Cirkel

De cirkel is rond. Totaal onverwacht gebeurde het. Maandag las ik op internet (zo maar toevallig kwam ik op een televisiegids en daar klikte ik op een artikel over U2) dat dit jaar U2 gaat toeren en ook Nederland aandoet. Niet zomaar een tour, maar U2 gaat zelf een ode brengen aan één van hun beste albums: The Joshua Tree. In 1987 zag dit album het levenslicht. De band was al jaren bezig, maar dit album zorgde voor wereldwijde faam. Muziekliefhebbers raakten in vervoering van de songteksten, de muziek en U2 zou definitief een eigen sound op de muziekkaart zetten.

In 1988 traden ze op in de Kuip, Rotterdam. Mijn vader wist kaarten te bemachtigen. Hij was groot liefhebber van de muziek. Er ging geen dag voorbij dat hij niet keihard meezong met “With or without you”. Hij was in de wolken met de kaarten. Ik mocht niet mee, want te jong, te klein, te breekbaar. Mijn nicht mocht wel mee, want die was al 16. Na het concert kocht mijn vader een immens grote poster, lijstte die in en gaf “het kunstwerk” een prominente plaats in de woonkamer. Elke keer als ik kwam logeren, keek ik ernaar en luisterde naar de muziek.

Twee jaar later overleed mijn vader plotseling. Weggerukt uit het leven. Hij liet een huis met inboedel na aan mij en mijn nog ongeboren zus. Ik mocht uitkiezen wat ik wilde hebben. Ik koos de poster, zijn cd’s en zijn overhemden. Maanden lang liep ik in die overhemden, die voor mij jurken waren en luisterde ik naar de cd’s van U2, vooral The Joshua Tree album.

Nu 30 jaar later kom ik er achter dat U2 naar Nederland komt om dit album te eren.  Op 16 januari start de kaartverkoop. Manlief en ik zijn al zo gelukkig geweest dat we elke keer als U2 naar Nederland kwam we tickets konden bemachtigen, maar nu zagen we er tegenop. Iedereen wil naar dit concert. De kaarten zullen vast binnen een paar minuten weg zijn. Manlief heeft alvast alle computers klaar gemaakt (update en al), heeft zich ingeschreven bij Ticketmaster en samen zijn we de muziekgoden al dagen aan het smeken om kaarten. Woensdag reed ik naar mijn werk en hoorde ik op de radio iemand praten over dit concert en die had al kaarten. ‘Hoe kan dat nou?’ dacht ik. Hij bleek via U2.com een lidmaatschap te hebben waardoor hij via presale kaarten kon bemachtigen. Donderdag (vandaag dus) zou de laatste dag van die presale zijn. Ik heb me ’s avonds gelijk aangemeld en vanochtend ontving ik een speciale code. Om negen uur begon de voor kaartverkoop. Binnen een kwartier had manlief kaarten bemachtigd en moest ik huilen van geluk.

‘De cirkel is rond lieve pa. Je hebt me liefde voor muziek meegegeven en nu ga ik dezelfde muziek eren als jij ooit hebt gedaan. Ik neem je mee in mijn hart en samen gaan we genieten.’

Wij

Weet je nog dat we
straalden
het licht namen
zoals het kwam
uren in elkaars ogen
tuurden en in elkaars ogen
de ander zagen

Weet je nog dat we
op dat bankje zaten
zomaar,
naast elkaar
de warmte
in de lege ruimte
broeide

Weet je nog dat we
daar lagen in het gras
bij de Kralingse plas
toen de wolken
braken
de wind onze ogen
rood maakte

Weet je nog dat we
aten voor een prikkie
pizza of kipsaté
met een colaatje erbij
en de naar de film
of op mijn kamer
uren praten

Weet je nog dat
dat jij en ik,
wij werden?

Tinus (2)

Er is serieus een steekje los bij Tinus. Ik heb hem de afgelopen dagen geobserveerd, maar hij gedraagt zich wonderlijk en het wordt steeds gekker. Zo vreemd gedraagt hij zich dat Pippi besloten heeft geen contact meer met hem te hebben. Of dit tijdelijk is of dat hun verbinding verbroken is voor de eeuwigheid, is op dit moment nog onduidelijk. In ieder geval loopt ze snel weg als hij er aan komt, draait haar kop om als hij contact probeert te maken en weigert op dezelfde bank te liggen.

