Kleur

stappen worden gezet
voeten weten het ook niet
kijk omhoog
gebouwen sluiten me in
het voelt niet als
een deken
meer als koud beton
stalen vingers grijpen
me bij mijn keel
voor me uit zie ik grijs
boven me
achter me
ingehaald door de
geschiedenis
gegrepen door pilaren
muren, stenen
de angst is voelbaar
de hoop vervlogen
de les vervaagd

ik zoek naar kleur
een bloem
een kind
een jas
een teken
opeens zie ik het
daar aan de overkant
een gezicht
wollen muts
bolletje hupt vrolijk
een lach breekt
een reflectie
gelukkig
daar ben jij
mijn kleur

 

 

Diploma

Daar staat ze op de kant
gehuld in een T-shirt, korte broek
en doorzichtige waterschoenen,
standje vier

armen gebogen, de duik
die meer een sprong is
naar de diepte, het gat door
over de rubberen platen klauteren

verder zwemmen,
schoolslag, rugslag
trappelen en zwaaien maar

kleren uit,
aquamarijn badpak straalt
wimpers geplakt aan elkaar

druppels druppen
want dat doen ze
nog een paar meter

onder water,

adem in

boven water

adem uit

en dan, klauteren op de kant
de verlossing is daar
diploma A!

Wislawa

In de rij inspirerende vrouwen mag Wislawa Szymborska niet ontbreken. Deze Poolse dichter is één van de grootste van haar tijd en wat mij betreft van alle tijden. Haar gedichten zijn alledaags, maar dan zo opgeschreven dat de schoonheid ervan afspat.

In 2012 overleed ze op 88 jarige leeftijd. Een leven achterlatend die niet altijd over rozen ging om maar een cliché te gebruiken. Wislawa sprak niet graag over haar zelf en haar leven. Haar gedichten spraken voor zich. Ze was ook graag op zichzelf. In 1996 ontving zij de Nobelprijs voor de Literatuur. Dat vind ik terecht.

Zij kwam in mijn leven toen ik onrustig was, stukken jonger en veel wilde weten over het leven. Ik had vragen en zocht antwoorden. Die antwoorden vond ik niet bij familie of in de mij voor handen zijnde literatuur, maar wel in de poëzie. Telkens als ik een boekwinkel binnen stapte, zocht ik eerst naar de dichtbundels. Ik wilde ze allemaal even vasthouden, want dichtbundels zijn zo mooi. Ze hebben vaak een mooie harde kaft en een eenvoudige vormgeving. De inhoud doet de rest. In mijn zoektocht ontdekte ik dat er veel te kiezen was. Waar te beginnen? Een hele aardige boekverkoper in Haarlem was helemaal in zijn nopjes toen ik mijn zoektocht beschreef en onmiddellijk raadde hij me de gedichten van Szymborska aan. Zonder enige twijfel kocht ik de bundel “Einde en Begin: verzamelde gedichten.” De eerste dagen keek ik alleen in de bundel. Ik nam haar overal mee naar toe, hield haar dicht bij me en raakte haar vaak aan. Angst voelde ik om te beginnen. De “wat als” vragen tuimelden over elkaar heen: wat als ik het niet begrijp? wat als het tegenvalt? wat als ik het niet voel? wat als…?

Op een moment (helaas is die herinnering weggevaagd) sloeg ik de bundel open en begon aan het eerste gedicht “Niets tweemaal” en onmiddellijk voelde ik dat dit de vrouw was met de antwoorden. Dat gevoel kan ik nu nog oproepen. We leefden in verschillende werelden, verschillende achtergronden en verschillende levens, maar de wijsheid van haar woorden overstijgt alle verschillen. En daarom mag Wislawa Szymborska niet ontbreken in mijn vrouwenlijst.

Niets tweemaal

Niets gebeurt tweemaal en niets
zal tweemaal gebeuren. Geboren
zonder kundigheden, sterven we
dus als onervaren senioren.

Ook al zijn we nog zo hardleers
op de grote school van ’t leven,
geen winter, geen zomer wordt ons
nog een keertje opgegeven.

Niet één dag keert ooit terug,
twee nachten zijn nooit identiek,
geen kus is als een andere,
elke oogopslag is weer uniek.

Gisteren noemde iemand plots
in mijn bijzijn luid jouw naam
– het leek alsof een rode roos
naar binnen woei door het raam.

Nu we samen zijn vandaag,
haal ik mijn blik van je gezicht.
Een roos? Hoe ziet een roos eruit?
Is dat een bloem? Een steen wellicht?

Onzalig uur, onnodige vrees,
waarom bemoei jij je ermee?
Je bent – je moet voorbijgaan.
Je gaat voorbij – en alles is oké.

Lachend en elkaar omhelzend
verzoenen we ons met elkaar,
ook al zijn we zo verschillend
als twee druppels zuiver water.

Licht

 

Wat is dat toch? Ik ontdek schrijvers vaak pas als ze dood zijn.
Ik “ken” dan zo een schrijver al wel jaren, heb er boeken van in mijn kast staan, maar kom er maar niet aan toe om ze te lezen. Er gaat altijd wel een boek voor. Of het staat me tegen dat er een hype om iemand heen gecreëerd wordt en vanuit mijn recalcitrante zelf verzet ik me dan tegen alles wat zo iemand voortbrengt. Vaak volkomen belachelijk en onterecht.
En dan? Vaak jaren na de dood van de schrijver speur ik in mijn boekencollectie naar iets “nieuws” en daar bedoel ik mee een boek van een schrijver die ik nog niet eerder heb gelezen. Ik stuit dan op de overleden schrijver en raak helemaal overdonderd van diegene. Zo nu ook met Martin Bril. Wat een fantastische scherpzinnige observator is dat met scherpe humor. Ik moet natuurlijk “was dat” schrijven, maar voor mij leeft hij. Ik lees hem, dus hij kan niet dood zijn.

