Fien (2)

De olifant stopt met lopen en gooit zijn slurf in de lucht. ‘Ik ruik iets’, zegt hij. Hij snift en snuift met die lange slurf. De slurf ziet er uit als een lange rechtopstaande slang. ‘Ik ruik gevaar.’ De olifant staat nu aan de andere kant van de boom en ik durf niet te ademen. Misschien hoort hij me dan. Zou hij mij ruiken? Bedoelt hij dat ik het gevaar ben? De aap kijkt omlaag en springt van de rug van de olifant. Dan opeens, zo uit het niets begint de olifant te toeteren en te brullen. Hij wordt helemaal rood en schreeuwt naar de aap: PAS OP!.

Ik kijk achter me en staar in de open bek van een reusachtig monster. Het is groen en heeft grote blinkende tanden en kiezen. Zo groot als mijn handen. Het monster komt dichterbij en ik kan niet meer bewegen. Ik doe mijn ogen dicht en voel opeens dat ik los kom van de aarde. Het lijkt wel of ik zweef. Met een smak kom ik op iets hards terecht. Ik durf mijn ogen open te doen en zie twee grote flaporen. Ik zit op de rug van de olifant.

Het monster beweegt zich. Hij sluit zijn enorme bek en begint met een piepstem te praten ‘Uhhh, pardon. U moet niet bang zijn voor mij. Ik zie er misschien wat afschrikwekkend uit, maar ik doe u geen kwaad. Ik was een luchtje aan het scheppen en moest even gapen. Toen opeens zag ik dat schattige meisje en wilde ik haar eens goed bekijken, maar moest weer gapen. Mag ik mij aan u voorstellen? Ik heet Tilly. De kinderen van mijn tante zeggen altijd: Tante Tilly is de liefste krokodillie. En, wie zijn jullie?’

De olifant staarde Tilly aan en de aap begon te lachen. ‘Ik ben Fien’, zei ik. ‘Ik kom uit een boek. Ik was begonnen een verhaal over jullie te lezen en toen kwam ik plots hier terecht’. De olifant was nog steeds stil. Nu begon de aap te praten. ‘Ik heet Goeloe en woon iets verderop en kom jullie waarschuwen. De mensen komen er aan. Van die soort als Fien. Misschien hoort zij wel bij hun. Het zijn slechte wezens. Ze komen onze huizen kapot maken. Alle bomen gaan ze kappen. Ze gaan zo een hoog gebouw maken om in te wonen, ze noemen het een flat. Ik heb het zelf gezien op een tekening en ook gehoord. De mensen praten er over. Ze willen hier wonen, vlakbij de rivier. Dat vinden ze mooi. Maar als ze dat doen, dan is er geen plaats meer voor ons. De dieren van de jungle. Ik heb al met Lorabella gesproken en zij vindt dat we een plan moeten maken, met zijn allen.’

Nu begon de olifant ook te praten. ‘Ik weet het allemaal even niet meer. Er zit een mensje op mijn rug. Van die soort die onze bomen wil kappen. Ik heb haar gered, maar nu praat ik met een lieve krokodil die ons niet wil opeten en dan het verhaal van Goeloe. Wat moeten we doen? Ik moet er even over denken.’

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s