Zusje

In Gent heb ik een boek gekocht met de titel “333 dingen om over te schrijven.” Het is een schrift met 333 schrijfopdrachten. Ik heb het schrift gekocht om mezelf te dwingen om eens op een andere wijze te schrijven. Ook dwingt een opdracht me ertoe om te schrijven over een onderwerp dat ik zelf waarschijnlijk niet zo makkelijk zou kiezen. Doel van dit alles is om de inspiratie te laten vloeien.

Ik pak nu het boek en sla het op een willekeurige pagina open en lees de opdracht (momentje). Daar ben ik weer. De pagina is opengevallen en vertelt me de volgende opdracht: Schrijf een verhaal over je zusje. Dat komt goed uit. Ik heb er één, dus hoef er geen te verzinnen en ik kan van alles vertellen over haar. Daar komt tie.

Mijn zus is 14 jaar jonger dan ik. Ik heb haar geboren zien worden en dat was één van de meest traumatische gebeurtenissen uit mijn leven. Haar moeder schreeuwde hard, een soort diepe oerkreten kwamen uit haar en haar vagina leek op ontploffen te staan. Natuurlijk wist ik op veertienjarige leeftijd wel dat vagina’s bestonden, dat ze harig konden zijn en ook dat daar een baby uitkomt, maar dat een vagina zo open kon scheuren met bloed overal en dat een baby een tijdje met zijn hoofd er in blijft zitten was erg surrealistisch voor een meisje van een Zeeuws eiland. Ik zag het hoofd van mijn zus en moest aan de film The Exorcist denken. Die had ik eens stiekem in bed op mijn kamer gekeken en was er dagen van ondersteboven. Mijn zus kwam bebloed uit haar moeder en haar gezicht was ingedeukt en gerimpeld. Ook schreeuwde ze op een wijze die ik nog nooit had gehoord. Om het geheel nog wat traumatischer te maken vertelde de vroedvrouw over de placenta en hoe mooi deze was en dat ik die echt eens goed van dichtbij moest zien. Ze legde uit dat een placenta moederkoek is. ‘Koek’, dacht ik. Dat is het betere werk. De schrik was oneindig groot toen ze me een emmer vol met slijmerige smurrie vol bloed aanreikte en de moederkoek voor me hing. Ze legde uit wat ik moest zien en ik voelde me wit wegtrekken. Dit was verre van wat ik ooit wilde weten of zien of ruiken.

Dat zusje was sowieso niet mijn plan geweest en nu werd ik geconfronteerd met bloed en smurrie en een krijsend kind dat leek op een bezeten buitenaards wezen. Mijn plan was dat mijn ouders getrouwd zouden blijven en mij een zusje zouden geven waar ik mee kon spelen. Niet het scenario wat nu was uitgewerkt. Ouders die gescheiden waren, een vader die een nieuwe vriendin had en die dan ook nog eens zwanger was geworden terwijl hij er tussen uit kneep. Mijn vader was tijdens de zwangerschap van zijn vriendin overleden. Nu zat ik aan het puntje van het bed van een vrouw die ik niet echt goed kende die mijn zusje ter wereld had gebracht.

Tot overmaat van ramp moest de kersverse moeder flink gehecht worden, want ze was behoorlijk gehavend uit de strijd gekomen. Ze wilde graag dat ik haar hand vasthield tijdens het hechten zonder verdoving. Dat heb ik geweten. Maanden later kon ik die hand nog amper gebruiken.

De geboorte staat gebrand op mijn netvlies. Het heeft ervoor gezorgd dat ik jarenlang geen kinderen wilde. Puur en alleen om die bevalling. Nu zijn we 27 jaar verder en is mijn zusje een jonge vrouw. Een bloem die open is gegaan en waarmee ik een bijzondere relatie heb. Eerst heb ik vooral gemoederd over haar en nu geeft zij mij gevraagd (maar ook zeer regelmatig ongevraagd) adviezen. We delen lief en leed met elkaar. Onze band is heel erg sterk. We gaan op vakantie met elkaar. We lachen met elkaar. We delen dezelfde genen. Kunnen ouwehoeren op elkaar. Huilen bij elkaar. De waarheid zeggen (althans de waarheid van één kant). Alles.

