Anna (8)

Bij de bakker kocht ik een stokbrood, een halfje zuurdesem en een krentenbol. In de supermarkt kocht ik een salade, een reep pure chocolade en een pak dik maandverband. Ik verloor nog steeds bloed en dat kon volgens de arts ook nog wel even duren. Op het moment dat ik uit het ziekenhuis werd ontslagen, werd me verteld dat ik recht had op kraamzorg. Daar had ik totaal geen behoefte aan. Ik wilde niemand om me heen en besloot alleen naar huis te gaan en in bed te gaan liggen. Wat er fysiek allemaal met me aan de hand was wist ik niet. De arts had me uitgelegd dat ik nabloedingen kon hebben en dat ik hulp moest zoeken op het emotionele vlak, maar ik luisterde amper. Laat staan dat ik zou overgaan tot uitvoering van het advies.

Nu stond ik hier met in mijn ene hand een salade en een reep chocolade en in de andere hand een pak extra dik maandverband. In de rij met de pakken maandverband zag ik opeens babyvoeding staan en zuigflesjes en plaatjes van baby’s. Ik kneep het pak maandverband dubbel en hapte naar adem. Uitbannen die beelden. Niet meer naar kijken. Ik begon alweer te tollen op mijn benen en sprak mezelf bemoedigende woorden toe. Snel liep ik naar de kassa, gooide geld neer en wachtte niet op het wisselgeld. Weg moest ik. Terug naar huis, terug in bed. Ik rende naar huis.

De boodschappen gooide ik samen met de voornemens op de grond. Ik nam twee pillen en ging op mijn leesstoel zitten. Ik had geen puf meer om mijn slaapbank uit te klappen. Snel viel ik in slaap, maar dat duurde niet lang. Mijn telefoon wekte me uit een wirwar van vreemde beelden. Suf en verbaasd nam ik zonder te kijken wie er belde de telefoon aan. ‘Waarom neem jij nou nooit eens de telefoon aan?’ werd aan de andere kant geschreeuwd. Ik schrok en moest mijn gehoor focussen op de stem. ‘Ik heb je gisteren vijf keer gebeld en nu ook al drie keer. Wat ben je toch aan het doen?’ Het was Roos. ‘We moeten praten. Jij komt over een half uur naar mijn appartement. Heb je dat begrepen? Ik heb belangrijk nieuws. Wees voorbereid.’ Roos wilde nooit bij mij afspreken omdat ze mijn appartement te klein vond, de kleuren hysterisch en de meubels smerig. Ze voelde zich net een zwerver zei ze als ze bij mij binnen was. Dat had ze 1 keer gedaan en daarna nooit meer. Ik was te moe om weerstand te bieden en vertelde dat ik er aan kwam. In mijn hoofd galmden de woorden: “ik heb belangrijk nieuws. Wees voorbereid.” Wat was dat nieuws? En, waar moest ik me op voorbereiden? Ze had me niets verteld. Zou ze het weten? Ik zou gaan, maar eerst nog even mijn ogen sluiten. Ik was opeens zo moe. Na een kwartiertje rust zou ik me vast beter voelen. Vijf uur later schrok ik wakker.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s