Anna (3)

Ik keek naar de panden voor me. Ik stond aan de overkant, op het kleine pleintje met de fontein. Die fontein met die afschuwelijke vissen die zich vastklampten aan een soort Venus/zeemeermin en die uit hun bek walgelijk het water omhoog spoten. Rondom de fontein waren bankjes geplaatst waar -vooral- toeristen zaten met een ijsje en zich zichtbaar verwonderden om dat Dali-achtige tafereel dat zich voor hun ogen vertoonde. Ik keek rond en mijn blik bleef rusten op de duiven die op het plein rondliepen alsof er niets gebeurd was. Zij dartelden om elkaar heen en leken het leven met veel gemak aan te kunnen.

Toen ik eindelijk op adem kwam, liep ik naar de overkant. Ik wilde nu van dichtbij zien wat er van de winkel over was. De panden waren aan elkaar geschakeld. Van buiten zag je twee verschillende panden, maar vanbinnen was een doorgang gemaakt. Het begon allemaal met een kleine boekwinkel met tijdschriften en kaarten, maar toen het aanbod en de vraag groeiden werd besloten uit te breiden. Het pand ernaast kwam vrij en het idee werd geboren dat pand in te lijven en een kleinschalig café te beginnen zodat mensen op hun gemak een paar uur door de boekwinkel konden struinen onder het genot van een bakje koffie, thee en een broodje.

Ik mocht in eerste instantie alleen de boeken uitpakken en wegzetten, maar later mocht ik helpen met afwassen en helpen bij de voorbereiding van de lunch. Roos had liever niet dat ik klanten hielp. Ze zei dat ik daar niet geschikt voor was en ook niet representatief. Het was beter als ik wat uit het zicht bleef. Daar had ze natuurlijk gelijk in. Ik ben niet bedeeld met schoonheid. Mijn oren staan te ver naar voren, mijn tanden te veel uit elkaar en mijn ogen -ieder met een andere kleur- kijken allebei een andere kant uit alsof ze niet bij elkaar willen horen.

Het gedeelte waar de kunstboeken, literatuur en de trillers stonden, was volkomen in rook opgegaan. Dit was het gedeelte dat naast de keuken van het café lag. Er hing een zware lucht, die ik door een van de gesprongen ramen duidelijk kon ruiken. Aangezien er veel was afgezet kon ik niet goed zien wat er verder nog aangetast was. Ik vermoedde dat van het café niet veel over was. Ik hoopte dat de hoek met de kinderboeken gered was. Er was niets zaliger dan na sluitingstijd nog een tijdje in die hoek rondhangen om een kinderboek te lezen. De boeken met een zachte voorkant waren mijn favorieten. Ik kon daar dan uren zitten en dromen dat ik ooit een boekje zou voorlezen aan mijn eigen kind. We zouden dan samen op de bank tegen elkaar aankruipen en ik zou met een lieve stem gaan voorlezen en mijn dochter zou dan haar handje op mijn arm leggen en met verwondering naar me kijken. Wat was dat een mooie droom. Gelukkig had ik mijn fantasie, want dat deze droom nooit zou uitkomen stond wel vast. Volgens Roos is er geen man die bij mij mijn grotje wil binnen dringen om een kind met me te maken. Ze kijken wel uit. Wat moest er daar wel niet van komen? Ze zal wel gelijk hebben, maar toch.

De kerkklok sloeg twaalf keer. Ik schrok wakker uit mijn mijmeringen en besefte dat ik mijn afspraak met de huisarts bijna had gemist. Als ik nog een keer een sprintje zou trekken zou ik het kunnen halen. Het was nog maar een kilometer ongeveer en ik had nog tien minuten. Ik moest haar zien. Ik moest aan iemand mijn verhaal kwijt en ik moest slapen.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s