stuk gelopen in de straat
muren stappen strijdig
op haar af
het licht beneemt de adem
ze hoort in de verte
de toon van ontsnapping
steeds luider, luider
dan ineens is het stil
ze sluit haar ogen
kleuren prikken
haar neus bevangen
tollend op haar benen
rent ze weg
steeds sneller, sneller
armen grijpen haar vast
auto’s scheren haar tenen
schuren haar zenuwen
ogen gericht op de zijne
bloed raast door de aderen
een hap lucht ingeslikt
steeds meer, meer
waar zijn de zinnen
om tot te komen
zinnige zinnen om bij te bezinnen
zoekend loopt ze verder
op de stoep
hand geklemd in de ander
lopend naar het einde
van wat ze niet kent
weet en voelt
als het maar weg is
steeds verder, verder