Nu wil ik niet beweren dat een oorzaak voor het vreemde gedrag van Tinus ligt in zijn Duitse afkomst. Dat zou flauw zijn, maar ik betrap mezelf er op dat die gedachte toch redelijk vaak aan komt waaien in mijn hoofd. Als ik mijn klaagzang bij vrienden afsteek dan krijg ik steevast te horen: ‘Ach, hij is nog jong en moet de wereld nog ontdekken.’ Dat hij jong is dat is een feit, maar dat ontdekken van die wereld, nou dat betwijfel ik dus. Het enige wat hij doet is wat uit het raam staren, de bank over stormen en alle trappen van het huis met een noodgang op en af rennen. Die wereld waarin Tinus zich bevindt is bijzonder overzichtelijk. Zijn omgeving is het huis. Zijn zorgen zijn: geen, want op tijd wordt hij gevoederd, gekroeld en uitgedaagd voor het immens populaire (althans bij ons thuis) “pak het touwtje-spel”. Misschien ligt het eraan dat we hem Tieniewienie noemen en vindt hij dat zo denigrerend dat hij in verzet is gegaan.

Wat doet hij dan zoal? hoor ik u denken. Om gelijk met het meest verschrikkelijke te beginnen. Hij plast op elke tas die op de grond ligt. Laat ik dat iets nuanceren, hij plast op elke tas van mij die op de grond ligt. Met de tassen van de kinderen heeft hij compassie dus die slaat hij over. Dan bijt hij in mijn tenen, hij springt op mijn blaas als ik net wakker ben, hij hangt met zijn nagels in de bank, stormt over de bank en springt dan bovenop Pippi. Hij begint een miauw-concert om half zes in de ochtend. Vermorzelt elk klein dingetje – elastiekje, haarspeldje, pen, papiertje- dat op de grond ligt. Hij vreet alles op wat op tafel staat inclusief koekjes, brood en plastic zakjes. En dan als laatste gekkigheid van hem, hij kruipt onder het nieuwe kleed. Niemand weet waarom. Iedereen heeft het kleed gecheckt, gedubbelcheckt, maar er ligt echt niets.

De dag van Tinus is ongeveer zo verdeeld: 19 uur slapen, 1 uur poepen, piesen en eten (in willekeurige volgorde), 3 uur spelen en 1 uur schoothangen. In dat laatste uurtje is Tinus helemaal Zen. Hij vleit zich op je schoot (of je dat wilt of niet) gaat op zijn rug liggen, gooit zijn poten in de lucht en snurkt. Dan is Tieniewienie op zijn best en al die andere uren kan ik hem niet uitstaan en houd ik zielsveel van hem.

Sneeuw

Ik kan het niet maken (al helemaal niet voor het nageslacht die ooit deze blog gaat lezen om mij beter te leren kennen) om het niet te hebben over de sneeuw die vannacht gevallen is.

Ik werd vanochtend om 6 uur wakker (wat trouwens deze week een nieuw slaaprecord is: ik werd namelijk elke nacht zo rond een uurtje of drie wakker en lag dan klaarwakker een beetje naar het plafond te staren) en moest naar toilet. Op de terugweg naar bed keek ik even uit het raam. Mijn ogen werden getrakteerd op een maagdelijk wit uitzicht. Wat is dat toch weer fantastisch. Je gaat naar bed terwijl de wereld er grijs en koud en kaal uitziet en je wordt wakker in een nieuwe wereld. Ook al ben ik de veertig gepasseerd ik voel me telkens weer kind als het gesneeuwd heeft. Ik wil dan naar buiten rennen, sleeën vanaf de dijk en vooral manlief bedelven onder een hoop witte koude watten.

Pas om half negen werden de kinderen wakker. Ik hoorde eerst deur één open gaan, getrippel van blote voetjes op het laminaat naar de toilet en daarna een grote plas. Deur twee werd niet veel later opengetrokken en hetzelfde ritueel volgde. Ik fluisterde in het donker “meiden, hebben jullie al uit het raam gekeken?” Er kwam een kleine klaagzang. “Nee mam, we willen lezen.” Toch konden ze hun nieuwsgierigheid niet bedwingen. Ik hoorde gordijnen open getrokken worden en onmiddellijk daarna volgde een hoop gegil.