Mijn zusje is een deel van mij. Zij vormt de inspiratie voor nog veel meer verhalen. Wordt vervolgd.

Gent

Manlief en ik waren dit weekend in Gent. Een 12 1/2 jaar huwelijkscadeau van mijn zus en haar vriend en haar mam (zus en ik delen dezelfde pappa: my sister from the same mister). Gent vertegenwoordigt alles waar ik van houd: historie, authenticiteit, liefde, gezelligheid, smaak en schoonheid. Vooral in het donker is Gent wonderschoon. De nacht haalt alle oneffenheden weg. Maakt als het ware het besmeurde tableau schoon en laat alleen dat zien waar de ogen van gaan stralen.

We hebben zowel overdag als in de avond heerlijk gewandeld, maar ’s avonds vallen gewoon andere dingen op die verblind raken door het gewone daglicht of niet eens zichtbaar zijn overdag. Een boom trok ons naar hem toe. Door zijn vorm, maar meer nog door zijn bijzondere lichtgevende creaturen die in hem huisden. Vastleggen op een foto wilde hij liever niet, maar na een liefdevolle blik op hem stemde hij in. Ziehier het resultaat. Vliegend licht. Dat is Gent.

20170204_183632-002

Lente

Ik wil even het volgende kwijt. De zon schijnt en ik ruik de lente al.
Het kan me niet schelen dat het volgende week misschien wel weer gaat sneeuwen of ijzelen of hagelen. Nu ruik ik de lente en dat maakt me blij.

Opeens krijg ik zin om lammetjes te knuffelen, tulpen te kopen, de ramen te zemen (dat is echt bijzonder) en ze vervolgens open te zetten. Ik wil dansen en zonder jas naar buiten en lang blond haar. Of picknicken op een bloemetjeskleed in het gras onder de molen met verse sinaasappelsap en bruine broodjes met oude kaas. Ook heb ik trek in aardbeien en groene jurken.

Ik ruik de lente en wil vliegen als een vogel in de lucht, de warme zon tegemoet. Bloemetjes plukken en die dan als een slinger aan elkaar knopen en rond mijn nek hangen. Sprankelen, sproetelen, sprittelen en spletsen. Wat het is weet ik niet, maar ik wil het. Laat die energie maar vloeien. Ik bedelf me met glimlachjes, want ik ruik de lente. Een mooie, lange, kleurige, fleurige lente. Ik ben er klaar voor.

Wind

Sinds een paar maanden waait er een frisse wind op mijn werk en die wind veroorzaakt veel stof. Oud stof dat doet opwaaien. Stof dat onder kleden was verstopt komt boven en verpulverd stof wordt vakkundig de deur gewezen. Erg spannend allemaal moet ik zeggen. Voorlopig ben ik nog niet tot stof verworden, dus maak ik me niet zo een zorgen. Wat me wel opvalt is hoe opeens de energie kan veranderen en mijn werklust wordt aangewakkerd. Lastige vraagstukken met de daarbij behorende verantwoordelijkheid komt mijn werkkamer binnen waaien en in eerste instantie deinsde ik daar wat van terug, maar ik moet toegeven: wat is het heerlijk om weer eens met professionele mensen op een hoog niveau na te denken over verbeteringen binnen de organisatie.

Toch ontstaat er ook een bepaalde druk en hier en daar komt een twijfel om de hoek kijken. Kan ik het allemaal wel aan? Presteer ik wel goed? Begrijp ik voldoende wat er van me verwacht wordt en kan ik dat ook leveren? Aan de ene kant roept dat spanning op, maar aan de andere kant ook levendigheid. Het gaat eindelijk weer eens ergens over. Niet dat het daarvoor nergens over ging, maar ik was al wel een tijdje klaar met het hap/snap werk en de pappen en nat houden-mentaliteit.

