Roos (5)

‘Ik had wel verwacht dat je hier zou zijn,’ zei hij. Hij hield zijn hand nog steeds op mijn schouder en bleef achter me staan. Ik voelde zijn warme adem in mijn nek. Hij kwam te dicht bij. Ik probeerde weg te stappen, maar zijn greep werd sterker. Zo bleven we een tijdje staan. Het waren seconden, maar het voelde als lange minuten. ‘Zullen we wat gaan drinken? Dan kunnen we de lopende zaken even doornemen en een plan maken hoe het nu verder moet met de zaak.’ Hij formuleerde een vraag, maar de vraag gaf maar ruimte voor één antwoord. Ik stemde in en stelde een café in de buurt voor. Dat wilde hij niet. ‘Laten we maar naar jouw huis gaan. Dat praat makkelijker. Je hebt vast alle papieren bij de hand. Het is al weer een tijdje geleden dat ik bij je ben geweest. Ik ben benieuwd naar je nieuwe bank.’

Hij was met de auto en reed stapvoets achter me. Hij had een andere auto. Hij draaide zijn raam open en kwam naast me rijden. ‘En? Wat vind je ervan? Een paar dagen geleden heb ik de Benz verkocht. Het werd tijd voor een elektrische. Ik wil met mijn tijd meegaan en kon deze snel krijgen. Mooi ding hé? Het is het nieuwste sportmodel, hij heeft een bereik van 480 kilometer en koste slechts een halve ton. Nou ja, met alle extra’s iets meer, maar dan heb je ook wat.’ Het boeide me geen moment. Ik liet hem in de waan zodat hij misschien rustig bleef en echt alleen maar over de zaak wilde praten.

Hij bekeek mijn appartement met een kritische blik. ‘Het is een zootje bij je. Komt die Poolse hulp niet meer? Je bank is smerig. Hoe komt dat? En, waarom heb je voor wit gekozen? Dat past toch niet bij jou. Hoe zit tie eigenlijk?’ Hij plofte neer op de bank en deed zijn schoenen uit. Ik wilde niet dat hij languit ging liggen en het zich gemakkelijk zou maken. Ik zei: ‘wil je wat drinken? We kunnen aan tafel zitten. Dan kunnen we gelijk de afspraken met de leveranciers doornemen en wat we doen met de openstaande facturen.’ Hij bleef liggen. ‘Nee, ik lig hier goed en jij komt bij me liggen. De brand heeft me van mijn stuk gebracht. Nu wil ik niet praten over zaken. Je weet wat ik wil en dat kom ik nu halen. Kom naast me liggen!’ Zijn stem was dwingend. Ik wist wat er ging gebeuren, deed wat hij vroeg en probeerde af te reizen naar een andere wereld.

Na een uur vertrok hij, sprong ik onder de douche en schrobde me schoon. Het water moest heet zijn en de zeep kroop in mijn huid. Ik schrobde net zo lang totdat mijn huid er rood van zag. Ik droogde me af en ging in bed liggen. Ik voelde een enorme drang om Anna te bellen. Ik wist niet wat ik tegen haar zou zeggen. Waarschijnlijk zou ik haar belachelijk maken of gaan afzeiken. Als ik haar stem maar even kon horen. Ze nam niet op. Ik belde nog vier keer. Geen contact, zoals altijd tussen ons. 

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s