Cato kon niet wachten om naar buiten te rennen. Ze propte haar boterham naar binnen, poetste haar tanden zo snel als ze kon en trok haar laarzen aan. Rika raakte van alles een beetje in de war en wist niet goed waar te beginnen.
En dan, dan staan ze buiten. Voor Cato is het voor het eerst dat ze bewust zo veel sneeuw ziet. Ze raakt de sneeuw aan, voelt er aan, gooit ermee en haar wangen kleuren rood. Samen op de slee van de dijk af. Ik kijk ernaar en ook mijn wangen gloeien. Jaren geleden gleed ik van diezelfde dijk. Het plezier en geluk zijn nog steeds hetzelfde. Nu sta ik aan de kant en geniet ik dubbel. Ik voel hoe het is om van die hoge dijk naar beneden te glijden. De blik naar beneden, de snelheid en angst die om de hoek komt kijken, maar dan die tweede helling die voor nog meer vaart en bijbehorend plezier zorgt. En ik zie hoeveel plezier mijn kinderen beleven. Dubbel geluk met een klein beetje sneeuw.

Het leven is eenvoudig en vertraagt. Plannen worden omgezet. Geen trip met de auto vandaag, maar een extra rondje in de sneeuw. Geen boodschappen meer doen, maar lekkere hapjes bij elkaar sprokkelen en vooral met elkaar bij de haard zitten, want van al die sneeuw krijg je het ook behoorlijk koud. Deze dag was het waard om neergelegd te worden in een digitaal bestandje, want wie weet wanneer er weer een kans komt om te spelen in de sneeuw.

Moment

De schemer kruipt om me heen
het licht verlaat me
langzaam trekken we naar elkaar toe

Het vuur spuwt vlammen naar ons
met klauwen grijpen ze het hout
verblindend voor het oog

Het wol pakt ons in
oranje, geel, groen, rood en bruin
de warmte koestert het moment.

Onmacht

Ik kan weer wat licht verdragen. Nadat ik maandag bijna stikte in mijn eigen hoest was de maat vol, vooral bij manlief. Hij stuurde me naar de huisarts en die schreef een antibioticakuur en een puffer voor. Prima, dacht ik. Geef mij die pillen maar en die puffer. Hoe eerder ik weer kan werken hoe beter. Er is namelijk genoeg te doen. En verder wil ik met mijn dochter een verhaal schrijven, is er een boek dat uit moet, wil ik me verdiepen in een studie coaching, zijn er nog wat contacten die aangehaald moeten worden en moet ik toch nodig weer eens een stuk fietsen.

Het liep allemaal even anders. De pillen legden me lam. Mijn lichaam reageerde zo heftig op de kuur dat ik totaal uitgeschakeld werd. Enorme hoofdpijn, overgeven en maagkrampen. Ik kon niets meer en al helemaal niets verdragen. De kinderen liepen op hun tenen, kusjes werden op mijn hoofd gegeven en tekeningen werden gemaakt op me op te beuren.

Na drie dagen van de wereld kan ik het licht weer verdragen. Ik merk aan een paar dingen dat ik aan de betere hand ben: 1. mijn eetlust komt terug, 2. mijn hoofdpijn neemt af en 3. ik kan me weer druk maken over onrecht. Ik las namelijk op een nieuwssite over de massa aanranding in India. De vrouwen werden in de nacht van Oud en Nieuw belaagd door mannen toen ze op straat feest aan het vieren waren. Er circuleren beelden op internet die laten zien dat vrouwen die nietsvermoedend op straat liepen aangevallen worden door mannen. Ze werden betast, gaven weerstand, maar de mannen bleven aanhouden. Kussen, vasthouden, betasten. Voor de politie vormde dit geen aanleiding om onderzoek in te stellen. Sterker nog zowel de politie als de minister stellen dat de vrouwen dit over zich hadden afgeroepen omdat ze te Westers gekleed waren.

Dit verhaal is niet nieuw, maar brengt een enorme woede in me boven. Vorig jaar Keulen. Een vrouwelijke burgemeester die na de massale aanranding aldaar vrouwen het advies gaf om mannen op armlengte afstand te houden of met een mannelijk familielid op stap te gaan.
Er gaan allemaal krachttermen om in mijn hoofd. Maar naast woede, voel ik ook wanhoop. Wanneer verandert deze mentaliteit nu eens? Wanneer worden vrouwen nu eens gezien als mens in plaats van gebruiksvoorwerp? Wanneer zien mannen in dat dit gedrag echt niet kan? Nu niet, dan niet, nooit niet.

Ik merk dat de kuur aanslaat. Alleen wat hebben die vrouwen daar aan? Dat ik nu zo boos ben. Dat ik deze onmacht voel? Ik weet het niet, misschien als ik verder ben hersteld vind ik een antwoord.

 

Leesmonster

Cato is bijna 4 jaar en 9 maanden en loopt op het moment met haar neus omhoog trots door de kamer. Iedereen die het horen wil en ook diegenen die het niet horen willen, worden getrakteerd op een staaltje eigenwaarde. En waarom? Cato heeft met haar 4 jaar en 9 maanden haar eerste boek helemaal zelf uitgelezen.