De frisse wind is naast empathisch ook heel stoer. Een mooie, maar voor onze organisatie ook, noodzakelijke combinatie. Met empathie kom je een heel eind, maar soms moet de wind even ijzig koud zijn om ervoor te zorgen dat het oude stof of meedraait met de wind of gewoonweg uit het raam gedonderd wordt.

We gaan zien wat er allemaal gaat komen. Ik denk zomaar dat deze wind er ook voor gaat zorgen dat er een grote voorjaarschoonmaak komt. Dan is het niet alleen goed doorlucht in huis, maar ruikt het ook nog eens fris. Ik kan niet wachten.

 

Kippenvel

Er  zijn van die momenten dat het kippenvel over mijn lijf loopt en ik het koud en warm tegelijk krijg. Meestal springen dan ook de tranen in mijn ogen. Ik kan ontroert raken door een opmerking van een van mijn kinderen (Cato: mamma, ik kan echt niet leven zonder jou) of van een prachtige met de tong uit de mond gefabriceerde tekening of van een goed boek dat op zijn einde loopt of van een prachtig schilderij of van muziek.

Vanochtend was zo een moment. We zaten met zijn drieën aan tafel (manlief was werken) en aten ons ontbijt. Opeens voelde ik de behoefte aan mooie muziek. Ik laat graag de kinderen ervaren wat muziek met je kan doen, dus vertelde ik over een nummer dat ik zo mooi vind en je zelden op de radio hoort. Ze wilden het wel horen en sloten hun ogen.

Na een korte stilte hoor je Babaa Maal een zanger uit Senegal in zijn taal woorden prevelen. Zonder dat ik begrijp wat hij zingt schieten de woorden recht door naar mijn hart. Ik voel rust en aanschouw de schoonheid van de klanken. Vervolgens zwelt de muziek aan en komt de stem van Marcus Mumford erbij. Hij zingt dan:
But in the cold light, I live to, love and adore you
It’s all that I am, it’s all that I have
In the cold light, I live, I’ll only live for you
It’s all that I am, it’s all that I have

De tranen komen op en in langzame stroompjes kietelen ze mijn wangen. De kinderen kijken me aan en Rika zegt ‘mooi mam, ik krijg er kippenvel van.’ Cato wordt stil en samen genieten we. De tekst probeer ik te vertalen, want ze willen graag weten waar het lied over gaat. Ik vertel ze dat het gaat over liefde en vooral de liefde voor hun, mijn mooie meiden. Zij zijn alles.

Afstuderen

Ik heb vandaag een aandeel geleverd in de toekomst van twee mensen. Dat voelt ontzettend goed. In mijn werk begeleid ik regelmatige stagiaires van de Hogeschool Tilburg. Dit zijn jonge mensen die HBO Rechten studeren. Ze komen een kijkje nemen in een juridische wereld of een scriptie schrijven om te kunnen afstuderen. Tijdens de begeleiding komt de stagedocent een bezoek brengen om te spreken over de voortgang. Bij het laatste bezoek van een docent ben ik gevraagd om als gecommiteerde scripties te beoordelen. Er zijn drie personen die een scriptie beoordelen. Dat zijn de eerste en tweede docent en iemand uit de praktijk, de gecommiteerde.

Om te kunnen afstuderen moet je een goede scriptie schrijven. Als je dan vervolgens wordt uitgenodigd voor de afstudeerzitting moet je een presentatie houden en moeilijke vragen van de docenten en gecommiteerde beantwoorden. Vandaag was mijn eerste keer en de zenuwen waren voelbaar in het hele gebouw, want er gingen heel veel jonge mensen afstuderen. Voor mij is het alweer een tijdje geleden (en op de universiteit waar ik op zat ging het afstuderen heel anders), maar flitsen van het ploeteren op mijn scriptie en de wanhoop die op momenten bijna te veel werd, kwamen boven fladderen.

