Anna (4)

Dokter De Graaf was een vriendelijk ogende dokter. Ik kende haar al mijn hele leven. Zij betekende veel voor ons na de dood van mijn moeder. Dokter De Graaf was een kleine vrouw met een pezig gestel. Ze zag eruit alsof ze marathons liep. Ze had een klein rond brilletje op haar neus en keek me aandachtig aan. Ze nam altijd voldoende tijd voor me, want ze wist dat ik niet zo makkelijk uit mijn woorden kon komen.

‘Hoe gaat het met je Anna? Wat kan ik voor je doen?’ Twee eenvoudige vragen, maar voor mij was antwoord geven net zo ingewikkeld als de Sudoku puzzels van Arthur. Hij boog zich soms uren over de meest moeilijke puzzels. Soms smeet hij ze vanuit frustratie in de hoek, om dan na een half uur weer een poging te wagen. Hij moest en zou de moeilijkste denkopgaven oplossen. Ik dwaalde af. Arthur was de reden dat ik hier zat, maar dat kon ik dokter De Graaf nooit vertellen. Ik kon niemand vertellen wat ik had gezien en wat ik had gehoord. Het geschreeuw en gegrom zat nog steeds in mijn oren. Ik probeerde met mijn vinger het geluid uit mijn oren te peuteren. ‘Heb je soms last van je oren,’ vroeg de dokter. Ik wilde het uitschreeuwen: Nee, ik heb geen last van mijn oren! Ik heb last van mijn netvlies, van het beeld dat daar op vastgeplakt ligt!

‘Ik slaap slecht. Ik ben moe. Ik moet slapen,’ zei ik. ‘Begrijpt u?’ Dokter De Graaf keek me begripvol aan en zei: ‘ik begrijp dat het allemaal heel veel voor je is. Je moeder is nu bijna een jaar geleden gestorven. Zo plotseling. Dat is heel aangrijpend. Natuurlijk begrijp ik dat. Toch moet je proberen verder te gaan Anna. Het is tijd om de dood van je moeder te accepteren en het een plekje te geven. Je moet goed voor jezelf zorgen.’

Ik frunnikte wat aan mijn kleren en beet op mijn lip. Goed voor mezelf zorgen. Hoe dan? Niemand begreep me. Ik had niemand. Zou ik dokter De Graaf kunnen vertrouwen. Zou zij me kunnen helpen? Toen zei ze opeens: ‘zal ik Arthur anders eens bellen om te kijken of je daar een tijdje kunt blijven? Ik weet dat je het zelf lastig vindt om te vragen. Misschien helpt het als jullie een tijdje samen zijn?’
Dat was onmogelijk. Ik zou nooit onder één dak met Arthur kunnen leven. Nooit! ‘Nee, dat is niet nodig hoor,’ zei ik. ‘We hebben heel veel contact en hij weet dat ik hier ben en wat  moe ben. Hij stelde voor dat u misschien een nieuw slaapmiddel kon geven zodat ik ’s nachts wat rust kon krijgen.’ Ik klonk buitengewoon helder en verstandig. Het floepte er in één keer uit. Ik leek Roos wel. Ze keek me nog eens goed aan en begon op haar computer het een en ander in te tikken. ‘Goed. Ik geef je tien stuks temazepam. Dat zijn betere slaappillen dan die je eerst had. Niet meer dan tien krijg je, want deze pillen kunnen bij langdurig gebruik verslavend werken. De medicatie geeft je rust. Kom na tien dagen bij me terug en dan kijken we hoe het dan met je gaat. Mocht je eerder willen komen dan kan dat natuurlijk, maar ga ook eens verder met je zelf aan de slag. Je kunt zo echt niet door gaan. Sluit het verleden af en zoek een leuke vriend of zo. Dan heb je wat afleiding.’

Ik ritste het recept uit haar handen, bedankte haar en liep naar de apotheek. Na een uitgebreide uitleg van de apotheker over de werking en verslavende aspecten van de medicatie, die ik zonder interesse aanhoorde, liep ik naar huis. Er was me op het hart gedrukt ’s avonds 1 pil in te nemen en niet overdag. Het was nu bijna half twee en ik nam mijn eerste pil. Ging op bed liggen, nam niet de moeite mijn kleren uit te trekken en verwelkomde met open armen de slaap.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s