Fien (1)

Rika en ik hebben samen een verhaal gemaakt. Zij levert de inspiratie, ik tik de woorden op het scherm. Lees en geniet.

De avonturen van Fien

Ik ben boos. Ik ben zo boos dat mijn wangen er van gloeien. Mijn wangen zijn helemaal rood en mijn handen plakken. Als ik in de spiegel kijk, zie ik dat zelfs mijn rode krullen boos zijn. Ze zitten helemaal in de war.

Ik moet van mamma een jurk aan en dat wil ik niet. Jurken zijn stom. En ook heet ik geen Josefien, maar Fiehien. Ik moet ook altijd van mamma netjes zijn. Netjes eten met mes en vork en mijn bord leeg eten. Als ik buiten speel mag ik niet vies worden. Ik mag niets zeggen als de visite komt. Dan moet ik rechtop zitten en mijn mond houden.

Mamma draagt altijd haar haren los. Ze hangen dan helemaal kaarsrecht naar beneden. Heel netjes. Haar kleren zijn ook zo recht en stijf. Altijd zonder kreukels en vlekken. En mijn pappa is ook zo netjes. Hij draagt altijd een pak met een stropdas. Ik moet van hem mijn thee drinken met mijn pink omhoog. Dat vind ik stom. Ik houd helemaal niet van thee. Ik wil chocolademelk met een vel erop.

Mijn moeder heet Jasmijn. Daar ruikt ze ook naar. Ze ruikt als de struiken  die in de tuin staan. Mamma wast zich elke dag met zeep die naar Jasmijn ruikt. Mijn vader heet Frederik en die plaag ik altijd en dan zeg ik ‘Frederik met zijn coole blik is een beetje te dik.’ Dat vindt pappa niet aardig, want hij is helemaal niet te dik.

Ik wil een spijkerpak aan en geen jurk. Geen roze jurk, niet die gele met die bloemen en al helemaal niet die stijve blauwe met roosjes erop. Ik wil mijn tuinpak aan en mijn laarzen. Die grote groene laarzen met veel modder er aan en dan buiten in de tuin rennen en wormen zoeken. Die ik dan in een potje stop en in mijn kamer zet.

Nu zit ik in mijn kamer op mijn bed en ik lees een boek. Want als ik boos ben ga ik altijd naar mijn kamer en pak ik een boek. Ik heb heel veel boeken en houd van lezen. Maar als ik een boek lees dan gebeurt er altijd iets spannends. Vandaag heb ik een boek gekozen over de jungle. Het heet “het grote dierenjungleboek”. Op de voorkant zie ik een krokodil en een aap en een olifant en een gekke vogel met een gele snavel. Het is een dik boek met stevige bladzijden en heel veel plaatjes. De eerste zinnen van het boek gaan zo: “De olifant liep in de jungle op zoek naar eten en hoorde rare geluiden. Een aap kwam uit een boom geslingerd en riep geschrokken ‘Ren weg, snel. Ze komen er aan.’ De olifant begreep er niets van. ‘Wie komen er aan?’ vroeg hij. De aap sprong op de rug van de olifant. ‘Ren nu toch. De mensen komen er aan. Ze willen de bomen kappen en een flat bouwen.’ De aap kneep hard in de oren van de olifant en van schrik begon deze nu sneller te lopen.

Opeens voel ik me heel gek worden. De plaatjes in het boek worden wazig en alles begint te draaien. Ik voel dat mijn arm door het boek heen gaat en dan mijn ene been, daarna mijn andere been en floep ik sta opeens in de jungle. Weg uit mijn kamer. In het bos is het warm en ik zie op een afstand een olifant met een aap op zijn rug naar me toe komen lopen. Ik spring snel achter een boom. Wat gebeurt er toch?
Ik zat in mijn kamer met een boek en nu opeens sta ik in de jungle achter een boom. En ik kan die dieren verstaan. Ik begrijp wat ze zeggen. Ook voel ik me niet meer boos, eerder een beetje raar in mijn lijf. Het kriebelt in mijn buik en ook voelt mijn hoofd raar aan, alsof er wolken in zitten. De olifant komt steeds dichterbij. De raap springt onrustig op zijn rug en roept dat hij sneller moet gaan. ‘Schiet toch op, sneller, sneller.’

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s