De eerste kandidate had een onvoldoende en mocht niet presenteren en dus ook niet afstuderen. Pittig was dat. Ze trilde van de zenuwen, durfde ons bijna niet aan te kijken en haar handen waren klam van het angstzweet. Zij kreeg een feedback-gesprek. Ik had zo te doen met haar. Dit meisje was de eerste in haar familie die ging studeren en ze deed zo haar best, maar het lukte gewoon niet om een goed stuk te schrijven (zonder spel- en taalfouten) en om hoofd- en bijzaken te scheiden. Daardoor was haar scriptie een warboel geworden met allerlei niet relevante zaken. Overduidelijk was ze verdronken in haar eigen stuk.

Dame twee had het beter gedaan. Zelfverzekerd kwam ze met haar blonde los hangende lokken binnen gestapt. Ferme handdruk kreeg ik cadeau en ze ging zitten aan de kop van de tafel met een zelfverzekerde uitstraling. Dat veranderde op slag toen de eerste docent een vraag stelde en ze moest gaan presenteren. Rode vlekken sprongen in haar nek en haar onderlip begon een beetje te trillen. Na wat pittige vragen kon ze haar cijfer in ontvangst nemen en hoorde ik echt een oerschreeuw. De opluchting was op haar gezicht te lezen. Weer een horde genomen naar de toekomst. Op naar de volgende. Ik wens haar en de eerste kandidate, die een herkansing krijgt, heel veel succes. Beide dames wacht een mooie toekomst, want hoe verschillend ze ook waren er zat voldoende pit in om iets moois van hun leven te maken. Girl power.

Bibliobesitas

Ik ken er niet veel. Er zijn genoeg boekenliefhebbers, maar weinigen lijden aan de aandoening bibliobesitas. Mooi woord om een aandoening te beschrijving die als muziek in mijn oren klinkt. Je kunt nooit genoeg boeken hebben en lezen. Kennis is niet alleen macht, boeken zijn je vrienden en helpen je door alles heen. Eenzaamheid, angst, verdriet. Alle grote emoties pakken ze aan en omarmen je. Nemen je mee en staan altijd aan je zijde.

Toch zit er een keerzijde aan deze enorme boekenliefde. Het kan ook beklemmend zijn om te veel boeken te hebben als je onvoldoende tijd hebt om ze allemaal te lezen. Het kan verlammend werken. Ook kan het zijn dat je nooit genoeg hebt. Telkens weer meer boeken kopen, terwijl er ontzaglijk veel boeken wekelijks op de boekenmarkt komen. Dat kost veel geld, maar de jacht kan ook vermoeiend zijn. Laat staan een goed onderkomen vinden van al deze nieuwe schatten. Op een gegeven moment is je boekenkast toch echt vol.

Niemand heeft zo veel geleden aan bibliobesitas als Boudewijn Büch. Hij schreef er een ontroerend en pakkend gedicht over:

Bibliomanie of booekenliefde

Soms denk ik dat mijn huis
uit boeken is gebouwd
en staat als dwangbuis
om mij heen gestouwd

door die ene deur
ontvlucht ik deze stad
maar ruik op straat nog geur
van dat beduimelde bedrukte blad

ga gedreven binnen bij antiquaren,
dwaal langs banden in hoge kasten,
koop ‘onvindbaar’ in ‘schone exemplaren’
om die thuis weer op te tasten

het is steeds verhuizing van de dood:
oud papier om afgereden lood

Jammer dat de boekenwinkel nu dicht is. Morgen ga ik maar weer eens op pad. Op zoek naar een nieuw bedrukt blad, eventueel beduimeld.

 

 

 

Groepsdynamiek

Ik vind het fenomeen groepsdynamiek boeiend. Elke keer als ik me in een groep beweeg ben ik me bewust van de energie binnen de groep en welke rol ik speel binnen een groep. Elke groep heeft zijn eigen dynamiek en mijn rol kan dus ook telkens een andere zijn. Wat ik soms moeilijk vind is om de ongeschreven regels van een groep te kennen. Dat heeft vaak tijd nodig.

