Roos (9)

Voordat ik naar Anna reed ging ik terug naar mijn ouderlijk huis. Het grote huis met de vleugels en de enorme tuin. Als kind vond ik het heerlijk om door de gangen te rennen en me te verstoppen op allerlei vreemde plekjes. Gerard deed altijd mee en had een eindeloos geduld. Ik koesterde veel fijne herinneringen aan hem. Hij zorgde dat het huis een thuis voor me werd, dat er chocolademelk in de winter voor me klaar stond als ik uit school kwam, dat er altijd voldoende tijd was voor spelletjes en later hoorde hij al mijn puber klaagzangen aan. Hij was meer dan een butler. Hij was een huisvriend, in ieder geval was hij mijn vriend. Het was niet aardig van me om zo bot tegen hem te zijn de laatste keer dat ik hem zag. Dat verdiende hij niet.

Moeder sprak nooit over Gerard. Ze sprak uiteraard wel tegen hem en ik wist dat hij haar regelmatig gezelschap hield, maar ze behield altijd een bepaalde mate van afstand tot hem. Ik wilde moeder confronteren met wat ik had gelezen, maar hoe kon ik dat doen zonder te laten merken dat ik haar dagboek had gestolen? Misschien moest ik voor het eerst moedig zijn en de confrontatie volledig aangaan en toegeven wat ik had gedaan. Dat stond toch immers in geen verhouding tot wat zij en pa mij hadden aangedaan? Al die jaren. Al die jaren dat ik met Anna samen werkte. Nou ja, dat zij voor ons werkte. Al die jaren dat we in elkaars gezelschap verkeerden. Anna leek totaal niet op mij. Het verschil kon niet groter, alsof ik de stralende zon was en zij de droeve mist. Zij zag altijd bleek, haar haren plakten aan haar hoofd in slierten waardoor het nog dunner leek dan het was en ze was stevig gebouwd. Maar die ogen. Dat me dat nooit was opgevallen. Ze had twee verschillende kleuren ogen, een groene en een bruine. Nu ik haar in gedachten goed bekeek zag ik het overduidelijk. Hoe vaak komt het voor dat mensen twee verschillende kleuren ogen hebben? En, hoe vaak komt het voor dat deze mensen in dezelfde winkel werken? Ik had me nooit zo met haar bezig gehouden; eigenlijk boeide ze me niet, net zoals de rest van het personeel, maar nu zag ik de overeenkomst overduidelijk. Pa werkte formeel niet in de winkel, maar hij hing er zo vaak rond dat alle klanten hem bijna elke dag tegen het lijf konden lopen. Hij zat veel in zijn kantoor, maar besteedde ook veel tijd aan de uitstraling van de winkel. Alle boeken moesten netjes in de kasten staan, de posters voor optredens moesten op strategisch zichtbare plaatsen hangen en de keuken moest er spik en span uitzien. Eigenlijk bemoeide pa zich met alles en ook veel met Anna. De dochter met dezelfde ogen.

Bij moeder zou ik beginnen met die ogen. Ik voelde de zenuwen in mijn lijf gieren, mijn handpalmen nat en mijn mond droog. Ik dronk voordat ik naar binnen ging wat water. Moeder vond het niet goed dat ik een huissleutel had, ze was gesteld op haar privacy, dus ik moest aanbellen. Gerard deed open en keek me met een bezorgde blik aan. ‘Je had niet terug moeten komen. Mevrouw is woedend. Ik weet wat je hebt gedaan. Laat het rusten en ga terug naar huis.’ Hij hield de deur half gesloten. Dit was de eerste keer dat hij zo fel tegen me sprak. ‘Ik zeg dit voor je eigen veiligheid. Mevrouw vreest publiciteit als jij die beerput opent en jij weet half niet welke geheimen nog meer verstopt zitten in deze put. Geloof me, ga!’ Ik was verbijsterd. De spanning vertrok van mijn onderbuik naar mijn gezicht en deed het gloeien. ‘Wees moedig,’ zei ik in mezelf. ‘Gerard, je kunt me niet beletten mijn eigen moeder op te zoeken en mijn ouderlijk huis te betreden. Laat me er door. Ik dank je voor je bezorgdheid en je hulp, maar ik kan het aan.’ Hij hield nog steeds de deur half gesloten. ‘Je weet gewoon niet waar je aan begint. Doe het niet!’ Zijn ogen werden glazig en mijn adem stokte. ‘Ik weet alles al Gerard. Ik heb het dagboek gelezen en ik weet het van Anna en pa. Hoe kun je dit al die jaren voor me verborgen hebben gehouden? Ik dacht dat wij een band hadden.’ Ik duwde de deur open en daarmee raakte Gerard uit balans. ‘Waar is ze?’ schreeuwde ik. ‘Moeder, wij moeten praten.’

Moeder liep de lange trap naar beneden. Ze keurde me geen blik waardig, liep naar de bibliotheek en ging op een stoel zitten. Ik liep achter haar aan en voelde een rilling langs mijn nek naar beneden glijden. Ik kreeg het koud. Mijn handen werden klam, mijn tenen en voeten voelden aan als ijs en mijn maag keerde zich een paar keer om. Dit was het moment. Ik was er klaar voor. Klaar om de waarheid in mijn gehoor te verwelkomen, maar wat ik kreeg te horen was iets waardoor mijn wereld opnieuw op zijn kop zou komen te staan voor de tweede keer vandaag.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s