Anna (11)

Door mijn wimpers heen zag ik dokter De Graaf. Ze stond met een andere vrouw te praten. Mijn mond was droog en mijn keel deed pijn. Ik voelde me zo zwaar. Het leek wel alsof ik verlamd was. Mijn ledematen kwamen moeizaam in beweging. Dokter De Graaf kwam naar me toegelopen en legde een hand op mijn hoofd. Even leek het alsof mijn moeder weer naast me zat. Even die warmte van een hand, de veiligheid van een hand en de liefde van een hand. Wat één onderdeel van een lichaam al niet voor effect kan hebben. Maar het was niet mijn moeder. Met een ruk ging ik rechtop zitten. Ik voelde me helemaal niet veilig en dat in mijn eigen huis. Wat deden die mensen toch allemaal hier? Waarom gingen ze niet weg?

Ik herkende brigadier Maurits, maar er stonden nog meer mensen in mijn kleine appartement. Ik zag een man met een donkere volle baard en een groene jas aan. Hij stond tegen de muur geleund en schreef iets met een potlood in een boekje. Zijn telefoon ging en hij sprak te zacht zodat ik zijn stem niet kon horen. Hij zag er vriendelijk uit van een afstand. Hij was groot en grof gebouwd en voor zover ik kon zien had hij bruine ogen. Onder zijn jas droeg hij een bruine broek met bruine schoenen. Hij leek me geen politie-agent.
Op een keukenstoel zag ik nog een blonde vrouw met een fel geel met turquoise blauwe jas aan. Die jas herkende ik gelijk. Iemand met zo een jas had mijn moeder eens meegenomen naar het ziekenhuis. Wat moesten ze nu bij mij? Zou er een ambulance gebeld zijn en voor wie dan?
De laatste persoon die ik zag, stond met haar rug naar me toe. Een kleine vrouw met kort grijs haar en in een roze mantelpak. Die vrouw zorgde ervoor dat het voelde alsof ik wederom in een slecht toneelstuk was beland, eerst in het ziekenhuis en nu thuis. Het kwam allemaal steeds dichter bij.

‘Anna, ik wil dat je naar me kijkt en goed naar me luistert,’ zei dokter De Graaf. Ik keek haar aan. Ze begon te vertellen dat ze was gebeld door de politie en dat ze van brigadier Maurits mijn verhaal had aangehoord. Ze was geschokt en vond het allemaal heel erg voor me. Het was overduidelijk dat ik een traumatisch ervaring had gehad en daarom niet kon slapen en ook niet goed functioneerde. Zij ging me helpen. Het was beter als ik even naar een speciaal huis ging om een tijdje uit te rusten. Alle woorden vlogen langs me heen, maar alleen het stukje over uitrusten sprak tot mijn verbeelding. Mijn tas was al ingepakt en medicijnen zou ik in het “uitrusthuis” krijgen. Of er nog iemand gebeld moest worden, vroeg brigadier Maurits. Ik had Roos nog steeds niet gesproken en zij moest mij nog iets vertellen. Wilde ik dat wel weten eigenlijk?

De man met de baard kwam erbij staan en vroeg aan brigadier Maurits of ze al meer wist over de brand. Ik hoorde ze zachtjes iets tegen hem zeggen. Ik ving flarden op. “Dit is nu niet het moment. Ik weet het niet. Misschien moeten we die Arthur opzoeken. Duidelijk in de war. Lijkt me niet dat zij het heeft gedaan.” Brigadier Maurits merkte dat ik probeerde mee te luisteren en liep van me weg. De man liep mee. Hij keek me nog een keer aan en vertrok toen uit mijn appartement. Dokter De Graaf pakte mijn schoenen en jas. ‘Kom Anna, we vertrekken nu. Wil je nog dat we iemand voor je bellen? Je mag er ook nog over nadenken. Zeg het maar.’ Wat moest ik zeggen. Dat ze Arthur moesten bellen, de man die mijn hart had gebroken en de man die ik lief had gehad, maar die in de tussentijd een monster bleek te zijn. Natuurlijk was ook ik jong geweest toen hij me had verleid, maar dat was liefde. Neuken met je eigen kind was, hoe heette dat ook al weer? Ik kon er niet opkomen. Het leek wel of mijn hoofd gevuld zat met watten.
Of zouden ze Roos moeten bellen? De vrouw die ik altijd had bewonderd, om haar schoonheid, haar intelligentie en haar kracht. De vrouw die gekooid werd door haar vader, die geterroriseerd werd, die van buiten stoer was maar van binnen kapot ging. Was ik nog boos op haar? Wat wist ik nu eenmaal? Het enige dat ik wist was dat mijn leven beter had kunnen eindigen door het ongeluk. Dat ik beter voor dood achter was gelaten. Mijn hoofd deed pijn. Het was te veel om allemaal te bevatten. Hoe zou dit eindigen?

 

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s