt. Voelen in ieder geval echt. Op een bepaalde manier voel ik me verwant met hun. Sylvia Plath, de getergde dichter, dochter, moeder, echtgenoot, vriendin. Ted Hughes, de verminkte held, zoon, vader, echtgenoot, geliefde, vriend. Ook de Wereld Winkel symboliseert een mens, een deel van mij. De zoekende vrouw, de kind loze moeder, getraumatiseerde dochter, echtgenoot.

Afscheid nemen van al die levens is op dit moment verdomd lastig. De neerslachtigheid drukt me van achteren op de feiten. Op verschillende feiten die niet benoembaar zijn, maar te meer voelbaar. Je niet kunnen uiten is soms zwaarder dan in een tranendal op de vloer storten. Demonen komen en blijven hangen. Van mij mogen ze één dag blijven logeren. Morgen kunnen ze hun spullen weer pakken en vertrekken. Zoek maar een andere donkere wolk om in te verbergen.

 

ADD

Ik lijd aan een ernstige vorm van ADD. Natuurlijk mag ik daar geen grappen over maken, want het is echt heel ernstig. Maar nu ik schrijf over mezelf en mijn aandoening, vind ik dat ik los mag gaan. Het zegt verder niets over een ander, zeker niets over die mensen die ook aan ADD lijden. Ik ken er in ieder geval één. Dat is diegene met wie ik mijn genen voor een deel deel.

Maar goed, sinds gisteren heeft de kwaal in alle hevigheid zijn kop opgestoken en zich genesteld in mijn lijf. Vooral in mijn kop. Dat gedeelte is vooral heel gevoelig voor ADD. Elk jaar rond deze tijd is het raak. Net zoiets als hooikoorts. Met de lente in aantocht, is het virus niet te stoppen. De lezer vraagt zich misschien af of ik met ADD doel op attention dificit disorder? Die frustrerende kwaal die ervoor zorgt dat je niet langer dan 10 seconden naar een vel met woorden kunt kijken. De oplettende lezer, vooral diegene die wel eens een blog van mijn hand heeft gelezen, weet al gelijk dat ik het daar niet over heb. Waar dan wel over?

Het gaat om het hardnekkige virus, syndroom, obstakel, de aandoening, de last, de zonde: After Donner Dip. Deze door twee talen gefabriceerde afkorting heb ik al lang geleden opgelopen en stak gisteren wederom in alle hevigheid de kop op. Het is natuurlijk allemaal de schuld van de Boekenweek. Een week waar ik kriebels van krijg. Ik wil dan zo veel mogelijk nieuwe schatten aanschaffen en mijn leven verrijken met literatuur. Gisteren kwam Connie Palmen naar Donner om een interview te geven en te signeren. Daar moest ik bij zijn. Zuslief ging mee. Op krukken strompelden we van haar huis naar de tram. De tram was zo lief ons voor de deur van Donner af te zetten en daar strompelden we met een slakkengang verder. We betraden Donner en voelden de spanning in de lucht hangen. Die spanning die je hebt als je een boekwinkel binnen gaat en weet dat al je verwachtingen waar gemaakt gaan worden binnen enkele minuten, dan wel kwartieren. Donner schotelde ons een heerlijk taartje voor met een bakkie troost. Ook al hadden we op dat moment geen troost nodig. Puur geluk drong diep onze aderen binnen.

Connie kwam binnen met haar bijzonder kleine entourage, nam plaats op het podium en beantwoordde met haar zwoele stem alle vragen van Marcel Möring. Een amusant interview werd het met diepe inzichten in de vrouwen die ze heeft bestudeerd. Getroebleerde vrouwen die een pad kozen wars van alle conventies. Connie Palmen schreef het Boekenweek essay. Ik kreeg het warm van haar. Laafde me aan haar intellect.

Ze signeerde mijn boek en ik kon het niet laten. Ik vroeg haar hand. Ze stak hem uit, een zachte mooie hand en ze schonk me daarbij een glimlach. Ik raakte ontroerd. De tranen welden op en ik kon ze nog net op tijd inslikken. De rode kleur op mijn gezicht verried alsnog mijn emoties. Ik was ondersteboven. Ondersteboven van een vrouw die ik alleen ken van de woorden die ze gebruikt en de betovering die ze me geeft. Het was een vreemde gewaarwording om de vrouw die een cruciaal onderdeel van mijn leven en mijn vorming is, te ontmoeten. Met haar aanraking vloeide ze voor een deel in me en daar was ik ondersteboven van.

Na een heerlijke lunch en een tas vol nieuwe schatten, hobbelden mijn zus en ik terug naar de tram. Daar zaten we achter elkaar met de zon in ons gezicht, stil te zijn. Onder de indruk, gelukkig en voldaan. Het gat waar we in vielen was diep. ADD is een monster dat je grijpt als je er even niet op beducht bent. Er is maar één remedie tegen dit gedrocht en dat is lezen. Dat heb ik dan ook gedaan, bijna de hele dag. Resultaat: twee boeken uit en een herinnering in mijn hand.

Week

Het is nog maar donderdag en ik blik al terug op een hectische week. Maandag werd ik gegrepen door een buikgriep. Op mijn werk begonnen de letters van mijn computerscherm af te springen, kreeg ik het de ene keer heet en daarna weer koud en werd ik misselijk van aan eten denken, laat staan van de geur ervan. Thuis gekomen dook ik mijn bed in en de dag erna was ik niet veel waard. Wat is buikgriep toch naar en wat is het o zo fijn dat we boven een tweede toilet hebben. Tjonge jonge, wat voelde ik me daarna slap.

Het leek me beter een dagje thuis te blijven. Al hangend en kreunend en steunend lag ik op de bank debatten te kijken. Ik kreeg een overdosis politiek tot me en over me heen. Boeiend, tot een bepaalde mate. Ik merkte dat bijna iedereen hetzelfde zegt, maar net wat anders verpakt. Want het gaat natuurlijk allemaal om ons, en onze identiteit en onze normen en waarden en ons geluk en bla bla bla. Op een gegeven moment kon ik aan de hand van de vraag het antwoord van VVD of D66 of GroenLinks zo uitspugen.

Dan nog dat gedoe met die fijne president in een zuidelijk gelegen land. Elk nieuwsbericht nam ik tot me. Op het hoogtepunt van mijn uitwendige explosies begon ik ook steeds meer te imploderen.

En daarna, die lang verwachte verkiezingen. Natuurlijk heb ik gestemd. Gisteren toog ik met vriendin en in totaal 4 kleine meisjes naar de stembus. Had even ruzie met het stembiljet, kreeg het namelijk niet meer netjes teruggevouwen en toen ’s avonds zat ik aan de buis gekluisterd. De voorlopige uitslag viel me tegen, maar nu. De dag erna, na al dat politieke gedebatteer, geneuzel en gezeur, merk ik dat ik in een zwart gat ben gevallen. Gelukkig was ik weer fit genoeg om te gaan werken, maar ik voel nog steeds het zwarte gat. Geen one-liners, geen “u staat centraal”, geen “Nederland is voor de Nederlanders”, geen “de koopkracht gaat er voor iedereen op vooruit”, geen “afschaffen eigen risico”. Niets van dat alles. De strijd is gestreden. Iedereen is moe. Het formeren kan beginnen en ik, ik wacht maar weer af. De buikgriep is vertrokken en met al die ellende die daarbij hoort, eigenlijk ook mijn interesse in Den Haag. Laat de lente maar komen. Tijd voor de krokussen en narcissen. Die maken elk jaar hun beloftes waar.