Nooit bewust van schoonheid om me heen.
Nooit bewust van woorden die ik sprak.
Nooit bewust van geluid dat me omringt.
Lopend over straat nam ik alles voor lief
doelloos
struinend met een leegte om me heen.
De leegte die wanhopig probeerde
overeind te blijven
niet laten merken dat je aan de kant wordt geduwd.
Langzaam plaats maken voor kleur,
compositie, contrast.
De verbazing en verwarring meester worden.
Diep kruipt de schoonheid onder mijn huid,
bevangen door de letteren, overvallen door het bestaan
loop ik nu door de straten, zie ik de wereld.
Nooit meer onbewust.
Nooit meer doelloos.
Nooit meer leeg.