Lief

Voor mijn lief van Ramses

Jij bent mij zo lief

Jij bent mij zo lief
Je bent mijn mooiste liefdesbrief
Jij bent mijn allerliefste maatje
Mijn daadje
Mijn zaadje
Ik vind jou zo mooi
Je lacht vertederend om mijn rotzooi
Je lacht bemoedigend in mijn morgen
Mijn zorgen
Soms verborgen
Ach mijn hart
Weet je dat
Jij mijn liefde bent gebleven
Zelfs nadat
Jij onze stad
Aan jouw nieuweling hebt gegeven

Op naar de volgende 20 jaar!

Vakantie

De vakantie is weer voorbij. De koffers zijn leeg, de wasjes zijn gedraaid en de herinneringen opgeslagen op mijn harde schijf. Sinds lange tijd heb ik me echt goed en volledig kunnen ontspannen en dat smaakt naar meer.

Kamperen blijkt goed bij me te passen. Vorig jaar was het niet echt bevallen, maar nu paste deze camping zo goed bij me dat ik me na dag 1 al helemaal thuis voelde. Al blijft het wennen. Het volgende gedicht is ontsproten na het ontbijt op een mooie zonnige dag in Frankrijk:

Kamperen

alle geluiden slokken me op
het licht is feller
de lucht is blauwer
de geur van de ochtend hangt
aangenaam in mijn neus
elke dag vertraagt

het gras blijkt groener
maar ook platgetrapt
door al die voeten
mijn huid gebruind
haar gebleekt en het chloor
gonst in mijn oren

ook in onregelmaat zit
regelmaat
de dagen lijken langer
ervaringen intenser
aan het eind van de rit blijft
het geluid aan me kleven

ik word er niet rustiger door
de nachten zijn donker
maanlicht bereikt haar hoogtepunt
ik kijk haar aan
zij weet meer dan ze laat
merken en kijkt toe

Woord na woord neem ik
alles in me op
zie de kinderen voor me drentelen
springen, zwemmen
opeens bewust van de glans
van de maan

in de ochtend pikken
de mussen restjes croissant
zwemmen staat op het programma
in de ogen van het kind zie ik weer
die glans, ze kijkt me aan
met aan elkaar geplakte wimpers en roept:

Bommetje!

Vive la France

Hitte

Afpellen van mijn huid
is de wens van de dag
badend in een bak met ijs
ondergedompeld
weggespoeld van al het licht
de druk van het moment
de verplichting van het grote
genieten
weg met al die opgedrongen
eisen, standaarden waaraan
al zwemmend niet aan voldaan
kan worden
buik inhouden, adem door je tenen
vers geschoren benen
tonen de moed der wanhoop
of wanhopen ze de moed
om toch al snotterend
het licht, de prikkels en hysterie
tegemoet te treden
ogen dicht, dompelen maar
vul jezelf met water
omring je door de oceaan
gezuiverd kom ik boven
weer een hittegolf doorstaan

Stapelgedicht

In 2011 deed ik voor het eerst mee met de Kunstroute in Tholen. In mijn eigen hal exposeerde ik stapelgedichten en “gewone” gedichten. Stapelgedichten zijn boektitels die onder elkaar worden gestapeld en op die manier een gedicht vormen. Hieronder is een voorbeeld.

Het mooiste gedicht
In wankel evenwicht
Een nagelaten verhaal
Op de rand van de taal
Verlichting van hart en geest
Het witte feest
Wie schrijft…
De verhalen
van oude mensen, de dingen die voorbijgaan
De keerzijde van het lot
Een onafwendbaar einde
Ik ben niet bang
Ik heb tien benen
Honderd dwaasheden
een tafel vol vlinders
Een eigen huis
Een schitterend brein
Vogels zonder vleugels
Danseres zonder benen
Mannen van staal
een nieuwe aarde
Het Paradijs
Zo God het wil
Heb mij lief

Vlaggen

ik heb de vlaggen in de wind
zien waaien
voor geluk geknoopt tussen
twee bomen

in mijn tuin denk ik aan
zij die zo ver weg zijn van mij
ook de vrede is
nog steeds niet nabij

op een dag ga ik er iets
over schrijven, tot
die dag blijf ik naar de
vlaggen kijken

 

 

IMG-20160522-WA0002

foto: Maaike Dekkers

Als het geluk op je neerstort
kun je het dan aan om het allemaal
op te vangen en te koesteren
misschien wel te delen

Als het geluk je te pakken krijgt
laat je jezelf dan inpakken
helemaal vertroetelen
met strikjes en slingers omhangen

Als het geluk je overvalt
zal je dan schrikken en met
wijd openstaande ogen het aanzien
en meenemen in je rugzak

Als het geluk de schaduw
vormt op de muur, het pad dat je bewandelt
achter je, voor je, opzij, laat je
dan het licht aanstaan.

Als het geluk er nu eens is
zie je het dan voor je, voel je
het in je neus, tintelt het in je ogen
brandt het tussen je tenen
houd je het in je armen
knoop je het in je oren of daartussen
prent je het in of uit en laat je het dan
weerkaatsen in het licht en weerspiegelen
in je glimlach en dat je rent met je haren los
totdat je niet meer kunt
buiten adem het laatste restje opzuigt
opkijkt en weet dat van dit alles
er in overvloed aanwezig is

Als het geluk je nu eens vraagt

Vasalis

Tijd

Ik droomde, dat ik langzaam leefde…
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen…
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote kerel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
-De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders start zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd…
Hoe kon ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

M. Vasalis (1940)

Wolken

IMG-20160522-WA0006

Foto: Maaike Dekkers

Door de wolken word ik gegrepen
opgezogen door de lucht
waarom is het zo moeilijk te begrijpen
dat de reis beter is dan de vlucht

Dreigend staren ze naar beneden
wetend dat ik zal zwichten
de verleiding is altijd sterker
dan de wens naar verlichten

Opeens geraakt door een straal
de warmte dringt dreigend binnen
ik geef me over, woordeloos
kan geen weerstand meer verzinnen

Dat is de kracht van de wolken
ze klauwen, laten niet los, verbeten
houden ze alles in de gaten
ik geef het op, stop met me te meten

Naina

IMG-20160620-WA0003

Foto: Maaike Dekkers

Geworpen uit de schoot van de aarde
een geschenk afgedankt
weerloos en zonder weerwoord
geplaatst in de armen van die ander

achter de halmen stromen de tranen
ze vloeien terug in de aarde
blik duister en gericht naar beneden
neem ik je in mijn armen en verlicht
de pijn, het verdriet en al je vragen

Wie het leven begrijpt
mag het zeggen
wie de antwoorden heeft
mag ze geven
alsof het er toe doet
te weten dat je zoveel meer
bent dan een afgedankt lapje
stof, zo veel meer betekent
gegroefd zit in mijn ziel
de krassen maken je mooi

teerbemind, niet altijd eenvoudig
de weg is hobbelig, onzichtbaar op
momenten, toch is er geen pad
dat ik zonder jou zou willen bewandelen
hier achter de halmen
vang ik je tranen op
snijden we de halmen kort
en gaan we samen op pad.