Een groep kan spontaan ontstaan of meer gedwongen zoals familie of een team collega’s. Gisteren organiseerde een klassenouder en ik een ouderavond op school. Van te voren hadden we uitnodigingen uitgereikt aan alle ouders van groep 1/2. We wisten niet van te voren wie er zouden komen. De avond was voorbereid aan de hand van een intro en een aantal vragen die we met ouders wilden bespreken. Doel: verbinding zoeken, de kracht van de school benadrukken en verbeterpunten op tafel leggen en doorgeven aan bestuur/directeur. Met elkaar in gesprek gaan over een belangrijk deel in ons leven: de basisschool van onze kinderen.

In totaal waren we met 7 ouders, allemaal verschillende mensen. Verschillende achtergronden, ideeën en levens. Met elkaar zaten we aan tafel en we hadden uiteraard iets gemeen: de kinderen. De dynamiek die ontstond was prachtig. Betrokken ouders, gedeelde zorgen. Er werd geluisterd, doorgevraagd en nagedacht. Veel humor werd in de lucht gegooid en de cake vond gretig aftrek.

Als ik van een afstand hier naar kijk dan concludeer ik dat als mensen iets gemeenschappelijks hebben en ze in een ongedwongen setting bij elkaar komen, ze vanzelf een gesprek met elkaar aangaan. Een gesprek met wederzijds respect. Natuurlijk is deze ontdekking niet nieuw of revolutionair. Dat weet ik ook wel, maar waarom doen we het in de praktijk toch zo weinig? Wij hebben allemaal iets gemeen met elkaar en als we verbinding zoeken met elkaar, het gesprek aan gaan en de krachten bundelen dan krijgen we alles voor elkaar. Misschien een ideetje voor de komende verkiezingen?

Intuïtie

Intuïtie vind ik een mooi woord. Los daarvan vaar ik er wel bij. Daar bedoel ik mee dat hoe meer ik in contact sta met mijn gevoel hoe meer ik beslissingen neem die automatisch kloppen. Nog te vaag?
Ik merk dat ik gedurende een dag soms van hot naar her en weer naar hot vlieg en ren. Dan kom ik buiten adem aan op een afspraak, vergeet de rugzakken van de kinderen of sta wezenloos in de supermarkt voor de schappen besluiteloos wat mee te nemen. Op zulke momenten sta ik ver af van mijn gevoel, want ben alleen maar bezig met gedachten.

Zodra ik stop, adem in, adem uit, en tot rust kom voel ik mijn lichaam. De gejaagdheid die ervoor zorgt dat mijn rug vast gaat zitten. Het kloppen in mijn rechterslaap die een migraine aanval aankondigt. De rusteloze benen die op de bank niet stil willen liggen. De verkrampte spieren in mijn nek en schouders. Als ik dan ontspan dan vallen ook allerlei gedachten van me af en wordt alles automatisch in een bepaald perspectief geplaatst.

Maar leven op intuïte is meer dan voelen alleen. Het gaat om vertrouwen. Eerst moet je contact hebben met je gevoel en dan vervolgens daar op vertrouwen dat dit gevoel je niet voor de gek houdt. We kennen allemaal dat moment dat je binnen stapt bij een stel dat net ruzie heeft gehad. Je voelt de spanning. Of je staat in de lift met iemand en je lijf giert van de zenuwen en schreeuwt dat je moet vertrekken. Om allerlei bedachte sociale ongeschreven regels blijven we dan staan in zo een lift. Nee, handel naar je gevoel en heb vertrouwen.

Vandaag had ik een goed gesprek met iemand. Eigenlijk was ik druk op het werk, maar ik nam de tijd voor dit gesprek omdat ik voelde dat we “ergens” naar toe gingen. Al pratend kwamen ideeën tot stand die goed voelden. Die ideeën konden alleen maar ontstaan in het moment en omdat wij allebei aanvoelden dat het een en ander bespreekbaar was. Weer te vaag? Nou ja, soms is het gewoonweg niet onder woorden te brengen wat je bedoelt. En dat is niet voor niets, want het wordt gevoeld. Heel bijzonder en mooi om te ervaren. Ik dank vandaag mijn gevoel extra.