Ik stuitte op het volgende gedicht van hem en wil dat graag delen.

Licht

Je kunt je duizend keer
Hetzelfde verkeerd
Herinneren.
Zo weet ik beslist
Dat de zon scheen toen
Ik voor het eerst
Een vrouw zoende
Tussen haar benen

Toch was het nacht
Of avond op z’n minst
Dat kan niet anders

Ik moet al die jaren
Het licht naast
Het bed voor de zon
Hebben aangezien

Ook is denkbaar dat ik
Die keer verwar
Met een andere
Keer, bij daglicht en later

Prachtig, mijn leven wordt door dit soort ontdekkingen steeds rijker. Baal ik er nu van dat ik me niet verdiept heb in Martin Bril toen hij nog leefde? Niet echt. Het gaat zoals het gaat en ik geloof (wat Martin Bril denk ik al brakend zou ontkennen) dat boeken op je pad komen op het moment dat je er aan toe bent of ze nodig hebt. Ik heb blijkbaar Martin nu even nodig en hij is er nog. Hij zal er altijd zijn.

Stoppen

Ik voel me gaan
er is geen stoppen meer aan
principes krijgen vleugels
vliegen rond mijn hoofd
buurten bij die ander
hun lied vindt soms
gehoor, of niet
ze vliegen dan verder
of storten ter aard

Ik hoor me gaan
er is geen stoppen meer aan
gedachten tuimelen over me heen
bedolven geef ik me gewonnen
kijk die ander aan,
neem nu eens die rugzak van me over
draag ook eens die loodzware steen
of slik dat gal eens voor me weg
spoel de zee schoon

Ik zie me gaan
er is geen stoppen meer aan
spiegels heb ik niet meer nodig
die beelden ken ik nu wel
ik kijk naar jou en zie me staan
de strakke trek rond mijn mond
ogen opengesperd of juist gesloten
tegenhouden heeft geen zin
ik laat me gaan

Kijk

Kijk omhoog
zie je die krokodil
bek open
klaar voor de aanval
auto’s te verslinden
mierenmensen op te peuzelen
in één hap

de bocht om
verandert hij
een haai, of nee
toch een olifant
wit en wollig
klaar om de ondergrond
te pletten

een stukje rechtdoor
gebroken hart
links uit het raam

rotonde rechtsaf
een draak spuwt
rook de hemel in

zoveel te zien

zoveel te

zien

zoveel.

 

 

J

Voor J

Als ik in de ogen van mijn kind kijk,
zie ik de wereld op zijn kop.

De pas uitgekomen bloemen zijn verdord,
de zon straalt regendruppels,
het gras is bruin
de vogels zingen onhoorbaar.

Zij ziet de wereld
in andere kleuren,
bruin, grijs en zwart
voeren de boventoon.

Ik zou haar willen meenemen
naar een opticien,
haar een bril laten opnemen
die kleuren laat zien.

Ik zou haar willen
voeden met
het gezang van
duizend merels.

Ik zou haar willen voelen,
de verse zonnestralen
op haar huid,
haar overladen met kussen
en bosjes vers gemaaid gras
besprenkelen met paars,
geel en liefde,
de hele dag.

Zag ze zichzelf maar door
mijn bril, dan zag ze
prachtige ogen,
een geweldig lijf,
schoonheid in pure vorm,
de meest
fantastische lach die
de wereld doet verwarmen.

Zag ze de wereld maar rechtop.

Ŋtee mansalingo, kaatung ŋtee lomm…..

I write poetry, therefore I am…..

Yo escribo poemas, por lo tanto soy…..

Ben siir yazarim, ben buyum…..

Ik dicht, dus ik ben…..

Man chaheri me kouom, chayer astom…..

Jag skriver dikter, alltså finns jag…..

J’écris des poèmes, donc je suis…..

Jeg skriver digte, derfor er jeg…..

Ŋtee mansalingo, kaatung ŋtee lomm…..

Io scrivo poesie, dunque sono…..

Ich schreibe gedichte, also bin ich…..

Verset költök, tehát vagyok…..

 

Vergezicht

Starend in mijn glas
tuur ik naar de wereld
afwezig
vertrokken met mijn
fantasie in mijn glas
de achtergebleven
luchtbellen vertellen
verhalen over wat was
of komt, maar niets
is zeker,

behalve dan dat het
glas me vertelt
dat de wereld om
me heen
altijd troebel zal zijn
totdat ik de bellen
opgeslurpt heb
ze mijn longen
vullen en mijn maag
en ik mijn geluk

vrij laat

in een hele grote

luide boer.

Rika

Er huist een ware dichter in mijn dochter van zes jaar.
Vandaag heeft ze de volgende dichtsels geschreven voor haar huisgenoten.
Te mooi om niet te delen met de wereld.

Voor mamma:

Mamma, jij kan niet jouw ogen zien
maar ik wel
in de spiegel
kan iedereen jouw ogen zien.

Voor Cato:

Cato zit in de zon
ze kijkt in de zon
zon, zon, zon.

Voor pappa:

Pappa leest een krant
pappa zit op de bank
pappa, pappa.

Opmerking van de dichteres: “Ik word hier zo blij van.”