Nu is de moeder van dit schepsel ook bijzonder trots en schrijft dan ook een blog over dit fantastische meisje die de wereld van de verbeelding door woorden is binnengestapt. Een wereld die haar leven voorgoed zal veranderen. Een stap waar ze haar leven lang plezier van zal hebben.

Die trotse Cato vertelt breeduit tegen oma over haar boek. Floddertje die met een mixer tomatensoep voor haar zieke moeder maakt en die Floddertje die teveel badschuim in het bad doet en die gekke Floddertje die haar hoofd kaal scheert en medestanders vindt zodat ze op de achterhoofdjes letters kan schrijven waardoor de legendarische zin ontstaat “Wij eisen ijs.” Ze heeft dus niet alleen een boek gelezen, ze heeft de verhalen ook echt begrepen.

Cato doet me ook wel denken aan Floddertje. Niet dat ze zich altijd zo vies maakt, maar meer het eigenzinnige karakter dat in haar zit. Ze is stoer, houdt van voetballen en dino’s en wil later motor maker worden. Ook heeft ze een nieuw woord geleerd (niet van Floddertje trouwens). Dat woord wordt te pas en te onpas gebruikt. Helaas is het niet het mooiste woord, maar hij bekt wel lekker. Het gaat om: “getverpielekens.” Het woord wordt in de volgende context vaak gebruikt:

Mamma: Cato, kun je even opruimen?
Cato: ah, nee getverpielekens.

Mamma: Cato, wat wil je op je boterham?
Cato: doe maar getverpielekens pasta.

Mamma: Weltrusten Cato, tot morgen, slaap lekker, houd van jou.
Cato: Houd ook van jou getverpielekens mamma.

Dat eerste boek heeft veel teweeggebracht. Ben benieuwd wat volgt.

Verandering

Een kleine verandering kan een groot effect hebben. Dat heb ik al meerdere malen ervaren. Na het opruimen van de kerstboom besloten manlief en ik de bank anders weg te zetten in de woonkamer. We hebben een vrij grote hoekbank, dus veel opties om hem weg te zetten hebben we niet. Maar toch is het effect groots. De woonkamer lijkt ruimer, gezelliger en ik voel me nog meer thuis in mijn huis.

Ook een andere haardracht kan ervoor zorgen dat de eigenaar van die dracht zich helemaal anders voelt. En geloof mij, ik heb al veel verschillende coupes gehad. Het lijkt wel of je dan even een ander mens bent, de geëvolueerde versie van jezelf.

Vandaag besloot ik, alweer voor de tweede keer, om mijn weerstand tegen het jaarlijkse handjes-schudden-met gebruik making van de woorden-“beste wensen”-festijn de kop in te drukken. Ik toverde mijn beste glimlach op mijn gezicht en betrad met veel goede moed de kantine en hal van het werk. Ik schudde mijn gevoel van sociale ongemakkelijkheid en mijn principes over boord en stortte me op de menigte. Een kwartier later en vele handen schudden en hier en daar een zoenpartij verder, stond ik uitgeput en bezweet aan een ontbijt die niet smaakte. Maar toch voelde ik me anders. Voor het eerst voelde ik me als iemand die dit soort situaties met gemak de kop biedt en daar zelfs enige vorm van plezier aan beleeft. Of was het opluchting dat het weer voorbij was?

In ieder geval geeft verandering ruimte. Welke ruimte dat precies is, is misschien niet altijd gelijk duidelijk. Ik ben in ieder geval blij dat het morgen weer “gewoon” een werkdag is en alweer 3 januari.

Vliegen

Nog een paar uur en dan start er weer een nieuw jaar. Elke dag is nieuwe, maar toch voel ik me een beetje melancholisch. Samen met de kinderen muziek luisteren ontroert me vandaag meer dan gisteren of welke andere dag dan ook. Coldplay knettert uit de speakers en de tranen laten diepe sporen na op mijn gezicht.

Ik ben dankbaar voor mijn leven, mijn gezin, onze gezondheid, de liefde, de verbondenheid. Alles is mooi.  Ook al is de wereld buiten heel vaak lelijk, donker, wreed en pijnlijk. Toch kan het licht binnen dan prachtig schijnen waardoor ik hoopvol ben. Hoopvol dat dit licht sterk genoeg is om een vonk naar buiten te brengen.

Om met Loesje te spreken: als de tijd vliegt, vlieg mee. Fijne vlucht iedereen.