Aletta

Ik ben een vrouw van de generatie voor wie het mogelijk is om te studeren. Ik heb zelfs nog een beurs gekregen die ik niet hoefde terug te betalen. In mijn familie was het toch nog redelijk uitzonderlijk dat iemand ging studeren. Ergens was er een oom die de politieschool had doorlopen en toen kwam ik die het helemaal tot de universiteit schopte. Voor de tijd niets bijzonders, voor onze familie toch enigszins uitzonderlijk.

De weg naar de universiteit was voor mij geplaveid. Mooie gladde weg met een rechtstreekse verbinding of via een korte omweg. De universiteit was met de gratis OV weekkaart gewoon bereikbaar. De eerste dag dat ik in Rotterdam in die grote collegezaal zat, zal ik nooit vergeten. Heel veel dames zaten met mij in die zaal en dat voelde heel normaal. Het voelde wel spannend, meer omdat alles onbekend was en groot, maar hoe bijzonder het was dat ik als vrouw in die zaal zat ging aan me voorbij. Op dat moment dacht ik niet aan Aletta Jacobs. Ik dacht niet aan al die vrouwen voor mij, die generaties lang de toegang tot een hogere opleiding was ontzegd.

Toch ben ik en alle dames die met mij in die collegebanken zaten en nu nog steeds zitten veel dank verschuldigd aan Aletta Jacobs. Zij was de eerste vrouw in de geschiedenis van Nederland die officieel werd toegelaten tot de universiteit. Dat was in 1871. Als scholiere had zij een brief geschreven aan Thorbecke, de eerste minister, met het verzoek om te worden toegelaten tot ‘de academische lessen’. Haar doel in het leven was: arts worden en niets minder dan dat. Thorbecke antwoordde binnen een week, maar niet aan Aletta zelf. Hij schreef haar vader dat het goed was. Het is dus te danken aan een meisje van zeventien dat in 1871 de universiteiten in Nederland voor meisjes werden opengesteld. Vóór die tijd waren universiteiten en ook de meeste scholen alleen voor jongens toegankelijk. Alleen Anna Maria van Schurman, een geleerde vrouw die leefde in de zeventiende eeuw (ze beheerste meer dan veertien talen) had in 1636 wat colleges mogen volgen in Utrecht. Nou ja, colleges volgen: zij mocht achter een gordijntje meeluisteren naar de lessen die werden gegeven. Niet in het zicht van de jongens, want dat zou alleen maar afleiden.

Aletta werd arts en bereikte haar doel. Dat smaakte naar meer. Met haar invloed wilde ze meer doen voor vrouwen. Haar hele leven stond in teken van de bevordering van de gelijke rechten voor vrouwen. Als arts opende zij een praktijk die vrouwen hielp aan voorbehoedsmiddelen, zodat zij niet ieder jaar zwanger werden. Ook trok zij ten strijde tegen misstanden in het winkelbedrijf. In haar Amsterdamse artsenpraktijk had zij gemerkt dat winkelmeisjes veel lichamelijke klachten hadden omdat zij de hele werkdag (wel elf uur lang) moesten blijven staan. Dankzij Aletta Jacobs kwam er een wet tot stand die winkels verplichtte ‘zitgelegenheid’ voor hun personeel in te richten.

Vijftig jaar lang heeft zij ook gestreden voor het algemeen vrouwenkiesrecht, samen met andere vrouwen en mannen die opkwamen voor de rechten van de vrouw. Het duurde tot 1919 voor het vrouwenkiesrecht werd ingevoerd. In 1922 gingen de Nederlandse vrouwen voor het eerst naar de stembus.

Als Aletta nu van bovenaf naar Nederland kijkt, kan ze trots zijn. Er hebben zich nog nooit zo veel vrouwen ingeschreven op de universiteit. Er zijn inmiddels talloze vrouwelijke rechters, advocaten, economen, filosofen, artsen, docenten en noem ze maar op. En allemaal, ook ik, moet (wederom) een diepe buiging maken voor een bijzondere vrouw.

 

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s